Elkaar aanmoedigen
1 De bijbel heeft heel veel over aanmoedigen te zeggen. Mozes moest Jozua aanmoedigen (Deut. 3:28). Koning Josía moedigde de priesters aan (2 Kron. 35:2). Paulus en Barnabas moedigden de discipelen aan in het geloof te blijven (Hand. 14:22). Zowel onze broeders die vóór Christus leefden als hen die in de eerste christelijke gemeente met elkaar waren verbonden, kenden de noodzaak en kracht van aanmoediging. Hierin volgden zij Jehovah en Christus na.
2 Ook wij in deze tijd kunnen beslist niet zonder aanmoediging. Bovendien weet Jehovah dat de grootste vijand van alle christenen, Satan de Duivel, door zijn Zoon en zijn legerscharen naar de omgeving van de aarde is geworpen en de Duivel en de demonen zijn er beslist op uit christenen te ontmoedigen, ja, indien mogelijk door ontmoediging zover te laten gaan dat zij fouten maken en Gods gunst verliezen. Wij zijn dus in een gemeenschappelijke strijd gewikkeld en hebben de door Jehovah opgelegde verantwoordelijkheid elkaar aan te moedigen.
3 Waar kunnen wij dit beter doen dan op vergaderingen? Hoe duidelijk spreekt dit verlangen uit Paulus’ woorden in Romeinen 1:11 en 12. Zien jullie die gedachte van „uitwisseling van aanmoediging” en „doordat een ieder wordt aangemoedigd door middel van het geloof van de ander”? Dit is alleen maar een vervulling van Gods gebod in Hebreeën 10:24 en 25. Misschien wil je deze tekst hardop voor jezelf lezen en dit kan ook worden gedaan in de vergaderingen waar dit artikel behandeld wordt. Voel je de kracht van Gods geest hieruit spreken?
4 Wij geloven daarom, broeders en zusters, dat wij allen nog meer dan ooit zouden moeten beschouwen wat wij aan onze broeders en zusters kunnen geven door elke vergadering te bezoeken. Let op: God zegt jou dat je moet aanmoedigen. Ben jij niet ontmoedigd wanneer er velen niet op de gemeenteboekstudie zijn? Hoe aangemoedigd ben jij echter wanneer iedereen aanwezig is? Hoe aangemoedigd ben jij als iemand aanwezig is die problemen heeft moeten overwinnen om aanwezig te zijn? Het geloof van die broeder of zuster is een godsgeschenk aan jou. Kun jij elke week zulke godsgeschenken aan anderen uitdelen?
5 Het zal jullie goed doen te vernemen dat het studiebezoek van de Wachttoren-studie over het hele land iets over de 100% is. Toch zijn er heel wat gemeenten, vooral in één bepaalde grote stad, waar het studiebezoek op het weekeinde gemiddeld 87% bedraagt. Doch zelfs over het hele land zijn er heel wat verkondigers die ongeregeld op de Wachttoren-studie komen want de toevloed van geïnteresseerden is heel groot. De door-de-weekse vergaderingen, soms met inbegrip van de gemeenteboekstudie, liggen echter beduidend lager dan 100%. Verslag na verslag van de kringdienaar laat zien dat dit de situatie is, dat ouders hun kinderen niet meenemen en daarom om de beurt gaan, en dat er soms om het minste geringste niet naar de vergadering wordt gegaan. Dit is niet in overeenstemming met wat wij in De Wachttoren van 1 oktober 1970 op de bladzijden 597 en 598, paragraaf 18 en 19, hebben geleerd. Lees ook par. 19 en 20 op blz. 51 van De Wachttoren van 15 januari 1971.
6 Welnu, geliefde broeders en zusters, om deze reden is dit artikel gepubliceerd en wordt dit door de broeders die onder de „getrouwe en beleidvolle slaaf” dienen, aan jullie voorgelegd. Laat de inhoud ervan een plaatsje in jullie hart vinden en neem het vaste besluit elkaar aan te moedigen door elke week met het hele gezin alle vergaderingen te bezoeken, en „dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen”. Wat een vreugde zal dit jullie geven! — Hebr. 10:25.