Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 12/73 blz. 3-6
  • Theocratische bedieningsschool voor 1974

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Theocratische bedieningsschool voor 1974
  • Koninkrijksdienst 1973
  • Onderkopjes
  • INSTRUCTIES
  • SCHEMA
Koninkrijksdienst 1973
km 12/73 blz. 3-6

Theocratische bedieningsschool voor 1974

INSTRUCTIES

In 1974 dient de theocratische bedieningsschool door alle gemeenten als volgt te worden gehouden.

STUDIEBOEKEN: De toewijzingen zullen gebaseerd zijn op de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, De Wachttoren [w], Schema’s voor toespraakjes [so] en de boeken „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” [si], Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool [sg], Jaarboek van Jehovah’s getuigen [yb] en Vergewist u van alles [ms].

MONDELING OVERZICHT: 5 minuten. De broeder die de voorgaande week de instructielezing heeft gehouden, zal niet meer dan tien vragen stellen over het materiaal dat hij besproken heeft uit sg of si. Allen mogen hieraan deelnemen.

INSTRUCTIELEZING: No. 1: 15 minuten. Dit dient niet slechts een samenvatting van het toegewezen materiaal te zijn. Het dient een goed uitgewerkte lezing met een zelfgekozen thema te zijn, die indien mogelijk aan ouderlingen of, wanneer dit noodzakelijk is, aan een bekwame dienaar in de bediening toegewezen zal worden. De stof dient niet oppervlakkig behandeld te worden, maar op een wijze die werkelijk leerzaam en nuttig is voor de gemeente. Indien de spreker die een lezing uit si voorbereidt de Engelse taal machtig is, zou het goed zijn de overeenkomende inlichtingen in Aid to Bible Understanding te lezen zodat de punten die hij brengt up to date zijn.

LEZING NO. 2: 6 minuten. Dit is een lezing waarbij de spreker het toegewezen materiaal in zijn eigen woorden voor de hele zaal behandelt, samenvat of verklaart. In de toepassing dient de waarde van de stof duidelijk te worden gemaakt.

Wanneer lezing No. 2 bijbelgedeelte is, wordt het toegewezen materiaal voorgelezen. De leestoewijzingen zijn kort genoeg zodat de leerling in zijn begin- en slotopmerkingen, en zelfs bij passende punten tussendoor, verklarende inlichtingen kan geven. Er kunnen punten in worden opgenomen zoals historische achtergrond, profetische of leerstellige betekenis, toepassing van beginselen en uitingen van waardering voor de wijsheid die in de tekst wordt weerspiegeld. De lezing dient zo te worden samengesteld dat alle toegewezen verzen werkelijk voorgelezen worden. De toegestane tijd dient volledig benut te worden.

LEZING NO. 3 EN 4: Elk 6 minuten. Indien mogelijk dienen deze lezingen toegewezen te worden aan een zuster, die het lezinkje zittend of staand zal houden. Hoewel de leerlingen in veel gevallen hoofdzakelijk aantekeningen en de bijbel zelf zullen gebruiken, kunnen zij, als dat passend is, passages of aanhalingen uit het toegewezen materiaal voorlezen. Er dient één assistent door de schoolopziener toegewezen te worden, maar er kunnen er nog meer gebruikt worden. De vorm waarin het gegoten wordt, kan betrekking hebben op situaties thuis, in de velddienst, de gemeente of elders; soms kan het eenvoudig een informeel gesprek zijn tussen gezinsleden of anderen. Het is het beste de situatie zo eenvoudig, praktisch en realistisch mogelijk te houden. Degene die de lezing houdt, kan het gesprek beginnen om de situatie te scheppen, of dit door de assistent(en) laten doen. Niet de setting maar de stof dient de voornaamste aandacht te krijgen.

Lezingen die op bijbelse of hedendaagse levenservaringen gebaseerd zijn, dienen in overeenstemming met het toegewezen thema behandeld te worden. Bij het vertellen van hedendaagse wil de leerling er wellicht een schriftplaats in verwerken, het verhaal vertellen en aantonen hoe wij persoonlijk van het fijne voorbeeld profijt kunnen trekken. Ook in lezingen die over bijbelse voorbeelden gaan, dient de toepassing van de stof op onze tijd gegeven te worden.

LEZING NO. 5: 6 minuten. Deze lezing dient bij voorkeur aan een broeder met enige ervaring toegewezen te worden en dient voor de gehele zaal te worden gehouden. Hoewel de spreker zijn lezing met behulp van aantekeningen zal houden, mag hij, als dit geschikt is, aanhalingen of treffende passages uit het toegewezen materiaal voorlezen. Het zal gewoonlijk het beste zijn wanneer de spreker zijn lezing voorbereidt met het publiek van een Koninkrijkszaal in gedachten, zodat de stof werkelijk leerzaam en nuttig zal zijn voor degenen die ernaar luisteren. Als de stof zich echter speciaal voor een andere praktische en passende setting leent, mag de spreker verkiezen zijn lezing dienovereenkomstig uit te werken. (Zie voor lezingen die over bijbelse of hedendaagse ervaringen gaan, paragraaf 2 onder „Lezing No. 3 en 4”.)

TOESPRAAKJES: Elk 5 minuten. Deze lezinkjes, die voor de avonden van het schriftelijk overzicht aan broeders of zusters worden toegewezen en uit so worden gehouden, dienen realistisch en praktisch te zijn. Er zullen zoveel punten behandeld worden als men in de toegestane tijdsduur doeltreffend kan bespreken. Het materiaal mag in elke logische volgorde worden behandeld en elke schriftplaats die bij een van de punten wordt aangehaald, mag worden gebruikt. De settingen kunnen variëren, zoals voor lezingen No. 3 en 4.

HET VOORBEREIDEN VAN LEZINGEN: Als het materiaal dit toestaat, dienen lezingen een goed uitgewerkt thema te hebben. Als er geen thema is toegewezen, kies dan een thema waardoor het materiaal zo goed mogelijk in de toegestane tijd behandeld kan worden. Houd bij het voorbereiden van alle lezingen de punten in gedachten die aan de beurt zijn op het raadgevingenbriefje. Wanneer er een setting wordt gekozen, probeer dan een setting te kiezen waardoor, als dat geschikt is, het praktische nut van het toegewezen materiaal getoond wordt.

RAADGEVING: Zorg ervoor niet meer dan twee minuten voor elke oefenlezing te gebruiken. Over elke oefenlezing zal specifieke raad worden gegeven, waarbij het programma van progressieve raadgeving wordt gevolgd dat onder aan het raadgevingenbriefje wordt uiteengezet. Waarderende opmerkingen over belangrijke punten die door sprekers werden behandeld en de waarde die de inlichtingen voor ons hebben, kunnen een hulp zijn om de aandacht van allen voornamelijk op de Schrift gevestigd te houden.

TIJDSBEPALING: Geen enkele spreker, noch de raadgever dient over tijd te gaan. Bij de lezingen No. 2 t/m 5 zal, indien nodig, een stopteken worden gegeven als de tijd verstreken is.

SCHRIFTELIJKE OVERZICHT: 30 minuten. Regelmatig zal er een schriftelijk overzicht worden gehouden. Neem, om je hierop voor te bereiden, in hoofdzaak het materiaal in ms, si en sg nog eens door en lees het toegewezen gedeelte voor persoonlijk bijbellezen uit. Tijdens het overzicht mag alleen de bijbel gebruikt worden. Wanneer de vragen en antwoorden worden voorgelezen, zal iedere leerling zal zijn eigen papier nazien. De week daarop zullen in het mondelinge overzicht enkele belangrijke punten van het schriftelijke overzicht behandeld worden. Als de plaatselijke omstandigheden het om de een of andere reden noodzakelijk maken, mag het schriftelijk overzicht een week later worden gehouden dan op het schema staat aangegeven.

GROTE EN KLEINE GEMEENTEN: Gemeenten waar vijftig of meer leerlingen voor de school staan ingeschreven, dienen er regelingen voor treffen dat aparte groepjes leerlingen de op het schema vermelde lezingen houden voor andere ouderlingen, indien dit mogelijk is. Laat de leerlingen over de verschillende ruimten rouleren. Waar dit raadzaam wordt geacht, mogen zusters elke lezing houden, waarbij zij dit tegenover iemand anders doen, zoals voor lezing No. 3 en 4 is aangegeven.

AFWEZIGHEID: Wanneer een leerling die een lezing moet houden, niet aanwezig is, zal een vrijwilliger de toewijzing behartigen, terwijl hij, naar de mate dat hij zich op zo’n korte termijn daartoe in staat voelt, de toepassing van het materiaal laat zien. Of de schoolopziener kan de stof behandelen en, wanneer dit passend is, de zaal laten meedoen.

SCHEMA

6 jan. Bijbellezen: Spreuken 1 tot 7

No. 1: si blz. 17 §33 tot blz. 19 §38

No. 2: ms blz. 267-273. „Buitengewone gebeurtenissen, in verleden en toekomst, betrekking hebbend op de verwezenlijking van Gods Koninkrijksvoornemen.”

No. 3: ms blz. 267-269. „Is het koninkrijk van God niet een goede hartetoestand onder de mensheid?”

No. 4: ms blz. 269-270 „Wie zijn de regeerders in Gods koninkrijk?”

No. 5: ms blz. 271-273. „Waarom dient het Koninkrijk de eerste plaats in uw leven in te nemen?”

13 jan. Schriftelijk overzicht. Lees Spreuken 1 tot 7 uit

Toespraakjes: so 55A en 55B

20 jan. Bijbellezen: Spreuken 8 tot 13

No. 1: sg blz. 100 §1 tot blz. 108 §21

No. 2: ms blz. 256-258. „Wat is vereist om kennis te verwerven die tot leven leidt?”

No. 3: ms blz. 260, 261. „Is een hogere schoolopleiding het voornaamste doel van jonge christenen?”

No. 4: ms blz. 276-278. „Handelt u met wijsheid in deze ’laatste dagen’?”

No. 5: ms blz. 259, 260. „Kennis brengt verantwoordelijkheid mee.”

27 jan. Bijbellezen: Spreuken 14 tot 19

No. 1: sg blz. 108 §1 tot blz. 113 §20

No. 2: ms blz. 488, 489. „De positie van een christen ten opzichte van de wetten en rechterlijke stelsels van de wereld.”

No. 3: ms blz. 279-282. „Twee vooruitzichten op eeuwig leven door middel van één voorziening mogelijk gemaakt.”

No. 4: ms blz. 489-493. „Het wetsverbond vervulde zijn doel en eindigde.”

No. 5: ms blz. 492, 493. „Beginselen en voorbeelden die aan de Wet ten grondslag liggen, zijn voor christenen van grote waarde.”

3 febr. Bijbellezen: Spreuken 20 tot 25

No. 1: sg blz. 113 §1 tot blz. 116 §16

No. 2: ms blz. 39, 40. „De verschillende kenmerken van het Avondmaal des Heren en hun betekenis.”

No. 3: ms blz. 278, 279 „Volg de lankmoedigheid van Jehovah na.”

No. 4: ms blz. 40, 41. „Wie neemt er in uw kerk deel aan het Avondmaal?”

No. 5: ms blz. 286-290. „Bezit u de liefde die Gods wet vervult?”

10 febr. Bijbellezen: Spreuken 26 tot 31

No. 1: sg blz. 116 §1 tot blz. 121 §28

No. 2: ms blz. 217, 218. „’Alleen in de Heer trouwen’ — een wet van God.”

No. 3: ms 296-298. „Wat leert de bijbel over de moeder van Jezus?”

No. 4: ms 220, 221. „Wanneer zijn man en vrouw niet langer één?”

No. 5: ms 218, 219. „Wat is een vereiste voor een eerbaar, gelukkig huwelijk?”

17 febr. Schriftelijk overzicht. Lees Spreuken 14 tot 31 uit

Toespraakjes: so 56A en 56B

24 febr. Bijbellezen: Prediker 1 tot 4

No. 1: si blz. 19 §1 tot blz. 20 §8

No. 2: ms blz. 299-301. „Is materialisme werkelijk een gevaar?”

No. 3: ms blz. 306-308. „Ik dacht dat Christus zelf het eerste misoffer gebracht heeft.”

No. 4: ms blz. 299, 300. „De bedrieglijke kracht van rijkdom.”

No. 5: ms blz. 302. „Materiële bezittingen of een geestelijke gezindheid — wat komt in uw leven op de eerste plaats?”

3 maart. Bijbellezen: Prediker 5 tot 8

No. 1: si blz. 20 §9 tot blz. 22 §18

No. 2: ms blz. 53. „Jehovah’s getuigen zijn geordineerde bedienaren van het evangelie.”

No. 3: ms blz. 47-50. „Kunt u in dit geval misschien barmhartigheid betonen?”

No. 4: ms blz. 50-52, 54, 55. „Wat bedoelt u daarmee, dat iedereen in uw gemeente een bedienaar van het evangelie is?”

No. 5: ms blz. 390-392. „Welke vooruitgang maakt u in uw groei tot rijpheid?”

10 maart. Bijbellezen: Prediker 9 tot 12

No. 1: si blz. 22 §19 tot blz. 23 §25

No. 2: ms blz. 311, 317, 318. „Dat Jehovah’s getuigen Gods koninkrijk voorstaan, maakt hen niet omverwerpend.”

No. 3: ms blz. 312, 313, 316, 317. „Waarom stemmen jullie niet of gaan jullie niet in dienst als goede burgers?”

No. 4: ms blz. 313-316. „Wat schuilt er voor kwaads in om de vlag te groeten of voor het zingen van het volkslied te gaan staan?”

No. 5: ms blz. 311, 312. „Het neutrale christelijke standpunt ten opzichte van politiek gezag.”

17 maart. Bijbellezen: Hooglied 1 tot 4

No. 1: si blz. 23 §26 tot blz. 24 §31

No. 2: ms blz. 166-168. „God verlangt vreugdevolle gehoorzaamheid.”

No. 3: ms blz. 168, 169. „Waarom zou ik me aan hem onderwerpen — hij is maar een mens.”

No. 4: ms blz. 345, 348. „Hoe kunt u zeggen dat uw organisatie niet door een mens bestuurd wordt?”

No. 5: ms blz. 346-349. „Reageert u gunstig op de leiding van Gods hemelse organisatie?”

24 maart. Bijbellezen: Hooglied 5 tot 8

No. 1: si blz. 277 §1 tot blz. 278 §13; blz. 279 §18 tot blz. 280 §22; blz. 282 §32-34

No. 2: ms blz. 340, 341. „Wat zijn de vereisten voor een opziener of een dienaar in de bediening?”

No. 3: ms blz. 453-455. „Bent u bereid de prijs voor vrede te betalen?”

No. 4: ms blz. 455, 456. „Wereldvrede — een realiteit in onze tijd.”

No. 5: ms blz. 342-344. „Hoe dient de opziener als een voorbeeld voor de kudde?”

31 maart. Schriftelijk overzicht. Lees Prediker 1 tot Hooglied 8 uit

Toespraakjes: so 56C en 56D

7 april. Bijbellezen: Klaagliederen 1 en 2

No. 1: sg blz. 122 §1 tot blz. 125 §21

No. 2: ms blz. 443, 447. „Christenen moeten vervolging verwachten.”

No. 3: ms blz. 443-445. „Vervolging neemt vele vormen aan.”

No. 4: ms blz. 445, 446. „Handhaaf juiste houding onder vervolging en u zult standhouden.”

No. 5: ms blz. 446, 447. „Gods toelating van vervolging is niet zonder nuttige resultaten.”

14 april. Bijbellezen: Klaagliederen 3 tot 5

No. 1: sg blz. 126 §1 tot blz. 130 §22

No. 2: ms blz. 147-149. „Juiste zaken om voor te bidden.”

No. 3: ms blz. 146, 147. „Zal God mijn gebed om vergeving verhoren?”

No. 4: ms blz. 144-147. „Leer pasgeïnteresseerden en kinderen te bidden.”

No. 5: ms blz. 144-146, 149. „Verhoort God de gebeden van allen?”

21 april. Bijbellezen: Genesis 1 tot 5

No. 1: sg blz. 130 §1 tot blz. 133 §20

No. 2: Genesis 3:1-19.

No. 3: ms blz. 358, 359. „Wat is het ’goede nieuws’ dat gepredikt moet worden?”

