Jullie dienstvergaderingen
WEEK DIE OP 9 JULI BEGINT
Congres
Voor deze week is geen programma verschaft vanwege het congres in Rotterdam.
WEEK DIE OP 16 JULI BEGINT
8 min: Lied 36. Plaatselijke mededelingen.
15 min: „Wat voor gezin heb jij?” Te behandelen door middel van vragen en antwoorden.
20 min: „Verricht jij met heel je ziel dienst voor God? Een ouderling zal dit in de vorm van een lezing met zaalbespreking behandelen; hij kan hiervoor onderstaande vragen gebruiken. Ten einde goed voorbereid te zijn, kan de ouderling in zijn eigen exemplaar van „Schenkt aandacht aan uzelf en aan de gehele kudde” van tevoren de bladzijden 41-43, en in or de bladzijden 104, 105, 130 en 131 doorlezen. (1) Wat is met heel je ziel verrichte dienst? Dienst verrichten met heel je ziel houdt in dat je heel je ziel, met inbegrip van je hart, geest (verstand) en kracht, ja, iedere vezel van je bestaan gebruikt. (2) Kunnen onvolmaakte mensen met heel hun ziel dienen? Jezus zou niet iets van ons verlangen als wij er niet zouden kunnen voldoen (Mark. 12:30). (3) Hoe houdt Jezus’ illustratie van de zaaier in Matthéüs 13 verband met het evangelisatiewerk en de kwestie van het met onze hele ziel dienst verrichten? (4) Is het redelijk om te concluderen dat zolang wij maar iets in Jehovah’s dienst doen, wij met heel onze ziel dienen? Waarom is het gevaarlijk om zelfvoldaan te worden? (Openb. 3:1, 2, 15, 16; Luk. 21:34-36) (5) Welke omstandigheden dienen tegenwoordig derhalve in aanmerking genomen te worden wanneer wij beschouwen wat mensen in hun dienst voor God doen?
12 min: „Het goede nieuws aanbieden — Door aan iedereen een abonnement aan te bieden.” Behandel dit onderdeel door middel van vragen en antwoorden.
5 min: Lied 115 en gebed.
WEEK DIE OP 23 JULI BEGINT
10 min: Lied 5. Plaatselijke mededelingen. Financieel overzicht.
15 min: Brief bijkantoor en Vragenbus. Bespreek dit onderdeel met de zaal door middel van vragen en antwoorden.
15 min: Wat is goed leesmateriaal voor je kinderen? Zie Ontwaakt! van 22 juli 1978. Dit kan in de vorm van een lezing worden behandeld, maar betrek de toehoorders bij de bespreking.
15 min: Het van-huis-tot-huiswerk in onze gemeente. Zet de regelingen uiteen die de gemeente voor de velddienstbijeenkomsten heeft. Als de ouderlingen bepaalde wijzigingen in gedachten hebben, maak deze dan bekend. Vertel hoeveel verkondigers gewoonlijk van deze regelingen gebruik maken. Hebben alle boekstudiegroepen dergelijke velddienstbijeenkomsten? Hebben ouderlingen, na een overzicht van de situatie, suggesties om deelname aan het van-huis-tot-huiswerk te bevorderen? Bespreek deze dingen met jullie gemeente.
5 min: Lied 65 en gebed.
WEEK DIE OP 30 JULI BEGINT
10 min: Lied 90. Mededelingen van blz. 3 en plaatselijke mededelingen.
23 min: „In de vreugde van de van-huis-tot-huisprediking delen.” Vraag-en-antwoordbespreking. Bespreek in verband met par. 9 hoe de aanbieding voor augustus gedaan zou kunnen worden. Het zou goed zijn om met de toehoorders enkele gesprekspunten te behandelen. Door dit goed voor te bereiden, zullen de fijne suggesties die naar voren worden gebracht de broeders en zusters duidelijk voor ogen blijven staan en een werkelijke hulp voor het predikingswerk zijn. Enkele van deze gesprekspunten zouden door een goed voorbereide verkondiger gedemonstreerd kunnen worden. Houd de demonstratie in een realistische setting en doe een beroep op het hart.
22 min: De bijbel lezen met het gezin. Het bijbelgedeelte dat we nu gaan lezen en bespreken, heeft ten doen gebeurtenissen op 16 Nisan, de dag van Jezus’ opstanding, te beschouwen en in het bijzonder de vijf keren te identificeren dat Jezus op die dag aan zijn volgelingen verscheen. Laat de demonstratie worden opgevoerd door een gezinsgroep van wie jullie weten dat ze echt geestelijk gezind zijn. Het kan ook een gezinsgroep zijn, aangevuld met bijvoorbeeld grootouders of anderen die daar vaak komen en met wie zij dergelijke dingen samen doen. Laat verschillende personen de schriftplaatsen lezen, maar laat het duidelijk uitkomen dat één of twee personen in het gezin zich erop hebben voorbereid de bespreking te leiden en de anderen te helpen begrijpen in welke volgorde de gebeurtenissen op 16 Nisan zich hebben voorgedaan, misschien door naarmate de bespreking voortgang vindt, aanvullende details naar voren te brengen die met de stof verband houden. (1) Verschijnt aan de vrouwen wanneer dezen wegrennen om aan de apostelen te vertellen wat de twee engelen bij het graf tegen hen gezegd hebben (Matth. 28:1-10; Luk. 24:4, 5). (2)Aan Maria Magdalena bij het graf, nadat Petrus en Johannes waren weggegaan (Joh. 20:3-18). (3) Aan de twee discipelen die naar het dorp Emmaüs op weg waren (Luk. 24:13-32). (4) Toen de twee discipelen naar Jeruzalem terugkeerden, vernamen zij van degenen die daar vergaderd waren dat Jezus ondertussen aan Petrus was verschenen (Luk. 24:33-35). (5) Ten slotte aan al degenen die uit vrees achter gesloten deuren bijeengekomen waren (Luk. 24:36-43). Moedig de broeders er tot besluit toe aan het lezen van de bijbel tot een geregeld onderdeel van het gezinsschema te maken.
5 min: Lied 87 en gebed.
WEEK DIE OP 6 AUGUSTUS BEGINT
10 min: Lied 86. Plaatselijke mededelingen. Gemeentebericht over juli.
20 min: „Help hen de dienst weer op te nemen.” Dit onderdeel kan ten dele als een lezing behandeld worden, maar betrek de toehoorders veelvuldig in de bespreking. Bij par. 1 kun je, behalve dat je de daarin naar voren gebrachte gedachten bespreekt, de toehoorders vragen: „Wat heeft jullie in het bijzonder vreugde geschonken in de jaren dat jullie Jehovah nu dienen?” Bij par. 4 kun je, naast een bespreking van de daar genoemde gedachten, de toehoorders vragen: „Welke andere dingen zouden volgens jullie voor inactieve personen een hulp kunnen zijn om de dienst weer op te nemen?”
25 min: Wordt navolgers van God. Dit onderdeel, waarvoor heel wat voorbereiding nodig is, dient aan een bekwame ouderling te worden toegewezen. Het zou goed zijn aanvullende vragen voorhanden te hebben en zich er van tevoren grondig van te vergewissen wat de toepassing van de genoemde schriftplaatsen is. Als hulp bij zijn voorbereiding kan hij in zijn exemplaar van „Schenkt aandacht aan uzelf en aan de gehele kudde” de bladzijden 7-14 doornemen.
Jehovah is een voortreffelijk voorbeeld voor de mens in ieder aspect van het leven (Ef. 5:1). Wij zullen Zijn voorbeeld op de volgende drie terreinen bestuderen: (1) Jehovah, de Grootse Onderwijzer, (2) Jehovah, de Grote Evangelieprediker, die op het wereldomvattende predikingswerk toeziet, (3) Jehovah, een God die rechtvaardigheid liefheeft en een God van barmhartigheid. Nodig de toehoorders uit commentaar te geven over de manieren waarop wij Jehovah op deze terreinen kunnen navolgen.
(1) Jehovah, de Grootse Onderwijzer: Nooit is de mensheid zonder leiding van Jehovah geweest. Adam ontving instructies voor het onderwerpen van de aarde. De profeten en priesters van Israël bleven Jehovah’s volk onderwijzen (Neh. 8:7, 8). Ook Jezus stond bekend om de meesterlijke wijze waarop hij onderwees (Matth. 7:28). Jezus zelf zei echter: „Wat ik leer, is niet van mij” (Joh. 7:16; 8:38). Welke voorzieningen heeft Jehovah getroffen om zijn volk in deze tijd te onderwijzen? Wat leren wij van Jezus over de wijze waarop Jehovah onderwijst?
(2) Jehovah, de Grote Evangelieprediker: Jehovah voorzag in goed nieuws voor de mens toen hij de eerste profetie in Genesis 3:15 uitsprak. Er werd geprofeteerd dat Jezus „de zachtmoedigen goed nieuws [zou] vertellen” (Jes. 61:1). Het goede nieuws (evangelie) zou „op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt” (Matth. 24:14). Jehovah is voor het predikingswerk verantwoordelijk (2 Tim. 4:17). Als wij bemerken dat wij in ons predikingswerk verslappen, wat kunnen wij dan doen? Wat dient onze drijfveer te zijn? Waarom dienen wij stappen te doen om verbeteringen aan te brengen?
(3) Jehovah heeft gerechtigheid lief en betoont barmhartigheid: Hoe werd er in Eden zowel gerechtigheid als barmhartigheid aan de dag gelegd? Merk op hoe deze eigenschappen bij Jehovah volmaakt met elkaar in evenwicht zijn (Ex. 34:6, 7). De losprijsvoorziening is op gerechtigheid gebaseerd (1 Tim. 2:6). Hoe kunnen wij deze eigenschappen aan de dag leggen in onze omgang met: (a) Degenen met een zwak geweten? (b) Degenen die ons mogelijk hebben gekrenkt? (c) Jongere leden van de gemeente?
Door Jehovah na te volgen, stellen wij ons de voortreffelijkste persoon in het universum ten voorbeeld. Wij delen het verlangen van de psalmist om ’onze Maker te aanbidden en ons voor hem neer te buigen’. — Ps. 95:6, 7.
5 min: Lied 41 en gebed.