Discipelen maken een christelijke opdracht
„Wij hadden er 275 op die avond”, en: „Wij hadden meer dan op het Avondmaal!” Dit waren enkele enthousiaste uitroepen die uit menige gemeente werden gehoord. Men was verbaasd en verheugd vanwege het enorme aantal bezoekers op de eerste speciale dienstvergadering in september. Duizenden belangstellenden hoorden de klemmende oproep om te beschouwen hoe zij er bij Jehovah voor staan. Er was reden voor deze oproep want de tijd dringt.
Hoe gaat het nu met deze bezoekers? Met hoevelen van hen leiden jullie een bijbelstudie? Het is duidelijk dat zelfs iemand die op die dienstvergadering aanwezig was niet uit zichzelf door zal gaan met de waarheid. Jezus stelde ons een inspannend werk voor ogen toen hij zei: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën” (Matth. 28:19). Aan hoevelen van degenen die op die bewuste avond aanwezig waren is positief een huisbijbelstudie aangeboden? Zou het niet kunnen zijn dat er in jullie gemeente nog tientallen personen op zo’n uitnodiging wachten? Sinds die vergadering is het nieuws uit de buitenwereld elke dag slechter geworden. Is dit niet precies wat honderden jaren geleden in de bijbel werd voorzegd? (Luk. 21:25, 26) Het teken van het einde gaat voor onze ogen in vervulling en iedereen die wil, kan het nu zonder enige moeite zien.
Wat kun jij doen?
Ben jij bereid om in de komende maanden ijveriger dan ooit bezig te zijn met het aanbieden en leiden van bijbelstudies? Wij leven in de allerlaatste periode van de oogsttijd en de donkere wolken van de tijd waarin niet meer geoogst kan worden, pakken zich samen. Als wij vurige belangstelling hebben voor onze medemensen dan zullen wij bewogen zijn met het verschrikkelijke lot dat miljarden mensen in de „grote verdrukking” wacht en zullen wij diep over het volgende willen nadenken.
Als jij het velddienstrapportje beschouwt dat je elke maand invult zie jij daar dan op staan dat je een bijbelstudie mag leiden? Zo niet, wat zou daar dan de reden voor kunnen vormen? Voel jij je niet bekwaam om een studie te leiden? Dat kan zijn maar beschouw eens wat Paulus tot de Korinthiërs zei: „Want gij ziet uw roeping, broeders, dat niet veel wijzen naar het vlees werden geroepen, niet veel machtigen, niet velen van edele geboorte; maar God . . . heeft de zwakke dingen der wereld uitgekozen om de sterke dingen te beschamen” (1 Kor. 1:26, 27). Geloof je niet dat Gods heilige geest ook door jou als eenvoudige getuige wonderen kan verrichten? Jezus zei: „[Mijn schapen] zullen naar mijn stem luisteren” (Joh. 10:16). Jij hoeft die stem alleen maar door je getuigenis en liefdevolle optreden te laten horen. Bovendien kun je er toch ook veel aan doen om je bekwaamheid te vergroten, niet waar? De vergaderingen helpen je daar geweldig bij. Bovendien kun je ook van anderen leren hoe je bijbelstudies kunt oprichten en leiden.
Voel je je misschien te oud om een bijbelstudie te leiden? Er zijn vele fijne ervaringen van oude mensen die studies leiden [yb74, blz. 250]. Zelfs gehandicapte personen leiden brief-studies of telefoon-studies. En bovendien, wie is werkelijk in deze tijd fysiek nog zo sterk dat hij of zij nergens last van heeft? Maar lees wat er staat geschreven: „Wie op Jehovah hopen, zullen nieuwe kracht verkrijgen. . . . Zij zullen rennen en niet mat worden” (Jes. 40:31). De apostel Paulus zei dat wij deze schat in aarden vaten hebben opdat zou blijken dat wij het niet uit onszelf kunnen (2 Kor. 4:7). Weer anderen denken misschien dat ze te jong zijn om een studie te leiden doch is dat werkelijk zo? Lees de fijne ervaringen op bladzijde 25 van Ontwaakt! van 22 september 1972 maar eens.
Nu wij zover zijn gekomen is het goed om de volgende vraag te beschouwen: „Verlang ik er werkelijk naar een studie te mogen leiden?” Denk dan niet aan eventuele handicaps die je hebt maar vertrouw volledig op Jehovah dat indien je werkelijk wilt, en Jehovah ernstig in gebed om een bijbelstudie vraagt, hij jou zal kunnen helpen. En mocht jou dan nog om de een of andere reden na een poosje het voorrecht niet beschoren zijn een bijbelstudie te leiden, nadat je zelf hard hebt gewerkt en elke mogelijke poging in het werk hebt gesteld, dan nog zal Jehovah jouw gebeden verhoren doordat hij je verlangende hart de vreugde zal geven die voortvloeit uit het feit dat jij je best doet en je liefde voor Jehovah en je naaste toont. En vergeet niet dat elk waarheidswoord dat jij tot iemand spreekt er zelfs toe kan leiden dat iemand anders daar een bijbelstudie mag gaan leiden.
Als wij ons werkelijk bewust zijn van de dringendheid van het reddingswerk dan zullen wij ijverige werkers van huis tot huis zijn en ijverige pogingen in het werk stellen om overal waar wij ons bevinden of overal waar wij heen gaan een gesprek over de waarheid te beginnen of lectuur achter te laten. Of wij een bijbelstudie, of meerdere bijbelstudies op die adressen zullen oprichten, hangt natuurlijk niet alleen van ons af. Velen zullen „neen” zeggen maar wij zoeken niet de velen die dat zeggen maar de enkelen die onze liefdevolle pogingen positief beantwoorden.
Wat kan de gemeente doen?
De gemeente is het door God in het leven geroepen kanaal om mensen die gered zullen worden, bijeen te vergaderen. De gemeente is dus verantwoordelijk voor het welzijn van alle personen die in het toegewezen gebied wonen. De gemeente is als een hen die haar kuikens bijeen wil vergaderen. Jezus drukte zich zo uit toen hij over het afvallige Jeruzalem sprak (Matth. 23:37). Kunnen wij niet verwachten dat de gemeente daarom erg veel belangstelling heeft voor de personen die op onze speciale dienstvergadering aanwezig waren? Hier is een speciaal terrein voor de ouderlingen van de gemeente en zeer in het bijzonder voor de bijbelstudieopziener. Weet hij bij wie van hen wellicht een studie is opgericht en hoe het met hen gaat? Het zal goed zijn er bij de verkondigers naar te informeren en hen aan te moedigen het niet moe te worden degenen die belangstelling hebben getoond, zo mogelijk verder te helpen.
De zorg die de gemeente voor belangstellende personen heeft gaat echter nog verder. De gemeente ziet de geïnteresseerde personen graag vorderingen maken. De bijbelstudieopziener wil goed op de hoogte zijn met alle personen bij wie een studie wordt geleid en misschien zal hij het daarom prettig vinden af en toe met de verkondigers over hun studie te spreken en als hij regelingen zou kunnen treffen om een keer mee te gaan, is dit zeer aan te raden. Hij zal daardoor nog beter in een positie zijn om jou en die geïnteresseerde persoon te helpen.
Duizenden stromen Jehovah’s organisatie binnen en zij moeten geholpen worden tot rijpheid te geraken (Hebr. 6:1). De beste hulp die gegeven kan worden is personen te helpen naar de gemeentevergaderingen te komen. In het Organisatie-boek staat op bladzijde 121 dat het goed is om pasgeïnteresseerde personen zodra het gelegen schijnt, uit te nodigen jou naar de vergaderingen te vergezellen. Daar is de plaats waar zij verder geholpen worden een krachtig standpunt voor de waarheid in te nemen. In de gemeente zullen zij geholpen worden in te zien dat Jehovah een organisatie op aarde heeft, een volk waarop zijn geest rust. Zij zullen zien dat de waarheid een levenswijze is en niet slechts uit een uur studie in hun eigen huis bestaat. Zij kunnen misschien al gauw geholpen worden hun studieprogramma uit te breiden tot het bezoeken van alle vergaderingen. De vriendelijkheid en aanmoediging van de broeders en zusters zal hen helpen zich voor de School te laten inschrijven en zij zullen de noodzaak gaan beseffen zich op de vergaderingen voor te bereiden. De correcte en liefdevolle omgang met de broeders en zusters zal hen helpen te begrijpen hoe Jehovah’s getuigen werkelijk geen deel van de wereld zijn en juist daarom zo gelukkig en vreugdevol zijn (Joh. 17:16). Zien jullie hoe noodzakelijk de gemeente is?
Het zal niet zo lang duren voordat personen die de vergaderingen bezoeken iets buitengewoon belangrijks gaan begrijpen, iets wat met het verkrijgen van eeuwig leven verband houdt. Paulus schreef aan de Romeinen dat niemand redding kan verkrijgen zonder in het openbaar getuigenis van zijn geloof af te leggen: „Want indien gij dat ’woord in uw eigen mond’, dat Jezus Heer is, in het openbaar bekendmaakt en in uw hart geloof oefent dat God hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij worden gered. Want met het hart oefent men geloof tot rechtvaardigheid, maar met de mond doet men een openbare bekendmaking tot redding” (Rom. 10:9, 10). In de gemeente van Jehovah’s volk zullen nieuwelingen dit leren en hiertoe aangespoord worden. Met welk uiteindelijke resultaat?
Zij die de juiste gezindheid voor het eeuwige leven bezitten (Hand. 13:48) zullen er tenslotte toe gebracht worden in het openbaar bekend te maken dat zij zich aan Jehovah hebben opgedragen en zij zullen zich voor de doop aanbieden. Is dit niet de volle omvang van Jezus’ opdracht? „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest” (Matth. 28:19). Wat een onuitsprekelijke zegen dit als een resultaat van jouw harde werk en de werking van Jehovah’s geest te mogen aanschouwen.
De gemeente zal er derhalve aandacht aan willen besteden hoe het er in dit opzicht voorstaat. Is de gemeente produktief wat het voortbrengen van nieuwe, gedoopte discipelen betreft? Beseffen de geïnteresseerde personen hoe noodzakelijk het is stappen te doen om werkelijk met God verzoend te raken? De speciale dienstvergadering in de maand september bracht krachtig onder de aandacht dat de tijd om dit te doen nog maar erg kort is. In De Wachttoren van 1 december 1974 wordt op bladzijde 724 in paragraaf 10 tot de geïnteresseerden gezegd: „Indien u de rechtvaardige verordeningen van Jehovah nog niet hebt leren kennen en als een levenswijze hebt leren aanvaarden, hebt u geen tijd te verliezen.” Daarom hebben wij er de nadruk op gelegd het bijbelstudiewerk en het maken van discipelen krachtig aan te pakken.
Laten wij allen, met het oog op de kortheid van de tijd en de ernstige situatie waarin de gehele mensheid verkeert, onze opdracht discipelen te maken als een ernstige doch buitengewoon vreugdevolle aangelegenheid bezien.