Jullie dienstvergaderingen
WEEK DIE OP 14 MEI BEGINT
10 min: Lied 93. Brief van het bijkantoor.
25 min: Lezing en bespreking met zaal om te laten uitkomen dat communicatie met onze broeders belangrijk is. Ouderling houdt lezing van 10 minuten over onderstaand materiaal en heeft bespreking met zaal over de opgegeven vragen.
(10 min:) Als Jehovah’s dienstknechten zien we de noodzaak in van duidelijke en liefdevolle communicatie met elkaar. Wanneer tussen gezinsleden, familieleden, mededienstknechten of vrienden de communicatie ontbreekt, wordt er heel wat angstige spanning gevoeld. Wanneer we daarentegen de vruchten van de geest aankweken, merken we dat de communicatie veel gemakkelijker gaat en is het leven ook prettiger. De duidelijke raad uit de Schrift is dat er geen „klassenonderscheid” onder broeders dient te bestaan (Jak. 2:1-9). Geef jij je broeders reden om jou maar liever niet te benaderen? Heb je je van sommigen in de gemeente afgezonderd? (Spr. 18:1) Als je in de gemeente te weinig liefde voelt, toon je dan zelf wel liefde? Als we vinden dat we er moeite mee hebben communicatie met anderen te hebben, is het dan niet beter eerst bij onszelf een onderzoek in te stellen voordat we de schuld op anderen schuiven? Als we bij een dergelijk onderzoek ontdekken dat we in enig opzicht te kort schieten, wat kunnen we dan doen om verbetering aan te brengen? Eén ding is de Schrift ten aanzien van dit onderwerp te onderzoeken en dan de raad die ons speciaal aangaat, ook eerlijk op onszelf toe te passen (Mark. 11:25; Kol. 3:13; Spr. 6:20-22; Rom. 14:19).
(15 min:) Laat zaal commentaar geven op de volgende vragen waarbij thema wordt beklemtoond dat wij gaarne bereid dienen te zijn met een ontvankelijke geest te luisteren naar wat onze broeders te zeggen hebben. Insgelijks zouden wij graag zien dat onze broeders naar ons luisteren wanneer wij hun wat trachten te zeggen. (1) Hoe kan onze reactie op suggesties of raad er de oorzaak van zijn dat er gebrek aan communicatie tussen broeders bestaat? Welke suggesties zouden er gegeven kunnen worden om communicatie op deze terreinen te verbeteren? (Jak. 1:19, 20; Ef. 4:26; Spr. 15:1, 2, 4) (2) Hoe kunnen de volgende schriftuurplaatsen verkondigers helpen hun communicatie met andere leden van de gemeente te verbeteren wanneer vanwege verschillen in persoonlijkheid problemen rijzen? (Spr. 17:9; Pred. 7:8, 9; Matth. 7:12; 5:23, 24; 1 Joh. 4:20, 21) (3) Hoe kan het voor alle betrokkenen heilzaam zijn wanneer ouderlingen bereid zijn van anderen in de gemeente suggesties te aanvaarden? (Spr. 15:31; Rom. 12:16; Ezech. 24:16a) (4) Hoe houdt het de kudde sterk wanneer ouderlingen onderling vrijelijk en onbelemmerd contact hebben over zaken die de fysieke en geestelijke behoeften van de gemeente betreffen? (1 Kor. 12:25, 26; Ps. 146:7-9) Besluit met Romeinen 8:28.
15 min: Congresgangers in actie! Warme van-hart-tot-hartbespreking van het inlegvel „Congresgangers in actie” tot aan kopje „Mensen ontmoeten mensen”.
10 min: Bespreking over het werk met het traktaat. Een groepje verkondigers is op het podium en een van hen demonstreert een korte traktaataanbieding. De bewoner reageert gunstig. De voorzitter vraagt de anderen wat er nu gedaan zou kunnen worden. Iemand uit het groepje zegt dat de gelegenheid gunstig is om een gesprek te beginnen. De verkondiger doet dit en de reactie van de huisbewoner wordt nog gunstiger. Wat nu? Iemand anders van het forum geeft de suggestie het „Leven”-boek aan te bieden en te proberen een studie te beginnen. In verband met de tijd wordt dit niet gedemonstreerd maar de voorzitter bespreekt met het groepje welke goede punten naar voren zijn gekomen. De voorzitter moedigt aan deze maand op gesprekken en het oprichten van bijbelstudies uit te zijn. Ook op tijdschriftendag kan in combinatie met de tijdschriften met het traktaat gewerkt worden. Lied 84 en gebed.
WEEK DIE OP 21 MEI BEGINT
20 min: Lied 111. Plaatselijke mededelingen. Lezing met enige zaaldeelname, over artikel „Wat doe je met je tijdschriften?” Moedig de toehoorders bij de eerste paragraaf aan te vertellen wat zij werkelijk met tijdschriften hebben gedaan, niet noodzakelijkerwijze wat zij eigenlijk gedaan zouden moeten hebben; kleineer niet. Bouw vervolgens waardering op voor praktische waarde van stof in tijdschriften. Moedig toehoorders aan de tijdschriften niet slechts te lezen maar de suggesties in par. 8 echt reëel te overdenken. Leid volgende onderdeel in als voorbeeld van de wijze waarop deze suggesties toegepast kunnen worden.
25 min: Levendige bespreking van artikel „Menslievendheid onontbeerlijk voor geluk” in de „Wachttoren” van 15 mei 1978. Laat een boekstudiegroep zich met het hele artikel vertrouwd maken, zodat zij voorbereid zijn om vanuit de zaal vrijuit commentaar te geven in plaats van zich slechts op van tevoren toegewezen vragen voorbereid te hebben.
Par. 1-3: Wat liefderijke goedheid is en hoe de vermelde ervaring dit illustreert. Zou je anders hebben gehandeld, of wat zou je hebben gedaan?
„In het alledaagse leven toegepast”: Vraag echtgenotes: Wat voor „kleine dingen” doet jullie man die jullie bijzonder waarderen? Echtgenoten: Welke blijken van vriendelijkheid van de zijde van jullie gezin waarderen jullie?
„In de christelijke gemeente”: Hoe dienen wij degenen te bezien die speciale hulp of speciale voorzieningen nodig hebben? Hoe kunnen wij hen helpen?
Gedeelte over „Voordelen”. Nodig toehoorders uit commentaar te geven.
Vraag: Hebben jullie genoten van hetgeen we zojuist gedaan hebben? Waarom zou je het met je gezin ook niet zo doen? Dring er bij de toehoorders op aan om datgene wat in de tijdschriften staat te lezen en te gebruiken.
15 min: Groepsbespreking op podium van inlegvel „Congresgangers in actie” vanaf „Mensen ontmoeten mensen” tot aan „Zul jij deel uitmaken van . . .”. Bij wijze van samenvatting kunnen na deze groepsbespreking twee of drie vragen aan de zaal gesteld worden waardoor de hoofdgedachten beklemtoond worden. Lied 55 en gebed.
WEEK DIE OP 28 MEI BEGINT
15 min: Lied 96. Hoe belangrijk is het om terug te gaan?
Een groot en belangrijk deel van ons werk bestaat uit het maken van discipelen (Matth. 28:19, 20). Interview kort enkele plaatselijke verkondigers die werden geholpen doordat iemand hen geduldig bleef nabezoeken.
Geef kort commentaar over het aantal nabezoeken dat de gemeente de afgelopen maand gebracht heeft. Hoeveel verkondigers hebben gedurende vier van de afgelopen zes maanden nabezoeken gebracht? (Verkrijg cijfers via de gemeenteberichten.) Is het nodig grotere aandacht aan deze activiteit te schenken?
25 min: „Het goede nieuws aanbieden — Door nabezoeken te brengen.” Gebruik stof uit par. 1 en 2 voor korte inleiding.
In plaats van de paragrafen 3 en 4 eenvoudig te bestuderen, is het goed de gemeente te vragen: „Op grond waarvan beslissen jullie of je een persoon zult nabezoeken? Wanneer zou het nuttig kunnen zijn een persoon na te bezoeken zelfs als hij geen lectuur heeft genomen? Heeft iemand van jullie dat weleens gedaan? Welke tijd reserveren jullie op je schema om nabezoeken te brengen? Hoeveel van je velddiensttijd gebruik je om nabezoeken te brengen en bijbelstudies te leiden?”
Stel niet slechts vragen over de paragrafen 5-7 maar demonstreer het besluit van een van-huis-tot-huisbezoek, waarin getoond wordt hoe een van de suggesties toegepast kan worden. Vraag de toehoorders daarna om nog meer ideeën over (1) hoe de grondslag voor nabezoeken te leggen, (2) welke aantekeningen op hun van-huis-tot-huisrapport te maken, (3) welke voorbereidingen zij treffen, enzovoort.
Demonstreer paragraaf 8. Vraag toehoorders wat hun is opgevallen.
Werp probleem op: Wat te doen als de huisbewoner het te druk heeft? Demonstreer suggestie in paragraaf 9. Vraag toehoorders wat zij iemand zouden aanbevelen die er moeite mee heeft mensen thuis te treffen wanneer hij hen nabezoekt.
Maak hier een spontane bespreking van, waarbij je de gemeente hun ervaringen laat vertellen. Gebruik stof in artikel als basis voor de demonstraties en voor je eigen aanvullende commentaar.
20 min: Help personen met wie wij al enig contact hebben.
Geef commentaar op plaatselijke bezoekersaantal op afgelopen Gedachtenisviering. Gaan zij ermee voort belangstelling te tonen voor Jehovah’s voorziening voor leven? Kunnen wij hen helpen? Nodig de toehoorders uit commentaar te geven op volgende vragen:
Was iemand van je gezin aanwezig die gewoonlijk geen vergaderingen bezoekt? Wat kan er verder worden gedaan om zulke personen aan te moedigen? (Waarom zou je een van de ouderlingen niet uitnodigen om nu langs te komen, om het betreffende gezinslid beter te leren kennen en misschien een studie aan te bieden, als dat passend schijnt?)
Hoe kunnen wij personen helpen die het Avondmaal hebben bijgewoond en met wie wij geregeld studeren, maar die niet naar de vergaderingen zijn blijven komen? (Je zou het zo kunnen regelen dat de boekstudieleider hen bezoekt om hen voor hun vooruitgang te prijzen en aan te moedigen met de gemeente om te blijven gaan.)
Waren er enkelen aanwezig die vroeger met de gemeente verbonden waren en gedoopt zijn, maar nu niet langer actief zijn? Hoe zouden wij hen kunnen helpen? (Hebben zij wellicht weer studie nodig om hen geestelijk op te bouwen? Bied die hulp aan.)
Laten we plannen maken om deze week een aandeel aan het nabezoekwerk te hebben. Lied 31 en gebed.
WEEK DIE OP 4 JUNI BEGINT
10 min: Lied 65. Mededelingen en bespreking maandaanbieding.
20 min: Wat is onze instelling tegenover de prediking? Zaaldeelname.
Wat was de boodschap waar Jezus de nadruk op legde toen hij anderen getuigenis gaf? (Luk. 8:1) Welke boodschap zou volgens zijn profetie gedurende het besluit van het samenstel van dingen verkondigd worden? (Matth. 24:14) Gods voornemen is niet veranderd; de boodschap die verkondigd moet worden, is niet veranderd. Vraag aan zaal: Waarom is het van levensbelang voor de mensen in ons gebied dat wij de Koninkrijksboodschap blijven prediken? Waarom is het belangrijk voor onze eigen geestelijke gezindheid dat we hier niet onverschillig tegenover staan? (Openb. 3:14-16) Wie zouden het misschien heel erg fijn vinden als we hen uitnodigen met ons in de dienst te gaan, zoals de Brief van het bijkantoor (par. 2, 3) laat zien? Het feit dat we niet de datum kennen waarop de „grote verdrukking” zal beginnen, doet niets af aan de dringendheid. Vergeet niet wat in Openbaring 18:21 staat, en in Lukas 21:34-36. Laten wij allen ijverig zijn in onze dienst voor God.
15 min: „Congresgangers in actie”. Vurige en aansporende bespreking van laatste deel van inlegvel vanaf „Zul jij deel uitmaken van . . .”. Streef ernaar de gemeente ertoe te brengen het vaste besluit te willen nemen die speciale velddienstochtend met hun gehele ziel te ondersteunen. Het zal een groots getuigenis voor Jehovah’s Naam zijn.
15 min: „Persoonlijke doeleinden zijn nuttig”. Bespreking met zaal. Zorg dat enkelen erop zijn voorbereid iets te vertellen over het nut dat zij ervan hebben gehad zich doeleinden te stellen. Lied 106 en gebed.