Leg getuigenis af van de waarheid
1 In drie en een half jaar verrichtte Jezus enorm veel goede werken, uiteenlopend van het opwekken van doden tot het leggen van een fundament voor de christelijke gemeente. Toch was het doel van Jezus’ bediening opmerkelijk eenvoudig: ’Getuigenis afleggen van de waarheid.’ — Joh. 18:37.
2 Jezus getroostte zich heel wat moeite om zijn discipelen vele dingen over Jehovah te leren die zij niet eerder hadden geweten, waardoor hij hen bewust maakte van verantwoordelijkheden die ieder facet van hun leven raakten. Toch kon hetgeen er van hen werd gevraagd, samengevat worden in het gebod ’getuigenis af te leggen’ van de waarheid, door het leven dat zij leidden en door tegenover anderen uiting te geven aan hun geloof. — Joh. 15:27.
HET AAN DE CHRISTELIJKE GEMEENTE TOEGEWEZEN WERK
3 Het werk van de vroege christelijke gemeente weerspiegelde de belangrijkheid van Jezus’ gebod. Het is duidelijk dat alles wat een christen in zijn dagelijkse leven doet, een zodanig „getuigenis van de waarheid” moet zijn dat het anderen helpt de Koninkrijkshoop te aanvaarden. Daarenboven moeten wij de drang voelen „God altijd een slachtoffer van lof [te] brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken” (Hebr. 13:15). Hoewel zij bedreigd en beschimpt werden, verklaarden de apostelen: „Wij kunnen niet ophouden te spreken over de dingen die wij gezien en gehoord hebben.” — Hand. 4:20.
4 Met dat in gedachten maakt de gemeente plannen om januari, wanneer wij het abonnement op De Wachttoren aanbieden, tot een volle maand van activiteit te maken. Wanneer personen misschien geen jaarabonnement kunnen nemen, zou je een aanbieding kunnen doen van een abonnement voor zes maanden plus een boekje van ƒ 1,00 voor samen ƒ 4,50. Je zou hiermee wel eens veel succes kunnen hebben.
5 De uitgave van 15 januari bespreekt hoe alle mensen behoefte hebben aan troost. Je zou gedachten uit het beginartikel kunnen gebruiken om een gesprek op gang te brengen en dan de aandacht kunnen richten op de heel andere toestanden die de bijbel belooft, waarin ’de vroegere dingen niet in de geest zullen worden teruggeroepen en niet in het hart zullen opkomen’ (Jes. 65:17). Of misschien geef je er de voorkeur aan een ander onderwerp te gebruiken. Wij moedigen je in elk geval aan om voor je in de dienst uittrekt, iets voor te bereiden zodat „daardoor iets meegedeeld mag worden wat gunstig is voor de hoorders”. — Ef. 4:29.
6 De meesten van ons bemerken dat tijd een schaars artikel is. Wanneer je bekijkt hoe jouw beschikbare tijd deze maand gebruikt gaat worden, zie je dan dat een flink aandeel aan de Koninkrijksprediking hoog op jouw lijstje van prioriteiten staat of dreigt het als iets bijkomstigs verdrongen te worden? Bedenk dat tijd een van onze waardevolste bezittingen is en dat een verstandig gebruik ervan rechtstreeks te maken heeft met wat wij persoonlijk kunnen doen om het goede nieuws met anderen te delen.
7 De noodzaak om zowel door ons leven als door onze woorden te getuigen, blijft groter worden aangezien „de velden . . . wit zijn om geoogst te worden” (Joh. 4:35). Mensen raken meer en meer ontgoocheld en dienen dus de waarheid te horen te krijgen. Door ons krachtig in te spannen in de ’openbare bekendmaking ten overstaan van vele getuigen’, verzekeren wij ons van een ’stevige greep’ op vele rijke zegeningen. — 1 Tim. 6:11, 12.