Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w00 15/2 blz. 26-29
  • Cyrillus Lukaris — Een man die de bijbel naar waarde schatte

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Cyrillus Lukaris — Een man die de bijbel naar waarde schatte
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2000
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Ontzet over een gebrek aan onderwijs
  • De patriarchale troon te koop
  • Een vertaling van de christelijke Geschriften
  • Confessio orthodoxa
  • Lessen voor ons
  • De strijd om een bijbel in het Nieuw-Grieks
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2002
  • Is de christenheid werkelijk Christus’ domein?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
  • Blijven de orthodoxe geestelijken wakker?
    Ontwaakt! 1996
  • De kerkvaders — Voorvechters van de bijbelse waarheid?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2001
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2000
w00 15/2 blz. 26-29

Cyrillus Lukaris — Een man die de bijbel naar waarde schatte

Het was op een zomerdag in 1638. Vissers op de Zee van Marmara vlak bij Constantinopel (het huidige Istanbul), de hoofdstad van het Osmaanse Rijk, werden opgeschrikt door de aanblik van een lijk dat in het water dreef. Toen zij het van dichterbij bekeken, ontdekten zij vol afgrijzen dat het het gewurgde lichaam was van de oecumenische patriarch van Constantinopel, het hoofd van de Orthodoxe Kerk. Dat was het tragische einde van Cyrillus Lukaris, een vooraanstaand religieus figuur uit de zeventiende eeuw.

LUKARIS leefde niet lang genoeg om zijn droom — de uitgave van een vertaling van de christelijke Griekse Geschriften in het alledaagse Grieks — in vervulling te zien gaan. Er was nog een droom van Lukaris die hij ook nooit verwezenlijkt zag — dat de Orthodoxe Kerk tot „evangelische eenvoud” terugkeerde. Wie was deze man? Met welke hindernissen kreeg hij bij die pogingen te maken?

Ontzet over een gebrek aan onderwijs

Cyrillus Lukaris werd in 1572 geboren, in het door Venetië bezette Candia (thans Herákleion) op Kreta. Omdat hij buitengewoon getalenteerd was, studeerde hij in Venetië en Padua (Italië) en vervolgens maakte hij zowel in Italië als elders veel reizen. Verbitterd door de strijd tussen de diverse partijen binnen de kerk en aangetrokken door de hervormingsbewegingen in Europa is hij misschien in Genève geweest dat toen onder de invloed van het calvinisme stond.

Tijdens een bezoek aan Polen nam Lukaris waar dat de orthodoxen, zowel priesters als leken, zich als gevolg van hun gebrek aan onderwijs in een betreurenswaardige geestelijke toestand bevonden. Weer terug in Alexandrië en Constantinopel werd hij verontrust toen hij bemerkte dat zelfs de kansels — waar de Schrift werd voorgelezen — uit sommige kerken waren verwijderd!

In 1602 ging Lukaris naar Alexandrië, waar hij op de bisschopszetel plaatsnam als opvolger van de patriarch Meletius, die familie van hem was. Daarna begon hij met diverse hervormingsgezinde theologen in Europa te corresponderen. In een van die brieven merkte hij op dat de Orthodoxe Kerk aan veel verkeerde gebruiken vasthield. In andere brieven benadrukte hij dat de kerk bijgeloof moest vervangen door „evangelische eenvoud” en zich uitsluitend op de autoriteit van de Schrift moest verlaten.

Lukaris was ook verontrust over het feit dat de geestelijke autoriteit van de kerkvaders even hoog werd aangeslagen als de woorden van Jezus en de apostelen. „Ik kan het niet langer verdragen mensen te horen zeggen dat de commentaren van de menselijke overlevering evenveel gewicht hebben als de Schrift”, schreef hij (Mattheüs 15:6). Hij voegde eraan toe dat, naar zijn mening, beeldenaanbidding rampzalig was. Het aanroepen van „heiligen” was, zo merkte hij op, een belediging voor de Middelaar, Jezus. — 1 Timotheüs 2:5.

De patriarchale troon te koop

Met die ideeën, samen met zijn afkeer van de Rooms-Katholieke Kerk, haalde Lukaris zich de haat en vervolging op de hals van de jezuïeten en van degenen in de Orthodoxe Kerk die de voorkeur gaven aan een samenwerkingsverband met de katholieken. Ondanks die tegenstand werd Lukaris in 1620 gekozen tot patriarch van Constantinopel. Het patriarchaat van de Orthodoxe Kerk stond toentertijd onder de heerschappij van het Osmaanse Rijk. De Osmaanse regering zette een patriarch gemakkelijk af en accepteerde dan tegen betaling een ander.

De vijanden van Lukaris, voornamelijk de jezuïeten en de almachtige en geduchte pauselijke Congregatio de Propaganda Fide (de congregatie voor de verbreiding van het geloof), bleven hem belasteren en tegen hem samenzweren. „Bij het najagen van dit doel gebruikten de jezuïeten elk middel — bedrog, lastering, vleierij en vooral omkoperij, wat verreweg het doeltreffendste wapen was om de gunst van de [Osmaanse] rijksgroten te winnen”, merkt het boek Kyrillos Loukaris op. Het gevolg was dat Lukaris in 1622 naar het eiland Rhodos werd verbannen, en Gregorius van Amasya verwierf het ambt voor 20.000 zilverstukken. Gregorius was echter niet in staat de beloofde som te voldoen en daarom kocht Anthimus van Adrianopel het ambt, maar die deed er later weer afstand van. Verbazingwekkend genoeg werd Lukaris opnieuw op de patriarchale troon geplaatst.

Lukaris was vastbesloten die nieuwe gelegenheid te benutten om de orthodoxe geestelijkheid en leken te onderwijzen door een vertaling van de bijbel en theologische traktaten uit te geven. Om dat te bereiken, regelde hij dat er een drukpers naar Constantinopel zou worden gebracht onder de bescherming van de Engelse ambassadeur. Toen de pers echter in juni 1627 arriveerde, beschuldigden Lukaris’ vijanden hem ervan deze te gebruiken voor politieke doeleinden en uiteindelijk lieten zij de pers vernietigen. Nu moest Lukaris drukpersen in Genève gebruiken.

Een vertaling van de christelijke Geschriften

Lukaris’ enorme respect voor de bijbel en de onderwijzende kracht ervan, gaf voedsel aan zijn verlangen om de woorden ervan toegankelijker te maken voor de gewone man. Hij zag in dat de taal die in de oorspronkelijke, geïnspireerde Griekse bijbelhandschriften was gebruikt, voor de gewone man niet meer te begrijpen was. Het eerste boek waartoe Lukaris de opdracht gaf, was dus een vertaling van de christelijke Griekse Geschriften in het Grieks van zijn tijd. Maximus Callipolites, een geleerd monnik, begon hier in maart 1629 aan te werken. Veel orthodoxen waren van mening dat het schandelijk was de Schrift te vertalen, om het even hoe moeilijk de tekst anders voor de lezers zou zijn. Om hen gunstig te stemmen, liet Lukaris de oorspronkelijke tekst en de moderne weergave in parallelle kolommen drukken, waaraan hij slechts een paar aantekeningen toevoegde. Omdat Callipolites vlak nadat hij het manuscript had afgeleverd stierf, las Lukaris zelf de proeven. Die vertaling werd korte tijd na Lukaris’ dood in 1638 gedrukt.

Ondanks Lukaris’ voorzorgsmaatregelen bracht die vertaling een golf van afkeuring van veel bisschoppen teweeg. Lukaris’ liefde voor Gods Woord bleek overduidelijk uit het voorwoord van die bijbelvertaling. Hij schreef dat de Schrift, gepresenteerd in de taal die de mensen spreken, „een zoete boodschap [is], aan ons gegeven uit de hemel”. Hij spoorde mensen aan „de hele inhoud [van de bijbel] te kennen en ermee vertrouwd te raken” en zei dat er geen andere manier is om „op juiste wijze [te vernemen over] de dingen die het geloof betreffen . . . dan door middel van het goddelijk en heilig Evangelie”. — Filippenzen 1:9, 10.

Lukaris stelde onverbiddelijk zowel degenen aan de kaak die de studie van de bijbel verboden als degenen die de vertaling van de oorspronkelijke tekst verwierpen: „Indien wij spreken of schrijven zonder begrip, is het alsof wij onze woorden aan de wind prijsgeven.” (Vergelijk 1 Korinthiërs 14:7-9.) Aan het eind van het voorwoord schreef hij: „Neem terwijl u allen dit goddelijk en heilig Evangelie in uw eigen taal leest, de voordelen die het lezen ervan oplevert in u op, . . . en moge God u altijd verlichten op uw weg naar wat goed is.” — Spreuken 4:18.

Confessio orthodoxa

Nadat Lukaris de aanzet had gegeven tot die bijbelvertaling, nam hij nog een stoutmoedige stap. In 1629 publiceerde hij in Genève de Confessio orthodoxa (geloofsbelijdenis). Het was een persoonlijke uiteenzetting van geloofsovertuigingen waarvan hij hoopte dat ze door de Orthodoxe Kerk zouden worden overgenomen. Die Confessio, zegt het boek The Orthodox Church, „ontdoet de orthodoxe leer van het priesterambt en heilige orden van alle betekenis en betreurt de verering van iconen en het aanroepen van heiligen als vormen van afgoderij”.

De Confessio bestaat uit achttien artikelen. Het tweede artikel verklaart dat de Schrift door God is geïnspireerd en een autoriteit heeft boven die van de kerk. Er staat: „Wij geloven dat de Heilige Schrift door God gegeven is . . . Wij geloven dat de autoriteit van de Heilige Schrift boven de autoriteit van de Kerk staat. Door de Heilige Geest onderricht te worden is iets heel anders dan door een mens onderricht te worden.” — 2 Timotheüs 3:16.

Het achtste en tiende artikel stellen dat Jezus Christus de enige Middelaar en Hogepriester en het enige Hoofd van de gemeente is. Lukaris schreef: „Wij geloven dat onze Heer Jezus Christus aan de rechterhand van Zijn Vader zit en daar voor ons bemiddelt en als enige het ambt van een ware en wettige hogepriester en middelaar uitoefent.” — Mattheüs 23:10.

Het twaalfde artikel verklaart dat de kerk kan dwalen, fout ten onrechte voor goed kan aanzien, maar dat het licht van de heilige geest de kerk kan redden door de krachtsinspanningen van getrouwe voorgangers. In artikel achttien stelt Lukaris dat het vagevuur louter een verzinsel is: „Het is duidelijk dat de fictie van het Vagevuur niet moet worden toegestaan.”

Het appendix van de Confessio bevat een aantal vragen en antwoorden. Daarin benadrukt Lukaris bovenal dat de Schrift door een ieder van de gelovigen moet worden gelezen en dat het schadelijk is voor een christen wanneer hij verzuimt Gods Woord te lezen. Dan voegt hij eraan toe dat de apocriefe boeken moeten worden gemeden. — Openbaring 22:18, 19.

De vierde vraag luidt: „Hoe dienen wij over iconen te denken?” Lukaris antwoordt: „Wij worden onderwezen door de Goddelijke en Heilige Schrift die eenvoudig zegt: ’Gij zult u geen afgodsbeeld maken, of een beeltenis van iets wat in de hemel boven is of wat op de aarde beneden is; gij zult ze niet vereren noch zult gij ze aanbidden [Exodus 20:4, 5]’; aangezien wij niet het schepsel dienen te aanbidden, maar alleen de Schepper en Maker van de hemel en van de aarde, en hem alleen eer moeten geven. . . . Het aanbidden en dienen van [de iconen], dat . . . in de Heilige Schrift wordt verboden, verwerpen wij, opdat wij het niet vergeten en in plaats van de Schepper en Maker kleuren en kunst en schepsels zouden vereren.” — Handelingen 17:29.

Hoewel Lukaris niet in staat was alle leerstellige dwalingen te onderscheiden in het tijdperk van geestelijke duisternis waarin hij leefde,a stelde hij prijzenswaardige krachtsinspanningen in het werk om de bijbel de autoriteit op het gebied van de kerkleer te laten zijn en de mensen de leer uit de bijbel bij te brengen.

Onmiddellijk na de uitgave van deze Confessio kwam er een hernieuwde golf van tegenstand tegen Lukaris op gang. In 1633 probeerde de aartsbisschop van Beroia (thans Aleppo), Cyrillus Contari, een persoonlijke vijand van Lukaris die door de jezuïeten werd gesteund, met de Osmanen over de patriarchale zetel te onderhandelen. Het plan mislukte echter toen Contari niet in staat was het geld te betalen. Lukaris behield het ambt. Het jaar daarop betaalde Athanasius van Thessalonika 60.000 zilverstukken voor het ambt. Opnieuw werd Lukaris afgezet. Maar binnen een maand werd hij teruggeroepen en in zijn ambt hersteld. Inmiddels had Cyrillus Contari zijn 50.000 zilverstukken bijeengebracht. Deze keer werd Lukaris naar Rhodos verbannen. Na zes maanden konden zijn vrienden zijn rehabilitatie bewerkstelligen.

Maar in 1638 beschuldigden jezuïeten en hun orthodoxe bondgenoten Lukaris van hoogverraad tegen het Osmaanse Rijk. Deze keer gaf de sultan het bevel hem te doden. Lukaris werd gearresteerd en op 27 juli 1638 aan boord gebracht van een kleine boot alsof hij verbannen zou worden. Toen de boot eenmaal op zee was, werd hij gewurgd. Zijn stoffelijk overschot werd aan de kust begraven, later weer opgegraven en in zee geworpen. Het werd door vissers gevonden en vervolgens door zijn vrienden opnieuw begraven.

Lessen voor ons

„Men mag niet over het hoofd zien dat een van [Lukaris’] voornaamste doeleinden was verbetering te brengen in het ontwikkelingsniveau van zijn geestelijken en kudde, dat in de zestiende en vroeg zeventiende eeuw tot een extreem laag punt was gezonken”, zegt een geleerde. Talloze hindernissen hebben Lukaris belet zijn doel te bereiken. Hij werd vijfmaal van de patriarchale troon verwijderd. Vierendertig jaar na zijn dood sprak een synode in Jeruzalem de banvloek uit over zijn leer die men als ketterij beschouwde. Zij verklaarden dat de Schrift „niet zomaar door iedereen gelezen moest worden, maar slechts door degenen die in de diepe dingen van de geest tuurden na passend onderzoek te hebben gedaan” — dat wil zeggen, alleen de geestelijken, van wie men aannam dat zij geleerd waren.

Opnieuw onderdrukte de heersende klasse van geestelijken pogingen om Gods Woord beschikbaar te stellen voor hun kudde. Op gewelddadige wijze legden zij een stem die de aandacht richtte op enkele van de dwalingen van hun niet-bijbelse leerstellingen, het zwijgen op. Zij bleken tot de ergste vijanden van waarheid en vrijheid van godsdienst te behoren. Helaas is dat een houding die op diverse manieren zelfs tot in onze tijd voortduurt. Het is een ernstig stemmende herinnering aan wat er gebeurt wanneer intriges die door de geestelijkheid zijn veroorzaakt vrijheid van gedachte en van meningsuiting in de weg staan.

[Voetnoot]

a In zijn Confessio ondersteunt hij de Drie-eenheid en de leer van de predestinatie en de onsterfelijke ziel — alle niet-bijbelse leerstellingen.

[Inzet op blz. 29]

Lukaris stelde prijzenswaardige inspanningen in het werk om de bijbel de autoriteit op het gebied van de kerkleer te laten zijn en de mensen de leer uit de bijbel bij te brengen

[Kader/Illustratie op blz. 28]

Lukaris en de Codex Alexandrinus

Een van de pronkstukken van de British Library is de Codex Alexandrinus, een bijbelhandschrift uit de vijfde eeuw G.T. Van zijn mogelijk 820 originele bladzijden zijn er 773 bewaard gebleven.

In de tijd dat Lukaris patriarch was van Alexandrië (Egypte) bezat hij een grote verzameling boeken. Toen hij patriarch in Constantinopel werd, nam hij de Codex Alexandrinus mee. In 1624 bood hij deze aan de Britse ambassadeur in Turkije aan als geschenk voor de Engelse koning, Jacobus I. Drie jaar later werd het handschrift aan zijn opvolger, Karel I, overhandigd.

In 1757 werd de Royal Library van de koning aan het Britse volk geschonken en nu wordt deze schitterende codex tentoongesteld in de John Ritblat Gallery in de nieuwe British Library.

[Verantwoording]

Gewerbehalle, Vol. 10

From The Codex Alexandrinus in Reduced Photographic Facsimile, 1909

[Illustratieverantwoording op blz. 26]

Bib. Publ. Univ. de Genève

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen