Schema voor de Theocratische School voor 1979
INSTRUCTIES
In 1979 zullen voor de Theocratische School de volgende regelingen gelden.
STUDIEBOEKEN: De toewijzingen zullen gebaseerd zijn op de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, De Wachttoren [w], Ontwaakt! [g], Bijbelse onderwerpen voor gesprekken [td], Schema’s voor toespraakjes [so], en de boeken „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” [si], „Dit betekent eeuwig leven” [el], Goed nieuws dat u gelukkig kan maken [gh], Heilige geest — de kracht achter de komende Nieuwe Ordening! [hs], Het leven heeft wel degelijk een doel [lp], Maak je jeugd tot een succes [yy], „Toegerust tot ieder goed werk” [ep], „Uw naam worde geheiligd” [ns], en Van het verloren naar het herwonnen paradijs [pa].
De school zal beginnen met lied en gebed en een verwelkoming, en dan als volgt verder gaan:
INSTRUCTIELEZING: No. 1: 15 minuten. Dit is niet slechts een samenvatting van het toegewezen materiaal. Maak er een goed uitgewerkte lezing van, waarin het thema duidelijk naar voren komt; de lezing zal indien mogelijk aan een ouderling of, zo nodig, aan een bekwame dienaar in de bediening toegewezen worden. De stof dient niet oppervlakkig behandeld te worden, maar op een wijze die werkelijk leerzaam en nuttig is voor de gemeente. Er zal geen mondeling overzicht worden gehouden.
HOOFDPUNTEN UIT HET BIJBELLEESPROGRAMMA: 5 minuten. Direct na de instructielezing zal de schoolopziener of een andere bekwame ouderling die door hem is aangewezen, hoofdpunten en vragen te behandelen, gebaseerd op de bijbelleestoewijzing voor die week. Dit dient goed voorbereid te worden. Hierna gaan de leerlingen naar hun verschillende klaslokalen.
LEZING No. 2: 6 minuten. Een toegewezen gedeelte uit de bijbel wordt door een broeder gelezen. De leestoewijzingen zijn gewoonlijk kort genoeg zodat de leerling in zijn begin- en slotopmerkingen, en zelfs bij passende punten tussendoor, verklarende inlichtingen kan geven. Er kunnen punten in worden opgenomen zoals historische achtergrond, profetische of leerstellige betekenis, toepassing van beginselen en uitingen van waardering voor de wijsheid die in de tekst wordt weerspiegeld. De lezing dient zo te worden samengesteld dat alle toegewezen verzen werkelijk voorgelezen worden. De toegestane tijd dient geheel benut te worden. De stof kan gebracht worden in de vorm van een lezing voor de gemeente, of een jongen kan de stof aan zijn vader of een andere bekwame oudere broeder voorlezen, terwijl zij op het podium zitten. De vader of andere oudere broeder kan dan vragen stellen aan de jongen ten einde commentaren uit te lokken over de waarde van de stof.
LEZING No. 3: 6 minuten. Indien mogelijk zal deze lezing aan zusters worden toegewezen. De leerling mag bij het houden van deze lezing zitten of staan. De schoolopziener zal één assistent toewijzen, maar er mogen er meer gebruikt worden. De vorm waarin de lezing gegoten wordt, kan betrekking hebben op situaties thuis, in de velddienst, in de gemeente of elders. De zuster die de lezing houdt, mag zelf het gesprek beginnen om even de setting aan te geven, of dit door haar assistent(en) laten doen. Niet de setting maar de stof dient de voornaamste aandacht te krijgen.
LEZING No. 4: 6 minuten. In plaats van een lezing, zal dit een bijbelstudie zijn die door een zuster geleid wordt. Degene die de studie leidt, dient ernaar te streven de studie zo nuttig, realistisch en interessant mogelijk te maken. De bedoeling van deze toewijzing is dat degenen die nog geen bijbelstudies leiden, ertoe worden aangemoedigd ernaar te streven, en verkondigers die ze wel leiden, worden geholpen vorderingen te maken. Het is niet nodig de paragrafen te lezen, hoewel bepaalde paragrafen gelezen mogen worden. Evenmin is het nodig al het toegewezen materiaal te behandelen; nu en dan zouden er naar verkiezing bepaalde paragrafen uitgekozen kunnen worden, alsook vragen gesteld en schriftplaatsen opgezocht en beschouwd kunnen worden. Als een antwoord onvolledig is, dient degene die de studie leidt, aanvullende vragen te stellen. Hoewel er door de schoolopziener slechts één assistent zal worden toegewezen, mogen er meer worden gebruikt.
LEZING No. 5: 6 minuten. Het verdient aanbeveling deze lezing door een broeder met enige ervaring te laten houden. Hij richt zich tot zijn gehele publiek. Hoewel de spreker zijn lezing met behulp van aantekeningen zal houden, mag hij, als hij meent dat dit passend zou zijn, aanhalingen of treffende passages uit het toegewezen materiaal voorlezen. Het zal gewoonlijk het beste zijn wanneer de spreker zijn lezing voorbereidt met het publiek van een Koninkrijkszaal in gedachten, zodat de stof werkelijk leerzaam en nuttig zal zijn voor degenen die ernaar luisteren. Als de stof zich echter voor een andere praktische en passende setting leent, mag de spreker verkiezen zijn lezing dienovereenkomstig uit te werken.
OPMERKINGEN: Na elke oefenlezing (No. 2 tot en met 5) zal de schoolopziener twee minuten hebben om waarheden en beginselen te belichten die de leerlingen wellicht niet in hun lezing verwerkt hebben. Deze opmerkingen dienen zinvol te zijn en punten te beklemtonen waar de broeders en zusters in hun gezinsleven, op school, op het werk, in de gemeente of wanneer zij in de velddienst staan, iets aan zullen hebben. Af en toe kunnen er aan de toehoorders vragen worden gesteld over punten in het toegewezen materiaal die in praktijk gebracht kunnen worden.
RAADGEVING: Raad zal altijd na afloop van de vergadering aan de leerling persoonlijk gegeven worden. Wanneer dit raadzaam schijnt, kunnen hiervoor meer dan twee minuten gebruikt worden. De persoonlijke raad over lezing No. 4 zou algemene indrukken kunnen omvatten met betrekking tot de wijze waarop de studie geleid werd. Gebruik alleen die aspecten op het Raadgevingenbriefje die werkelijk van toepassing zijn op iemand die een bijbelstudie leidt.
HET VOORBEREIDEN VAN LEZINGEN: Als het materiaal dit mogelijk maakt, dienen lezingen een goed uitgewerkt thema te hebben. Kies een thema waardoor het materiaal binnen de toegestane tijd zo goed mogelijk behandeld kan worden. Houd bij het voorbereiden van alle lezingen de punten in gedachten die volgens het Raadgevingenbriefje aan de beurt zijn.
TIJDSBEPALING: Geen enkele lezing mag over tijd gaan, en dat geldt ook voor de opmerkingen door de schoolopziener. De lezingen No. 2 tot en met 5 dienen tactvol onderbroken te worden wanneer de tijd om is. Als de schoolopziener iemand aanstelt om het „stopteken” te geven, behoort die persoon erover ingelicht te worden hoe belangrijk het is om dit stopteken altijd te geven wanneer een lezing over tijd gaat. Indien de spreker die de instructielezing houdt, over tijd gaat, dient hem persoonlijk raad gegeven te worden. Allen dienen zorgvuldig op hun tijdsbepaling te letten zodat de Theocratische School in haar geheel niet over tijd zal gaan.
SCHRIFTELIJKE OVERZICHTEN: Van tijd tot tijd zal er een schriftelijk overzicht worden gehouden. Neem, om je hierop voor te bereiden, in hoofdzaak het materiaal uit si, lp en hs nog eens door en lees het toegewezen bijbelgedeelte uit. Tijdens dit 30 minuten durende overzicht mag alleen de bijbel worden gebruikt. De rest van het uur zal worden besteed aan een bespreking van de vragen en antwoorden. Iedere leerling zal zijn eigen papier nazien en de schoolopziener zal zich er bij het voorlezen van alle antwoorden op toeleggen de vragen die het moeilijkst waren, goed te doen uitkomen, waarbij hij de nadruk legt op de belangrijkheid van nauwkeurige kennis en de aanwezigen vraagt de leerboeken op te slaan bij die plaatsen waar de antwoorden te vinden zijn. Als de plaatselijke omstandigheden het om een of andere reden noodzakelijk maken, mag het schriftelijk overzicht een week later gehouden worden dan op het schema staat aangegeven.
GROTE EN KLEINE GEMEENTEN: Gemeenten waar 50 of meer leerlingen voor de school staan ingeschreven, willen er wellicht regelingen voor treffen dat aparte groepjes leerlingen de op het schema vermelde lezingen voor andere raadgevers houden. Laat de leerlingen over de verschillende ruimten rouleren. Waar dit noodzakelijk is, mogen zusters elke lezing houden op de wijze zoals voor lezing No. 3 is aangegeven.
AFWEZIGEN: Alle gemeenteleden kunnen hun waardering voor deze school tonen door, indien mogelijk, iedere week aanwezig te zijn, hun toewijzingen goed voor te bereiden en vragen te beantwoorden die worden gesteld. Wanneer een leerling die een lezing moet houden, niet aanwezig is, mag een vrijwilliger de toewijzing behartigen, terwijl hij, naar de mate dat hij zich op zo’n korte termijn daartoe in staat voelt, de toepassing van het materiaal doet uitkomen. Of de schoolopziener mag de stof behandelen en, wanneer dit passend is, de zaal laten meedoen.
SCHEMA
7 jan. Schriftelijk overzicht. Lees 1 Kronieken 1 tot 29 uit
14 jan. Bijbellezen: 2 Kronieken 1 tot 4
No. 1: si blz. 79 §1 tot blz. 84 §36. „2 Kronieken.”
No. 2: 2 Kronieken 1:1-12.
No. 3: so 60B „Waarom lijden wij ten gevolge van Adams zonde?”
No. 4: lp blz. 165 §21 tot blz. 168 §27.
No. 5: g77 8/3 blz. 26-28.
21 jan. Bijbellezen: 2 Kronieken 5 tot 8
No. 1: w74 blz. 444-446. „In welke tempel kan God gevonden worden?”
No. 2: 2 Kronieken 6:12-21, 32, 33.
No. 3: so 60E „Aan wie dienen wij onze zonden te belijden?”
No. 4: lp blz. 168 §1 tot blz. 172 §10.
No. 5: g77 8/5 blz. 27-29.
28 jan. Bijbellezen: 2 Kronieken 9 tot 12
No. 1: pa blz. 93 §8 tot blz. 95 §14; ns blz. 133 §1 tot blz. 134 §3. „Jerobeam en Rehabeam.”
No. 2: 2 Kronieken 9:1-9, 12, 23, 24.
No. 3: so 59A „Wat is de ziel?”
No. 4: lp blz. 173 §11 tot blz. 177 §18.
No. 5: g77 22/5 blz. 27-29.
4 febr. Bijbellezen: 2 Kronieken 13 tot 16
No. 1: si blz. 269 §1 tot blz. 276 §32. „Een bezoek aan het beloofde land.”
No. 2: 2 Kronieken 13:8-20.
No. 3: td 18C „Is occultisme gevaarlijk?”
No. 4: lp blz. 178 §19 tot blz. 181 §25.
No. 5: g77 8/6 blz. 3-5.
11 febr. Bijbellezen: 2 Kronieken 17 tot 20
No. 1: g70 22/8 blz. 27, 28. „Josafat.”
No. 2: 2 Kronieken 20:5-12, 22-25.
No. 3: td 21C „Wie is voor de wereldweeën verantwoordelijk?”
No. 4: lp blz. 182 §1 tot blz. 185 §9.
No. 5: g77 8/7 blz. 3, 4.
18 febr. Bijbellezen: 2 Kronieken 21 tot 24
No. 1: ns blz. 136 §10 tot blz. 164 §73. „Elia.”
No. 2: 2 Kronieken 24:15-25.
No. 3: td 21G „Hoe lang zullen de goddelozen voorspoed genieten?”
No. 4: lp blz. 185 §10 tot blz. 187 §16.
No. 5: g77 8/7 blz. 27, 28.
25 febr. Bijbellezen: 2 Kronieken 25 tot 28
No. 1: 2 Kronieken 26 en aanvullend naslagmateriaal, „Uzzía”.
No. 2: 2 Kronieken 25:5-16.
No. 3: td 20G „Waarom is het zo belangrijk om getuigenis af te leggen van de waarheid?”
No. 4: lp blz. 188 §17 tot blz. 192 §24.
No. 5: g77 22/7 blz. 27-29.
4 maart Schriftelijk overzicht. Lees 2 Kronieken 1 tot 28 uit
11 maart Bijbellezen: 2 Kronieken 29 tot 32
No. 1: 2 Kronieken 29:1–31:21 en aanvullend naslagmateriaal, „Hizkía”.
No. 2: 2 Kronieken 32:5-9, 16-22.
No. 3: td 2A „Zal God ooit een eind aan goddeloosheid maken?”
No. 4: hs blz. 5 §1 tot blz. 7 §6.
No. 5: w78 15/6 blz. 5-9.
18 maart Bijbellezen: 2 Kronieken 33 tot 36
No. 1: w71 blz. 555 §8 tot blz. 556 §11. „Josía.”
No. 2: 2 Kronieken 33:1-13.
No. 3: td 10B „Wast de doop onze zonden af?”
No. 4: hs blz. 7 §7 tot blz. 11 §15.
No. 5: w77 blz. 476-478.
25 maart Bijbellezen: Ezra 1 tot 3
No. 1: si blz. 85 §1 tot blz. 87 §18. „Ezra.”
No. 2: Ezra 3:6-13.
No. 3: td 6G „Hebben christenen het ’Oude Testament’ nodig?”
No. 4: hs blz. 12 §16 tot blz. 14 §21.
No. 5: w77 blz. 451-455.
1 april Bijbellezen: Ezra 4 tot 6
No. 1: w69 blz. 103 §9 tot blz. 106 §22. „Ballingschap.”
No. 2: Ezra 6:1-13.
No. 3: td 5A „Waarom neemt u geen bloedtransfusie?”
No. 4: hs blz. 16 §1 tot blz. 19 §9.
No. 5: w77 blz. 669-671.
8 april Bijbellezen: Ezra 7 tot 10
No. 1: si blz. 299 §7 tot blz. 300 §16. „Canon — Hebreeuwse Geschriften.”
No. 2: Ezra 9:1-12.
No. 3: td 8C „Hoe weet u dat Jezus niet in de winter werd geboren?”
No. 4: hs blz. 20 §10 tot blz. 22 §15.
No. 5: w77 blz. 515-517.
15 april Bijbellezen: Nehemía 1 tot 4
No. 1: si blz. 88 §1 tot blz. 91 §19. „Nehemía.”
No. 2: Nehemía 4:7-20.
No. 3: td 31D „Was Petrus Jezus’ opvolger?”
No. 4: hs blz. 23 §16 tot blz. 25 §22.
No. 5: w77 blz. 547, 548.
22 april Bijbellezen: Nehemía 5 tot 7
No. 1: w73 blz. 204-211. „De geestelijke tempel.”
No. 2: Nehemía 6:1-13.
No. 3: td 17A „Is ons gedrag nu echt zo belangrijk?”
No. 4: hs blz. 26 §23 tot blz. 30 §32.
No. 5: w78 1/9 blz. 13-15.
29 april Bijbellezen: Nehemía 8 tot 10
No. 1: el hoofdstuk 8. „Zeventig weken.”
No. 2: Nehemía 9:4, 9-21.
No. 3: td 33B „Dient het kruis bij aanbidding te worden gebruikt?”
No. 4: hs blz. 30 §33 tot blz. 32 §38.
No. 5: w77 blz. 652-654.
6 mei Schriftelijk overzicht. Lees 2 Kronieken 29 tot Nehemía 10 uit
13 mei Bijbellezen: Nehemía 11 tot 13
No. 1: si blz. 277 §1 tot blz. 282 §34. „Tijd en de Heilige Schrift.”
No. 2: Nehemía 13:15-18, 23-31.
No. 3: td 9B „Leeft de ziel voort na de dood?”
No. 4: hs blz. 34 §1 tot blz. 37 §7.
No. 5: w77 blz. 643, 644.
20 mei Bijbellezen: Esther 1 tot 5
No. 1: si blz. 91 §1 tot blz. 94 §8. „Esther.”
No. 2: Esther 4:6-17.
No. 3: td 39A „Wat kan er worden gedaan aan jeugdmisdaad?”
No. 4: hs blz. 37 §8 tot blz. 42 §18.
No. 5: w78 15/1 blz. 3-5.
27 mei Bijbellezen: Esther 6 tot 10
No. 1: w77 blz. 509-511. „Perzië.”
No. 2: Esther 6:1-13.
No. 3: td 13D „Bestaan er werkelijk goddeloze geesten?”
No. 4: hs blz. 42 §19 tot blz. 46 §26.
No. 5: w78 15/4 blz. 27, 28.
3 juni Bijbellezen: Job 1 tot 4
No. 1: si blz. 95 §1 tot blz. 100 §43. „Job.”
No. 2: Job 2:1-13.
No. 3: td 50A „Waarom past u uitsluiting uit de gemeenschap toe?”
No. 4: hs blz. 46 §27 tot blz. 50 §34.
No. 5: w77 blz. 739, 740.
10 juni Bijbellezen: Job 5 tot 9
No. 1: w68 blz. 728-731. „Satan.”
No. 2: Job 6:14-30.
No. 3: td 12A „Waarom gebruiken de Getuigen geen verdovende middelen als genotmiddel?”
No. 4: hs blz. 50 §35 tot blz. 54 §42.
No. 5: w78 1/1 blz. 28-30.
17 juni Bijbellezen: Job 10 tot 13
No. 1: w76 blz. 71-84. „Soevereiniteit.”
No. 2: Job 13:1-19.
No. 3: td 1A „Zal de mens de aarde uiteindelijk vernietigen?”
No. 4: hs blz. 56 §1 tot blz. 58 §7.
No. 5: g78 22/8 blz. 3-5.
24 juni Bijbellezen: Job 14 tot 17
No. 1: g76 8/2 blz. 8-11. „Opstanding.”
No. 2: Job 16:1-17.
No. 3: td 14A „Stamt de mens van een aapachtig dier af?”
No. 4: hs blz. 59 §8 tot blz. 62 §14.
No. 5: w78 15/5 blz. 3-6.
1 juli Schriftelijk overzicht. Lees Nehemía 11 tot Job 17 uit
8 juli Bijbellezen: Job 18 tot 21
No. 1: si blz. 282 §1 tot blz. 292 §30; zie ook w76 blz. 620-622. „De plaats der gebeurtenissen in de stroom des tijds.”
No. 2: Job 19:1-9, 20-26.
No. 3: td 52A „Hoe kunnen valse profeten worden geïdentificeerd?”
No. 4: hs blz. 62 §15 tot blz. 65 §22.
No. 5: g78 22/6 blz. 5-8.
15 juli Bijbellezen: Job 22 tot 25
No. 1: si blz. 298 §1 tot blz. 303 §26. „De bijbel en zijn canon.”
No. 2: Job 24:13-25.
No. 3: td 22C „Waarom is neutraliteit zo belangrijk voor christenen?”
No. 4: hs blz. 66 §23 tot blz. 70 §33.
No. 5: w78 1/6 blz. 3, 4.
22 juli Bijbellezen: Job 26 tot 30
No. 1: si blz. 304 §1 tot blz. 311 §31. „De Hebreeuwse tekst van de Heilige Schrift.”
No. 2: Job 29:1-18.
No. 3: td 23D „Hoe bezien christenen liefdadigheid?”
No. 4: hs blz. 71 §34 tot blz. 74 §42.
No. 5: w78 15/6 blz. 3-5.
29 juli Bijbellezen: Job 31 tot 34
No. 1: g68 22/5 blz. 5-8. „Elihu.”
No. 2: Job 33:8-13, 21-25; 34:10-12.
No. 3: td 19C „Staat God tegenwoordig achter gebedsgenezers?”
No. 4: hs blz. 74 §43 tot blz. 78 §51.
No. 5: w78 15/8 blz. 3, 4.
5 aug. Bijbellezen: Job 35 tot 37
No. 1: si blz. 314 §1 tot blz. 319 §32. „De christelijke Griekse tekst van de Heilige Schrift.”
No. 2: Job 37:1-14, 23, 24.
No. 3: td 25A „Gaan niet alle goede mensen naar de hemel?”
No. 4: hs blz. 79 §1 tot blz. 82 §11.
No. 5: w78 1/9 blz. 3, 4.
12 aug. Bijbellezen: Job 38 tot 42
No. 1: gh blz. 60-70. „Schepping.”
No. 2: Job 42:1-17.
No. 3: td 24E „Wordt een vurige hel niet bewezen door de gelijkenis van de rijke man en Lazarus?”
No. 4: hs blz. 83 §12 tot blz. 86 §19.
No. 5: w78 15/9 blz. 3-5.
19 aug. Bijbellezen: Psalm 1 tot 9
No. 1: si blz. 101 §1 tot blz. 106 §32. „Psalmen.”
No. 2: Psalm 2:1-12.
No. 3: td 4A „Vormen beelden een hulp voor ware aanbidding?”
No. 4: hs blz. 87 §20 tot blz. 90 §28.
No. 5: w78 1/10 blz. 3-5.
26 aug. Bijbellezen: Psalm 10 tot 17
No. 1: ep les 4, blz. 22-27. „Hebreeuws.”
No. 2: Psalm 11:1-7; 15:1-5.
No. 3: td 27A „Is intergeloof de weg naar eenheid?”
No. 4: hs blz. 91 §29 tot blz. 95 §38.
No. 5: g77 8/8 blz. 27-29.
2 sept. Schriftelijk overzicht. Lees Job 18 tot Psalm 17 uit
9 sept. Bijbellezen: Psalm 18 tot 21
No. 1: si blz. 319 §1 tot blz. 326 §30. „De bijbel in de tegenwoordige tijd.”
No. 2: Psalm 19:1-14.
No. 3: td 51C „Leiden alle religies tot redding?”
No. 4: hs blz. 96 §39 tot blz. 101 §50.
No. 5: g77 8/10 blz. 26-29.
16 sept. Bijbellezen: Psalm 22 tot 27
No. 1: si blz. 326 §1 tot blz. 330 §21. „Voordelen van de Nieuwe-Wereldvertaling.”
No. 2: Psalm 22:1-18.
No. 3: td 28G „Is Jehovah slechts de God van de joden?”
No. 4: hs blz. 102 §1 tot blz. 106 §8.
No. 5: g77 22/8 blz. 27-29.
23 sept. Bijbellezen: Psalm 28 tot 33
No. 1: si blz. 331 §1 tot blz. 337 §27. „De archeologie ondersteunt het geïnspireerde verslag.”
No. 2: Psalm 31:1-16.
No. 3: td 29A „Wat is de oorsprong van Jehovah’s Getuigen?”
No. 4: hs blz. 106 §9 tot blz. 109 §17.
No. 5: g77 8/9 blz. 26-29.
30 sept. Bijbellezen: Psalm 34 tot 37
No. 1: si blz. 337 §1 tot blz. 342 §25. „De bijbel — authentiek en waar.”
No. 2: Psalm 34:1-22.
No. 3: td 30E „Zijn wij gered wanneer we in Jezus geloven?”
No. 4: hs blz. 110 §18 tot blz. 113 §27.
No. 5: g77 22/9 blz. 27-29.
7 okt. Bijbellezen: Psalm 38 tot 41
No. 1: w78 1/4 blz. 17-23. „In getrouwheid volharden.”
No. 2: Psalm 41:1-13.
No. 3: td 41B „Is de oordeelsdag een tijd van verschrikking?”
No. 4: hs blz. 114 §28 tot blz. 118 §36.
No. 5: g77 22/10 blz. 27-29.
14 okt. Bijbellezen: Psalm 42 tot 47
No. 1: w78 1/5 blz. 4-8. „Het in stand houden van de gezinskring.”
No. 2: Psalm 45:1-17.
No. 3: td 32A „Waarom spreekt u zoveel over Gods koninkrijk?”
No. 4: hs blz. 119 §1 tot blz. 121 §7.
No. 5: g77 8/11 blz. 27-29.
21 okt. Bijbellezen: Psalm 48 tot 54
No. 1: w78 1/6 blz. 13-19. „’Het koninkrijk van onze Heer en van zijn Christus’ neemt de macht over.”
No. 2: Psalm 48:1-14.
No. 3: td 34A „Wat wordt bedoeld met ’het einde der wereld’?”
No. 4: hs blz. 122 §8 tot blz. 124 §14.
No. 5: g77 22/11 blz. 27-29.
28 okt. Bijbellezen: Psalm 55 tot 60
No. 1: w78 1/8 blz. 4-13. „Jehovah’s Naam.”
No. 2: Psalm 58:1-11.
No. 3: td 57C „Is het houden van de Tien Geboden voldoende?”
No. 4: hs blz. 125 §15 tot blz. 130 §25.
No. 5: g77 8/12 blz. 27-29.
4 nov. Schriftelijk overzicht. Lees Psalm 18 tot 60 uit
11 nov. Bijbellezen: Psalm 61 tot 67
No. 1: w78 1/10 blz. 12-15. „Hoe belangrijk is christelijke vrijgevigheid?”
No. 2: Psalm 62:1-12.
No. 3: td 36B „Is eeuwig leven werkelijk mogelijk?”
No. 4: hs blz. 131 §26 tot blz. 135 §36.
No. 5: g77 22/12 blz. 27-29.
18 nov. Bijbellezen: Psalm 68 tot 70
No. 1: w78 15/8 blz. 11-15. „Waar zijn die verzen gebleven?”
No. 2: Psalm 69:1-10, 19-21.
No. 3: td 35D „Wanneer men zegt: ’Ik krijg lectuur van mijn eigen kerk.’”
No. 4: hs blz. 137 §1 tot blz. 140 §8.
No. 5: g78 8/1 blz. 27-29.
25 nov. Bijbellezen: Psalm 71 tot 74
No. 1: w78 1/9 blz. 16-21. „Neem met Jezus Christus vreugdevol deel aan Jehovah’s werk.”
No. 2: Psalm 72:1-20.
No. 3: td 26E „Maakt het iets uit met wie christenen trouwen?”
No. 4: hs blz. 140 §9 tot blz. 145 §18.
No. 5: g78 22/1 blz. 27-29.
2 dec. Bijbellezen: Psalm 75 tot 78
No. 1: w78 1/9 blz. 28-31. „Christelijke ’werken’ — Wat omvatten ze?”
No. 2: Psalm 75:1-10; 76:1-5.
No. 3: td 38D „Kunnen heiligen een hulp voor u zijn?”
No. 4: hs blz. 145 §19 tot blz. 150 §27.
No. 5: g78 8/2 blz. 28-36.
9 dec. Bijbellezen: Psalm 79 tot 85
No. 1: w78 15/9 blz. 8-11. „Menselijke regeringen verbrijzeld door Gods koninkrijk.”
No. 2: Psalm 81:1-16.
No. 3: td 40A „Is God onpartijdig?”
No. 4: hs blz. 150 §28 tot blz. 152 §32.
No. 5: g78 8/4 blz. 27-29.
16 dec. Bijbellezen: Psalm 86 tot 89
No. 1: w78 15/9 blz. 16-21. „Waardering voor de heiligheid van leven en bloed.”
No. 2: Psalm 89:3, 4, 19-37.
No. 3: td 49B „Moeten wij bevreesd zijn voor vervolging?”
No. 4: hs blz. 153 §33 tot blz. 155 §38.
No. 5: g78 22/4 blz. 27-29.
23 dec. Bijbellezen: Psalm 90 tot 96
No. 1: w78 15/9 blz. 22-27. „Vastbesloten met betrekking tot leven en bloed.”
No. 2: Psalm 91:1-16.
No. 3: td 54A „Is de levensloop van mensen voorbeschikt?”
No. 4: hs blz. 156 §39 tot blz. 158 §44.
No. 5: g78 8/5 blz. 27-29.
30 dec. Bijbellezen: Psalm 97 tot 103
No. 1: w78 15/9 blz. 12-15. „Meer ’werkers’ nodig — Kunt u een aandeel hebben?”
No. 2: Psalm 100:1-5; 101:1-8.
No. 3: td 44A „Zijn voor God sommige rassen superieur?”
No. 4: hs blz. 159 §45 tot blz. 161 §48.
No. 5: g78 22/5 blz. 27-29.