Blijf het woord spreken
1 „Wat ons betreft, wij kunnen niet ophouden te spreken over de dingen die wij gezien en gehoord hebben.” Met deze moedige woorden zetten de apostelen Petrus en Johannes hun standpunt uiteen toen hun voor een gerechtshof werd gelast niet meer over Jezus te spreken. Satan zou graag zien dat het goede nieuws niet meer werd verbreid, maar christenen hebben de plicht het woord van God te blijven spreken. Daarom weigerden de apostelen hun prediking te staken. Zij baden ernstig: „Jehovah, schenk aandacht aan hun bedreigingen, en geef uw slaven dat zij met alle vrijmoedigheid uw woord blijven spreken.” Jehovah ondersteunde hen in dit spreken. — Hand. 4:20, 29, 31.
2 Naarmate de eerste-eeuwse christenen hun evangelisatiewerk voortzetten, werden zij bekwaam in het spreken tot anderen. In navolging van het voorbeeld van Jezus Christus spraken zij zowel op openbare plaatsen als binnenshuis met mensen ten einde het goede nieuws te verbreiden (Hand. hfdst. 3, 10, 17). Weet u nog hoe Filippus, de evangelieprediker, een gesprek met de Ethiopische eunuch begon door te vragen: „Weet gij eigenlijk wel wat gij leest?” (Hand. 8:30) Dit leidde ertoe dat de Ethiopiër Jezus als de Messías aanvaardde. Wat een schitterend werk werd er door doeltreffende gesprekken tot stand gebracht! Hoewel zij niet zoals wij thans over boeken en tijdschriften beschikten, werd het goede nieuws met de hulp van Jehovah’s geest tot alle delen van het Romeinse Rijk verbreid. De eerste christenen kenden de Schrift goed. Zij verwezen naar Gods Woord en deden er dikwijls rechtstreekse aanhalingen uit wanneer zij met de mensen over de waarheid spraken. Wat een voortreffelijk voorbeeld stelden zij!
GESPREKKEN IDENTIFICEREN ONS
3 Hoe staat het met ons in deze tijd? Voeren wij zowel in de velddienst als op andere geschikte tijden doeltreffende gesprekken met mensen over de waarheid? Zijn sommige mensen geneigd ons louter als lectuurverspreiders te bezien? Als wij het voorbeeld van Jezus en de eerste discipelen volgen, dient men ons te herkennen als onderwijzers, als evangeliepredikers, niet waar? Wij moeten bekendstaan als mensen die een boodschap van hoop en vertroosting hebben, als mensen die bereid zijn door middel van een interessant en doeltreffend gesprek inlichtingen met anderen te delen. In sommige landen beschikt Jehovah’s volk niet over publikaties die zij kunnen verspreiden; zij gebruiken echter wel de bijbel en spreken met anderen, dikwijls op openbare plaatsen. En het werk groeit.
4 Hoewel veel verkondigers er bedreven in zijn gesprekken over bijbelse onderwerpen aan te knopen, zijn er anderen die het op prijs zouden stellen suggesties te ontvangen over de wijze waarop zij hun bekwaamheid kunnen verbeteren. Om werkelijk doeltreffend te zijn, heeft men oefening en ervaring nodig, maar enkele suggesties kunnen nuttig blijken.
5 Allereerst dienen wij werkelijk geïnteresseerd te zijn in de mensen en hun welzijn. Daarom verbreiden wij immers het goede nieuws? Wij willen anderen helpen de waarheid te leren kennen opdat zij Jehovah kunnen aanbidden en zich in de gezegende beloften van zijn Woord kunnen verheugen (Rom. 10:13-15). Weerspiegel jij in je houding, je stemklank, je gelaatsuitdrukking en je woorden oprechte vriendelijkheid en belangstelling voor de huisbewoner? Dit vormt de sleutel van een doeltreffend gesprek.
6 Nog een hulpmiddel is, de gewoonten van de mensen, of dingen die voor de plaatselijke bevolking van speciaal belang zijn, in aanmerking te nemen. Dan kun je evenals Paulus dergelijke dingen tactvol in je gesprek opnemen (Hand. 17:22, 23, 28). Neem nota van plaatselijke gebeurtenissen die in de krant of over de radio worden vermeld. Actuele nieuwsberichten zijn doeltreffend voor het aanknopen van een gesprek, omdat de geest van de mensen zich met deze dingen bezighoudt en zij misschien ongedwongen hun reactie kenbaar zullen maken. Het zal ons ook helpen als wij leren hoe wij op een tactvolle wijze standpuntvragen kunnen stellen ten einde erachter te komen hoe de persoon denkt of waar zijn belangstelling naar uitgaat, waarbij wij voorzichtig moeten zijn dat wij geen in verlegenheid brengende vragen stellen. Is het gesprek eenmaal op gang gekomen, dan is het natuurlijk niet moeilijk het goede nieuws erin te verwerken. Houd altijd je doel in gedachten zodat het gesprek tot een getuigenis omtrent het Koninkrijk zal leiden.
VRAGEN KUNNEN EEN GESPREK OP GANG BRENGEN
7 Wat voor vragen zouden wij kunnen gebruiken om een gesprek aan te knopen? Hierbij dienen de soort van persoon en het gebied waarin wij werken, in aanmerking genomen te worden. Vragen die sommigen met succes in de velddienst hebben gebruikt, zijn:
Gelooft u dat een door mensen geschreven boek toch Gods boodschap aan de mensheid zou kunnen zijn?
Wat denkt u over de oorsprong van het leven? Vindt het leven zijn oorsprong bij een bron die hoger is dan de mens, en bij iemand aan wie wij verantwoording verschuldigd zijn?
Wat is volgens u het grootste probleem waar de mensheid tegenover staat?
Gelooft u dat wij ons thans in het beste van het leven kunnen verheugen en een zekere hoop voor de toekomst kunnen hebben zonder een nauwkeurige kennis van onze Maker (of levensbron) te bezitten?
Gelooft u dat religie een werkelijke kracht tot rechtvaardigheid in het leven van de mensen in deze tijd vormt?
Ziet u enig verband tussen de enorme achteruitgang van de moraal in de hedendaagse maatschappij en het onderwijs in evolutie op de scholen?
8 Deze vragen kunnen doeltreffend voor je blijken te zijn. Maar misschien vind je dat de mensen in jouw gebied door andere vragen of opmerkingen worden aangetrokken. Gebruik wat maar ook waardoor een gesprek op gang wordt gebracht. Heb behalve het uitkiezen van een vraag echter beslist enkele interessante feiten over het onderwerp in gedachten, alsook twee of drie schriftplaatsen die er betrekking op hebben. Dit is nodig om het gesprek gaande te houden. In „Vergewist u” vind je vele teksten.
9 Bedenk dat converseren een ’uitwisselen van gedachten’ is. Wij moeten werkelijk ook goede luisteraars zijn. Als wij een huisbewoner naar zijn zienswijze vragen, zijn wij ook werkelijk verplicht naar zijn zienswijze te luisteren, niet waar? Als wij luisteren, weten wij meer over hetgeen hij denkt en kunnen wij dit als basis gebruiken om een beroep op de huisbewoner te doen.
10 Wat dienen wij te doen indien de huisbewoner ons als een van Jehovah’s getuigen herkent en onmiddellijk zegt dat hij geen lectuur wil hebben? Misschien denkt de huisbewoner dat ons enige doel is, tijdschriften of boeken bij de mensen achter te laten. Tracht op tactvolle wijze een interessant gesprek te beginnen en aldus enkele waarheidszaden te planten. Tracht de huisbewoner wat schriftuurlijke waarheid te geven om over na te denken. Misschien kun je hem in een betere gemoedstoestand voor het volgende bezoek achterlaten. Lectuur, kan later gebruikt worden.
11 Probeer het. Begin onmiddellijk een gesprek aan te knopen met mensen die je in het van-huis-tot-huiswerk en op andere plaatsen ontmoet. Door wat aanmoedigende woorden tot de mensen te spreken waarover zij kunnen nadenken, zul je ook zelf aangemoedigd worden. Wanneer je aan het einde van elke dag nadenkt over hetgeen je hebt gedaan, zul je wanneer je gedurende die dag het goede nieuws aan iemand hebt verteld, een gevoel van voldoening en vreugde hebben. — Kol. 1:5, 6.