No. 4: ms blz. 350-361. „Hoe wordt jullie predikingswerk verricht? Zijn er velen die luisteren?”

No. 5: ms blz. 358. „Het goede nieuws prediken is een voorrecht.”

28 april. Bijbellezen: Genesis 6 tot 10

No. 1: sg blz. 134 §1 tot blz. 138 §21

No. 2: Genesis 6:1-22.

No. 3: ms blz. 357, 358, 362. „Toegerust om een prediker van het goede nieuws te zijn.”

No. 4: ms blz. 363, 364. „Het verschil tussen bijbelprofetieën en de voorspellingen van mensen.”

No. 5: ms blz. 363-370. „Vervulling van profetieën bewijst dat de bijbel geïnspireerd is.”

5 mei. Bijbellezen: Genesis 11 tot 15

No. 1: sg blz. 138 §1 tot blz. 141 §19

No. 2: Genesis 12:1-20

No. 3: ms blz. 370, 371. „De bijbel is niet ’uit de tijd’.”

No. 4: ms blz. 353-356. „Wat zegt de Schrift over predestinatie?”

No. 5: ms blz. 290, 291. „Hoe de mensheid van zonde en dood werd losgekocht.”

12 mei. Schriftelijk overzicht. Lees Klaagliederen 1 tot 5 en Genesis 1 tot 15 uit

Toespraakjes: so 57A en 57B

19 mei. Bijbellezen: Genesis 16 tot 20

No. 1: si blz. 281 §28-31.

No. 2: Genesis 19:1-17.

No. 3: ms blz. 431-434. „Als er geen vagevuur is, hoe worden wij van zonde gereinigd?”

No. 4: ms blz. 303-305. „Geeft de bijbel niet te kennen dat bepaalde rassen inferieur zijn aan andere?”

No. 5: ms blz. 292, 293. „Het doel en de voordelen van Christus’ losprijs.”

26 mei. Bijbellezen: Genesis 21 tot 24

No. 1: si blz. 25 §1 tot blz. 26 §10

No. 2: Genesis 21:1-21.

No. 3: ms blz. 386-388. „Hoe valse religie is begonnen en zich over de gehele aarde heeft verbreid.”

No. 4: ms blz. 383, 384. „Hoe weet u dat u de ware religie hebt?”

No. 5: ms blz. 389. „Men moet valse religie verlaten, wil men Gods goedkeuring genieten.”

2 juni. Bijbellezen: Genesis 25 tot 28

No. 1: si blz. 26 §11 tot blz. 28 §27

No. 2: Genesis 27:6-29.

No. 3: ms blz. 385, 386. „Ware aanbidding is een ’geopenbaarde’ religie.”

No. 4: ms blz. 57, 58. „Wat moet ik doen om van God vergeving te ontvangen?”

No. 5: ms blz. 55-57. „Berouw moet aan opdracht voorafgaan.”

9 juni. Bijbellezen: Genesis 29 tot 31

No. 1: si blz. 28 §28; blz. 29 §36-39

No. 2: Genesis 30:25-43.

No. 3: ms blz. 335, 336, 338. „Allen in de herinneringsgraven zullen te voorschijn komen.”

No. 4: ms blz. 337-340. „Wie trekken voordeel van de opstanding — Wanneer?”

No. 5: ms blz. 481, 482. „Hebt u het ’teken van de Zoon des mensen’ gezien?”

16 juni. Bijbellezen: Genesis 32 tot 36

No. 1: si blz. 28 §28 tot blz. 29 §35

No. 2: Genesis 34:1-19.

No. 3: ms blz. 480, 481 „Jezus’ wederkomst kan niet in het vlees geschieden.”

No. 4: ms blz. 481-483. „De wijze waarop de Heer wederkomt.”

No. 5: ms blz. 483, 484. „De wederkomst van Christus van invloed op de gehele mensheid.”

23 juni. Schriftelijk overzicht. Lees Genesis 16 tot 36 uit

Toespraakjes: so 58A en 58B

30 juni. Bijbellezen: Genesis 37 tot 40

No. 1: sg blz. 142 §1 tot blz. 148 §34

No. 2: Genesis 39:1-20.

No. 3: ms blz. 378-381. „Wat men moet doen om gered te worden.”

No. 4: ms blz. 381, 382. „Ik geloof dat iedereen uiteindelijk gered zal worden — u niet?”

No. 5: ms blz. 392-394. „De wetten van het sabbat-stelsel zoals die aan Israël gegeven werden.”

7 juli. Bijbellezen: Genesis 41 tot 43

No. 1: sg blz. 149 §1 tot blz. 153 §21

No. 2: Genesis 42:29 tot 43:14.

No. 3: ms blz. 395. „Wat Gods rust nu en in de toekomst voor christenen betekent.”

No. 4: ms blz. 200, 201. „’Uw naam worde geheiligd.’”

No. 5: ms blz. 201, 202. „De gemeente van God — geheiligd met een doel.”

14 juli. Bijbellezen: Genesis 44 tot 47

No. 1: sg blz. 153 §1 tot blz. 158 §24

No. 2: Genesis 44:14 tot 45:5.

No. 3: ms blz. 497. „De positieve zijde van zelfbeheersing.”

No. 4: ms blz. 496, 497. „Wilt u zonde vermijden? — beheers uw gedachten en gevoelens.”

No. 5: ms blz. 404, 405. „Wat is sjeool of hades?”

21 juli. Bijbellezen: Genesis 48 tot 50

No. 1: sg blz. 158 §1 tot blz. 163 §24

No. 2: Genesis 49:1-27.

No. 3: ms blz. 351-353. „In gebreke blijven persoonlijke geschillen bij te leggen is van invloed op iemands geloof.”

No. 4: ms blz. 351, 352. „Wat kunt u doen om uw broeder te winnen?”

No. 5: ms blz. 405-407. „Wie zijn naar hades gegaan? Wie zullen eruit terugkeren?”

28 juli. Schriftelijk overzicht. Lees Genesis 37 tot 50 uit

Toespraakjes: so 58C en 58D

4 aug. Bijbellezen: Exodus 1 tot 5

No. 1: si blz. 30 §1 tot blz. 31 §10

No. 2: Exodus 3:1-17.

No. 3: ms blz. 421. „Waarom een ’teken’ van Christus’ tegenwoordigheid nodig is.”

No. 4: ms blz. 422-425. „Het ’teken’ van Christus’ tegenwoordigheid gaat letterlijk in vervulling.”

No. 5: ms blz. 422-425. „Het werk van Gods volk — een treffend onderdeel van het ’teken’.”

11 aug. Bijbellezen: Exodus 6 tot 10

No. 1: si blz. 31 §11 tot blz. 33 §21.

No. 2: Exodus 8:28 tot 9:16.

No. 3: ms blz. 421-426. „Hoe heeft het ’teken’ van Christus’ tegenwoordigheid uw leven beïnvloed?”

No. 4: ms blz. 502, 503, 505. „Zal alle zonden vergeven worden?”

No. 5: ms blz. 504, 505. „Oefen geloof in Gods voorziening voor bevrijding van zonde en gevolgen ervan.”

18 aug. Bijbellezen: Exodus 11 tot 15

No. 1: si blz. 33 §22 tot blz. 34 §31

No. 2: Exodus 15:1-18.

No. 3: ms blz. 503. „Ik dacht dat de zonde van Adam en Eva was dat seksuele betrekkingen hadden.”

No. 4: ms blz. 498, 499. „Uw ziel — dat bent u.”

No. 5: ms blz. 321-323. „Jongeren: de ongehuwde staat schenkt grotere vrijheid in Gods dienst.”

25 aug. Bijbellezen: Exodus 16 tot 20

No. 1: si blz. 34 §32 tot blz. 35 §38.

No. 2: Exodus 20:1-21.

No. 3: ms blz. 498-500. „Leert de bijbel niet dat de menselijke ziel onsterfelijk is?”

No. 4: ms blz. 498, 499. „De ziel is niet hetzelfde als de geest.”

No. 5: ms blz. 294, 295. „Klassenonderscheid in de gemeente is God niet welgevallig.”

1 sept. Bijbellezen: Exodus 21 tot 25

No. 1: si blz. 36 §1 tot blz. 37 §9

No. 2: Exodus 21:33 tot 22:15.

No. 3: ms blz. 407, 408. „Waarom christenen tegen goddeloze geestenkrachten strijden.”

No. 4: ms blz. 409. „Hoe kan ik mijzelf tegen spiritistische invloed beschermen?”

No. 5: ms blz. 163. „Het gebruik van het woord ’geest’ in de Heilige Schrift.”

8 sept. Schriftelijk overzicht. Lees Exodus 1 tot 25 uit

Toespraakjes: so 59A en 59B

15 sept. Bijbellezen: Exodus 26 tot 30

No. 1: sg blz. 163 §1 tot blz. 167 §21.

No. 2: Exodus 28:22-39.

No. 3: ms blz. 163, 164. „Werkingen van Gods heilige geest.”

No. 4: ms blz. 416-418. „Als Satan de heerser van deze wereld is, waarom moet ik dan haar wetten gehoorzamen?”

No. 5: ms blz. 415, 416. „De Opperste Autoriteit verlangt absoluut gehoorzaamheid.”

22 sept. Bijbellezen: Exodus 31 tot 35

No. 1: sg blz. 168 §1 tot blz. 171 §22

No. 2: Exodus 32:1-19.

No. 3: ms blz. 418, 419. „Christenen die zich aan juiste autoriteit onderwerpen, ontvangen voordelen.”

No. 4: ms blz. 412-415. „Weet u hoe u moet studeren om tot geestelijke rijpheid voort te gaan?”

No. 5: ms blz. 500, 501. „Waarom ’zielsverhuizing’ niet waar kan zijn.”

29 sept. Bijbellezen: Exodus 36 tot 40

No. 1: sg blz. 172 §1 tot blz. 174 §13

No. 2: Exodus 35:30 tot 36:8.

No. 3: ms blz. 426-428. „Betaalt u in uw kerk tienden?”

No. 4: ms blz. 419-421. „Hoe kan uw religie de waarheid zijn als u niet in talen spreekt.”

No. 5: ms blz. 349, 350. „Is alle overlevering slecht?”

6 okt. Bijbellezen: Leviticus 1 tot 5

No. 1: sg blz. 175 §1 tot blz. 180 §29

No. 2: Leviticus 5:1-19.

No. 3: ms blz. 109, 110. „Teksten die door trinitariërs aangehaald worden, vormen geen werkelijke ondersteuning van de drieëenheid.”

No. 4: ms blz. 105-108. „De drieëenheid moet schriftuurlijk zijn — het is de ’centrale leerstelling’ van de christenheid.”

No. 5: ms blz. 330, 331. „De wapenen van onze oorlogvoering zijn niet vleselijk.”

13 okt. Bijbellezen: Leviticus 6 tot 10

No. 1: sg blz. 181 §1 tot blz. 187 §34

No. 2: Leviticus 10:1-20.

No. 3: ms blz. 329, 330. „Er zijn altijd oorlogen geweest en die zullen er ook altijd blijven.”

No. 4: ms blz. 190, 191. „God kan niet aansprakelijk gesteld worden voor goddeloosheid.”

No. 5: ms blz. 494-496. „Neemt u toe in wijsheid die tot leven leidt?”

20 okt. Schriftelijk overzicht. Lees Exodus 26 tot Leviticus 10 uit

Toespraakjes: so 60A en 60B

27 okt. Bijbellezen: Leviticus 11 tot 14

No. 1: si blz. 37 §10 tot blz. 40 §29

No. 2: Leviticus 11:26-47.

No. 3: ms blz. 194, 195. „Laat de voorspoed van de goddelozen u niet tot kwaaddoen verleiden.”

No. 4: ms blz. 192, 193. „Waarom God goddeloosheid heeft toegelaten.”

No. 5: ms blz. 470, 471. „Bent u een vrouw die voor zichzelf lof verwerft?”

3 nov. Bijbellezen: Leviticus 15 tot 19

No. 1: si blz. 40 §30 tot blz. 41 §34; ook „Wettelijke precedenten.”

No. 2: Leviticus 16:6-22.

No. 3: ms blz. 469, 470. „De plaats van de vrouw thuis en in de gemeente.”

No. 4: ms blz. 485, 486. „Wat gij ook doet, verricht uw werk met geheel uw ziel.”

No. 5: ms blz. 487, 488. „Toon vreugdevol uw geloof door middel van uw werken.”

10 nov. Bijbellezen: Leviticus 20 tot 24

No. 1: si blz. 269 §1 tot blz. 276 §32. (Laat §9-12, 17, 18, 24, 26 weg.)

No. 2: Leviticus 20:1-21

No. 3: w70 blz. 685 §17 tot blz. 686 §19. „Jezus Christus sprak en handelde onbevreesd.”

No. 4: w72 blz. 727 §2 tot blz. 728 §6. „Ziekte hield hem niet tegen.”

No. 5: w73 blz. 37 §4 tot blz. 38 §6. „Zij werd van kindsbeen af onderricht.”

17 nov. Bijbellezen: Leviticus 25 tot 27

No. 1: si blz. 270, 271, 274, 275, §9-12, 17, 18, 24, 26

No. 2: Leviticus 26:3-22.

No. 3: w72 blz. 588 §9 tot blz. 590 §7. „Hij bleef loyaal jegens Jehovah en zijn broeders.”

No. 4: w70 blz. 520 §11 tot blz. 521 §14. „Abraham en Sara lieten materiële gerieven achter.”

No. 5: yb73 blz. 92 §2 tot blz. 93 §3. „Ontberingen doen geen afbreuk aan vreugde.”

24 nov. Schriftelijk overzicht. Lees Leviticus 11 tot 27 uit

Toespraakjes: so 60C en 60D

1 dec. Bijbellezen: Numeri 1 tot 4

No. 1: sg blz. 188 §1 tot blz. 191 §13

No. 2: Numeri 1:1-19, 45-54.

No. 3: yb73 blz. 133 §4 tot blz. 135 §3. „Verbodsbepaling en gevangenschap brachten hem niet tot zwijgen.”

No. 4: w72 blz. 380 §1 tot blz. 381 §5. „Zij begon Jehovah in haar jeugd te dienen.”

No. 5: w69 blz. 562 §21 tot blz. 564 §25. „Jeremia volhardde getrouw.”

8 dec. Bijbellezen: Numeri 5 tot 8

No. 1: sg blz. 5 §1 tot blz. 6 §6

No. 2: Numeri 5:11-28.

No. 3: w72 blz. 472 §5 tot blz. 473 §6; blz. 475 §1-8. „De ongehuwde staat schonk hun grotere vrijheid om te dienen.”

No. 4: w72 blz. 262 §1-8. „Hij sprak vrijmoedig.”

No. 5: w72 blz. 340 §2-6; blz. 342 §4 tot blz. 343 §3. „Zij waren niet bevreesd te prediken.”

15 dec. Bijbellezen: Numeri 9 tot 13

No. 1: sg blz. 8 §13-16

No. 2: Numeri 11:4-23, 31-33.

No. 3: w70 blz. 684 §15 tot blz. 685 §16. „Daniël en zijn metgezellen waren moedig.”

No. 4: w69 blz. 560 §13 tot blz. 561 §15. „Jeremia werd door liefde gedreven.”

No. 5: yb73 blz. 55 §1 tot blz. 56 §2. „Tegenspoed ontmoedigde hem niet.”

22 dec. Bijbellezen: Numeri 14 tot 17

No. 1: sg blz. 11 §13 tot blz. 13 §20

No. 2: Numeri 14:1-24.

No. 3: yb73 blz. 88 §2 tot blz. 90 §2. „Zij dienden gelukkig ondanks moeilijkheden.”

No. 4: yb73 blz. 59 §1 tot blz. 60 §2. „Zij waren tevreden.”

No. 5: yb73 blz. 128 §2 tot blz. 129 §4. „Hij liet zich niet intimideren.”

29 dec. Bijbellezen: Numeri 18 tot 21

No. 1: sg blz. 14 §5 tot blz. 17 §10

No. 2: Numeri 20:1-13, 22-29.

No. 3: w71 blz. 380 §1-10. „Zij leerden de Koninkrijksbelangen op de eerste plaats stellen.”

No. 4: Jona 4:1-11. „Jona leerde wat barmhartigheid betekent.”

No. 5: w71 blz. 411 §6 tot blz. 412 §8. „Hij wilde prediken.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen