Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w98 15/10 blz. 25-29
  • Wanneer harten van steen ontvankelijk worden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wanneer harten van steen ontvankelijk worden
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • Onderkopjes
  • Hoe het werk begon
  • Doeltreffend onderwijsprogramma
  • Speciale vergaderingen schenken vreugde
  • Een wonderbaarlijke verandering tot stand gebracht
  • Druk van de zijde van vroegere vrienden
  • Opgedragen dienstknechten van God worden
  • Erkenning door de gevangenisautoriteiten
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
w98 15/10 blz. 25-29

Wanneer harten van steen ontvankelijk worden

IN 1989 WERD AAN JEHOVAH’S GETUIGEN IN POLEN wettelijke erkenning als een religieuze organisatie verleend. Getuigen die wegens hun christelijke neutraliteit waren gevangengezet, werden geleidelijk aan vrijgelaten, daarbij in de gevangenis veel gedetineerden achterlatend die graag meer van hen wilden leren over de bijbel. Hier volgt een verslag over de manier waarop Jehovah’s Getuigen in één zo’n gevangenis personen die eens een hart van steen bezaten, trachten te helpen gunstig op de kracht van Gods Woord te reageren.

IN WOŁÓW, een stadje met 12.000 inwoners in het zuidwesten van Polen, staat een 200 jaar oude gevangenis waar enkele van Polens ergste misdadigers worden vastgehouden. Sinds de officiële erkenning van hun werk trachten Jehovah’s Getuigen het goede nieuws van het Koninkrijk aan de gedetineerden aldaar te brengen, en zij doen dit met groot enthousiasme.

De weg hiertoe werd gebaand door een brief die het Ministerie van Justitie in februari 1990 aan alle gevangenisdirecteuren in Polen schreef. In de brief stond de aanbeveling „geen moeilijkheden [te] veroorzaken” voor gedetineerden die de Wachttoren-publikaties wilden ontvangen of contact wilden hebben met Jehovah’s Getuigen. De Getuigen, van wie sommigen vele jaren in de gevangenis in Wołów hadden doorgebracht, kenden de vele verstokte veroordeelden aldaar heel goed. Zij zagen echter naar Jehovah op, opdat hij hun krachtsinspanningen om de stenen harten van andere gedetineerden door de bijbelse waarheid zacht te laten worden, zou zegenen.

Hoe het werk begon

„Het was moeilijk om het programma van de grond te krijgen”, zegt broeder Czesław uit de stad Wrocław, ongeveer veertig kilometer van Wołów vandaan, die officiële toestemming heeft ontvangen om de gevangenis in Wołów te bezoeken. „Er waren vele lange besprekingen met gevangenisautoriteiten nodig om hen ervan te overtuigen dat onze ’religieuze diensten’ heilzaam zijn voor de gevangenen.”

De kwestie werd nog gecompliceerder, herinnert Czesławs medewerker Paweł zich, toen „een hooggeplaatste functionaris pertinent beweerde dat de veroordeelden de religieuze diensten uitsluitend gebruikten als een voorwendsel om er materieel beter van te worden”. Maar toen drie voormalige gevaarlijke misdadigers zich in 1991 voor de doop aanboden, veranderden de gevangenisautoriteiten van houding en verbeterde de samenwerking.

„Wij begonnen met getuigenis te geven aan de veroordeelden, hun familieleden die hen in de gevangenis opzochten en het gevangenispersoneel”, legt Czesław uit. „Daarna mochten wij het goede nieuws van afdeling tot afdeling prediken, een heel ongebruikelijke uitzondering. Toen wij ten slotte de eerste geïnteresseerden vonden, mochten wij gebruik maken van een zaaltje waarin wij bijbelstudies konden leiden en christelijke vergaderingen konden houden.” Ja, Jehovah opende de weg tot de stenen harten van gevangenen.

