Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 9/75 blz. 7
  • Op een voortreffelijke wijze de leiding hebben

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Op een voortreffelijke wijze de leiding hebben
  • Koninkrijksdienst 1975
  • Vergelijkbare artikelen
  • Ouderlingen in de gemeente — ’hebt op een voortreffelijke wijze de leiding’!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Vader en ouderling — Beide rollen vervullen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Opzieners die de leiding nemen — De presiderende opziener
    Onze Koninkrijksdienst 1998
Meer weergeven
Koninkrijksdienst 1975
km 9/75 blz. 7

Op een voortreffelijke wijze de leiding hebben

1 In zijn uiteenzetting van de vereisten voor een ouderling zegt de bijbel dat hij onder meer voorbeeldig dient te zijn door ’op een voortreffelijke wijze de leiding over zijn eigen huisgezin te hebben’. Dat is redelijk, want als hij „zijn eigen huisgezin niet weet te leiden, hoe zal hij dan voor Gods gemeente zorg kunnen dragen?” (1 Tim. 3:4, 5) Natuurlijk dienen alle christelijke vaders, of zij nu opziener zijn of niet, de noodzaak ervan in te zien op een voortreffelijke wijze de leiding over hun gezin te hebben. Wat is daarbij betrokken?

2 Met betrekking tot zijn vrouw betekent het beslist dat hij een vriendelijke en liefdevolle echtgenoot zal zijn (Ef. 5:25, 28, 33). Als een man zijn vrouw op die wijze behandelt, zal zij — zelfs als zij een ongelovige is — dit waarschijnlijk met medewerking en genegenheid beantwoorden. Niettemin kan het in sommige gezinnen voorkomen dat een vrouw haar man tegenstaat of een immorele handelwijze volgt (Matth. 10:36). Betekent dit dat hij erin te kort schiet op een voortreffelijke wijze de leiding te hebben? Als de man oprecht en naar zijn beste vermogen Gods raad voor echtgenoten toepast, dient het feit dat zijn vrouw een slechte handelwijze verkiest te volgen niet als een tekortkoming van zijn zijde opgevat te worden (Jer. 3:20; Ezech. 16:8, 20). Wil een echtgenoot evenwel op een voortreffelijke wijze de leiding hebben, dan dient het duidelijk te zijn dat hij zijn best doet Gods raad toe te passen.

3 Wij kunnen begrijpen dat een vader die op een voortreffelijke wijze de leiding heeft, zichzelf inspant om zijn kinderen leiding te geven en voor hen te zorgen. Het vergt veel tijd en aandacht om hen op juiste wijze te onderrichten en hen te helpen Jehovah zowel lief te hebben als te vrezen en zich op een rechtschapen wijze te gedragen (Ps. 78:5-7; 34:11; Ef. 6:4). Hij kan hen niet veronachtzamen omdat hij er meer belangstelling voor heeft met andere mensen samen te werken of hen te helpen, of omdat hij meent dat zijn kinderen vanzelf wel „goed terecht zullen komen”.

4 Maar als een zoon of een dochter nu, ondanks zijn voortreffelijke krachtsinspanningen, een verkeerde daad begaat of volledig onhandelbaar wordt? Dat hoeft niet te betekenen dat de schuld bij de vader ligt. Enkelen van Jehovah’s geestelijke zonen kwamen in opstand en zijn eerste twee kinderen op aarde eveneens. En wij weten zeer beslist dat Jehovah niet onachtzaam was. Als een gezinslid van een opziener een verkeerde handelwijze gaat volgen, is de vraag dus: Tot in welke mate is de vader verantwoordelijk? Misschien was het kind, toen de ouders de waarheid leerden kennen, reeds een tiener en is hij of zij nooit een gelovige geworden. Heeft de vader alles gedaan wat redelijkerwijs van een christelijk gezinshoofd verwacht kon worden? Zo ja, dan zou het verkeerde gedrag van een of meer gezinsleden hem niet noodzakelijkerwijs ongeschikt maken voor het opzienerschap.

5 Wat strekt het Jehovah tot eer als christelijke gezinshoofden met succes op een voortreffelijke wijze de leiding hebben, zodat zij ’gelovige kinderen hebben die niet van losbandigheid te beschuldigen zijn noch weerspannig zijn’! (Tit. 1:6) Zulke zonen en dochters zijn een zegen van Jehovah en zij dragen ertoe bij dat Hij gezegend wordt. — Ps. 127:3-5.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen