Waardeer jij jouw bezitting?
1 Verheug jij je momenteel over je bezit? Is dit hetzelfde bezit dat Gods getrouwe dienstknecht David vreugde schonk? Over dat bezit schreef David: „Jehovah is het deel van wat mij toebedeeld is en van mijn beker. . . . de meetsnoeren zijn voor mij in aangename plaatsen gevallen. Werkelijk, mijn eigen bezitting is mij goed bevallen.” — Ps. 16:5, 6.
2 Merk op dat David ’het deel van wat hem toebedeeld was’ in de Allerhoogste God vond. Zijn kostbare bezit was dat hij in een goedgekeurde verhouding tot Jehovah stond en in staat was hem te dienen. Voor hem was dat hem toebedeelde deel bijzonder aangenaam. Anders dan de trouweloze „mensen van dit samenstel van dingen” bouwde David zijn leven niet rond materiële bezittingen op. Wat werkelijk bij hem telde, was dat hij zich altijd van Jehovah’s aanwezigheid bewust was. Wanneer hij ’s morgens wakker werd, placht hij zijn gedachten op de Allerhoogste God te richten. Het schonk David voldoening te weten dat Jehovah altijd met hem was, gereed om hem te hulp te komen. — Ps. 17:14, 15.
KOMT JEHOVAH’S DIENST OP DE EERSTE PLAATS?
3 Hoe staat het met ons in deze tijd? Bezien wij, net als David, onze verhouding tot Jehovah en onze dienst voor hem als een van onze beste bezittingen? Wordt dit weerspiegeld in het feit dat wij ons druk bezig houden met voortreffelijke werken, met inbegrip van de Koninkrijksprediking en het maken van discipelen? Of worden wij afgeleid door de dagelijkse zorgen van het leven, door amusement, de een of andere hobby of iets anders waarnaar onze belangstelling uitgaat? Als je kunt kiezen tussen iets wat je persoonlijk erg graag wil doen en andere dingen in verband met de gemeente, zoals in de velddienst staan, met het schoonmaken van de Koninkrijkszaal helpen of een ziek lid van de gemeente bezoeken of iets dergelijks, wat doe je dan? Winnen je persoonlijke verlangens het vaak? Heb je tijd om naar je favoriete televisieprogramma te kijken of een roman te lezen, maar krijg je het eenvoudig niet voor elkaar de bijbel of op de bijbel gebaseerde publikaties te lezen? Besteed je op een zaterdagmiddag uren aan lichamelijke training of ontspanning, maar vind je dat er ’s ochtends geen tijd voor velddienst is omdat er andere dingen gedaan moeten worden? Of pas je bereidwillig je schema van bezigheden op zo’n manier aan dat je, na je van andere noodzakelijke dingen gekweten te hebben, het grootste deel van de resterende tijd aan het helpen van mensen binnen en buiten de gemeente kunt besteden?
4 Eén bijzonder belangrijke manier waarop wij personen buiten de gemeente kunnen helpen, is door een aandeel te hebben aan de Koninkrijksprediking en het maken van discipelen. Natuurlijk kan niemand voor ons persoonlijk bepalen hoeveel tijd wij aan deze activiteit dienen te besteden. Maar zou het voor iemand die Jehovah werkelijk liefheeft logisch zijn te denken dat zijn inzet voor het werk van Jehovah er niet op aan komt zolang hij maar iets doet terwijl hij eigenlijk veel meer kan doen? Zou iemand kunnen zeggen dat hij waardering heeft voor het voorrecht God en Christus te kunnen dienen terwijl hij in werkelijkheid meer tijd aan een hobby of iets anders plezierigs besteedt dan aan geestelijke bezigheden? Geeft hij dan werkelijk het beste wat hij bezit? — Vergelijk Maleachi 1:8.
5 In erkenning van het feit dat wij aan God en Christus rekenschap zullen moeten afleggen, doen wij er goed aan te onderzoeken hoe wij onze tijd gebruiken. (Rom. 14:10; 2 Kor. 5:10; vergelijk Lukas 12:35-40, 47, 48.) Wij hebben verkozen hen te dienen, en hebben bijgevolg onschatbare voordelen ontvangen, waaronder vergeving van onze zonden, goddelijke hulp en leiding, en de belofte van eeuwig leven. De manier waarop wij onze tijd besteden, dient dus overeen te stemmen met hetgeen wij hebben toegezegd te doen en dient blijk te geven van waardering voor hetgeen Jehovah God en Jezus Christus voor ons gedaan hebben. Wij kunnen onszelf afvragen: Zou ik voor het aangezicht van God willen staan en mijn bericht van voortreffelijke werken aan een onderzoek willen laten onderwerpen? Ben ik bereid om net als David te bidden: „Onderzoek mij, o Jehovah”? — Ps. 26:2.
6 Misschien beseffen wij dat we onze tijd niet zo goed gebruikt hebben, zodat wij er wellicht bevreesd voor zijn om nu onderzocht te worden. Mocht dit het geval zijn, dan dienen wij er ernstig over te denken in de toekomst verbeteringen aan te brengen. Onze liefde voor Jehovah en Jezus Christus behoort ons ertoe te bewegen hen met onze gehele ziel te dienen. Als wij doen wat wij redelijkerwijs kunnen, zullen wij geen reden hebben een zorgvuldig onderzoek van ons bericht als christenen te vrezen. In feite zullen wij verheugd zijn wanneer ons bericht van voortreffelijke werken in ogenschouw wordt genomen, in het vertrouwen dat Jehovah ons zal belonen. — Hebr. 6:10.
7 Ja, wij willen als David zijn en vreugde putten uit onze verhouding tot Jehovah en onze dienst voor hem. Als wij dit als een kostbaar bezit blijven bezien, kunnen wij ernaar uitzien als goedgekeurde dienstknechten voor de oordeelstroon van onze Meester, Jezus Christus, en derhalve ook voor het aangezicht van Jehovah God te staan.