Doeltreffend onderwijsprogramma

Dat zaaltje bleek al gauw te klein te zijn. Omdat zowel de gedoopte gevangenen als de broeders die van buiten kwamen aan het predikingswerk deelnamen, begonnen wel vijftig veroordeelden de vergaderingen bij te wonen. „Ruim drie jaar hielden wij daar alle vergaderingen, en de gevangenen bezochten de wekelijkse vergaderingen geregeld”, legt een van de plaatselijke ouderlingen uit. Daarom mochten zij in mei 1995 een grotere zaal gebruiken.

Hoe bepalen de verantwoordelijke broeders wie de vergaderingen in de gevangenis mogen bezoeken? „Wij hebben een lijst van gevangenen die een oprechte belangstelling voor de waarheid aan de dag leggen”, zeggen de broeders Czesław en Zdzisław. „Als een veroordeelde geen vorderingen maakt of zonder deugdelijke reden vergaderingen overslaat en aldus van een gebrek aan waardering voor zulke voorzieningen blijk geeft, verwijderen wij zijn naam van de lijst en lichten de gevangenisdirecteur hierover in.”

De broeders leren de gevangenen tijdens hun bijbelstudie ook hoe zich goed op de vergaderingen voor te bereiden en een doeltreffend gebruik van onze lectuur te maken. Wanneer gedetineerden naar de vergaderingen komen, zijn zij dus goed voorbereid en nemen er vrijuit aan deel. Zij geven opbouwende commentaren, maken een vaardig gebruik van hun bijbel en passen de raad op zichzelf toe, terwijl zij in hun commentaren vaak opmerkingen verwerken als: ’Ik besef dat ik dit of dat moet doen.’

„In de gevangenis in Wołów worden in totaal twintig bijbelstudies geleid. Acht ervan worden gehouden door drie verkondigers die ook zelf gevangenen zijn”, zegt de secretaris van de gemeente. Zij boeken ook goede resultaten in de prediking van afdeling tot afdeling en als zij op de binnenplaats van de gevangenis lopen. In tien maanden tijd, van september 1993 tot juni 1994, hebben zij bijvoorbeeld 235 boeken, bijna 300 brochures en 1700 tijdschriften verspreid. Onlangs vroegen twee van de gevangenisfunctionarissen om een bijbelstudie.

Speciale vergaderingen schenken vreugde

Na verloop van tijd werd er in die gevangenis nog een element aan het onderwijsprogramma toegevoegd, namelijk speciale vergaderingen. Reizende opzieners en andere bekwame broeders behandelden in de sportzaal van de gevangenis de belangrijkste onderdelen van het programma van kringvergaderingen en speciale dagvergaderingen. De eerste speciale vergadering werd in oktober 1993 gehouden. Vijftig gedetineerden waren aanwezig, en „hele gezinnen, met inbegrip van vrouwen en kleine kinderen, waren uit Wrocław gekomen”, berichtte het nieuwsblad Słowo Polskie, zodat er in totaal 139 aanwezigen waren. De pauze tijdens het vergaderingsprogramma voorzag in een gelegenheid voor het nuttigen van een door de zusters bereide maaltijd alsook voor aangename christelijke omgang.

Sindsdien zijn er nog zeven speciale vergaderingen gehouden, en de voordelen ervan hebben zich niet alleen uitgestrekt tot personen in de gevangenis, maar ook tot mensen daarbuiten. Toen een Getuige-zuster aan de deur kwam bij een voormalige Wołów-gevangene die nu in de stad woont, reageerde hij aanvankelijk nogal negatief. Maar toen hij vernam dat een bepaalde gevangene een Getuige was geworden, riep hij ongelovig uit: „Is die moordenaar nu een Getuige?” Als gevolg hiervan aanvaardde de man een bijbelstudie.

Een wonderbaarlijke verandering tot stand gebracht

Heeft dit grootschalige onderwijsprogramma het stenen hart van gevangenen werkelijk zacht gemaakt? Laten zij hun verhaal eens vertellen.

„Ik heb mijn ouders nooit gekend omdat zij mij in de steek lieten toen ik nog klein was, en ik werd mij er heel pijnlijk van bewust dat ik niet het gevoel had bemind te zijn”, bekent Zdzisław, een man die bespiegelend van aard is. „Op jeugdige leeftijd raakte ik betrokken bij misdaad en uiteindelijk beging ik een moord. Door schuldgevoelens overweldigd, overwoog ik zelfmoord, en ik zocht wanhopig naar een werkelijke hoop. Toen, in 1987, kreeg ik het tijdschrift De Wachttoren in handen. Hieruit leerde ik de hoop op de opstanding en eeuwig leven kennen. In het besef dat niet alles verloren was, liet ik de gedachte aan zelfmoord varen en begon de bijbel te bestuderen. Nu heb ik geleerd wat het wil zeggen liefde van Jehovah en van de broeders en zusters te ontvangen.” Sinds 1993 is deze voormalige moordenaar een dienaar in de bediening en een hulppionier, en vorig jaar is hij een gewone pionier geworden.

Tomasz daarentegen aanvaardde onmiddellijk een bijbelstudie. „Maar dat was geen oprechte stap”, geeft hij toe. „Ik studeerde alleen maar omdat ik met mijn kennis wilde pronken als ik de geloofsovertuigingen van Jehovah’s Getuigen aan anderen uitlegde. Ik deed echter niet veel met de bijbelse waarheid. Op zekere dag besloot ik naar een christelijke vergadering te gaan. De gedoopte gevangenen heetten mij hartelijk welkom. Ik besefte dat ik, in plaats van te proberen met mijn kennis te pronken, mijn stenen hart zachter moest maken en mijn geest moest hervormen.” Tomasz begon de nieuwe christelijke persoonlijkheid aan te doen (Efeziërs 4:22-24). Op het ogenblik is hij een opgedragen, gedoopte Getuige en schenkt het hem vreugde om van afdeling tot afdeling te prediken.

Druk van de zijde van vroegere vrienden

Degenen die de bijbelse waarheid in de gevangenis leerden kennen, kwamen onder een hevige druk te staan van vroegere vrienden in de afdeling en van gevangenisfunctionarissen. Een van hen herinnert zich: „Ik werd voortdurend uitgelachen en bespot. Maar ik bleef aan de aanmoedigende woorden van de broeders denken. ’Blijf tot Jehovah bidden’, zeiden zij mij. ’Lees in je bijbel en je zult de innerlijke vrede ervaren.’ Dat heeft me werkelijk geholpen.”

„Mijn medegevangenen overlaadden mij met bittere verwijten”, zegt Ryszard, een forse gedoopte broeder. „’Je kunt naar je vergaderingen gaan, maar probeer niet uit te blinken en te doen alsof je beter bent, oké?’, zeiden zij waarschuwend. Toen ik veranderingen in mijn leven aanbracht omdat ik bijbelse beginselen toepaste, moest ik ervoor boeten. Zij keerden mijn bed om, smeten mijn bijbelse lectuur overal neer en maakten een enorme rommel in mijn hoekje van de afdeling. Ik vroeg Jehovah in gebed mij de kracht te geven zelfbeheersing te oefenen en begon daarna alles rustig op te ruimen. Na een poosje kwam er een eind aan de aanvallen.”

„Als medegevangenen opmerken dat wij het vaste besluit genomen hebben Jehovah te dienen,” vertellen enkele andere gedoopte gevangenen, „neemt de druk een andere vorm aan. Zij zeggen dan waarschijnlijk: ’Besef goed dat je niet meer mag drinken, roken of liegen.’ Dat soort van druk helpt iemand zijn lichaam te beheersen en snel een eind te maken aan ondeugden of verslavingen. Hij wordt er ook door geholpen de vruchten van de geest te ontwikkelen.” — Galaten 5:22, 23.

Opgedragen dienstknechten van God worden

Met toestemming van de gevangenisautoriteiten werd in het voorjaar van 1991 in de sportzaal de eerste doop gehouden. Zdzisław was de gelukkige kandidaat. Er waren 12 gedetineerden aanwezig, terwijl 21 broeders en zusters van buiten waren gekomen om de gelegenheid bij te wonen. De bijeenkomst had een aanmoedigende uitwerking op de gevangenen. Een aantal van hen maakte zulke opmerkelijke vorderingen dat twee andere veroordeelden later in dat jaar werden gedoopt. Twee jaar daarna, in 1993, werden er twee doopplechtigheden gehouden en symboliseerden nog zeven veroordeelden hun opdracht aan Jehovah!

In een verslag over de doop die in december plaatsvond, merkte de plaatselijke krant, Wieczór Wrocławia, op: „De mensen blijven de sportzaal binnenstromen, terwijl zij iedereen begroeten en een hand geven. Niemand is hier een vreemdeling. Zij vormen één grote familie, verenigd in hun denken, in hun levenswijze en in het dienen van één God, Jehovah.” Die ’ene grote familie’ bestond toen uit 135 personen, onder wie 50 veroordeelden. Laten wij eens enkelen van hen ontmoeten.

Jerzy, die in juni werd gedoopt, vertelt: „Hoewel ik jaren geleden enig contact met de bijbelse waarheid heb gehad, huisde in mijn binnenste werkelijk een hart van steen. Oplichterij, echtscheiding van mijn eerste vrouw, onwettige betrekkingen met Krystyna, een buitenechtelijk kind en herhaalde gevangenzettingen — dat was mijn levenspatroon.” Toen hij zag hoe andere verstokte misdadigers in de gevangenis Getuigen werden, begon hij zich af te vragen: ’Zou ook ik een betere man kunnen worden?’ Hij vroeg om een bijbelstudie en begon naar de vergaderingen te gaan. Het werkelijke keerpunt kwam echter toen hij van de openbare aanklager te horen kreeg dat Krystyna drie jaar voordien een van Jehovah’s Getuigen geworden was. „Ik was stomverbaasd!”, zegt Jerzy. „Ik dacht: ’Hoe staat het met mij? Wat moet ik doen?’ Ik besefte dat ik, om door Jehovah goedgekeurd te kunnen worden, orde op zaken moest stellen in mijn leven.” Als resultaat hiervan vond er in de gevangenis een gelukkige reünie plaats — met Krystyna en hun elfjarige dochter, Marzena. Niet lang daarna lieten Jerzy en Krystyna hun huwelijk wettelijk registreren. Hoewel Jerzy nog steeds in de gevangenis is en zijn ups en downs kent, heeft hij door zelfstudie gebarentaal geleerd en kan hij dove gevangenen helpen.

Mirosław was al bij criminele activiteiten betrokken toen hij nog op de lagere school zat. Hij had grote bewondering voor wat vrienden van hem deden en begon al gauw hetzelfde te doen. Hij heeft heel wat mensen beroofd of in elkaar geslagen. Toen belandde hij in de gevangenis. „Toen ik in de gevangenis was terechtgekomen, wendde ik mij tot de priester voor hulp”, onthult Mirosław. „Maar ik werd bitter teleurgesteld. Daarom besloot ik een eind aan mijn leven te maken door gif in te nemen.” Uitgerekend op de dag dat hij van plan was zich het leven te benemen, werd hij naar een andere afdeling overgeplaatst. Daar trof hij een exemplaar van De Wachttoren aan dat over de zin van het leven handelde. „De eenvoudige en duidelijke inlichtingen bleken precies datgene te zijn wat ik nodig had”, zegt hij. „Nu wilde ik leven! Daarom bad ik tot Jehovah en vroeg de Getuigen om een bijbelstudie.” Hij maakte snelle vorderingen in zijn bijbelstudie en werd in 1991 gedoopt. Nu dient hij als hulppionier in de gevangenis en geniet hij het voorrecht van afdeling tot afdeling te mogen prediken.

Tot dusver zijn in totaal vijftien gevangenen gedoopt. Hun gecombineerde straffen bedragen bijna 260 jaar. Sommigen werden vrijgelaten voordat zij hun straf hadden uitgezeten. De 25-jarige straf van één gevangene werd met tien jaar bekort. En verscheidenen die in de gevangenis belangstelling toonden, werden na hun vrijlating gedoopte Getuigen. Bovendien zijn er in de gevangenis nog vier gedetineerden die zich op de doop voorbereiden.

Erkenning door de gevangenisautoriteiten

„Vooral de verandering in houding van de veroordeelden is opmerkelijk”, staat in een gevangenisrapport. „Velen geven het roken op en zij houden hun afdeling schoon. Zulke veranderingen in gedrag worden bij veel veroordeelden waargenomen.”

Het nieuwsblad Życie Warszawy bericht dat het bestuur van de strafgevangenis in Wołów erkende dat „de veroordeelden gedisciplineerd zijn; zij veroorzaken geen problemen voor de gevangenbewaarders”. In het artikel werd verder opgemerkt dat degenen die vóór het einde van hun straf waren vrijgelaten, goed geïntegreerd zijn in de kring van Jehovah’s Getuigen en niet opnieuw het pad van de misdaad opgaan.

En wat is de mening van de gevangenisdirecteur? „Het werk van Jehovah’s Getuigen in deze strafgevangenis is bijzonder wenselijk en nuttig”, zegt hij. De directeur erkent dat „de waarden en maatstaven van de veroordeelden in de loop van hun bijbelstudie [met de Getuigen] veranderen en hun een nieuwe leidinggevende kracht in hun leven geven. Hun gedrag is heel tactvol en beleefd. Zij zijn ijverige werkers, die vrijwel geen problemen veroorzaken.” Zulke gunstige opmerkingen van de zijde van de autoriteiten zijn natuurlijk bijzonder aangenaam voor de Getuigen die met de gedetineerden in de gevangenis in Wołów werken.

De Getuigen die de gevangenis bezoeken, zijn zich ten volle bewust van Jezus’ woorden: „Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij. . . . Zij zullen naar mijn stem luisteren, en zij zullen één kudde, één herder worden” (Johannes 10:14, 16). Zelfs gevangenismuren kunnen de Voortreffelijke Herder, Jezus Christus, niet beletten met schapen te vergelijken personen bijeen te brengen. De Getuigen in Wołów zijn dankbaar dat zij het voorrecht hebben aan deze vreugdevolle dienst deel te nemen. En zij zien naar Jehovah op voor zijn voortdurende zegen, opdat hij nog velen meer met een hart van steen zal helpen gunstig te reageren op het goede nieuws van het Koninkrijk voordat het einde komt. — Mattheüs 24:14.

[Kader op blz. 27]

„GROOT KIND”-PROBLEEM

„Na enige tijd in de gevangenis doorgebracht te hebben, verliest een gedetineerde vaak het begrip van wat het betekent in vrijheid te leven of op zichzelf te wonen”, merken de Getuigen op die de strafgevangenis in Wołów bezoeken. „Wij hebben in wezen te maken met een ’groot kind’-probleem, het probleem dat iemand bij zijn vrijlating uit de gevangenis niet weet hoe hij voor zichzelf moet zorgen. Daarom gaat de taak van de gemeente verder dan hem alleen maar de bijbelse waarheid te leren. Wij moeten hem erop voorbereiden een deel van de gemeenschap te worden en hem waarschuwen voor nieuwe gevaren en verleidingen die op zijn pad zouden kunnen komen. Hoewel wij ervoor moeten oppassen overmatig beschermend te zijn, moeten wij hem helpen een nieuwe start in het leven te maken.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen