Theocratische bedieningsschool voor 1971
INSTRUCTIES
In 1971 dient de school der theocratische bediening door alle gemeenten als volgt te worden gehouden:
STUDIEBOEKEN: De toewijzingen zullen gebaseerd zijn op de bijbel [bi 12], Schema’s voor toespraakjes [so] en het boek „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” [si]. Bewaar dit schema voor de school in je „si”-boek, dan zul je het altijd bij je hebben.
BIJBELLEZEN: Allen die de school bezoeken, dienen van tevoren het aangegeven bijbelgedeelte te lezen. Hiervoor behoef je slechts vijftien minuten per dag de bijbel te lezen.
INSCHRIJVING: Alle personen in de gemeente die daartoe in staat zijn, zowel de manlijke als de vrouwelijke, dienen zich te laten inschrijven en de school geregeld te bezoeken ten einde er profijt van te trekken.
TOEWIJZINGEN: De schooldienaar zal zijn lezingenschema op zijn minst drie weken van tevoren, en waar dit uitvoerbaar is, zelfs enkele maanden van tevoren, klaarmaken en op het mededelingenbord van de gemeente te bevestigen. Indien mogelijk dienen de leerlingen elke drie maanden een lezing uit te spreken.
MONDELING OVERZICHT: 5 minuten. De broeder die de voorgaande week de instructielezing heeft gehouden, zal over het materiaal van het „si”-boek niet meer dan tien vragen uitkiezen en stellen. Allen mogen hieraan deelnemen.
INSTRUCTIELEZING: 15 minuten. Lezing No. 1 dient niet slechts een samenvatting van het toegewezen materiaal te zijn. Het dient een goed uitgewerkte lezing met een zelfgekozen thema te zijn, die slechts wordt toegewezen aan de schooldienaar of een meer bekwame leerling, aan wie altijd persoonlijke raad wordt gegeven. (Zie ook Bekwaam gemaakt tot de predikingsdienst, bladzijde 105, par. 3.)
LEZING NO. 2: 6 minuten. Dit is een verhalende of beschrijvende lezing waarin de spreker het toegewezen materiaal met eigen woorden behandelt, samenvat of verklaart, met een zeer korte inleiding en besluit. Een eventuele toepassing van het materiaal dient tot een paar zinnen beperkt te blijven.
LEZING NO. 3 EN 4: Elk 6 minuten. Indien mogelijk dienen deze lezingen aan zusters toegewezen te worden. Elk lezinkje zal zittend of staand tegenover een partner gehouden worden, die door de schooldienaar wordt aangewezen; er mogen ook meerderen worden gebruikt. De vorm waarin het gegoten wordt, dient het praktische gebruik van het materiaal te laten zien. Het is gewoonlijk het beste dat degene die het lezinkje houdt de leiding neemt en het gesprek verder ontwikkelt.
LEZING NO. 5: 7 minuten. Deze lezing dient bij voorkeur aan een broeder met enige ervaring toegewezen te worden en dient voor de hele zaal te worden gehouden (waarbij gewoonlijk slechts aantekeningen en de bijbel worden gebruikt); hij kan de toehoorders een groep mensen laten voorstellen op wie het materiaal in het bijzonder van toepassing is.
TOESPRAAKJES: Elk 5 minuten. Deze lezinkjes, die voor de avonden van het schriftelijk overzicht aan broeders of zusters worden toegewezen uit Schema’s voor toespraakjes [so] worden gehouden, dienen realistisch en praktisch te zijn. Alle genoemde punten moeten behandeld worden, hoewel niet in dezelfde volgorde, en elke schriftplaats die bij een van de punten wordt aangehaald, mag worden gebruikt.
HET VOORBEREIDEN VAN LEZINGEN: Houd je zorgvuldig aan de toegewezen thema’s ten einde herhaling van gedachten te vermijden en gebruik van het toegewezen materiaal alleen die punten of schriftplaatsen die betrekking hebben op thema. Oefenlezingen zullen gewoonlijk verklarend materiaal behandelen zoals door het thema wordt aangegeven. Indien nodig kun je de indexen achterin de laatste jaargangen van de tijdschriften en de boeken raadplegen onder het schriftuurplaatsen- en onderwerpenindex. De vorm waarin het wordt gegoten dient het praktische gebruik van het toegewezen materiaal te laten zien.
RAADGEVING: 2 minuten voor elke oefenlezing. Over elke oefenlezing zal specifieke raad worden gegeven, waarbij het programma van progressieve raadgeving wordt gevolgd dat onder aan het raadgevingenformulier wordt uiteengezet. (Zie ook Bekwaam gemaakt, blz. 106, par. 6 t/m blz. 108, par. 11; „Uw woord is een lamp voor mijn voet”, blz. 53, par. 3; 138, par. 2.)
TIJDSBEPALING: Geen enkele lezing dient over tijd te gaan. Bij de lezingen No. 2 t/m 5 zal, indien nodig, een stopteken worden gegeven. Tijdens het bezoek van de kringdienaar komen het mondeling overzicht en lezing No. 2 te vervallen en zal de vergadering tot vijfenveertig minuten beperkt te worden.
SCHRIFTELIJK OVERZICHT: 30 minuten. Regelmatig zal er een schriftelijk overzicht worden gehouden. Neem, om je hierop voor te bereiden, de vragen in „si” nog eens door en lees het toegewezen bijbelgedeelte uit. Tijdens het overzicht mag alleen de bijbel gebruikt worden. Wanneer de vragen en antwoorden worden voorgelezen, zal iedere leerling zijn eigen papier nazien. De week daarop zullen in het mondeling overzicht enkele belangrijke punten van het schriftelijk overzicht behandeld worden. Wanneer het schriftelijk overzicht in de week van de kringvergadering of het bezoek van de kringdienaar valt, zullen de lezingen van de volgende week worden gehouden en zal men het schriftelijk overzicht de week daarna hebben.
GROTE EN KLEINE GEMEENTEN: Gemeenten waar vijftig of meer leerlingen voor de school staan ingeschreven, dienen er regelingen voor te treffen dat aparte groepjes leerlingen de op het schema vermelde lezingen houden voor assistent-raadgevers, die door de gemeentedienaar zijn aangesteld. Laat de leerlingen over de verschillende ruimten rouleren. Waar dit raadzaam wordt geacht, mogen zusters elke lezing houden, waarbij zij dit tegenover een andere zuster doen, zoals voor lezing No. 3 en 4 is aangegeven.
AFWEZIGHEID: Wanneer een leerling die een lezing moet houden, niet aanwezig is, zal een vrijwilliger de aangegeven schriftplaatsen lezen plus het gedeelte van de context dat nodig is om de tijd te vullen, terwijl hij, naar de mate dat hij zich op zo’n korte termijn daartoe in staat voelt, de toepassing van het materiaal laat zien.
DEELNAME: Benut alle voorzieningen van de school. Volg het schema voor het bijbellezen. Je zult dan stellig rijke zegeningen ontvangen.
SCHEMA
(Van de week van 23 januari 1971 tot de week van 2 januari 1972)
24 jan. Lezen: Jesaja 1 tot 19
No. 1: si blz. 118 §1 tot blz. 119 §8
No. 2: Jes. 7:1 tot 8:22. „Jesaja en zijn zonen zijn tekenen en wonderen in Israël.”
No. 3: Jes. 2:1-5. „Alle natiën gaan op naar de Jehovah’s berg om de ware aanbidding te beoefenen.”
No. 4: Jes. 14:1-23. „De koning van Babylon neergeworpen in Sjeool.”
No. 5: Jes. 6:1-13. „De hedendaagse Jesaja-klasse reageert op de in een visioen geziene heerschappij van Jehovah.”
31 jan. Lezen: Jesaja 20 tot 35
No. 1: si blz. 119 §9 tot blz. 121 §20
No. 2: Jes. 25:6-9; 26:1-4; 35:1-10. „Herstel brengt geestelijke zegeningen en voorspoed.”
No. 3: Jes. 33:22; 32:1-5. „Theocratisch bestuur schenkt zegeningen.”
No. 4: Jes. 20:1-6; 31:1-3. „Wee hun die afdalen naar Egypte om hulp.”
No. 5: Jes. 28:1-22. „Vertrouwen in de hedendaagse ’leugentoevlucht’ leidt tot de dood.”
7 febr. Lezen: Jesaja 36 tot 48
No. 1: si blz. 121 §21 tot blz. 122 §33
No. 2: Jes. 36:1 tot 37:38. „Eén engel bevrijdt Jeruzalem in één nacht.”
No. 3: Jes. 43:8-13. „Getuigen dat Jehovah de ware God is — in het verleden en nu.”
No. 4: Jes. 46:1 tot 47:15. „Babylons valse goden en astrologen hebben het niet gered.”
No. 5: Jes. 44:26 tot 45:8. „Babylons val voor Cyrus wijst op de val van het grotere Babylon.”
14 febr. Lezen: Jesaja 49 tot 66
No. 1: si blz. 122 §34 tot blz. 123 §39
No. 2: Jes. 52:13 tot 53:12. „Het leven van de Messías tot in details voorzegd.”
No. 3: Jes. 51:16; 65:17-25; 66:7-9. „Jehovah brengt zijn nieuwe hemelen en nieuwe aarde tot bestaan.”
No. 4: Jes. 61:1-9. „Jehovah’s gezalfden en hun helpers in het opbouwen van de ware aanbidding.”
No. 5: Jes. 52:1, 2; 54:1-8; 60:1-12. „Jehovah’s vrouw verkrijgt voorspoed.”
21 febr. Schriftelijk overzicht. Lees Jesaja uit
Toespraakjes: so 42A en 42B
28 febr. Lezen: Jeremia 1 tot 14
No. 1: si blz. 124 §1 tot blz. 125 §7
No. 2: Jer. 1:1 tot 2:37. „Jeremia aangesteld om omver te halen en op te bouwen.”
No. 3: Jer. 2:13; 5:29-31; 10:23, 24. „Steunen op eigen verstand leidt tot dwaasheid.”
No. 4: Jer. 7:31-33; 19:2-5. „Het offeren van mensen in Hinnom niet uit God; evenmin hellevuur.”
No. 5: Jer. 7:1-28. „Jeruzalems trouweloosheid en misplaatste vertrouwen, een tegenhanger van de christenheid.”
7 maart Lezen: Jeremia 15 tot 29
No. 1: si blz. 125 §8 tot blz. 126 §19
No. 2: Jer. 25:1-14; 29:1-32. „Trouweloosheid had 70-jarige gevangenschap en verwoesting tot gevolg.”
No. 3: Jer. 18:1-12; 19:1-5, 10, 11; 25:15-38. „Zij die zich niet aan de Grote Pottenbakker onderwerpen, zullen vernietigd worden.”
No. 4: Jer. 17:9, 10; 20:7-9; 16:16. „Laat het hart tot juiste werken aanzetten.”
No. 5: Jer. 27:1 tot 28:17. „Het houten of het ijzeren juk — wat zul je dragen?”
14 maart Lezen: Jeremia 30 tot 39
No. 1: si blz. 126 §20 tot blz. 129 §36
No. 2: Jer. 36:1-32. „Jehovah’s geschreven Woord verandert niet door het te verbranden.”
No. 3: Jer. 35:1-19. „De Rechabieten stellen Israël aan de kaak en beelden de ’grote schare’ af.”
No. 4: Jer. 38:1-13; 39:15-18. „Ebed-Melechs vriendelijkheid tegenover Jeremia vormt een profetisch beeld.”
No. 5: Jer. 31:31-34. „Het nieuwe verbond en het doel ervan.”
21 maart Lezen: Jeremia 40 tot 52
No. 1: si blz. 129 §37-40
No. 2: Jer. 32:1-5, 21-35; 39:1-18; 52:1-27. „Nebukadnezar belegert en verwoest Jeruzalem.”
No. 3: Jer. 34:1-22; 37:1-10. „Verbondsschendingen leiden tot verwoesting.”
No. 4: Jer. 40 tot 44. „Vlucht naar Egypte brengt geen verlichting voor overgebleven Israëlieten.”
No. 5: Jer. 39:8-10; 41:1-3; 43:1-7. „Het begin van de 70-jarige verwoesting en gevangenschap vaststellen.”
28 maart Lezen: Klaagliederen 1 tot 5
No. 1: si blz. 130 §1-7; blz. 131 §13 tot blz. 132 §15
No. 2: si blz. 131 §8-12. „Jeremia treurt over de val van Jeruzalem.”
No. 3: Jer. 50:1-46. „Jehovah voorzegt de val en de vernietiging van Babylon.”
No. 4: Jer. 51:1-64. „Babylons val heeft bevrijding tot gevolg.”
No. 5: Jer. 50:1 tot 51:64. „De val van het oude Babylon beeldt de val van Babylon de Grote af.”
4 april Schriftelijk overzicht. Lees Jeremia en Klaagliederen uit
Toespraakjes: so 42C en 42D
11 april Lezen: Ezechiël 1 tot 11
No. 1: si blz. 132 §1 tot blz. 133 §6
No. 2: Ezech. 4:1-17. „Ezechiël beeldt de belegering van Jeruzalem uit.”
No. 3: Ezech. 1:4-28. „Jehovah’s hoedanigheden weerspiegeld in zijn met een wagen te vergelijken organisatie.”
No. 4: Ezech. 8:1-18. „Hedendaagse afgoderij voorschaduwd in Jeruzalem.”
No. 5: Ezech. 9:1-11. „Het kentekenen in het voorhoofd tot redding.”
18 april Lezen: Ezechiël 12 tot 24
No. 1: si blz. 133 §7 tot blz. 135 §18
No. 2: Ezech. 11:1-12; 24:1-27. „Jeruzalem, de kookpot met wijde opening.”
No. 3: Ezech. 16:1-42. „Het zeer begunstigde Jeruzalem wordt Jehovah ontrouw.”
No. 4: Ezech. 18:1-32. „Wij zijn verantwoordelijk voor onze eigen handelwijze.”
No. 5: Ezech. 21:25-27. „Geen koninkrijk van God totdat hij komt die er het wettelijke recht op heeft.”
25 april Lezen: Ezechiël 25 tot 37
No. 1: si blz. 135 §19 tot blz. 136 §28
No. 2: Ezech. 33:1-20. „De verantwoordelijkheid van de wachter en degenen die horen.”
No. 3: Ezech. 34:1-31. „Jehovah ontslaat de valse herders en stelt de ware Herder aan.”
No. 4: Ezech. 37:1-14. „De ’vallei van dorre beenderen’ komt tot leven.”
No. 5: Ezech. 28:1-17. „De koningen van Tyrus beelden de val van de overdekkende cherub af.”
2 mei Lezen: Ezechiël 38 tot 48
No. 1: si blz. 137 §29-33
No. 2: Ezech. 40:1 tot 43:27. „Ezechiëls visioen van Jehovah’s heiligdom.”
No. 3: Ezech. 47:1-5; 8-11. „Water uit Jehovah’s heiligdom schenkt leven.”
No. 4: Ezech. 47:6, 7, 12. „Bomen van voedsel en genezing schenken.”
No. 5: Ezech. 38:1 tot 39:29. „Gog van Magog gaat tot zijn laatste intensieve aanval over.”
9 mei Schriftelijk overzicht. Lees Ezechiël uit
Toespraakjes: so 42E en 42F
16 mei Lezen: Daniël 1 tot 4
No. 1: si blz. 138 §1 tot blz. 139 §7
No. 2: Dan. 3:1-30. „Jehovah bevrijdt degenen die hem loyaal blijven.”
No. 3: Dan. 2:1-35, 46-49. „Jehovah, de Onthuller van geheimen.”
No. 4: Dan. 2:36-45. „De betekenis van het verschrikkelijke beeld onthuld.”
No. 5: Dan. 4:1-37. „De eerste en de grotere betekenis van het visioen van de boom.”
23 mei Lezen: Daniël 5 tot 8
No. 1: si blz. 139 §8 tot blz. 141 §19
No. 2: Dan. 5:1-31. „Een feest van verachting gaat vooraf aan Babylons val.”
No. 3: Dan. 6:1-28, Ps. 94:20. „Moeite beramen op gezag van der verordening.”
No. 4: Dan. 7:2-14, 21, 22, 27. „De opmars der wereldmachten eindigt met de oprichting van Gods koninkrijk.”
No. 5: Dan. 8:9-12, 23-25. „De ’kleine horen’ tart Jehovah en zijn heiligdomklasse.”
30 mei Lezen: Daniël 9 tot 12
No. 1: si blz. 141 §20 tot blz. 142 §24
No. 2: Dan. 9:1-27 (met korte toepassing). „Daniël verneemt wanneer de Messías zal komen.”
No. 3: Dan. 11:27-35. „De hedendaagse ’koning van het noorden’ komt in botsing met de ’koning van het zuiden’.”
No. 4: Dan. 11:36-45. „De ’koning van het noorden’ komt aan zijn eind.”
No. 5: Dan. 12:1-13. „Oordeel en zegeningen wanneer Michaël opstaat.”
6 juni Lezen: Hosea 1 tot 14
No. 1: si blz. 143 §1 tot blz. 145 §17
No. 2: Hos. 1:1 tot 3:5. „Israëls overspelige handelwijze geïllustreerd.”
No. 3: Hos. 4:1, 2, 9-13; 6:4-11; 7:8-11. „Het huichelachtige Israël een afbeelding van de hedendaagse christenheid.”
No. 4: Hos. 14:1-9. „Geestelijk Israël brengt God de vrucht der lippen.”
No. 5: Hos. 1:10, 11. „Eenheid en toename in geestelijk Israël voorzegd.”
13 juni Lezen: Joël 1 tot 3
No. 1: si blz. 146 §1-5; blz. 147 §12 tot blz. 148 §14
No. 2: si blz. 146 §6 tot blz. 147 §11; Joël 1:1 tot 3:21. „Een beschrijving van Jehovah’s bemoeienissen met Israël en de natiën.”
No. 3: Joël 2:1-11, 28, 29. „Jehovah’s geest op de symbolische sprinkhanen in de eerste eeuw G.T.”
No. 4: Joël 2:1-11, 28, 29. „Jehovah’s geest op de symbolische sprinkhanen in deze tijd.”
No. 5: Joël 3:2, 9-17. „De natie verpletterd in Jehovah’s wijnpers.”
20 juni Schriftelijk overzicht. Lees Daniël, Hosea en Joël uit
Toespraakjes: so 42G en 42H
27 juni Lezen: Amos 1 tot 9
No. 1: si blz. 148 §1 tot blz. 149 §6; blz. 150 §13-17
No. 2: si blz. 149 §7 tot blz. 150 §12; Amos 1:1 tot 9:15. „Amos profeteert tegen de natiën en Israël.”
No. 3: Amos 8:9-14; 9:13-15. „Geestelijke overvloed te midden van een door hongersnood geteisterde wereld.„
No. 4: Amos 5:1-27; 9:1-5. „Geen ontkoming voor wie geen berouw hebben.”
No. 5: Amos 9:11, 12. „De ’hut van David’ herstellen en opbouwen.”
4 juli Lezen: Obadja
No. 1: si blz. 151 §1-5; blz. 152 §10 tot blz. 153 §14
No. 2: si blz. 151 §6 tot blz. 152 §9; Obad. 1-21. „Wat Obadja ons over de val van Edom vertelt.”
No. 3: mgEN63 99-101; g61 8/11 17-21; w58 52-56. „Petra, de bergvesting van Edom.”
No. 4: g66 8/10 14; w63 145; w58 52, 53. „De geschiedenis van de Edomieten van Esau tot 607 v.G.T.”
No. 5: g66 8/10 14, 15; ns 202; w60 360; w58 53, 54. „De geschiedenis van de Edomieten van 607 v.G.T. tot aan hun ondergang.”
11 juli Lezen: Jona 1 tot 4
No. 1: si blz. 153 §1-5; blz. 154 §10 tot blz. 155 §13
No. 2: si blz. 154 §6-9; Jona 1:1 tot 4:11. „De weggelopen Jona teruggebracht om zich van zijn toewijzing te kwijten.”
No. 3: Jona 1:1-16. „Jona en de zeelieden — een afbeelding van degenen die Armageddon overleven.”
No. 4: Jona 3:1 tot 4:11. „De berouwvolle Ninevieten voorschaduwen de ’grote schare’.”
No. 5: Jona 1:15 tot 3:10. „Het ’teken van Jona’ aan een goddeloos geslacht.”
18 juli Lezen: Micha 1 tot 7
No. 1: si blz. 155 §1 tot blz. 156 §8; blz. 157 §16 tot blz. 158 §19
No. 2: si blz. 156 §9 tot blz. 157 §15; Micha 1:1 tot 7:20. „Micha spreekt zich uit tegen de morele ineenstorting in Israël.
No. 3: Micha 2:12; 4:1-13. „In eenheid gaat de ’grote schare’ op naar Jehovah’s huis.”
No. 4: Micha 6:8; 5:7-9. „Gods vereisten voor leven.”
No. 5: Micha 5:1, 2. „Gods regeerder uit het ’Huis des Broods’.”
25 juli Lezen: Nahum 1 tot 3
No. 1: si blz. 159 §3-7; blz. 160 §11, 12
No. 2: si blz. 159 §8 tot blz. 160 §10; Nah. 1:1 tot 3:19. „Wat wij uit Nahum van Ninevé leren.”
No. 3: si blz. 158 §1-2 (ook w62 101-105). „Assyrië’s religie en hoofdstad, Ninevé.”
No. 4: Zie indexen onder „Assyrië”. „De opkomst en val van Assyrië de tweede wereldmacht.”
No. 5: Nah. 1:1 tot 3:19; Micha 5:4-6. „Ten aanval tegen de hedendaagse Assyriërs.”
1 aug. Schriftelijk overzicht. Lees Amos, Obadja, Jona, Micha en Nahum uit
Toespraakjes: so 42I en 42J
8 aug. Lezen: Habakuk 1 tot 3
No. 1: si blz. 161 §1 tot blz. 163 §14
No. 2: Hab. 2:1-19. „Weeën die degenen treffen die Jehovah’s beginselen schenden.”
No. 3: Hab. 2:4; Hebr. 10:38, 39. „Geloof dat tot in het leven behouden van de ziel leidt.”
No. 4: Hab. 2:20; Mal. 3:1. „Jehovah is in zijn heilige tempel.”
No. 5: Hab. 1:1-17. „Waarom Jehovah het kwaad toelaat.”
15 aug. Lezen: Zefanja 1 tot 3
No. 1: si blz. 163 §1 tot blz. 164 §6; blz. 165 §10-12
No. 2: si blz. 164 §7 tot blz. 165 §9; Zef. 1:1 tot 3:20. „De boodschap van Zefanja.”
No. 3: Zef. 1:1-18; 3:8. „De grote dag van Jehovah voorzegd.”
No. 4: Zef. 2:1-3. „Wie zal gered worden op de dag van Jehovah’s toorn?”
No. 5: Zef. 3:9, 14-20. „In het geestelijke Israël wordt een zuivere taal onderwezen.”
22 aug. Lezen: Haggaï 1 en 2
No. 1: si blz. 166 §1-7; blz. 167 §13 tot blz. 168 §16
No. 2: si blz. 167 §8-10; Hag. 1:1 tot 2:9. „De eerste en tweede boodschap van Haggaï.”
No. 3: si blz. 167 §11, 12; Hag. 2:10-23. „De derde en vierde boodschap van Haggaï.”
No. 4: Hag. 2:6, 20-23. „Jehovah schudt de hemel en de aarde.”
No. 5: Hag. 2:6-9. „’De begeerlijke dingen’ verfraaien Jehovah’s huis.”
29 aug. Lezen: Zacharia 1 tot 8
No. 1: si blz. 168 §1 tot blz. 169 §7
No. 2: si blz. 169 §8 tot blz. 170 §15; Zach. 1:1 tot 6:8. „Zacharia’s reeks van profetische visioenen.”
No. 3: Zach. 2:1-13. „Hedendaagse toename en bescherming voorzegd.”
No. 4: Zach. 4:6-10. „Alle dingen zijn mogelijk door Jehovah’s geest.”
No. 5: Zach. 3:1-7. „De hogepriester Jozua voorschaduwt Jezus Christus zoals hij door de gezalfden op aarde wordt vertegenwoordigd.”
5 sept. Lezen: Zacharia 9 tot 14
No. 1: si blz. 171 §23 tot blz. 172 §27
No. 2: si blz. 170 §16 tot blz. 171 §22; Zach. 6:9 tot 14:21. „Profetieën over aanbidding, herstel en Jehovah’s dag van oorlog.”
No. 3: Zach. 8:20-23. „Mensen uit alle natiën aanbidden Jehovah.”
No. 4: Zach. 12:1-9. „Jeruzalem — een zwaar te torsen steen.”
No. 5: Zach. 13:2-6. „Het geestelijk slaan van de valse profeten.”
12 sept. Lezen: Maleachi 1 tot 4
No. 1: si blz. 172 §1 tot blz. 173 §6; blz. 174 §13-17
No. 2: si blz. 173 §7-12; Mal. 1:1 tot 4:6. „De boodschap van Maleachi.”
No. 3: Mal. 1:1-14; 3:8-10. „Jehovah eist aanvaardbare offers.”
No. 4: Mal. 3:1-5. „Jehovah en zijn Boodschapper van het verbond komen tot de tempel.”
No. 5: Mal. 4:5, 6 „Elia komt in Jezus’ tijd en in deze tijd.”
19 sept. Schriftelijk overzicht. Lees Habakuk, Zefanja, Haggaï, Zacharia en Maleachi uit
Toespraakjes: so 43A en 43B
26 sept. Lezen: Matthéüs 1 tot 7
No. 1: si blz. 175 §1 tot blz. 176 §10
No. 2: Mt. 2:1-23. „Satan poogt het Zaad van Gods Vrouw te verdelgen.”
No. 3: si blz. 289 §16 tot blz. 290 §19. „De ’Zeventigste Week’ een gewichtige periode.”
No. 4: Mt. 4:1-11. „Jezus weerstaat op succesvolle wijze Satans verzoekingen.”
No. 5: si blz. 286 tot blz. 289 (slechts de voornaamste gebeurtenissen). „Een kort overzicht van Jezus’ aardse bediening.”
3 okt. Lezen: Matthéüs 8 tot 14
No. 1: si blz. 177 §11 tot blz. 178 §19
No. 2: Mt. 5:1 tot 7:29. „Jezus’ bergrede legt de nadruk op beginselen voor een juist gedrag.”
No. 3: Mt. 10:5-31; 14:1-13. „Vrees niet hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden.”
No. 4: Mt. 10:1-42. „Jezus leidt een dienstvergadering.”
No. 5: Mt. 13:1-9, 18-23. „Slechts de juiste soort van aarde draagt vrucht.”
10 okt. Lezen: Matthéüs 15 tot 21
No. 1: si blz. 178 §20 tot blz. 179 §28
No. 2: Mt. 13:1-58. „Jezus verschaft illustraties over het Koninkrijk.”
No. 3: Mt. 5:1 tot 6:34. „Zoek het Koninkrijk en zijn rechtvaardigheid.”
No. 4: Mt. 12:22-50. „Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeelt is, komt tot verwoesting.”
No. 5: Mt. 6:9-13; 17:1-13. „Jehovah verschaft door bemiddeling van Jezus Christus een toekomstblik aangaande Gods koninkrijk.”
17 okt. Lezen: Matthéüs 22 tot 28
No. 1: si blz. 180 §29-33
No. 2: Mt. 15:1-20; 23:1-38. „Jezus stelt vals-religieuze praktijken aan de kaak.”
No. 3: Mt. 18:15-17. „Het oplossen van geschillen tussen broeders.”
No. 4: Mt. 24:1 tot 25:46. „Het teken van Jezus’ tweede tegenwoordigheid, in Koninkrijksmacht.”
No. 5: Mt. 24:14; 28:19, 20. „Het goede nieuws prediken om discipelen van mensen uit alle natiën te maken.”
24 okt. Schriftelijk overzicht. Lees Matthéüs uit
Toespraakjes: so 44A en 44B
31 okt. Lezen: Markus 1 tot 4
No. 1: si blz. 181 §1 tot blz. 182 §11
No. 2: Mr. 1:9-11, 21-34, 39-45; 2:1-12. „Jezus, de wonderen verrichtende Zoon van God.”
No. 3: Mr. 3:1-30. „Wie lastert tegen de heilige geest, krijgt in eeuwigheid geen vergiffenis.”
No. 4: Mr. 4:21-34. „Jezus gebruikte voortdurend illustraties bij zijn onderwijs.”
No. 5: Mr. 2:23 tot 3:12. „De sabbat is ter wille van de mens ontstaan.”
7 nov. Lezen: Markus 5 tot 8
No. 1: si blz. 182 §12 tot blz. 184 §21
No. 2: Mr. 5:21-43. „Jezus verricht wonderen met de kracht van God.”
No. 3: Mr. 5:21-43. „De Zoon des mensen heeft autoriteit over leven en dood.”
No. 4: Mr. 1:1-14; 6:14-29. „Johannes de Doper, de verdediger van de zuivere aanbidding, is getrouw tot de dood.”
No. 5: Mr. 7:1-23. „Met het zwaard van de geest doet Jezus overleveringen teniet.”
14 nov. Lezen: Markus 9 tot 12
No. 1: si blz. 184 §22 tot blz. 185 §30
No. 2: Mr. 11:1-11. „Het aardse Sion weigert zijn rechtmatige koning te aanvaarden.”
No. 3: Mr. 3:31-35; 10:17-31. „Verhouding tot Jehovah belangrijker dan familiebanden, bezittingen.”
No. 4: Mr. 12:17. „Betaalt caesar terug wat van caesar, maar God wat van God is.”
No. 5: Mr. 11:15-18. „Jezus reinigt de geestelijke tempel.”
21 nov. Lezen: Markus 13 tot 16
No. 1: si blz. 185 §31 tot blz. 186 §33
No. 2: Mr. 14:32-65; 15:1-15. „Jezus bewaart zijn rechtschapenheid onder beproeving.”
No. 3: Mr. 14:27-72. „Petrus verloochent Jezus drie maal en heeft nederig berouw.”
No. 4: Mr. 13:1-37. „De vervulling van profetieën bezielt ons met waakzame hoop.”
No. 5: Mr. 10:45; 15:16 tot 16:8. „De Zoon van God heeft zijn leven gegeven als losprijs voor velen.”
28 nov. Schriftelijk overzicht. Lees Markus uit
Toespraakjes: so 44C en 45A
5 dec. Lezen: Lukas 1 tot 6
No. 1: si blz. 186 §1 tot blz. 187 §9
No. 2: Lu. 1:1-80. „De geboorte en eerste levensjaren van Johannes, een profeet van de Allerhoogste.”
No. 3: Lu. 2:1-52. „De geboorte en eerste menselijke levensjaren van Jezus.”
No. 4: Lu. 3:1-23. „Johannes bereidt de weg voor de Messías.”
No. 5: Lu. 4:14-30. „Jezus maakt zijn opdracht als een geordineerde bedienaar bekend.”
12 dec. Lezen: Lukas 7 tot 12
No. 1: si blz. 188 §10 tot blz. 189 §21
No. 2: Lu. 10:1-24. „Jezus zendt werkers in de oogst uit om het Koninkrijk te prediken.”
No. 3: Lu. 10:25-37. „Jezus geeft onderwijs over barmhartigheid en naastenliefde.”
No. 4: Lu. 11:1-13; 18:1-14. „Jezus onderwijst zijn volgelingen hoe te bidden en dit te blijven doen.”
No. 5: Lu. 12:35-48. „Volg de getrouwe beheerder na.”
19 dec. Lezen: Lukas 13 tot 18
No. 1: si blz. 189 §22 tot blz. 191 §29
No. 2: Lu. 15:1-32. „Een liefdevolle vader vergeeft zijn zoon.”
No. 3: Lu. 12:1-34. „Leven van Jehovah is veel meer waard dan materiële rijkdom.”
No. 4: Lu. 14:25-35; 18:29, 30; 21:16-19. „De liefde voor Jehovah en Jezus overtreft de liefde voor familieleden.”
No. 5: Lu. 16:19-31. „De rijke-man-klasse en Lazarusklasse van thans.”
26 dec. Lezen: Lukas 19 tot 24
No. 1: si blz. 191 §30 tot blz. 192 §35
No. 2: Lu. 21:5-36. „Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan totdat al deze dingen gebeuren.”
No. 3: Lu. 22:14-20. „Jezus stelt een nieuw verbond in.”
No. 4: Lu. 22:39 tot 23:49. „Jezus onderwerpt zich nederig aan de wil van zijn Vader.”
No. 5: Lu. 23:32-55; 24:5, 6. „Voorwaar, ik zeg u heden: Gij zult met mij in het Paradijs zijn.”
2 jan. Schriftelijk overzicht. Lees Lukas uit
Toespraakjes: so 45B en 45C