Onze vroege oogst uit het boek „Gods duizendjarige koninkrijk is nabij gekomen”
In het oude Israël was de oogsttijd een periode van grote vreugde. Die vreugde strekte zich uit over enkele maanden, want er was een vroege oogst van vlas, gerst en tarwe, gevolgd door de latere oogst van druiven, dadels, vijgen en olijven. Wij zouden dit beeld kunnen gebruiken om twee voorzieningen voor vreugde in verband met ons nieuwe boek Gods duizendjarige koninkrijk is nabij gekomen te illustreren.
Zoals op de afgelopen congressen is aangekondigd, zullen wij het boek gedurende de eerste week in november op de gemeenteboekstudies beginnen te bestuderen. Maar zelfs voordat wij op die wijze de voortreffelijke geestelijke dingen uit het nieuwe boek beginnen te oogsten, zullen wij er reeds profijt van kunnen trekken, en wel omdat er als het ware voor een vroege oogst is gezorgd. Wij zullen binnenkort snel door het hele boek heengaan in een serie van zeven openbare lezingen, die gedurende november en december gehouden zullen worden.
Je zult veel profijt van deze zeven lezingen hebben. Je ziet misschien eenvoudig geen kans om in de volgende paar maanden op je gemak het hele boek uit te studeren. Welke betere manier zou je dus kunnen vinden om een algemeen beeld van het boek te krijgen dan door er gedurende deze lezingen snel doorheen te gaan? En zal zo’n beschouwing „in vogelvlucht” bovendien niet een goede basis vormen voor je gedetailleerde beschouwing ervan naderhand, te beginnen in december, op de boekstudie? Hierdoor zal de boekstudie meer betekenis voor je hebben.
Nog een voordeel dat je van deze zeven lezingen zult hebben, houdt verband met je velddienst. In november zullen wij het nieuwe boek in het van-huis-tot-huiswerk verspreiden. Zie je dus hoe zelfs de eerste paar lezingen je reeds zullen helpen het boek met meer vertrouwen en enthousiasme aan te bieden? Je zult reeds op de hoogte zijn van enkele van de onderwerpen die erin staan en zult beseffen hoe belangrijk het is dat de mensen deze inlichtingen bezitten. Je zult zelfs in staat zijn specifieke gelijkenissen en bijbelhoofdstukken te noemen die in het boek behandeld worden.
Hoewel je misschien geen toewijzing ontvangt om de lezingen te houden, is er toch iets dat je van tevoren kunt doen en waardoor je geholpen zult worden het meeste profijt van deze „vroege oogst”, de zeven lezingen, te trekken. In elke lezing zal een specifiek gedeelte van de bijbel, misschien een bepaalde gelijkenis of een bepaald hoofdstuk, worden besproken. Waarom neem je je niet voor om dat bepaalde gedeelte gedurende de week die aan de lezing voorafgaat, misschien als een onderdeel van je persoonlijke bijbelleesprogramma of te zamen met je gezin door te lezen? Dan zal de lezing die over dat gedeelte handelt, des te meer waarde voor je hebben. Sommigen zullen misschien zelfs in staat zijn de hoofdstukken uit het nieuwe boek die in de lezing behandeld zullen worden, te lezen. Doe dit als je het kunt. De bijbelgedeelten en hoofdstukken van het boek die behandeld zullen worden, staan bij elk van de volgende schema’s vermeld. Elke week dient de voorzitter aan te kondigen wat de volgende week behandeld zal worden. Neem je eigen exemplaar van het boek mee naar de lezingen, zodat je de stof in het boek kunt volgen.
Sprekers
Zoals je in de onderstaande schema’s zult zien, wordt er in elke lezing behoorlijk wat materiaal, van twee tot vier hoofdstukken van het nieuwe boek, behandeld. Tracht niet alle punten uit de jou toegewezen hoofdstukken in je lezing te behandelen. Natuurlijk zal het nuttig zijn de hoofdstukken door te lezen om een algemeen beeld te krijgen. Het schema vestigt echter de aandacht op de belangrijkste gedeelten, en hierop dien je je in je lezing te concentreren.
Aangezien de toehoorders erop attent zijn gemaakt een bepaald gedeelte van de bijbel van tevoren te lezen, zul je vooral dat gedeelte in je lezing willen verwerken. Help de broeders het te begrijpen en in staat te zijn de essentiële betekenis van dat gedeelte te verklaren. Je kunt datgene wat raadzaam schijnt te zijn in dat bijbelgedeelte, voorlezen of laten voorlezen. Ook is er geen bezwaar tegen de aandacht te vestigen op bepaalde uitgelezen gedeelten van de jou toegewezen hoofdstukken of die gedeelten zelfs uit het nieuwe boek voor te lezen.
Je zult bemerken dat elk schema een thema heeft en enkele aanwijzingen in welke richting de lezing dient te gaan. Houd deze bij het voorbereiden van de lezing in gedachten, aangezien ze een hulp zullen vormen je lezing duidelijk te maken. Sommige lezingen behandelen stof die hoofdzakelijk betrekking heeft op gezalfde christenen. Help de toehoorders, in overeenstemming met de gegeven suggesties, te zien hoe degenen die een aardse hoop hebben, erbij betrokken zijn, hoe zij de beginselen in hun handelwijze kunnen toepassen of hoe dit van invloed dient te zijn op hun zienswijze.
Ouderlingen, wij raden aan dat de lezingen indien mogelijk gedurende november en december gehouden worden. Als je gemeente tijdens november of december een kringvergadering heeft of de kringopziener op bezoek komt kunnen deze zeven lezingen rond die gebeurtenissen worden gepland.
Het is natuurlijk het beste wanneer ouderlingen in de plaatselijke gemeente of in naburige gemeenten deze lezingen houden. (Zie or blz. 61, 62, 91; km 7/73 blz. 4.) Toen er vorig jaar regelingen werden getroffen voor soortgelijke lezingen gebaseerd op het Paradijs-Theocratie-boek waren vele gemeenten in staat sprekers uit te wisselen, en dit kan wederom gedaan worden. De lezingen zouden bijvoorbeeld tussen twee of drie gemeenten verdeeld kunnen worden. De broeder die de eerste lezing voorbereidt houdt die in gemeente A, de volgende week in gemeente B en ten slotte in gemeente C. Hij zou een week later in elke gemeente worden gevolgd door de broeder die de tweede lezing in de serie voorbereidt. En zo zou dit in de juiste volgorde verder gaan. Aangezien de titels van de lezingen reeds eerder in de Koninkrijksdienst vermeld zijn, hopen wij dat de strooibiljetten ervoor reeds besteld zijn. Doe dit anders alsnog.
1. Duizend jaar van vrede zijn nabijgekomen (ka hoofdstuk 1–4; lees Openbaring 19:11–20:6.)
Zie naar Gods, niet ’s mensen, belofte van een regeerder voor duizend jaar op (hfdst. 1; 10 min.) Beloften inzake blijvende, vredige heerschappij voor de mensheid zo algemeen dat weinigen er nog in geloven; christenen kunnen misschien teksten omtrent komende vredige regering aanhalen, maar waarom die geloven? Wat is basis om erin te geloven? Zullen kwestie vandaag beschouwen. Geen menselijke regeerder of regering is permanent gebleken, in staat om blijvende vrede te brengen. Hitler pochte dat hij dit zou doen, maar hij faalde (§1-5). Dienen naar God op te zien, daar zijn wil onweerstaanbaar wordt gedaan (§6, 7, 11; Dan. 4:34-37). Hij voorzegt duizendjarige heerschappij en noemt die in Openbaring 19:11 tot 20:10 zesmaal. Bewijs dat Koninkrijk in 1914 G.T. in hemel werd opgericht en dat zevende millennium van menselijke geschiedenis spoedig zal beginnen, toont aan waarom wij reden hebben te geloven dat duizendjarige heerschappij is nabij gekomen (§11-14, 17, 18).
God zal de weg voor vredige regering banen door aarde van vredeverstoorders te zuiveren (hfdst. 2; 10 min.). Menselijke krachtsinspanningen om vrede te waarborgen door middel van verdragen, overeenkomsten en onderhandelingen, hebben herhaaldelijk gefaald. God voorzegt zijn wijze om vrede op aarde te verschaffen — door vredeverstoorders van aarde te verwijderen. Bijbel schildert op de troon geplaatste Zoon als aanvoerder van oorlog waardoor dit tot stand zal worden gebracht (Openb. 19:11-16; §1-3). Is een oorlog van God, niet tussen natiën; verslagenen zullen niet met eer worden begraven (Openb. 19:17, 18; §5). Zal zelfs wereldstelsel van politieke heerschappij uitbannen (Openb. 19:19-21; §14, 15).
144.000 bekwame regeerders zullen mensheid vanuit de hemel helpen (hfdst. 3; 15 min.). God verzekert ons dat er op aarde en in de hemel overlevenden zullen zijn; wij kunnen tot hen behoren en ons in eruit voortvloeiende vrede verheugen. Hoe? Openbaring toont aan dat vredeverstoorders in hemel eveneens verwijderd zullen worden (Openb. 20:1-3). Zullen niet in omgeving zijn om mensen te misleiden — dit suggereert dat er overlevenden zullen zijn. Reeds eerder, in Openbaring 7:9-15, was te kennen gegeven dat grote schare verdrukking zou overleven (§4). Wie zal de mensheid regeren? God verschaft regeerders in de hemel (Openb. 20:4-6; §8, 11). In tegenstelling tot mensen, die geleidelijk tot volmaaktheid en leven zullen voortgaan, verkrijgen zij bij hun opstanding onsterfelijkheid (§16-19). Deze opstanding is de eerste in tijd en belangrijkheid (§33). Zou u graag zulke regeerders willen hebben? Hoe meer wij over hen weten, hoe meer wij hen als regeerders willen hebben (§42).
Gods regeerders hebben er blijk van gegeven werkelijke vrede te bevorderen (hfdst. 4; 20 min.). De regeerders die God heeft uitgekozen, zijn en blijven personen die God en vrede liefhebben (§4). Zij zijn niet als menselijke heersers, die geneigd zijn mensheid te verdelen en daardoor vrede tegenhouden (§6). De mensheid zal onder hun heerschappij verenigd zijn, zelfs één taal hebben (§8; lees §11, 12). Gemakkelijk te zien hoe dit tot vrede zal bijdragen. Streven wij als christenen reeds naar internationale eenheid? (§15) Gezalfde christenen die hemelse regeerders zijn, bevorderen vrede in hun prediking (Jes. 2:4; §17). Zij volgen voorbeeld van Jezus, Vredevorst (Jes. 9:6, 7; §21, 43). Hij meed menselijke politiek, beklemtoonde hemelse koninkrijk (§47, 49). U kunt uw werkelijke verlangen om gedurende naderbij komende duizendjarige vrede te leven tonen door aandeel te hebben aan door hem opgedragen vredige werk (§51-54). Aldus schaart men zich aan de zijde van vrede bevorderende regeerders en toont men zijn vertrouwen dat deze duizendjarige vrede nabij gekomen is.
2. Heerschappij vanuit de hemel — zult u die aanvaarden? (ka hoofdstuk 5, 6; lees Hebreeën 5:1-10; 6:19–10:25.)
Jezus en zijn medekoningen verrichten dienst tot welzijn van degenen die hemelse heerschappij aanvaarden (hfdst. 5; 15 min.). Meeste mensen werden in een natie geboren; hoefden nooit te beslissen deze heerschappij te aanvaarden. Velen zijn apathisch of kritisch ten opzichte van regering wegens duidelijk aan de dag tredende gebreken; heersers zijn misschien hebzuchtig of oneerlijk. Goddelijke voorziening voor regering is totaal anders. Maar nemen we dit als iets vanzelfsprekends aan of tonen wij er werkelijke belangstelling voor? Zijn wij verlangend er meer over te vernemen? Gods koning, Jezus, heeft op onzelfzuchtige wijze zijn leven gegeven voor degenen die hemelse heerschappij aanvaarden; doen wij dat ook? (§1-3) Zelfs David zal Jezus’ positie moeten erkennen; zullen wij dat ook doen? (§6) Christus zal medekoningen hebben die met hem regeren (Openb. 20:4; §8, 10). Zij vormen zich naar zijn beeld, zullen dus liefdevol en rechtvaardig zijn en ons respect waardig zijn (1 Petr. 4:1; §12). Dit waarborgt harmonieuze regering, geen rivaliteit (§15, 16). Terwijl zij op aarde zijn, trachten zij, als gezanten of ambassadeurs, mensen met God te verzoenen (2 Kor. 5:18–6:1; §19, 21, 23). Als ambassadeurs die loyaal zijn aan God, vereenzelvigen zij zich op aarde niet met menselijke politieke regelingen, noch ondersteunen zij die (§24-27). Zullen mensheid gedurende heerschappij van duizend jaar tot nut kunnen zijn (§29).
Heerschappij vanuit de hemel — indien wij die aanvaarden — verricht ook priesterlijke diensten ten behoeve van ons (hfdst. 6, blz. 82-92; 20 min.). Deze medekoningen zullen ook priesters met Christus zijn (Openb. 20:6). Misschien hebt u slechte ervaring gehad met corrupte priesters. Priesters hebben mensen dikwijls bedrogen, misleid. (Verhaal Handelingen 14:8-19; §2, 5-7.) Wij kunnen ons niet indenken dat Jezus’ mederegeerders, met hun voortreffelijke hoedanigheden, zo zullen zijn. Van welk nut is een priester eigenlijk? (Hebr. 5:1-3) Wegens ’s mensen zondigheid hebben wij dienst van volmaakte priester nodig. God verhief Jezus tot een rechtvaardige en eeuwige priester (Hebr. 5:4-6; §15, 18, 19). Is verre superieur zelfs aan priesterschap uit geslacht van Aäron (Hebr. 7:15, 16, 23–8:1; §20, 24). Hebben wij hier waardering voor en beseffen wij welk een zegen de heerschappij vanuit de hemel aldus voor ons verschaft?
Priesterlijke dienst ten behoeve van ons gaat regelrecht tot in de tegenwoordigheid van God (hfdst. 6; blz. 92-115; 20 min.) Aäron en medepriesters verrichtten dienst in typologisch heiligdom. (Beschrijf met gebruikmaking van illustratie op blz. 92.) Was voorafbeelding van hemelse dingen (Hebr. 8:4, 5; 9:9, 11). Toen Jezus bij zijn doop Hogepriester werd, werd gebied van Gods tegenwoordigheid het Allerheiligste van Ware Tempel (§30, 39, 40). Als geestelijke Zoon op aarde bevond Jezus zich in Heilige van geestelijke tempel, waar hij geestelijk licht en geestelijk voedsel kon ontvangen (§45-48). Gezalfden, evenals Aärons zonen, zijn priesters (Openb. 1:5, 6; §52, 61, 62). Omdat zij door de geest zijn verwekt, bevinden zij zich in Heilige en kunnen geestelijke verlichting genieten en geestelijk voedsel eten (§64). Bij de dood gaan zij door een met een gordijn te vergelijken vleselijke barrière heen en komen in de tegenwoordigheid van God (Hebr. 10:19-22). Evenals Christus zullen zij vanuit de hemel medegevoelende, begrijpende priesters zijn (§73-76, 81). Is beslist wenselijke heerschappij. U wordt niet gedwongen u eraan te onderwerpen; het wordt aan u overgelaten of u deze heerschappij wilt aanvaarden. Kunt aanvaarding te kennen geven door thans hun onderricht te aanvaarden en aan hun werk mee te doen.
3. Hoe God de mensheid zal voorbereiden om voor eeuwig te leven (ka hoofdstuk 7–9; lees Openbaring 20:7–21:4.)
Millennium is liefdevolle voorziening om ons te helpen voor eeuwig leven in aanmerking te komen (hfdst. 7; 25 min.) Als iemand er tijd aan besteedt en er moeite voor doet ons te helpen bekwaam te worden voor een taak of iets anders dat wenselijk is, reageren wij vanzelfsprekend vol waardering. Millennium gaat gepaard met voorzieningen om ons te helpen voor eeuwig leven in aanmerking te komen. Millennium kan ook Oordeelsdag worden genoemd, duizendjarige periode waarin geoordeeld wordt. Volgt op einde van goddeloze samenstel (Openb. 20:4; §3, 4). Jehovah heeft oordeel aan Jezus toevertrouwd; gezalfden hebben er met hem aandeel aan. Niet iets waar christen bevreesd voor hoeft te zijn, want er zal in rechtvaardigheid worden geoordeeld (Hand. 17:31). Zelfs „onrechtvaardigen” kunnen er voordeel van trekken (§10, 11). Opgewekten nog steeds niet volmaakt, duizendjarige oordeelsdag biedt dus gelegenheid voor bevrijding van zonde voor degenen die God willen dienen (§12, 13, 20, 21). „Rechtvaardigen” die worden opgewekt, hebben het voordeel dat zij hun rechtschapenheid, liefde jegens God, reeds hebben getoond. Zullen „onrechtvaardigen” slechte gewoonten afleggen? Voorziening van millennium biedt daartoe de gelegenheid (§25, 26). Zal allen eerste werkelijke „kans” op eeuwig leven geven; hemelse rechters zullen helpen (§32). God zal onderricht verschaffen om ons te helpen (Openb. 20:11-15; §34, 35). Aardse „vorsten” zullen eveneens helpen (Ps. 45:15, 16). Jezus’ getrouwe voorvaders en andere rechtschapen mannen zullen in die hoedanigheid dienst verrichten (§38, 43-46).
Verandering van de persoonlijkheid met eeuwig leven in het vooruitzicht (hfdst. 8; 15 min.). Er is meer nodig dan regelingen voor een rechtvaardig bestuur; wij moeten de juiste soort van personen zijn. Om permanente plaats in Nieuwe Ordening te vinden, moeten wij rechtvaardigheid leren (Jes. 26:9; §1). Opperrechter, Jezus, zal de leiding nemen in het vellen van rechtvaardige beslissingen (Jes. 11:1-5; §4, 5). Dit zal mensen helpen hun persoonlijkheid te veranderen, door beestachtige eigenschappen en karaktertrekken te laten varen (Jes. 11:6-9; §9, 10). Kunnen overeenkomstige letterlijke vervulling ten aanzien van de dieren verwachten, die in vrede met elkaar en met de mens zullen leven (§13, 14). Bent u behept met jaloersheid, gramschap, nijd en vooroordelen?
De beproeving na de duizend jaar met betrekking tot wie er voor leven in aanmerking komen (hfdst. 9; 15 min.). Vraag blijft: Zullen wij aan Jehovah’s maatstaf voor eeuwig leven voldoen? Aan einde van millennium zal Jezus alles aan Vader teruggeven (1 Kor. 15:24-28; §3, 4). God zal Satan één laatste gelegenheid toestaan om ’s mensen ondersteuning van Jehovah’s soevereiniteit op de proef te stellen (Openb. 20:7-10; §5-7). Sommigen zullen in opstand komen, soevereiniteit verkiezen die in verscheidene handen ligt (§11-14). „Natiën” die vertegenwoordigers van Nieuwe Jeruzalem aanvallen, zullen als Gog van Magog zijn die tijdens grote verdrukking aanval op christenen leidde (§15-17). Satan, demonen en opstandelingen zullen in tweede dood geworpen worden, tweede soort van dood die zijn intrede in het rijk der schepping deed (Openb. 20:10, 14, 15; §25-28). Degenen die deze beproeving overleven, zullen dan waardig worden geacht eeuwig leven te ontvangen en zullen aldus tot leven komen (Openb. 20:5; §31-33). Dan zal de gehele mensheid vreugdevol God loven (Ps. 150:1-6). Jehovah’s getuigen nodigen afzonderlijke personen uit dat thans met hen te doen.
4. Bent u wijs of dwaas met betrekking tot Christus’ tegenwoordigheid? (ka hoofdstuk 10–13; lees Matthéüs 25:1-30.)
Een aspect van Jezus’ „teken” dat ons ertoe dient te bewegen waakzaam en beleidvol te zijn (hfdst. 10; 15 min.). Een van de veelvuldigste onderwerpen van onze prediking is „teken” van Matthéüs 24. Verwijzen dikwijls naar onderdelen ervan om vast te stellen dat wij in „laatste dagen” leven. Maar Jezus’ „teken” omvatte ook Matthéüs 25; de daarin opgetekende gelijkenissen hebben, behalve dat ze een onderdeel van het teken vormen, een belangrijke betekenis voor ons. (Lees Matthéüs 25:1-13.) Antwoord was op vraag omtrent tijd van zijn „tegenwoordigheid”. Parousía betekende niet zijn eerste komst, maar toekomstige tegenwoordigheid (Matth. 24:3; §8-14). Vervulling van gelijkenis was een bewijs van tegenwoordigheid. Bijbel vergelijkt Jezus met bruidegom; gezalfden worden met eerbare maagden vergeleken (Joh. 3:28-30; Ef. 5:23-27; §18, 21-23). Vanaf het begin moesten christenen hun maagdelijkheid bewaren in afwachting van het huwelijk in de hemel (§26-28). Zouden worden geïdentificeerd door „olie” of het vervuld zijn met Gods verlichtende woord en geest (Matth. 5:16; §31, 36-38). Bruidegom zou ’uitblijven’ en antichrist zou eerst komen (1 Joh. 2:18; §42-46). Gevaar bestaat zich in slaap te bevinden, niet waakzaam te zijn met betrekking tot Christus’ tegenwoordigheid (Matth. 25:13).
Vervulling van gelijkenis in onze tijd dient op ons van invloed te zijn (hfdst. 11; 15 min.). Kunnen na periode van slaap terecht een ontwaken verwachten met betrekking tot tegenwoordigheid van bruidegom (Matth. 25:5, 6). C.T. Russell wees op juiste wijze vooruit naar einde van tijden der heidenen in 1914 (§4, 5). Hij besefte dat parousía betrekking had op onzichtbare tegenwoordigheid. Hoewel hij het begin van Christus’ tegenwoordigheid verkeerd berekende, beseften zijn metgezellen mettertijd dat tegenwoordigheid in 1914 G.T. begon (§6, 9, 10, 48, 55). Vanaf 1919 vond er onder gezalfden een ontwaken plaats (§11-19). Naamchristenen wilden Jezus’ tegenwoordigheid niet aanvaarden; „beleidvolle” maagden scheidden zich van zulke „dwaze” naamchristenen af (§24-26). Dwazen komen voor vernietiging in aanmerking (§41, 42). Beklemtoon hoe noodzakelijk het is dat wij het volledige „teken” beseffen en waakzaam blijven (§44-46).
Christenen moeten werken, hetgeen groei tot gevolg heeft — ook dit is onderdeel van het „teken” (hfdst. 12, 13; 25 min.). Volgende gelijkenis in Matthéüs is ook onderdeel van „teken” (strekking van Matthéüs 25:14-30). Ze dient ons te helpen er de noodzaak van in te zien hard voor God te werken (ka blz. 259, §3). Logisch te verwachten dat Christus als koning sinds 1914 dienstknechten inspecteert en beproeft (§1). In gelijkenis vertrouwde Jezus talenten aan discipelen toe (§4-10). Talenten waren een afbeelding van een potentieel om discipelen te oogsten (§12-15). Door te prediken en te onderwijzen, deden zij zaken (§20, 24, 26, 30, 35). Kunnen als onderdeel van teken verwachten te zien dat vervulling sinds 1914 haar hoogtepunt bereikt (§37-40). Zou een inspectie zijn om te zien of slaven een vermeerdering konden laten zien door het gebruik van de talenten (§45). Bewijs onder Getuigen is dat leden van gezalfde slaaf talenten hebben vermeerderd, zodat er als resultaat thans meer dan 1 1/2 miljoen christenen zijn! (§52-56) Afrekening zou een tijdsperiode beslaan (hfdst. 13, §3). Na begin van parousía is de tijd aangebroken om gezalfden die in de dood sliepen, te belonen (1 Kor. 15:50-54; §5-8). Zij worden opgewekt om met Christus te regeren en gaan de hemelse vreugde binnen (§14). Trage slaaf heeft talenten van meester moedwillig niet vermeerderd (§19, 20). Vindt tegenhanger in naamchristenen en degenen die zich van Gods dienstknechten afscheiden (§21-24). Zullen in duisternis van grote verdrukking worden terechtgesteld (§29). Gezalfde slaaf vastbesloten hard te blijven werken en talenten te vermeerderen (§26, 32, 33). Doen er verstandig aan slaaf in dit werk te ondersteunen.
5. Komt u ervoor in aanmerking Gods koninkrijk te beërven? (ka hoofdstuk 14, 15; lees Matthéüs 25:31-46.)
Begin er thans, door uw houding en daden, mee ervoor in aanmerking te komen Gods koninkrijk te beërven (hfdst. 14; 40 min.). Velen in deze tijd geloven dat niemand eeuwig zal leven; anderen zijn van mening dat allen gered zullen worden. Beide zienswijzen komen erop neer dat iemands houding en daden niet belangrijk zijn. Bijbel toont tegenovergestelde aan; houding en daden zijn vooral sinds 1914 beslissend. Getuigen hebben dikwijls aangetoond dat vervulling van „teken” van Christus’ tegenwoordigheid bewijst dat Koninkrijk toen in hemel werd opgericht. Gelijkenis van schapen en bokken, een onderdeel van „teken”, bewijst dat houding en daden van thans bepalend kunnen zijn of men voor eeuwig leven in aanmerking komt. (Lees verzen terwijl je ze bespreekt.)
Zoon des mensen is Jezus, die thans op hemelse troon zit. (Dan. 7:13, 14; §5-7). Zal te zijner tijd natiën in stukken slaan (Ps. 2:7-9). Mensen worden eerst gescheiden (§13-15). Zou tijd vergen voordat persoonlijkheid en handelwijze openbaar worden (§16-18). Gelijkenis thans van toepassing, niet gedurende of na millennium — christenen zullen dan niet in gevangenissen worden geworpen; thans is het tijd van parousía; en gelijkenis heeft betrekking op personen die leven wanneer Jezus de macht opneemt, niet op levenden en doden die tijdens millennium geoordeeld moeten worden (§19; Openb. 20:11, 12). „Schapen” zijn christenen met hoop op eeuwig leven op aarde. Zij vormen „grote schare” die door Lam worden geweid (Openb. 7:9, 10, 17; §32). Beërven Koninkrijk doordat zij aardse onderdanen zijn; God had dit in gedachten sinds er aan Adam en Eva kinderen geboren werden, die losgekocht konden worden (§35-37). „Schapen” komen in aanmerking omdat zij, uit geloof in Jezus, zijn geestelijke broeders helpen (Hebr. 2:16, 17; §43-47). Zij verbinden zich met geestelijke joden, dragen hun leven aan God op en dienen hem getrouw (Zach. 8:20-23; §48-53). Zij geven blijk van nederige houding, streven vrede na, bewaren zich afgescheiden van de wereld, leven volgens bijbelse maatstaven en hebben aandeel aan prediking (§55, 56, 60). Vraag uzelf af: Hoe beoordeelt Jezus mijn daden en houding? Heeft dit „teken” betekenis voor mij? Toon ik dit?
Niet allen zullen ervoor in aanmerking komen — zult u dit wel? (hfdst. 15; 15 min.) Gelijkenis toont aan dat sommigen er niet voor in aanmerking komen, maar eeuwige dood ontvangen. Waarom? Hebben Christus of zijn geestelijke broeders misschien niet vervolgd; hun negatieve houding kan hen aan zijde van de Duivel plaatsen (§5-8). Bewering dat men niet heeft geweten wie gezalfden vertegenwoordigen, is niet steekhoudend (§11-13). Hoe passen wij in dit beeld? Hoe staat het met ons gezin en onze familieleden? Welke handelwijze die met betrekking tot hen gevolgd moet worden, wordt hierdoor beklemtoond? Is geen kwestie van zich er niet om bekommeren omdat dit nog ver weg is; „bokken” zullen spoedig aan einde van dit samenstel vernietigd worden (2 Thess. 1:7-10; §14). Zullen geen eeuwige pijniging — een vorm van eeuwig leven — ondergaan, maar eeuwige afsnijding of dood (§3, 4, 17, 18). Rechtvaardige „schapen” zullen gedurende oorlog van Armageddon beschermd worden. Dient bron van aanmoediging te zijn (§19, 21). Om er een begin mee te maken voor eeuwig leven in aanmerking te komen, is het duidelijk dat positieve actie nodig is.
6. Het „teken” dat Gods Nieuwe Ordening nabij is (ka hoofdstuk 16, 17; lees Matthéüs 23:34–24:51.)
Het „teken” dat Nieuwe Ordening nabij is, kan ons het hoofd omhoog doen heffen! (hfdst. 16; 30 min.) Problemen en zorgen van tegenwoordig maken dat meeste mensen verontrust zijn, onzeker met betrekking tot de toekomst. Groot verschil met christenen, die betekenis van Jezus’ „teken” met betrekking tot onze tijd begrijpen. (Lees passende verzen in Matthéüs 24 terwijl je ze bespreekt.) Apostelen hadden belangstelling voor toekomst met het oog op Jezus’ opmerkingen (Luk. 19:41-44; Hebr. 9:26; §3-7). Wanneer zou einde van joodse samenstel komen? Hoe zouden zij dit weten? Jezus beschreef gebeurtenissen die tot vernietiging van Jeruzalem zouden leiden (§8-14). Was een kwestie van leven of dood om te letten op de aanwijzing dat vernietiging ophanden was (§15-17). Toen Romeinen Jeruzalem omsingelden, wisten christenen dat einde nabij was (§21, 22, 26). Grotere toekomstige vervulling verwacht, aangezien Openbaring 6 (geschreven na 70 G.T.) vooruitwees naar oorlog, hongersnood en pestilentie. Van toepassing op hele goddeloze samenstel, beheerst door christenheid. Hebben sinds 1914 bewijzen van vervulling van teken gezien (§28, 30-33). Hoewel dit betekent dat vernietiging ophanden is, is het toch reden tot aanmoediging. Waarom? Merk op wat vernietigd zal worden. Aangevoerd door Anglo-Amerikaanse zevende wereldmacht zien natiën naar V.N. op voor vrede. Openbaring toont aan dat deze vredesorganisatie de leiding zal nemen in het verwoesten van valse religie (§42-44). Zij die Gods gunst wensen te ontvangen, worden aangespoord de valse religie te verlaten, evenals christenen uit Jeruzalem vluchtten (§45). Komende vernietiging zal met valse religie beginnen en rest van goddeloze samenstel omvatten (§52, 53). Het is aanmoedigend dat er overlevenden zullen zijn (§55-57). Het zullen degenen zijn die ware Messías onderscheiden en zich daar voor geestelijk voedsel verzamelen (§60, 63). Zij raken niet ontmoedigd door stoornissen in de zichtbare hemelen (§70, 71). Zullen niet gedwongen worden parousía te erkennen wanneer Jezus komt om samenstel te vernietigen, want zij hebben zijn tegenwoordigheid reeds erkend en beseft dat hij zijn gezalfden heeft bijeenvergaderd (§74, 76). Zij zijn ervan overtuigd dat al zijn beloften vervuld zullen worden en zien uit naar bescherming (§81-83). Hebben wij ons volledig met hen verbonden? Thans de tijd om te beslissen.
Jezus beklemtoonde de noodzaak om waakzaam en actief te zijn, zoals de „getrouwe en beleidvolle slaaf” dit is (hfdst. 17; 25 min.) Moeilijk te geloven dat mensen vervulling van „teken” zouden negeren, maar dit doen zij wel. Net als met mensen vóór de Vloed, tonen de meesten gebrek aan geloof en negeren parousía (§4-7). Moeten waakzaam blijven opdat wij wakker en actief zijn wanneer hij als scherprechter komt. Moeten elke dag leven als mensen die zich bewust zijn van de tijd (§10-13). In „getrouwe en beleidvolle slaaf” vinden wij een les wat het zeggen wil actief en getrouw te zijn tijdens tegenwoordigheid. Jezus richtte woorden tot het hele lichaam van discipelen (§14, 16). Slaafklasse begon met zalving van discipelen in 33 G.T. toen natie van geestelijk Israël werd gevormd (§20-23). Slaaf begon geestelijk voedsel beschikbaar te stellen (§24-26). In hedendaagse tijd hebben gezalfden als klasse geestelijk voedsel beschikbaar verschaft (§29, 30). Zelfs ondanks moeilijke toestand van Eerste Wereldoorlog bleef slaafklasse voedsel voor individuele huisknechten verschaffen (§40). Nadat „Meester” Koninkrijksmacht had ontvangen en aandacht op dienstknechten had gericht, toonde hij goedkeuring door hun verantwoordelijkheid voor zijn geestelijke zaken op aarde toe te vertrouwen. Hebben nu zelfs verantwoordelijkheid om voor „grote schare” te zorgen (§49-51, 54). Individuele gezalfden die slecht worden, worden als de „boze slaaf” en worden door Jezus verworpen (§59-62, 65). Ook al behoren wij niet tot de „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse, wij dienen toch in te zien dat wij getrouw in christelijke activiteiten moeten zijn. Aandacht hieraan te schenken, zal ons helpen niet verstrikt te worden (Luk. 21:34-36; §66-68). Aldus zal teken dat Nieuwe Ordening nabij is, eeuwige zegeningen voor ons betekenen.
7. Wanneer afvalligen zijn verdwenen — vrede voor duizend jaar! (ka hoofdstuk 18, 19; lees 1 Thessalonicenzen 4, 5; 2 Thessalonicenzen 1, 2; Psalm 116.)
Sla acht op de waarschuwing — Nu is het de tijd voor beslissende religieuze actie! (hfdst. 18; 35 min.) Jehovah’s getuigen zijn blij dat vele nieuwelingen geregeld met ons omgaan; hieruit blijkt prijzenswaardige belangstelling voor ware aanbidding. Hoe belangrijk is beslissende actie van uw zijde? Hoe belangrijk is het voor Getuigen om nog anderen (familieleden, collega’s, buren) met christelijke boodschap te bereiken? Eén en Twee Thessalonicenzen geven antwoord; zullen „mens der wetteloosheid” bespreken. Algemeen vooruitzicht in deze tijd is hoop op vrede onder natiën; bijbel toont aan dat die tijd zal komen (1 Thess. 5:1-3; §1-3). Sommigen in Thessaloníka dachten dat Christus’ tegenwoordigheid en „dag van Jehovah” waren gekomen; Paulus corrigeerde hen, verklaarde dat vervulling toekomstig was (2 Thess. 2:1, 2; §5-8). Vóór „de dag van Jehovah” moest afval komen (2 Thess. 2:3; §12, 13). Betekende een opstand tegen Jehovah van de zijde van degenen die beweren christelijk te zijn, vooral de leiders. Ook in andere bijbelboeken voorzegd (Hand. 20:28-30; 2 Petr. 2:1-3; § 16-25). Mettertijd matigden mannen die beweerden christelijk te zijn, zich de rol van leiders aan en werden geestelijken (§27, 31, 34). Deze samengestelde „mens” zette zich in oppositie tegen God en eiste verering (§38-40, 42, 43). Apostelen vormden een belemmering voor afval, waartoe zelfs toen zij op aarde waren reeds een tendens bestond (2 Thess. 2:6; 1 Joh. 2:18-22; §44-46, 49-51). Tijdens Christus’ toen nog toekomstige tegenwoordigheid zou klerikale „mens der wetteloosheid” vernietigd worden; betekent dat er een eind komt aan afvalligen (2 Thess. 2:8; §52, 53). God laat deze „mens” werkzaam zijn en laat aldus toe dat degenen die behagen scheppen in onrechtvaardigheid, bedrogen worden (2 Thess. 2:9-12; §59-63). Spoedig zal het einde van „mens der wetteloosheid”-klasse, en van alle afvalligen, komen. Evenals aardse Jeruzalem in 70 G.T. werd verwoest, zullen christenheid en rest van Babylon de Grote vernietigd worden, gevolgd door rest van goddeloze samenstel (§67-69). Waar staan wij? Helpen wij anderen actief zich van die klasse af te scheiden? Wanneer afvalligen zijn verdwenen, zullen wij er dan nog zijn? Welke toestanden zullen er dan zijn?
Een millennium van vrede en andere zegeningen voor degenen die thans ware aanbidding nastreven (hfdst. 19; 20 min.) Misschien voelt u zich onzeker; niet zeker of u vernietiging zult overleven. Wanneer afvalligen over gehele aarde zijn vernietigd, welke reden kan men dan hebben voor vertrouwen dat er leven in een paradijs zal volgen? Het is waar, dat einde van gehele goddeloze samenstel zal in grote verdrukking komen, maar Jezus beloofde dat er „vlees” zou worden gered (Matth. 24:3, 21, 22; §2, 3). Deze bescherming, en het vooruitzicht dat wij kunnen hebben, prachtig beschreven in Psalm 116. Evenals psalmist moeten ook wij voor leven naar God opzien (Ps. 116:1-6; §6, 7). Wij hebben het geloof nodig dat de psalmist en Paulus hadden (Ps. 116:7-11; 2 Kor. 4:8-10; §9-12). Zullen na het laatste gedeelte van grote verdrukking, de oorlog van de grote dag van God de Almachtige, beseffen dat God ons heeft gespaard toen hij goddelozen vernietigde (§13, 14). Zulk een bevrijding tot in Nieuwe Ordening zal ons tot dankbaarheid bewegen (Ps. 116:12-14; §17). Zullen zien hoe kostbaar in ogen van God zijn loyalen zijn; hij heeft niet toegelaten dat Satan hen allen wegvaagde (Ps. 116:15, 16; §22, 24). Wat een vreugde zal het zijn vrede te genieten waarin wij onze dankbaarheid jegens God door middel van dankoffers tot uitdrukking kunnen brengen (Ps. 116:17-19; §26-28). Vooruitzicht van die bescherming en van verrukkelijke vrede van duizend jaar die daarop zal volgen, dient ons ertoe te bewegen thans een aandeel aan de prediking te hebben en dit vooruitzicht aldus anderen voor ogen te houden (§30).