Een voorproefje van het nieuwe „Paradijs”-boek
Denk eens terug aan wat je tijdens de maand juli als huiswerk voor de theocratische bedieningsschool hebt gelezen. Kun je je nog herinneren dat je de boeken Haggaï en Zacharia hebt gelezen? Hoe nuttig dat ook was, toch werden niet al onze vragen over die twee bijbelboeken beantwoord, is het wel? Wat een vreugde was het daarom op het „Goddelijke zegepraal”-congres het nieuwe boek Het herstel van het Paradijs voor de mensheid — door de Theocratie! te ontvangen. En vóór het einde van het congres werd onze dringende vraag beantwoord: ’Wanneer zullen wij het nieuwe boek gaan bestuderen?’ In november!
Maar wie van ons zou er niet bij gebaat zijn reeds iets van de inhoud van het boek te weten, alsook te vernemen hoe de in Haggaï en Zacharia vervatte boodschap betrekking heeft op ons? Welnu, dit zal spoedig mogelijk zijn want er zijn regelingen getroffen voor een speciale serie van zeven openbare lezingen die op het „Paradijs-Theocratie”-boek gebaseerd zullen zijn. De lezingen zullen de stof in het boek successievelijk behandelen zodat wij snel bekend zullen raken met de inhoud. Dit zal tot nut zijn van zowel onszelf als de pasgeïnteresseerden die onze vergaderingen bezoeken.
Jouw aandeel
Deze lezingen zullen in de Koninkrijkszaal gehouden worden en indien mogelijk door de ouderlingen in de gemeente worden uitgesproken of, indien dit geregeld kan worden, door ouderlingen die uit naburige gemeenten worden uitgenodigd. Ook al ben je geen ouderling, dan kun je toch persoonlijk een waardevolle bijdrage leveren tot het algehele succes van dit speciale programma. Op welke wijze?
In de eerste plaats kun je zodra de precieze datums voor de serie in jouw gemeente zijn aangekondigd, degenen met wie je studeert en andere belangstellende personen beginnen uit te nodigen. Moedig hen ertoe aan niets van het voortreffelijke materiaal te missen. Dit is één bijdrage die je kunt leveren.
Nog een bijdrage heeft te maken met je voorbereiding. Elke lezing zal over enkele hoofdstukken uit het „Paradijs-Theocratie”-boek en de daarmee corresponderende hoofdstukken uit Haggaï of Zacharia handelen. Lees indien enigszins mogelijk in de week die aan de lezing voorafgaat de betreffende bijbelhoofdstukken. En lees, naarmate de tijd dit toestaat, ook de corresponderende hoofdstukken in het nieuwe boek (dat je mee dient te nemen naar de lezingen). Hierdoor zul je beslist veel meer profijt van de lezingen trekken.
Het zou nuttig zijn wanneer de voorzitter elke week bij het aankondigen van de titel van de lezing voor de volgende week bekend maakt welke bijbelhoofdstukken en welke hoofdstukken in het nieuwe boek behandeld zullen worden. Dit zal ons eraan herinneren onze bijdrage te leveren door ons voor te bereiden.
Een schema voor de lezingen opstellen
Wij hebben allemaal grote belangstelling voor het nieuwe materiaal. En in november zullen wij het nieuwe boek op de gemeenteboekstudies beginnen te gebruiken. Het zal dus het beste zijn om de lezingen zo spoedig mogelijk te houden.
Sommige gemeenten zullen in staat zijn deze zeven lezingen in november en december te houden. Dat is prima en wij moedigen dit aan. Als de gemeente tijdens die periode een kringvergadering heeft of de kringopziener op bezoek komt, kunnen de zeven lezingen rond die gebeurtenissen worden gepland. Op die manier zal de gemeente toch ten volle profijt trekken van al deze voorzieningen. Wanneer het programma plaatselijk is opgesteld, kunnen er strooibiljetten worden besteld en dient de gemeente ervan in kennis te worden gesteld wanneer zij de lezingen kunnen verwachten.
Sprekers
Ook al verschaffen wij enkele suggesties met betrekking tot het uitwerken en brengen van het materiaal, zal het toch tijd en moeite kosten om de lezingen samen te stellen. Als de plaatselijke gemeente voldoende ouderlingen heeft, zal dit wellicht geen probleem vormen en zal toch niemand overbelast zijn. Maar wat te doen als dit niet het geval is?
In dat geval mogen de plaatselijke ouderlingen, indien zij dat wensen, contact opnemen met naburige gemeenten. Misschien kunnen twee gemeenten regelingen uitwerken om sprekers uit te wisselen en natuurlijk dienen sprekers die naar andere gemeenten worden uitgezonden, bij voorkeur allen ouderlingen te zijn. Raadpleeg in dit verband ook de „Vragenbus” uit de Koninkrijksdienst van juli 1973. Bijvoorbeeld: De broeder die de eerste lezing in de serie heeft, houdt die in Gemeente A. De volgende week houdt hij die lezing in Gemeente B (waar de lezingen een week later zijn gepland dan in Gemeente A). De broeder die de tweede lezing voorbereidt, houdt die in de daaropvolgende weken achtereenvolgens in elk van de twee gemeenten. Bijgevolg hoeft een broeder misschien niet meer dan één van deze lezingen voor te bereiden en zal meer dan één gemeente profijt van zijn voorbereiding trekken. Ook zal elke gemeente de lezingen op deze manier in hun juiste volgorde horen.
De lezingen voorbereiden
Zoals je in de onderstaande schema’s zult zien, wordt er in elke lezing behoorlijk wat materiaal, van twee tot vier hoofdstukken van het boek, behandeld. Als je dus een van de lezingen houdt, kun je eenvoudig niet alle voortreffelijke punten uit het toegewezen gedeelte van het „Paradijs-Theocratie”-boek behandelen. Je zult ook niet elk vers uit het bijbelgedeelte waarover je lezing gaat, kunnen lezen en verklaren. Het is noodzakelijk selectief te zijn, willen de toehoorders het algemene beeld krijgen en de toepassing van je lezing begrijpen.
De schema’s zullen een hulp zijn. Als je weet welke lezing je moet houden, lees dan het schema door zodat je in je geest kunt prenten waarop je lezing dient aan te sturen. Lees vervolgens het bijbelgedeelte dat je zult behandelen en beschouw daarna zorgvuldig de toegewezen hoofdstukken van het boek.
Je zult bemerken dat wij de aandacht op geselecteerde paragrafen en teksten vestigen. Het omringende materiaal in het boek zal je helpen de achtergrond te krijgen. Maar wij moedigen je ertoe aan om in je lezing slechts die paragrafen te behandelen die in het schema worden beklemtoond. Het is de bedoeling dat de in het schema genoemde schriftplaatsen worden voorgelezen. Houd het thema in gedachten. Dit zal een uitdaging zijn, maar hoe beter je erin slaagt, des te meer profijt zullen de toehoorders van de lezing hebben.
In enkele gevallen verwijzen wij de spreker naar een paragraaf buiten de aan hem toegewezen hoofdstukken van het boek. Dit wordt gedaan opdat er een kort commentaar gegeven kan worden over de historische situatie die in Haggaï en Zacharia wordt behandeld. Maar zulks dient zeer beperkt te zijn aangezien er in andere lezingen in de serie uitvoeriger op dat punt ingegaan zal worden. Het wordt slechts vermeld opdat je de achtergrond of setting van de door jou te behandelen stof kunt geven.
Zo nu en dan zul je misschien de aandacht op een specifieke paragraaf in het boek willen vestigen. Misschien zul je zelfs regelingen willen treffen dat een bekwame persoon in de zaal een gedeelte van het boek of enkele bijbelverzen voorleest. Bekijk ook of het gebruik van een schoolbord of enkele overzichtsvragen op een geschikt punt in je lezing de toehoorders zullen helpen de inlichtingen in hun geest te prenten.
De broeders en zusters in de gemeente zullen vol verwachting naar je lezing uitzien. Door je zorgvuldige en bedachtzame voorbereiding zal je lezing beslist een werkelijke zegen zijn.
1. Het herstel van het paradijs — Hoe? (pm hoofdstuk 1-3; Hag. 1:1-15)
Wij hebben een deugdelijke reden voor hoop op het herstel van het paradijs (hfdst. 1; 15 min.). Wenselijkheid van paradijs is onloochenbaar; ligt ten grondslag aan bezorgdheid omtrent ecologie en vervuiling. Is niet slechts een ijdele droom. Eén deugdelijke reden voor een dergelijke hoop is dat Jezus bevestigde dat er eens een aards paradijs heeft bestaan (par. 4-7, 11). Bewijst de nauwkeurigheid van Genesis 2:7-10, 14 (lees voor uit par. 12). Lag in zelfde algemene gebied waar joden later in ballingschap waren (par. 13). Jezus beloofde ook herstel van paradijs (par. 16, 17; verklaar hoe hij ’met de boosdoener in het Paradijs zal zijn’). Hoop ook deugdelijk omdat paradijs Gods voornemen is (par. 21-23). Hoewel eerste paradijs verloren ging, gaf God een profetische illustratie waaruit blijkt dat hij paradijstoestanden weer kan herstellen (par. 31; Jes. 35:1, 2, 5-7, 10). Geschiedenis bewijst aldus dat zijn zegen de voornaamste factor is, niet menselijke technologie.
Voorbeeld van joden die uit ballingschap terugkeerden, toont aan dat het zich verheugen in een paradijs ervan afhankelijk is of ware aanbidding op eerste plaats wordt gesteld (hfdst. 2; 20 min.). Gods zegen is noodzakelijk, want hij beheerst zelfs het weer. Moeten gepaste aandacht aan ware aanbidding schenken om zijn zegen te ontvangen. Dit blijkt uit het geval van de joden die terugkeerden (par. 3-6). Zij staakten het werk aan de tempel, terwijl zij waren teruggekeerd met het doel die te herbouwen (Hag. 1:1, 2; par. 15-19). Behartigden in plaats daarvan hun eigen materiële belangen. Maar in plaats dat zij voorspoed en paradijstoestanden genoten, gingen zij gebrek lijden (Hag. 1:3-6). Probleem was dat zij ware aanbidding niet op eerste plaats stelden; het gevolg was dat zij Gods zegen niet ontvingen (par. 24-26). Dient een raadgevend voorbeeld te zijn voor ons, die op herstelde paradijs hopen.
God zal paradijs definitief herstellen, voor hen die hem als regeerder gehoorzamen (hfdst. 3; 20 min.). God beklemtoonde dat juiste handelwijze wordt vereist om ongezegende toestand te veranderen (Hag. 1:7; strekking van vs. 8-11). Is niet gemakkelijk; kan in strijd zijn met wil van iemand die autoriteit of macht over u heeft — echtgenoot, ouders, werkgever, schoolautoriteiten, regering. Joden waren in soortgelijke situatie (par. 4). Niettemin gehoorzaamden zij God als regeerder (Hag. 1:12-14; par. 14-17). Zelfde wordt vereist van christenen die voor herstelde paradijs naar God opzien. Wij vinden zelfs een hedendaagse parallel in geestelijke „Israël Gods” (par. 20-23). Openbare getuigenis van gezalfden in 1918 een halt toegeroepen, alsof zij in geestelijke Babylon in gevangenschap waren. In 1919 in juiste geestelijke staat hersteld (par. 27). Ondanks verbodsbepalingen ten aanzien van lectuur moesten zij God gehoorzamen en geestelijke tempel op eerste plaats stellen. Zij gaven hieraan gehoor en verheugden zich in de leiding en dienst van de Grotere Zerubbábel en degene die door de hogepriester Jozua werd voorschaduwd (par. 30, 34, 35). Ook wij moeten God als regeerder gehoorzamen en ons op hem verlaten. Mensen zullen het paradijs niet herstellen — Hij zal dit doen! Door gehoorzaam aandacht aan de ware aanbidding te schenken, zullen wij ons in dat paradijs mogen verheugen.
2. Gods tempel blijft tijdens het schudden der natiën bestaan (pm hoofdstuk 4-7; Hag. 2:1-23; Zach. 1:1-6)
Natiën zullen geschud en vernietigd worden, nochtans kunnen wij hoop hebben (hfdst. 4; 20 min.). Velen wanhopen met betrekking tot toekomst van mensheid; zien werkelijke reden waarom goddeloze samenstel zal eindigen — Gods afkeuring — over het hoofd (Ps. 127:1). Wat hij goedkeurt en zegent, zal blijven bestaan, zoals geïllustreerd in het geval van de joden (kort: pm 246, par. 18). Hadden reden voor moed; God ondersteunde hen (Hag. 2:4, 5; par. 8, 9). Zouden die tempel voltooien en inwijden (Hag. 2:6, 7; par. 12, 13). Was herinnering aan berg Sinaï en tabernakel (strekking van Ex. 19:16-19; par. 18-20). Latere, ernstiger vervulling van Haggaï 2:6 heeft betrekking op Koninkrijk en Gods geestelijke tempel (Hebr. 12:25-28; par. 27, 33-38). Goddeloze geestelijke hemel geschokt na 1914; zal nog vernietigd worden (par. 42-44; Openb. 20:11). Goddeloze mensenmaatschappij eerst geschokt door kennisgeving die haar wordt gedaan. Schokken betekent ten slotte vernietiging (par. 45, 46, 48, 50, 52). Maar wij kunnen hoop hebben, want Koninkrijk en Gods geestelijke tempel zullen blijven bestaan.
Heb nu een aandeel aan de aanbidding in de tempel die zal blijven bestaan (hfdst. 5; 10 min.). Voordat natiën tot vernietigens toe worden geschud, komen „begeerlijke dingen” binnen (Hag. 2:7; par. 4, 5). Vervulling van Jesaja 2:2-4; geen geestelijke Israëlieten, maar „natiën” (par. 8, 10, 11). Aanbidden „in zijn tempel” (Openb. 7:9, 15a). Niet in voorhof waar Israëlitische priesters dienden, maar in Voorhof der heidenen (par. 15). God beschermt hen (Openb. 7:15b; par. 16, 17). Zerubbábels tempel was glorierijker dan die van Salomo. Beide zijn echter een afbeelding van glorierijke geestelijke tempel, waarvan Allerheiligste Gods woonplaats in de hemel is (Hag. 2:9; Hebr. 9:23, 24; par. 23-26). Als geestelijke zoon op aarde diende Jezus in Heilige van deze tempel en in voorhof voor priesters. Opgewekt, waarna hij Allerheiligste binnenging (par. 27, 28). Gezalfden op aarde dienen ook in Heilige en in voorhof voor priesters (par. 30). Zowel zij als „andere schapen” genieten thans vrede in geestelijke tempel (par. 37). Zullen met deze tempel blijven bestaan.
God verlangt onbevreesde, van ganser harte geschonken aanbidding (hfdst. 6; 10 min.). God verwekte ook Zacharia om joden te sterken (par. 2). Er kan vertraging in tempelbouw zijn geweest; aangespoord om ’terug te keren’. Moesten onbevreesd zijn en zich met geheel hun hart geven ten einde Zijn volledige gunst te verwerven (Zach. 1:3, 4; par. 9-12). Insgelijks in hedendaagse parallel; gezalfden hadden mensenvrees (par. 17). Na 1919 ’keerden’ zij onbevreesd en met geheel hun hart ’terug’ tot het werk; Hij ’keerde’ tot hen ’terug’ met gunst (par. 32, 33). Allen die komende „schudden” hopen te overleven, moeten onbevreesde, van ganser harte geschonken aanbidding beoefenen.
Zij die reine aanbidding beoefenen, worden gezegend (hfdst. 7; 15 min.). Iemand die in geestelijk opzicht rein is, kan onrein worden (Hag. 2:13; par. 4, 8). Iemand die onverschillig met betrekking tot de tempel was, kon geen reine offers brengen; moest bouwwerkzaamheden verrichten (par. 9, 12). Insgelijks moesten gezalfden gereinigd worden van mensenvrees en onverschilligheid (par. 13, 16). Zegeningen volgden (Hag. 2:19; par. 19, 20). Wanneer God de natiën schudt, zal Zijn volk eveneens beschermd worden (strekking van Hag. 2:21, 22; par. 26, 27, 32). Zerubbábel als een zegelring, kostbaar in de ogen van God; Jezus nu kostbare leider (Hag. 2:23; par. 36-39). Door reine aanbidding te beoefenen, zult u niet met natiën worden geschud.
3. Hoe Jehovah zijn volk voorspoed schenkt (pm hoofdstuk 8-10; Zach. 1:7–3:10)
Jehovah schenkt zijn volk voorspoed door hun barmhartigheid te betonen (hfdst. 8; 20 min.). Voorspoed afhankelijk van Gods gunst. Kan iemands toestand veranderen van armoede in voorspoed. God is bereid barmhartigheid te betonen, zoals blijkt in het geval van de joden die terugkeerden om tempel te bouwen (kort: pm 92, par. 1). Andere natiën beschouwden Jeruzalem niet als bron van bezorgdheid voor hen (Zach. 1:8-12; par. 12, 17). Maar God was niet langer misnoegd; tijd was gekomen voor wederopbouw, en niets zou dit kunnen tegenhouden (Zach. 1:13-17; par. 25, 27, 28). Natiën hadden Gods volk beschimpt, vervolgd; hij beloofde barmhartigheid (par. 30, 31). Handelde in hedendaagse tijd insgelijks met gezalfden, die vanaf hemelse berg Sion door Grotere Zerubbábel worden geregeerd (par. 33). Werden vervolgd en waren als het ware in de steek gelaten, maar God is ’teruggekeerd’; barmhartigheid betoond, zodat gemeenten gedijen (par. 37-40). Vertroost volk ook met belofte dat vervolgers verbrijzeld zullen worden. — Zach. 1:18-21; par. 42, 46, 48, 50-53.
God schenkt zijn volk voorspoed door hen te beschermen (hfdst. 9; 20 min.). Werkelijke voorspoed is alleen mogelijk indien leven en bezittingen worden beschermd. Te verwachten dat God degenen die zijn hoofdorganisatie vormen, zou beschermen (par. 5-7, 12, 17). Beloofde „muur” van bescherming voor geestelijke Jeruzalem ten einde zijn volk te helpen in aantal te groeien (Zach. 2:1-5; par. 22, 26, 30-33). Hij is gevoelig met betrekking tot zijn dienstknechten (Zach. 2:8; par. 45). Nodigt mensen uit alle natiën uit zich met voorspoedige, beschermde dienstknechten te verbinden (Zach. 2:10-12). God beschermde „heilige grond” voor verbannen joden; herstelde eveneens gezalfde overblijfsel in hun land (par. 56-59). Geestelijke voorspoed bewijst dat hij onder hen ’verblijft’. Mensen uit natiën hebben zich bij geestelijke Israëlieten aangesloten; hebben hoop op aards leven. — Par. 61-65.
God helpt zijn volk rein te blijven zodat zij voorspoed genieten (hfdst. 10; 15 min.). Verwachten logischerwijs tegenstand tegen en obstakels voor geestelijke voorspoed. Satan is ertegen gekant, evenals hij gekant was tegen Jozua’s krachtsinspanningen met betrekking tot de tempel (Zach. 3:1, 2; par. 6, 7). Jozua afbeelding van Jezus (par. 2-4). Onreinheid in Gods ogen is een obstakel voor voorspoed. Jozua „onrein” doordat het volk dat hij vertegenwoordigde, tempelwerk had veronachtzaamd (Zach. 3:3, 4; par. 13, 14). Zo was het ook een tijdlang met het overblijfsel (par. 15, 17). Reine priesterschap duidde op grotere priesterschap van „Spruit” (Zach. 3:8-10; par. 32-35). De „steen” die wordt geplaatst, waarborgt voltooide tempel; afbeelding van Messías, die hoofdsteen of sluitsteen is in Jehovah’s stelsel van aanbidding (par. 36-40, 43). Voorspoed die eruit voortspruit, bewerkt thans vrede en leidt tot eeuwig leven. — Par. 45.
4. Hebt u zich werkelijk aan de zijde geschaard van de regeerder die door God wordt ondersteund? (pm hoofdstuk 11-14; Zach. 4:1–7:14)
Een regeerder die door God wordt ondersteund, brengt opmerkelijke dingen tot stand (hfdst. 11; 15 min.). Mensen die door corrupte regeerder worden onderdrukt, hebben dikwijls geen macht om weerstand te bieden (Spr. 29:2). God ondersteunt een rechtvaardige regeerder voor de gehele aarde. Voorschaduwd door zijn ondersteuning van Zerubbábel (kort: pm 240, par. 4). Krachtsinspanningen van joden om onder leiding van Zerubbábel tempel te herbouwen, stuitten op „berg” van obstakels. Maar God ondersteunde Zerubbábel met geest om tegenstand te ’slechten’ (Zach. 4:6-9; par. 10-15). Tempel zou voltooid worden, hoofdsteen op zijn plaats worden aangebracht. In hedendaagse tijd stimuleerde Grotere Zerubbábel het werk dat erin bestond de aanbidding in de geestelijke tempel ondanks tegenstand te herstellen (par. 21-24). Gods geest (olie) is belangrijk, zoals door middel van illustratie wordt getoond (Zach. 4:1-3, 11-14; par. 31, 32). Zerubbábel en Jozua bezielden natie met geest; Jezus dient als kanaal waardoor christenen die hem als regeerder erkennen, van geest worden voorzien. — Par. 34-36.
Ten einde zich aan de zijde van Gods uitverkoren regeerder te scharen, moet men goddeloosheid verwerpen (hfdst. 12; 15 min.). Niet voldoende om Gods regeerder te erkennen; moeten ook goddeloosheid verwerpen (par. 2). Zacharia 5:1-4 toont aan dat dieven en zij die een valse eed zweren, worden vervloekt. Diefstal (een vorm van afgoderij) omvat zelfs het verdraaien van bijbelse leerstellingen (par. 12-14, 18). Eed-verbrekende geestelijken beweren zich aan zijde van God en Jezus te scharen, maar hebben verbond verbroken. Wij kunnen niet als zij zijn (par. 22-25). Goddeloosheid moet uit het midden van Gods volk verwijderd worden (Zach. 5:5-11). Onder joden niet geduld, maar overgebracht naar Babylon (par. 30, 32, 35). God zal goddelozen uit het midden van zijn dienstknechten verzamelen (par. 38, 39). Wij moeten die zienswijze hoog houden ten einde ons werkelijk aan de zijde van hem en zijn uitverkoren regeerder te scharen.
Goddelijke bescherming strekt zich tot degenen op aarde uit die zich aan de zijde van Gods regeerder scharen (hfdst. 13; 15 min.). Hebben reeds gezien dat God Jezus ondersteunt, net zoals Hij Zerubbábel ondersteunde, maar zal dit bescherming voor mensen betekenen? Volgende visioen beantwoordt deze vraag (Zach. 6:1-5). Wagens symboliseren groepen van engelen die Gods volk beschermen (par. 5, 9). Komen te voorschijn van tussen het koningschap van God en het koningschap van Jezus. Kunnen als twee koninkrijken worden afgebeeld aangezien elkeen een koning is die heerschappij uitoefent (par. 6-8). Zulk een bescherming is beschikbaar voor allen die zich aan zijde van Gods regeerder scharen (strekking van Zach. 6:6, 7; par. 11, 12, 16). Beschermden in deze tijd zullen getuige zijn van grootse voltooiing van tempelwerk. Jozua afbeelding van Jezus, Priester-Koning die sinds 1919 tempelwerk voortgang heeft doen vinden (Zach. 6:11-13, 15; par. 22, 23). Toenemende aantallen komen naar tempel van zuivere aanbidding. Hun geestelijke staat wordt beschermd; zullen komende verdrukking overleven. — Par. 26-30.
Zich aan de zijde van Gods regeerder scharen, houdt in zijn oordelen te aanvaarden (hfdst. 14; 10 min.). Velen zijn van mening dat Gods maatstaven te strikt zijn of dat terechtstellingswerk in Armageddon wreed is. Iemand die zich aan de zijde van Gods regeerder schaart, zal zich niet tegen zijn oordelen verzetten noch erover treuren. Joden treurden over uitingen van goddelijk oordeel (strekking van Zach. 7:3-6; par. 4-6). God verwachtte dat niet; joden vastten of aten in werkelijkheid voor zichzelf. Hadden slechtheid de rug moeten toekeren en goed moeten doen (Zach. 7:7-11). Wij dienen niet te treuren omdat gezalfden in het verleden werden gekastijd noch ons tegen andere van God of zijn regeerder afkomstige oordelen te verzetten (par. 13). Zich aan zijde van regeerder scharen, houdt in hem te ondersteunen ten einde op onze beurt zijn ondersteuning te ontvangen.
5. Vrede voor allen die luisteren naar wat Jehovah heeft gezegd (pm hoofdstuk 15-17; Zach. 8:1–10:12)
Ware vrede houdt verband met het luisteren naar Jehovah (hfdst. 15; 20 min.). Politici zeggen dat zij vrede zullen brengen; zij die naar hen luisteren worden teleurgesteld — geen blijvende vrede. God is de enige betrouwbare bron van vrede (Ps. 29:11). Gezien in wijze waarop hij met joden handelde die uit ballingschap terugkeerden (par. 4). Luister naar wat Jehovah heeft gezegd: Sion zal plaats van ware aanbidding worden (Zach. 8:3; par. 6). Volk zal vrede hebben. God heeft voor gezalfden sinds herstel hetzelfde gedaan (Zach. 8:4, 5; par. 8-10). Niet te moeilijk voor God (Zach. 8:6; par. 12). Ommekeer in toestand verbaast waarnemers echter (Zach. 8:11-13; par. 21, 22). Vrede handhaven houdt juist gedrag in (Zach. 8:16, 17). Vraag uzelf af: ’Luister ik naar wat God over zulke aangelegenheden heeft gezegd en handel ik dienovereenkomstig?’ Tegenwoordig verlangen mensen uit vele natiën naar vrede; luister naar Jehovah en sluit u bij geestelijke joden aan (Zach. 8:20-23; par. 34-39, 44). Maar wat gebeurt er met degenen die niet luisteren naar wat God zegt?
Doe uw keus — vrede of oorlog (hfdst. 16; 20 min.). In voorbeeld uit de oudheid voorzei God rampspoed voor Syrië, Fenicië (strekking van Zach. 9:1-5; par. 5, 6, 8-10). Filistea veroordeeld, maar een overblijfsel verkoos vrede met God (Zach. 9:6-8; par. 14-17). In deze tijd hebben sommigen eveneens bloeddorstige goden de rug toegekeerd en vrede en bescherming als ware aanbidders verkozen (par. 19-22). Zacharia 9:9, 10, betreffende vrede, in Jezus vervuld (par. 25, 28). Brengt vrede voor Gods volk; oorlog voor tegenstanders (par. 29). Gezalfden, niet christenheid hebben hem als Koning gekozen (par. 30-33). Vrede is voor gezalfden verzekerd, want God verdedigt hen (Zach. 9:15; par. 46, 47). Hij is hun tedere, vredige herder. — Zach. 9:16, 17; par. 48-51.
Zij die naar Jehovah luisteren, genieten verdere zegeningen (hfdst. 17; 15 min.). In tegenstelling tot rampspoed voor hen die God tegenstonden, werden joden met levengevende regen gezegend (Zach. 10:1; par. 4-6). Insgelijks heeft God gezalfden toegenomen geestelijke zegeningen gegeven (par. 7). Zulke zegeningen zijn niet voor personen die wereldse „herders” volgen (Zach. 10:3; par. 11-14). In de oudheid werden ballingen uit alle twaalf stammen in hun land verenigd (Zach. 10:6, 7; par. 19-21). Insgelijks zijn gezalfden, het oudere en het nieuwere deel, met eenheid gezegend (par. 23, 24). Bijeengebrachte aanbidders worden met zijn zegen „tot velen” (Zach. 10:8; par. 31, 33-35). Door te luisteren naar wat Jehovah heeft gezegd, hebben zij alle obstakels overwonnen (Zach. 10:12; par. 40). Allen moeten blijven luisteren en gehoorzamen om vrede te genieten.
6. Hoeveel betekent Gods herder voor u? (pm hoofdstuk 18-20; Zach. 11:1–13:9)
Van levensbelang dat wij Jehovah’s uitverkoren herder waarderen (hfdst. 18; 20 min.). Mensen hebben heel hard betrouwbare leider of herder nodig die hen op juiste wijze zal behandelen. Meeste mensen hebben geen waardering voor Gods herder. Heersers passend vergeleken met herders (par. 1, 8). „Herders” uit de oudheid mishandelden volk waarover God de Grote Herder was (Zach. 11:4, 5; par. 10, 11). Insgelijks hebben geestelijken de mensen die naar hen opzien, behandeld als „kudde bestemd ter doding” (par. 12-15). God gebruikte Zacharia als herder; afbeelding van Jezus (Zach. 11:7, 8; par. 20, 21, 28-31). Jezus ontsloeg drie klassen die geen juiste herders voor het volk waren (par. 32, 33). Meeste mensen onderschatten Jezus als herder (Zach. 11:12, 13; par. 37-44, 48). Christenheid, die belijdt Jezus lief te hebben, verwerpt hem in werkelijkheid; vervolgt zijn dienstknechten, weigert hun boodschap (par. 50). Toets voor ons: Hechten wij meer waarde aan Jezus en zijn koninkrijk, of aan beloften en leiding van menselijke leiders? Van levensbelang thans te beslissen. — Zach. 11:15-17; par. 51, 54-56.
Gebrek aan waardering voor Jezus leidt tot vernietiging (hfdst. 19; 20 min.). Verder bewijs dat christenheid herder (Jezus) niet waardeert, afgeschilderd in volgende hoofdstuk. Geestelijke Jeruzalem is voorwerp van aanval (Zach. 12:1-4; par. 3-6). Nadat Koninkrijk was opgericht, werden geestelijke Judeeërs belegerd, maar aanvallers liepen „schrammen” op (par. 10-13). Hoewel gezalfden zich als het ware in het „open veld” bevinden en gemakkelijk aangevallen schijnen te kunnen worden, zullen aanvallers vernietigd worden (Zach. 12:7, 9; par. 19-22). Zij die aangevallen en bewaard worden, hebben diepe waardering voor Jezus (Zach. 12:10; par. 30-32). Zij weten dat hij herder van Gods volk is; vastbesloten naar hem op te zien en hem te volgen.
Jehovah’s herder helpt Gods volk te reinigen (hfdst. 20; 15 min.). Dienen intense liefde voor Jezus te hebben. Zijn offer maakt het mogelijk dat wij van zonde worden gereinigd; gesymboliseerd door „bron” in Zacharia 13:1. Toonde aan dat er een noodzaak bestond voor goddelijke voorziening voor reiniging (par. 4-8). Gezalfden in 1919 hersteld, gereinigd (par. 11-13). Herder liet hen niet in de steek. Vroege discipelen „verstrooid” maar beschermd; insgelijks in het geval van hedendaagse gezalfden (Zach. 13:7; par. 29-33). Zij die God en zijn herder niet trouw waren, werden afgesneden toen tempel werd geïnspecteerd. Namaakchristenen (”onkruid”) en „boze slaaf” afgesneden van geestelijke staat van Gods volk; minderheid gespaard (Zach. 13:8, 9; par. 34, 39-45). Getrouwen blijven naar God opzien, naderen Hem door bemiddeling van loskoper Jezus. „Grote schare” wacht eveneens op tijd dat herder hen tot menselijke volmaaktheid en eeuwig leven leidt.
7. De zegepraal van de Theocratie luidt het Paradijs in (pm hoofdstuk 21, 22; Zach. 14:1-21)
Jehovah’s heerschappij zal over uitdagende natiën zegevieren (hfdst. 21; 30 min.). Getuigen hebben lange tijd komende oorlog tussen God en natiën gepredikt; geen verbeelding, maar op bijbel gebaseerd. Nu bewijzen van „laatste dagen” toenemen, geïnteresseerd in details van die oorlog. Houdt onder andere aanval op vertegenwoordigers van hemelse Jeruzalem in (Zach. 14:2a, 3; par. 3, 4). Natiën „ontstaken in gramschap”, door overblijfsel te vervolgen; strijden in werkelijkheid tegen Koninkrijk (Openb. 11:15, 18; par. 11-15, 18). Laatste aanval moet nog komen (par. 20). Er is een voorziening voor bescherming. Jehovah en Jezus zijn beiden koningen; hun koninkrijken vergeleken met twee delen van berg die splijt, bescherming biedt (Zach. 14:3-5; par. 23-34). Er zal duisternis en koude zijn voor uitdagende natiën, maar licht voor wie de theocratie hoog houdt (Zach. 14:6, 7; par. 35-38). „Levende wateren” voor „grote schare” en doden verschaft (Zach. 14:8; par. 42-45). Over hele aarde zal men God kennen (Zach. 14:9; par. 52, 53). Uitdagende beschimpers van Gods naam worden vernietigd; of „gesel” nu letterlijk is of niet, hun einde is zeker (Zach. 14:12, 13; par. 57-60). Aldus triomfeert de theocratie.
Een paradijs voor hen die zich in de ware aanbidding verheugen (hfdst. 22; 25 min.). Verwijdering van uitdagende natiën baant weg voor paradijs. Jezus gaf te kennen dat boosdoener dit door middel van opstanding zou krijgen (Luk. 23:43; par. 3, 4). Overlevenden zullen eraan werken paradijs te herstellen, hoewel geestelijke paradijs voorrang heeft (par. 5, 6). Die uit opstanding komen, zullen ware aanbidding moeten opnemen; kunnen niet onverschillig zijn (Zach. 14:16-19; par. 7, 10, 11). Feest van Mozaïsche wet niet gevierd, maar mensen zullen zich in Jezus’ offer en Koninkrijksvoorzieningen verheugen (par. 14-16). Alle dingen zullen tot lof van God dienen (Zach. 14:20, 21; par. 18-21). Zij die in paradijs blijven, zullen geen belangstelling hebben voor commercieel gewin, maar voor ware aanbidding (par. 25, 26). Zevende scheppingsdag eindigt met aarde als een paradijs; allen aanbidden de Theocraat. — Par. 29.