Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w06 15/8 blz. 8-11
  • Verfrissende groei op een prachtig eiland

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Verfrissende groei op een prachtig eiland
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2006
  • Onderkopjes
  • Een ander soort groei
  • Geestelijke groei onder kinderen
  • Als ze ouder worden
  • Belemmeringen voor groei overwinnen
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2006
w06 15/8 blz. 8-11

Verfrissende groei op een prachtig eiland

VEEL bezoekers van Taiwan zijn onder de indruk van de groene, tropische begroeiing die het eiland bedekt. De mooie groene rijstvelden kleuren in de oogsttijd goudgeel. Berghellingen zijn bedekt met dichte, weelderige wouden. Voor wie de drukke steden gewend is, biedt de welige plantengroei in de velden en bergen een verfrissende aanblik. Dat was feitelijk ook wat de eerste westerling die het eiland te zien kreeg, ertoe bracht er de naam Ilha Formosa of „Prachtig eiland” aan te geven.

Taiwan is inderdaad een prachtig, maar klein eiland: nog geen 400 kilometer lang en maximaal 150 kilometer breed. Het grootste deel van het eiland wordt door bergen bedekt. De Yu Shan is hoger dan de Fuji in Japan of Mount Cook in Nieuw-Zeeland. Rond het centrale bergland bevinden zich smalle kustvlakten waar het met de ruim 22 miljoen bewoners die het eiland inmiddels heeft, gonst van de bedrijvigheid.

Een ander soort groei

Er is echter een ander soort groei op Taiwan die steeds duidelijker wordt, namelijk een geestelijke groei. Die komt tot uiting in de ijver die mensen, jong en oud, tonen als ze de ware God, Jehovah, eenmaal hebben leren kennen. Het is echt indrukwekkend de toename te zien in het aantal personen die anderen ijverig helpen meer over Jehovah en zijn voornemen te leren.

Maar groei maakt ook aanpassingen noodzakelijk. In december 1990 werd een stuk grond gekocht voor een groter bijkantoor van Jehovah’s Getuigen. Het oude bijkantoor, dat in Taipei gelegen was, was te klein geworden om zorg te kunnen dragen voor het werk op Taiwan, waar destijds 1777 Koninkrijksverkondigers waren. Na verscheidene jaren van hard werk door internationale en plaatselijke vrijwilligers van alle leeftijdsgroepen, was in augustus 1994 het mooie nieuwe bijkantoor in Hsinwu klaar voor gebruik. Tegen die tijd waren er 2515 predikers van het goede nieuws uit Gods Woord, de bijbel. Nu, ruim tien jaar later, is dat aantal meer dan verdubbeld en boven de 5500 verkondigers gekomen, en elke maand houdt ongeveer een kwart van hen zich fulltime bezig met de prediking. Speciale vermelding verdienen de jonge mannen en vrouwen die als verfrissende „dauwdruppels” in de ochtend zijn. — Psalm 110:3.

Geestelijke groei onder kinderen

Veel ijverige verkondigers van het goede nieuws zijn behoorlijk jong. Sommige zitten nog op de lagere school. In een dorp in het noorden van Taiwan bijvoorbeeld werd een echtpaar uitgenodigd voor de theocratische bedieningsschool, waar Jehovah’s Getuigen leren hoe ze bijbelse waarheden moeten onderwijzen. Het echtpaar stond versteld toen ze zagen hoe een jongetje, Weijun, vanaf het podium de bijbel beter voorlas dan menig volwassene. Toen ze de andere vergaderingen bezochten, waren ze er diep van onder de indruk dat zelfs kinderen onder de schoolleeftijd doordachte antwoorden gaven. Het echtpaar merkte ook op dat de jonge kinderen in de Koninkrijkszaal zich keurig gedroegen.

Waarom houden deze kinderen in dit overwegend boeddhistische en taoïstische land zich zo bezig met bijbels onderwijs? Omdat hun christelijke ouders bijbelse principes hebben toegepast en een gelukkig gezinsleven hebben opgebouwd waarin een band met Jehovah centraal staat. Omdat Weijuns ouders moeite doen om de gezinsstudie en de velddienst leuk te maken, zijn de oudere broer en zus van dit jongetje al gedoopte Getuigen. Toen Weijun onlangs vroeg om een aandeel aan de openbare prediking te mogen hebben, vertelde zijn moeder dat hij die maand al meer tijdschriften had verspreid dan de rest van het gezin bij elkaar. Het is duidelijk dat hij het leuk vindt om over de waarheid te praten, commentaar te geven op vergaderingen en met anderen te spreken over wat hij heeft geleerd.

Als ze ouder worden

Hoe gaat het met zulke kinderen als ze wat ouder worden? De meeste blijven echte liefde voor Jehovah en voor de dienst tonen. Neem bijvoorbeeld de studente Huiping. Op een dag bracht haar docent ter sprake dat leden van een bepaald geloof geen bloed aanvaarden, maar hij wist niet welk geloof dat was. Na het college vertelde deze jonge christen aan haar docent dat het Jehovah’s Getuigen zijn en ze legde uit waarom ze zo’n standpunt innemen.

Tijdens een ander college liet een docente een video zien over seksueel overdraagbare aandoeningen. In de video werd 1 Korinthiërs 6:9 aangehaald, maar de docente beweerde dat de bijbel homoseksualiteit niet veroordeelt. Ook dit keer kon Huiping de docente vertellen wat Gods kijk hierop is.

Toen Shuxia, een studiegenote, een verslag over huiselijk geweld maakte, gaf Huiping haar de Ontwaakt! van 8 november 2001 met de coverserie „Hulp voor mishandelde vrouwen” en vertelde erbij dat het tijdschrift veel bijbelse informatie over het onderwerp bevatte. Na verloop van tijd werd Shuxia een niet-gedoopte verkondigster. Zij en Huiping delen nu het goede nieuws met anderen.

Voor veel christenen die op school zitten, valt het niet mee bekend te staan als personen die volgens bijbelse principes leven. Dat is vooral zo op het platteland. Zhihao had wegens zijn geloof en prediking te maken met groepsdruk. Hij zegt: „Ik zag er vreselijk tegen op om tijdens de velddienst klasgenoten tegen te komen. Soms waren ze me wel met z’n tienen aan het uitschelden!” Op een dag kreeg Zhihao de opdracht een spreekbeurt te geven over zijn geloof. „Ik besloot mijn spreekbeurt te beginnen met Genesis hoofdstuk 1 en dan enkele vragen te bespreken als: Wie heeft de aarde en alle dingen daarop gemaakt? En hoe kwam de mens tot bestaan? Zodra ik iets uit de bijbel voorlas, begonnen sommigen me uit te lachen en te zeggen dat ik bijgelovig was. Maar ik ging gewoon door en maakte mijn presentatie af. Nadien kon ik met enkele klasgenoten afzonderlijk over ons werk en ons geloof praten. Als ze me nu zien prediken, lachen ze me niet meer uit!”

Zhihao vervolgt: „Omdat mijn ouders Getuigen zijn, bespreken we elke ochtend de dagtekst. We bestuderen ook de bijbel en bezoeken geregeld de vergaderingen. Daardoor weet ik ermee om te gaan als iemand me toch nog wil bespotten wanneer ik opbouwende bijbelse waarheden met anderen probeer te delen.”

Tingmei zit op een technische school voor meisjes. Op een keer werd ze uitgenodigd voor een picknick met enkele klasgenoten en wat jongens van een jongensschool. Ze besefte het morele gevaar van zulke omgang en sloeg de uitnodiging af. Daarna werd ze nog een aantal keren uitgenodigd, hoewel ze met haar klasgenoten toepasselijk materiaal had besproken uit het boek Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoordena. De meisjes lachten haar uit en noemden haar ouderwets. Maar dat het verstandig was bijbelse principes te volgen, werd al snel duidelijk toen een van de meisjes zwanger werd en abortus liet plegen. Tingmei vertelt: „Door te doen wat Jehovah zegt, heb ik nu een zuiver geweten. Als gevolg daarvan heb ik innerlijke vreugde en een gevoel van diepe voldoening.”

Belemmeringen voor groei overwinnen

Een goede vriendin van Tingmei is Ruiwen. Toen ze wat jonger was, vond Ruiwen vergaderingen en velddienst een sleur en een last. Maar toen ze het contrast zag tussen de echte liefde van geloofsgenoten in haar gemeente en de oppervlakkige vriendschap van haar klasgenoten, raakte ze ervan overtuigd dat ze bepaalde veranderingen in haar leven moest aanbrengen. Ruiwen begon tot haar medeleerlingen te prediken en al snel werd het haar duidelijker wat ze eigenlijk zou moeten doen. Ze begon als hulppionier te dienen en bracht elke maand ruim vijftig uur in de dienst door. Vervolgens ging ze in de gewone pioniersdienst en besteedde ruim zeventig uur per maand aan de prediking. Ruiwen zegt: „Het is moeilijk onder woorden te brengen hoe dankbaar ik Jehovah ben. Hij heeft me nooit als een hopeloos geval beschouwd. Hoewel ik dingen gedaan heb die hem teleurstelden, houdt hij nog steeds van me. Mijn moeder en anderen in de gemeente hadden dezelfde liefdevolle instelling. Nu ik vijf bijbelstudies leid, heb ik het gevoel dat ik bezig ben met het meest voldoening schenkende werk.”

Op een middelbare school op het platteland werden twee jonge Getuigen uitgekozen om de school te vertegenwoordigen in een wedstrijd volksdansen. Toen ze hoorden wat de aard van de wedstrijd was, vonden de jongeren dat deelname eraan hun christelijke geweten geweld zou aandoen. Toen ze hun standpunt probeerden uit te leggen en vroegen of ze niet mee hoefden te doen, werd hun verzoek afgewezen. In plaats daarvan zeiden de leraren dat ze moesten gaan omdat ze waren uitgekozen. Omdat de jongeren niet wilden schipperen, logden ze in op de website van het ministerie van Onderwijs en stuurden ze een brief waarin ze hun probleem uitlegden. Hoewel de jongeren geen persoonlijk antwoord kregen, ontving de school kort daarna de richtlijn dat niemand gedwongen mocht worden aan zo’n wedstrijd mee te doen. Wat waren deze twee jongeren blij te zien dat het bijbelse onderwijs dat ze hadden gekregen niet alleen hun geweten had gevormd maar hun ook de kracht had gegeven om hun standpunt in te nemen voor wat juist is!

Zelfs jongeren met lichamelijke beperkingen hebben er plezier in de bijbelse hoop met anderen te delen. Minyu is sinds haar geboorte verlamd. Omdat ze haar handen niet kan gebruiken, slaat ze de bladzijden van de bijbel om met haar tong en vindt zo de tekst die ze wil lezen. Ze houdt ook lezinkjes op de theocratische bedieningsschool in de Koninkrijkszaal. Ze ligt dan op een lage bank, en haar tegenspeelster zit op een laag krukje en houdt de microfoon voor haar vast. Het is hartverwarmend te zien hoeveel moeite Minyu voor die presentaties doet!

Toen Minyu een Koninkrijksverkondiger wilde worden, hebben enkele zusters in de gemeente zich vertrouwd gemaakt met telefoongetuigenis om haar te kunnen helpen. Ze drukt de toetsen in met haar tong terwijl de zusters haar helpen een bericht bij te houden van haar gesprekken. Ze vindt het werk zo leuk dat ze hulppionier geworden is en dus elke maand vijftig tot zestig uur met anderen via de telefoon over Gods koninkrijk praat. Ze heeft enkele mensen getroffen die bijbelse lectuur aanvaardden en die ze mocht terugbellen. Ze leidt nu drie bijbelstudies bij mensen met wie ze op deze manier in contact is gekomen.

Ja, net als verfrissende dauwdruppels brengen jonge mannen — en vrouwen — in de 78 gemeenten van Jehovah’s Getuigen op Taiwan bereidwillig en ijverig het levengevende goede nieuws van het Koninkrijk naar de miljoenen mensen op dit dichtbevolkte eiland. Dit is slechts een klein onderdeel van de wereldwijde vervulling van de volgende bijbelprofetie: „Uw volk zal zich gewillig aanbieden op de dag van uw strijdkracht. In de pracht der heiligheid, uit de schoot van de dageraad, hebt gij uw gezelschap van jonge mannen net als dauwdruppels” (Psalm 110:3). Deze jonge mensen zijn echt een bron van aanmoediging voor hun broeders en zusters, en hoe blij moet hun hemelse Vader, Jehovah God, wel niet met hen zijn! — Spreuken 27:11.

[Voetnoot]

a Uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

[Kader/Illustratie op blz. 10]

MEER BEHOEFTE AAN KONINKRIJKSZALEN

Door de toename op Taiwan is het een hele uitdaging geworden om in genoeg Koninkrijkszalen te voorzien. Waarom is dat zo? Omdat er behalve in sommige plattelandsgebieden bijna geen geschikte bouwgrond voor Koninkrijkszalen is. Daar komt nog bij dat de grondprijzen buitensporig hoog zijn en de bestemmingsplannen heel strikt. In grotere plaatsen en steden is het enige alternatief kantoorruimte kopen en daar een Koninkrijkszaal van maken. Maar dan nog kleven er aan de meeste kantoren bezwaren: plafonds zijn erg laag, er gelden hoge servicekosten, ze bevinden zich in streng beveiligde, niet vrij toegankelijke gebouwen, of er zijn nog andere factoren die ze ongeschikt maken voor het gebruik als Koninkrijkszaal.

Toch hebben Jehovah’s Getuigen op Taiwan er de afgelopen jaren een aantal nieuwe Koninkrijkszalen bij gekregen. De Getuigen blijven zoeken en tonen zich bereid zowel de financiële lasten op zich te nemen als de nodige bouwvaardigheden te leren.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen