Naar de verloren schapen zoeken
Een zendeling schrijft ons: „In december kreeg ik bij het van-huis-tot-huiswerk contact met een katholieke dame die het Waarheid-boek van mij nam. Zij ging direct in op mijn voorstel voor een bijbelstudie. Zij maakte daarbij zulke grote vorderingen dat zij al bij de derde studie begreep dat, wilde zij Jehovah behagen, zij haar beelden en heiligenschilderijen moest wegdoen. Toen ik voor de vierde studie kwam, waren inderdaad alle beelden verdwenen en had zij zelfs haar medaillon van de ’heilige maagd’ weggedaan. Na één maand studie verscheen zij met haar kinderen op de vergaderingen en is sindsdien blijven komen. Nog een maand later begon haar ongelovige echtgenoot te studeren en weer twee maanden later begon zij Jehovah in het openbaar te loven.”
Zou jij niet uitgelaten van vreugde zijn als jij zoiets mocht meemaken? Deze ervaring is het resultaat van het nabezoek- en bijbelstudiewerk onder leiding van de engelen. Hoe dienen wij het nabezoek- en bijbelstudiewerk eigenlijk te bezien? Op de enig juiste wijze, de schriftuurlijke wijze.
De mensenwereld heeft Jehovah veel droefheid berokkend. Toch heeft Jehovah daardoor niet zijn belangstelling voor de mens verloren. Integendeel, door alle eeuwen heen heeft hij nauwlettend gelet op personen die blijk geven van zachtmoedigheid. Nu het moment vlakbij komt dat hij ontelbare mensenmenigten het leven moet gaan ontnemen, wenst Jehovah dat iedere zachtmoedige de mogelijkheid om te blijven leven, liefdevol aangeboden krijgt. Hoe onze hemelse Vader dit beziet, blijkt duidelijk uit Ezechiël 34:11: „Want dit heeft de Heer Jehovah gezegd: ’Hier ben ik, ikzelf, en ik wil mijn schapen zoeken en hen verzorgen.’” Dat dit werk speciaal in de eindtijd gedaan zou worden, blijkt uit het volgende vers: „Ik wil hen bevrijden uit alle plaatsen waarheen zij verstrooid zijn op de dag van wolken en dikke duisternis.” Er heerst in de satanische wereld een Egyptische duisternis, maar wie zal het pad verlichten van zachtmoedige, met schapen te vergelijken personen? Degenen over wie de apostel Paulus kon zeggen: „Gij schijnt als lichtgevers in de wereld” (Fil. 2:15). Is het een gemakkelijke taak door Jehovah te worden gebruikt als redder van kostbare mensenlevens? Als wij Jeremia 16:16 beschouwen niet.
Jagen en vissen is voorwaar geen taak voor mensen die gemakzuchtig zijn. Een slaaf van Jehovah te zijn, is weggelegd voor mensen die graag hard werken. Daarom zocht Jezus bewust naar personen die bereid waren zich geheel te geven in de dienst van anderen. Jezus zelf is voor iedereen die in hem gelooft een wezenlijk voorbeeld van trouwe dienst. Jehovah’s getuigen prijzen zich gelukkig dat Jehovah alleen hen als lichtdragers heeft uitgezonden. Zij willen in alles trachten op hun hemelse Vader te lijken. Zij kennen de waarheid van de spreuk: „Een waarachtige getuige bevrijdt zielen” (Spr. 14:25). Het deert hen niet dat zij vele uren, vaak belemmerd door weersomstandigheden of vermoeidheid, van huis tot huis moeten zoeken naar de verloren schapen. Ook al worden hun goede bedoelingen vaak verkeerd uitgelegd, zij gaan door, gedreven door liefde voor God en hun naaste.
Door al deze activiteiten presteren zij heel wat. In Nederland hebben wij de laatste twee jaar bijna 300.000 boeken en ongeveer 5.000.000 tijdschriften mogen verspreiden. Tegenstanders van ons menslievende werk zouden smalend kunnen zeggen: „Wat een getallen! Zien jullie nu wel dat jullie venters zijn!” Maar wij kunnen hetzelfde zeggen als de eerste christenen: „Wij zijn geen venters van het woord van God, zoals velen, maar als uit oprechtheid, ja, als van God gezonden, onder het oog van God, in gezelschap van Christus, spreken wij” (2 Kor. 2:17). Wat vormt er het bewijs voor dat wij geen venters zijn? Waaruit blijkt dat wij door zuivere motieven gedreven worden? Hieruit: Alleen al in Nederland kunnen wij in het dienstjaar 1970 wijzen op 2.500.000 gratis gebrachte nabezoeken. Wat een liefdevolle zorg voor de verloren schapen blijkt hieruit. Wij mogen en kunnen als het enige door God goedgekeurde zendingsgenootschap zeggen: „Ja, als van God gezonden, onder het oog van God, in gezelschap van Christus, spreken wij.” Wat een verheven zending hebben wij!
Is er nog veel werk te doen voor ons? Zoveel dat Jehovah ons bijzonder veel kracht en ondersteuning zal moeten schenken wil het oogstwerk binnen enkele jaren klaar komen. De verslagen van de kringdienaren vertellen van boordevolle zalen tijdens hun openbare lezing. Deze mensen dienen nog allemaal geholpen te worden door middel van een huisbijbelstudie tot een definitief besluit te komen Jehovah te gaan dienen.
Velen wachten op hulp
Jehovah heeft ons tot de enige mensen gemaakt die gefundeerd over een hoopvolle toekomst kunnen spreken. Is het dan de tijd ervoor in onze schulp te kruipen? integendeel, overeenkomstig Matthéüs 10:27 doen wij wat Jezus ons opdroeg: „Wat gij in het oor hoort fluisteren, predikt dat van de daken.” En wij hebben gepredikt! Is er nog één gehucht in Nederland waar men Jehovah’s getuigen niet kent? Men kent óns inderdaad, maar kennen en begrijpen zij de boodschap van het goede nieuws? Velen van de verloren schapen nog niet. Hoeveel verloren schapen zullen zich bevinden onder de 300.000 boekverspreidingsadressen? Hebben die geen recht op hulp?
Heel veel van deze 300.000 boeken zijn Waarheid-boeken. Wat een voortreffelijk hulpmiddel voor bijbelstudie is dit boek. Dat het Waarheid-boek de belangstelling voor bijbelstudie stimuleert, blijkt duidelijk uit de ontelbare ervaringen over nieuwe studies die ons bereiken. Bij één gelegenheid, op een districtsvergadering, gaf men het Waarheid-boek aan een van de vrachtautochauffeurs die voorraden naar de vergadering bracht. Hij las het die nacht en toen hij de volgende dag terugkwam, vroeg hij om een bijbelstudie. Hoevelen zouden er gelijk hem zijn en op hulp wachten? Bezie in dit licht de opdracht van de apostel Petrus: „[Weest] altijd gereed u te verdedigen voor een ieder die van u een reden eist voor de hoop die in u is, maar doet dit met zachtaardigheid en diepe achting.” — 1 Petr. 3:15.
Uit de verslagen van de kringdienaren blijkt dat 1/3 van de verkondigers de vreugde smaakt van het bedienen van een huisbijbelstudie. Zouden alleen zij daartoe de bekwaamheid bezitten? Wij menen stellig van niet. Bij velen zijn echter belemmeringen aanwezig die onder gebed en door krachtige inspanning van onze zijde overwonnen dienen te worden. Wij willen toch straks allemaal uit de mond van de Meester horen: „Wel gedaan, goede en getrouwe slaaf! . . . Ga de vreugde van uw meester binnen” (Matth. 25:23). Wat een vreugde straks te mogen binnengaan te zamen met hen wier leven wij hebben mogen redden! Jij bent toch nog steeds dankbaar voor de hulp van de broeder of zuster die jou nabezoeken kwam brengen en je naderhand vele maanden lang studie kwam geven? Hoe kun je je dankbaarheid het beste tonen? Door nu ook zelf een huisbijbelstudie te leiden. Velen wachten immers op hulp?
Van jouw hulp hangt leven af. Jezus stelde het zeer duidelijk: geen redding zonder onderdompeling (Mark. 16:16). Daarbij dienen nog duizenden kinderen en jonge mannen en jonge vrouwen binnen Gods organisatie geholpen te worden krachtig te zijn in hun geloof. Binnenkort zullen zij zich op nog zeer jeugdige leeftijd staande moeten kunnen houden tijdens de aanval van Gog van Magog. Ouders, en vooral vaders, zullen met dit in gedachten geen keer de gezinsstudie willen overslaan. Dat is het werk binnen Gods organisatie, doch ook buiten de Koninkrijkszalen zijn de velden wit om geoogst te worden. Denk maar eens aan de honderdduizenden adressen waar in de afgelopen tijd lectuur door ons werd verspreid. De boekverspreiding ligt nu in Nederland 6 maal hoger dan 5 jaar geleden, doch het nabezoekcijfer steeg maar tot het dubbele. Behoeft één getuige van Jehovah zich in Nederland af te vragen wat hij kan doen? Er is inderdaad veel te doen, heel veel, maar wat kunnen wij dankbaar zijn dat Jehovah ons te midden van deze goddeloze wereld beschermt door ons druk bezig te houden met zo’n grote hoeveelheid levenreddend werk.
Zou ik het wel kunnen?
Een van de belemmeringen waar 2/3 van de verkondigers wellicht mee worstelt is: Zou ik het wel kunnen? In eigen kracht niet, daarom redeneert de apostel Paulus met ons: „Niet dat wij uit onszelf voldoende bekwaam zijn . . ., maar dat wij voldoende bekwaam zijn, komt uit God voort” (2 Kor. 3:5). En kunnen wij Jehovah niet uiterst dankbaar zijn dat hij ons in de afgelopen jaren zo bekwaam heeft gemaakt dat wij een goed van-huis-tot-huistoespraakje kunnen houden? Heeft Jehovah ons geen wonderbaarlijke hulpmiddelen verschaft bij onze prediking in de vorm van de boeken De waarheid die tot eeuwig leven leidt, Is de bijbel werkelijk het Woord van God? en Is de mens ontstaan door evolutie of door schepping? En vertelt de bijbelstudiefolder niet alles wat er te vertellen valt over hoe iemand geholpen kan worden door middel van een huisbijbelstudie?
Laten wij als voorbeeld de kracht van het Waarheid-boek eens beschouwen. Uit alle delen der wereld komen blijken van groot enthousiasme en diepe waardering voor ons nieuwe Waarheid-boek. Kenmerkend voor alle reacties is die van één verkondiger die schreef: „Woorden zijn niet in staat mijn vreugde en waardering weer te geven voor het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Ik heb nog nooit zo iets gelezen wat zo duidelijk en toch tactvol is, iets wat zo eenvoudig is en toch een beroep doet op het verstand en bedoeld is om mensen te helpen na te denken. Het is werkelijk een middel om al degenen te helpen die ernaar verlangen tot een kennis van de waarheid die tot eeuwig leven leidt, te komen.”
De kracht die van onze boeken uitgaat, is dusdanig dat iedereen die zich volledig inzet er succes mee heeft. Er zijn veel verkondigers van wie wij zouden kunnen zeggen dat zij niet zoveel natuurlijke bekwaamheden bezitten, doch zij brengen de ene persoon na de andere tot de waarheid. Hoe komt dat? Zij bezitten een hart dat overvloeit van de waarheid, het zijn broeders en zusters die vol liefdevolle bezorgdheid voor hun naaste zijn. En zij vinden de verloren schapen en de schapen luisteren graag naar hun prediking omdat zij daarin de stem van de voortreffelijke herder herkennen. Jehovah zal ook jou bekwaam maken in het nabezoekwerk als je vol geloof aan het werk gaat en de hulpmiddelen hanteert die de „getrouwe en beleidvolle slaaf” jou in je handen legt.
Een goed nabezoek begint bij een enthousiaste van-huis-tot-huisprediking. Iedere verspreiding en iedere werkelijke belangstelling wordt goed genoteerd. Tussen twee haakjes, gebruik jij het van-huis-tot-huisrapportje van het Genootschap? Heb je daar goede notities op gemaakt, dan sta je bij het brengen van je nabezoek nooit met een mond vol tanden. Je weet wat er verleden keer gezegd is en je hebt je thuis onder gebed voorbereid.
Is een nabezoektoespraakje moeilijk? Nee, het is zelfs gemakkelijker dan het lopende toespraakje, omdat je nu weet tegen wie je spreekt en waarover je zult spreken. Een nabezoektoespraakje is gewoon een verlengd van-huis-tot-huistoespraakje. Je zou kunnen beginnen met: „Ik herinner mij nog goed ons vorige gesprek. U maakte toen de opmerking . . . en ik heb daarover nagedacht. Kijkt u eens hier op bladzijde . . . van dit boek. Daar staat in feite het antwoord.” Ah juist, dat kun je alleen zo toepassen als je eerst thuis hebt gekeken wat je wilt gaan aanhalen. En zou je het nu eigenlijk nog moeilijk vinden, ga dan naar een van de rijpere verkondigers en vraag hem of haar een paar keer met jou mee te gaan naar een nabezoek. Ontwikkel initiatief hierin en doe er moeite voor een actieve slaaf van Jehovah te zijn in het binnenbrengen van de oogst: de verloren schapen. Hoeveel moeite hebben vele mannen en vrouwen niet moeten doen om hun wereldse beroep goed onder de knie te krijgen? Zouden wij er dan niet heel veel moeite voor willen doen een doeltreffende prediker van het goede nieuws te zijn? Jehovah God en Jezus Christus slaan als de grote onderwijzers aandachtig jouw oprechte pogingen gade vorderingen te maken in de kunst van onderwijzen.
Bij de kunst van onderwijzen komt zeker ook de noodzaak volharding te tonen in het zoeken naar de verloren schapen. Eén verkondiger vond een huisbewoner elf maal niet thuis, toonde desondanks ijzeren volharding totdat hij de man ontmoette en kon helpen met een bijbelstudie. Die man is nu een assistent-gemeentedienaar. Een hulp bij het getrouw verrichten van ons nabezoekwerk is de wetenschap dat wij werken „onder het oog van God” (2 Kor. 2:17). Zou zelfs in een zwak moment even de gedachte bij ons opkomen dat nabezoekwerk niet zo belangrijk is, dan zal de herinnering dat wij werken onder het oog van God ons weer tot bezinning brengen. Daarom zullen wij na ons eerste bezoek nooit mogen denken: „Op dat adres zal men toch niet zo’n belangstelling hebben.” Hoe weten wij dat van tevoren? Misschien nam de huisbewoner het tijdschrift wat onnadenkend of zelfs onverschillig, maar wat zullen zijn of haar reacties zijn na het gelezen te hebben? In hoeverre helpen wij door zo’n denkwijze onze hemelse broeders, de engelen? Zij hebben de opdracht zo snel mogelijk voor zachtmoedige mensen de weg vrij te maken naar Gods aardse organisatie. Kun je hun vreugde voorstellen wanneer het contact tot stand gekomen is tussen zo iemand en een plaatselijke broeder of zuster? Nu is alles in gereedheid voor doelmatige hulp! Tenminste als de verkondiger getrouw zijn nabezoek gaat brengen, anders kan nog alles voor niets zijn geweest.
Wat een verantwoording rust er op onze schouders! Jezus bracht het treffend onder woorden: „Gij zijt het licht der wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen worden.” En waarvoor waarschuwde onze Heer? „Wanneer men een lamp aansteekt, zet men die ook niet onder de korenmaat, maar op de lampestandaard, en ze schijnt op allen in het huis” (Matth. 5:14, 15). Wat zou een zachtmoedige ermee geholpen worden wanneer wij hem maar even zouden laten genieten van het licht door de verspreiding van lectuur, doch hem verder in het donker zouden laten zitten omdat wij de kandelaar van het nabezoek onder de korenmaat hadden gezet? Ieder van ons kan op zijn minst teruggaan om te informeren of er verdere belangstelling voor de waarheid bestaat. Zelfs de jongste verkondigers kunnen op deze wijze hun nabezoeken brengen.
Een vader in Nederland vertelde ons dat zijn ruim tienjarige zoon hem al vele malen had gevraagd mee te gaan naar zijn nabezoeken. De vader zei eerlijk: „Ik ging mee alhoewel ik dacht, wat voor nabezoek kan zo’n jongen nu hebben?” Maar toen hij op aanwijzingen van zijn zoon de oprijlaan van een groot huis moest oprijden, begon hij zich zo langzamerhand iets af te vragen. De zoon belde en een heer verwelkomde zijn zoon hartelijk en zei tot de vader: „Komt u binnen, ik wil graag eens kennis maken met de vader van deze jongen; ik geloof dat Gods geest ons heeft samengebracht, u zult mij veel te vertellen hebben.” Een jongen van tien jaar opende door zijn nabezoeken de deur van een huis dat voordien voor volwassen verkondigers gesloten was geweest.
Geloof je met ons in de enorme kracht en wijsheid van Gods heilige geest? Zal Jehovah je oprechte gebed niet willen verhoren als jij hem nederig vraagt jou te helpen door middel van zijn geest het doel na te streven van zes nabezoeken en één bijbelstudie? „En dit is het vertrouwen dat wij jegens hem hebben, dat, ongeacht wat wij vragen OVEREENKOMSTIG ZIJN WIL, hij ons hoort” (1 Joh. 5:14). Het is Jehovah’s uitdrukkelijke wil dat de verloren schapen niet alleen gezocht worden, doch ook door verdere hulp in veiligheid gebracht worden. Jehovah zal ook jou helpen bij het doen van zijn wil.
De tijd uitkopen
Een andere belemmering voor het doen van doeltreffend nabezoekwerk zou de neiging kunnen zijn niet zo graag wat vrije tijd te offeren voor het leiden van een huisbijbelstudie. Het alledaagse leven biedt zoveel afleiding en brengt zoveel beslommeringen met zich mee dat men misschien ternauwernood nog mee kan gaan in de prediking van huis tot huis. Maar is dat nu niet net de situatie waarvoor Jezus dringend waarschuwde: „Schenkt echter aandacht aan uzelf, dat uw hart nooit bezwaard wordt met overmatig eten en overmatig drinken en zorgen des levens, en die dag plotseling, in een ogenblik, over u komt” (Luk. 21:34). Wij prediken uit de diepe wens van ons hart om mensen de weg naar het leven te wijzen en niet om gehaast ook nog wat „uren te halen”. Gebrek aan liefde voor de naaste zou ertoe leiden dat onze prediking onvruchtbaar zou worden (2 Petr. 1:18). In Nederland is de dagelijkse werktijd korter geworden, de vrije zaterdag is ingevoerd en zouden wij dan toch nog kunnen zeggen: „Ik heb geen tijd”? Wat zou er met ons gebeurd zijn als degene die ons studie kwam geven, had gezegd: „Ik heb daarvoor geen tijd meer”? Paulus als onze vertrouwde raadgever raadde ons aan: „Dientengevolge, mijn geliefde broeders, wordt standvastig, onwrikbaar, altijd volop te doen hebbend in het werk van de Heer, wetend dat uw arbeid niet tevergeefs is in verband met de Heer.” — 1 Kor. 15:58.
Omdat het zoeken naar verloren schapen een rechtstreekse opdracht is van de grootste Mensenvriend, zullen wij graag ’de gelegen tijd uitkopen’. Veel broeders en zusters hebben daarom de vakantiepioniersdienst op zich genomen. Vaak lezen wij op hun aanvraagformulier opmerkingen als „ik moet wel, broeders, wil ik aan al mijn nabezoeken toekomen”. Dát is de geesteshouding die Jehovah aangenaam is. Jehovah beloont bereidwillige dienst en wie zou niet graag goddelijke beloningen ontvangen? Dit samenstel staat te wankelen op haar laatste benen. Wie zegt „Heer, hier ben ik! Zend mij” als er gevraagd wordt tijd vrij te maken voor het zoeken naar de verloren schapen? Wij allemaal? Laten wij dan terugkeren tot hen die belangstelling hebben getoond om hen door middel van een nabezoek en het aanbieden van een huisbijbelstudie te helpen de weg der ontkoming te vinden. Kun jij de tijd uitkopen met het doel zes nabezoeken en één bijbelstudie na te streven?
Gods gemeente helpt jou
Vanzelfsprekend helpt Gods gemeente jou. De plaatselijke gemeente is juist voor dat doel georganiseerd. In die gemeente zijn de door Gods geest aangestelde dienaren er om jou te helpen de verloren schapen te zoeken. De gemeente is het opvangcentrum voor verloren schapen, het is hun weidegrond en zij dienen alleen daarnaartoe geleid te worden. De gemeente heeft grote belangstelling voor ieder verloren schaap dat gevonden wordt en voor degene die dit schaap moet helpen. In iedere gemeente is daarom een speciale broeder van het comité aangesteld als BIJBELSTUDIEDIENAAR. Zijn naam zegt het reeds. Hij is er om de krachtsinspanningen van alle verkondigers te bundelen en naar doelmatige nabezoek- en bijbelstudieactiviteit te leiden. Hij wil ook jou helpen ga gerust naar hem toe als je meent dat hij je ergens mee van dienst kan zijn.
Hoe belangrijk het werk van de bijbelstudiedienaar is, blijkt uit het feit dat de bijbelstudiedienaren tijdens de komende serie kringvergaderingen speciaal onderwijs van de districtsdienaar zullen ontvangen. Zij worden tot een speciale vergadering met de districtsdienaar uitgenodigd. In deze enorme taak, leiding te geven aan het gehele voedingsprogramma van de gevonden verloren schapen, wordt de bijbelstudiedienaar gelukkig bijgestaan door nog meer bekwame mannen. Het zijn de GEMEENTEBOEKSTUDIEDIENAREN die zorgen dat jij nabezoeken kunt brengen. Zij organiseren daarvoor acties in overleg met alle leden van hun gemeenteboekstudie zodat de geschiktste tijden kunnen worden vastgesteld. Dit kan van gemeente tot gemeente variëren doch de avonden en weekeinden zijn natuurlijk uitermate geschikt voor dit werk. Op jouw gemeenteboekstudie zijn trouwens bekwame broeders en zusters aanwezig die vaak jarenlange ervaring hebben in het vinden en verzorgen van verloren schapen. Je kunt veel van hen leren. Zij zullen ook jou graag helpen een rijpe verkondiger te zijn die zorg kan dragen voor zijn eigen adressen van belangstellenden.
In de komende maanden zullen wij hard meewerken aan de Wachttoren-veldtocht. Is dan het aantal abonnementen belangrijk? Ja, indien wij in gedachten houden dat weer een groter aantal mensen voorzien wordt van goed geestelijk voedsel. Ook tijdens de Wachttoren-veldtocht zullen wij waakzaam zijn ten aanzien van het aanbieden van een gratis huisbijbelstudie. Veel verkondigers en pioniers hebben er veel succes mee altijd Waarheid-boeken bij zich te hebben. Zodra de huisbewoner enigszins reageert of met een tegenwerping komt, pakken zij het Waarheid-boek en beantwoorden de vraag daaruit. En, de eenvoudige en rechtstreekse stijl van dit boek is zo boeiend dat veel huisbewoners er belangstelling voor hebben. Bovendien kan er een poging worden gedaan om op elk adres waar een abonnement wordt afgesloten, een huisbijbelstudie uit het Waarheid-boek op te richten.
Welnu, wat is jouw conclusie nadat je dit alles tot je hebt laten doordringen? Geloof jij
— dat velen op hulp wachten?
— dat ook jij het kan met Jehovah’s hulp?
— dat wij ermee voort moeten gaan de tijd uit te kopen?
— dat de gemeente jou daarbij kan helpen?
Wil jij dan ernstige pogingen doen een krachtige nabezoekgezindheid te ontwikkelen en elke maand het doel van ten minste zes nabezoeken na te streven? Kun jij dit overschrijden, zoveel te beter. Zou jij, terwijl jij Jehovah bidt om zijn zegen, volijverig naar verloren schapen kunnen zoeken en elke week één of meer bijbelstudies kunnen leiden? Zou jij bereid zijn dat extra werk te doen en hierdoor elke maand de tien uur dienst te overschrijden? De tijd die ons nog rest om het inzamelingswerk te voltooien, wordt steeds beperkter. Wat een voorrecht is het in deze tijd een aandeel te hebben aan dit grootse, versnelde inzamelingswerk! „Schenk [dus] voortdurend aandacht aan uzelf en aan uw onderwijs. Blijf bij deze dingen, want door dit te doen, zult gij zowel uzelf redden als hen die naar u luisteren” (1 Tim. 4:16). Wees je ten volle bewust van deze dringendheid en neem er de tijd voor, ja, MAAK TIJD om al degenen te helpen die nog hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid je zult hen alléén kunnen helpen door hen na te bezoeken met het doel een huisbijbelstudie bij hen op te richten.
Waarlijk, er is veel werk te doen in een korte tijd en wij zien ernaaruit dat jullie allen je laten opleiden om vooral het nabezoek- en bijbelstudiewerk als nimmer tevoren ter hand te nemen, terwijl wij Jehovah bidden dat hij de deur tot activiteit nog open zal houden. En dan, wanneer de grote verdrukking zal losbarsten, zullen wij te zamen met de vele duizenden die het God heeft goedgedacht in zijn plaats van veiligheid te brengen, uitbundige vreugde hebben en wij zullen staande blijven in het volledige vertrouwen dat Jehovah zijn volk zal schragen in hun rechtschapenheid. — Spr. 10:28, 29.