Is jouw geloof een aanbeveling?
1 Een aanbeveling? Voor wie of wat eigenlijk? Paulus schreef aan zijn Hebreeuwse broeders: „Bovendien is het zonder geloof onmogelijk [God] welgevallig te zijn” (Hebr. 11:6). Ons geloof moet dus allereerst een aanbeveling van ons zelf bij God zijn en wij dienen goed in gedachten te houden dat wij door onze werken aan God moeten bewijzen dat wij geloof hebben (Jak. 2:18). Ons leven hangt hiervan af.
2 Ook bij mensen is ons werkzame geloof echter een aanbeveling op velerlei gebied. Door onze spraak en ons gedrag is ons geloof een aanbeveling voor een christelijke levenswijze (Ef. 4:31; Jak. 3:13). Christenen kunnen echter meer doen. Zij kunnen hun geloof tonen door de prediking van het goede nieuws (Matth. 24:14; Rom. 10:14). Kunnen anderen in jouw activiteit zien dat je een vurig geloof hebt en dat je belangstelling voor hun redding hebt? De Wachttoren van 15 maart 1970 sprak erover dat van de grote groep verkondigers in 1969 een ieder tussen de tien en vijftien uur per maand predikte (par. 10, blz. 181). Beveel jij je, indien je omstandigheden dit toelaten, in dit opzicht aan als iemand die geloof heeft?
3 In de maand mei willen wij ons enthousiast toeleggen op de verspreiding van het ’Onmogelijk te liegen’-boek. Fijne suggesties voor de verspreiding ervan werden kortgeleden reeds besproken en een ieder zal zich hier graag op willen toeleggen, doch is dit voldoende? Neen, wij willen discipelen maken (Matth. 28:19). Wij stellen daarom voor om deze maand terug te gaan bij alle adressen waar in april belangstelling werd aangetroffen en vanwege de extra activiteiten zullen dit er ongetwijfeld vele zijn. Op de trefpunten voor dienst kunnen speciale aanmoediging worden gegeven en regelingen worden uitgewerkt al deze personen een bezoek te brengen. De bijbelstudiefolder zal een fijne hulp blijken te zijn.
4 Door onze inspanningen in het bijbelstudiewerk te vergroten, wordt op voortreffelijke wijze getoond dat wij geloof bezitten in de kortheid en dringendheid van de tijd. Het nastreven van het persoonlijke doel van één bijbelstudie per verkondiger bij mensen buiten het eigen gezin is een uitdrukking van ons levende geloof en daarom moedigen wij jullie hiertoe aan. Wees niet tevreden niet een minimum aan dienst, net voldoende om nog een geregelde verkondiger te zijn. Jehovah vraagt meer dan een minimum aan dienst, Jezus ook (Luk. 9:23). Om werkelijk discipelen te maken moeten wij zoveel mogelijk tijd in de dienst besteden en getrouw zijn in het behartigen van gevonden belangstelling. Het afgelopen slechte weer van een langdurige winter heeft ons beslist belemmerd. Nu is het echter beter weer en wij kunnen dit gebruiken om Jehovah meer te dienen. Het zal zelfbeheersing en zelfopoffering vereisen maar de beloning is groot. De maand mei heeft veel extra vrije dagen en aangezien wij tijd maar op één wijze kunnen besteden, zou het goed zijn om bij onze plannen ernstig rekening te houden met de realiteit van Gods koninkrijk en de noodzaak dit Koninkrijk te prediken. De maanden die vóór ons liggen, geven ons een uitmuntende gelegenheid onze dienst uit te breiden.
5 Datgene wat wij in de afgelopen maanden reeds hebben gewonnen, willen wij vasthouden door er regelingen voor te treffen dat onze bijbelstudies gedurende de zomermaanden zoveel mogelijk doorgaan. Wees niet beschroomd met je studie te bespreken hoe belangrijk het is dat de studie voortgang vindt en tref er regelingen voor dat iemand anders in de gemeente ze bedient gedurende jouw afwezigheid. Dit zal oprechte mensen doordringen van de ernst van hun onderwijzer.
6 Laten wij ons dan in de maand mei bij Jehovah God en oprechte mensen aanbevelen door van een vurig geloof blijk te geven, door ijveriger dan ooit tevoren te prediken, door eropuit te zijn nieuwe bijbelstudies op te richten en door geen enkele vergadering over te slaan. Doe dit omdat je ervan overtuigd bent dat het ’zonder geloof onmogelijk is God te behagen’ en dat Jehovah „de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken”. — Hebr. 11:6.
[Inzet op blz. 1]
Ons geloof door werken bewijzen