Een verborgen schat komt aan het licht — Het verhaal van de Makarios-bijbel
IN 1993 ontdekte een onderzoeker in de Russische Nationale Bibliotheek te Sint-Petersburg een stapel oude, vergeelde exemplaren van het tijdschrift Pravoslavnoe obozrenie. De bladzijden van de tijdschriften van 1860 tot 1867 bevatten een schat die meer dan een eeuw voor het Russische publiek verborgen was geweest. Het was een vertaling van de volledige Hebreeuwse Geschriften, of het „Oude Testament”, van de bijbel in de Russische taal!
De vertalers van de bijbel waren Mikhail Iakovlevich Glukharev, bekend als de archimandriet Makarios, en Gerasim Petrovich Pavsky. Beiden waren vooraanstaande leden van de Russisch-Orthodoxe Kerk en taalgeleerden. Toen deze mannen in de eerste helft van de vorige eeuw hun werk begonnen, was de bijbel nog niet in zijn geheel in het Russisch vertaald.
Zeker, de bijbel was er in het Oudkerkslavisch, de voorloper van het hedendaagse Russisch. Maar tegen het midden van de negentiende eeuw was het Oudkerkslavisch al lang in onbruik geraakt en werd het alleen nog door de geestelijken bij religieuze diensten gebruikt. Een soortgelijke situatie had in het Westen bestaan, waar de Rooms-Katholieke Kerk lang nadat het Latijn een dode taal was geworden, de bijbel uitsluitend in het Latijn probeerde te houden.
Makarios en Pavsky probeerden de bijbel toegankelijk te maken voor het gewone volk. De ontdekking van hun lang vergeten werk heeft het dan ook mogelijk gemaakt een belangrijk deel van het literaire en religieuze erfgoed van Rusland in ere te herstellen.
Maar wie waren Makarios en Pavsky eigenlijk? En waarom stuitten hun inspanningen om de bijbel in de gewone taal van het volk over te zetten op zo’n weerstand? Hun verhaal is zowel boeiend als geloofversterkend voor iedereen die de bijbel liefheeft.
De noodzaak van een Russische bijbel
Makarios en Pavsky waren niet de eersten die de noodzaak van een bijbel in de gewone taal van het volk inzagen. Honderd jaar eerder had ook de Russische tsaar, Peter I, of Peter de Grote, die noodzaak ingezien. Opmerkelijk is dat hij eerbied voor de Heilige Schrift had en naar verluidt heeft gezegd: „De bijbel is een boek dat alle andere boeken overtreft, en hij bevat alles wat betrekking heeft op ’s mensen plicht jegens God en zijn naaste.”
In 1716 gaf Peter daarom zijn koninklijke hof de opdracht om op zijn kosten in Amsterdam een bijbel te laten drukken. Op elke bladzijde moest een kolom Russische tekst en een kolom Nederlandse tekst komen. Slechts één jaar later, in 1717, waren de christelijke Griekse Geschriften, of het „Nieuwe Testament”, voltooid.
Tegen 1721 was het Nederlandse gedeelte van een vierdelige vertaling van de Hebreeuwse Geschriften eveneens gedrukt. Eén kolom was opengelaten om later met de Russische tekst gevuld te worden. Peter droeg de bijbels over aan de „Heilige Synode” van de Russisch-Orthodoxe Kerk — de hoogste religieuze autoriteit van de kerk — om de laatste hand te leggen aan het drukken en de verspreiding te regelen. Maar de synode deed dat niet.
Nog geen vier jaar later was Peter dood. Wat gebeurde er met zijn bijbels? De lege kolommen die voor de Russische tekst bedoeld waren, zijn nooit gevuld. De bijbels waren in grote stapels in een kelder opgeslagen, waar ze lagen te vergaan — er was later niet één onbeschadigd exemplaar te vinden! De synode besloot „alles wat ervan over was aan handelaars te verkopen”.
Het vertalen begint
In 1812 kwam John Paterson, lid van de British and Foreign Bible Society, naar Rusland. Paterson wekte de belangstelling van de intelligentsia van Sint-Petersburg om een bijbelgenootschap op te richten. Op 6 december 1812 — hetzelfde jaar waarin het Russische leger de binnenvallende troepen van Napoleon I terugdreef — hechtte tsaar Alexander I zijn goedkeuring aan de statuten van een Russisch bijbelgenootschap. In 1815 gaf de tsaar de voorzitter van het genootschap, prins Aleksandr Golitsyn, de opdracht de leidinggevende synode in overweging te geven dat „ook de Russen de gelegenheid dienen te hebben om het Woord van God in hun eigen Russische moedertaal te lezen”.
Het is prijzenswaardig dat er goedkeuring werd gegeven om de Hebreeuwse Geschriften rechtstreeks uit het oorspronkelijke Hebreeuws in het Russisch te vertalen. De oude Griekse Septuaginta was de basis geweest voor vertalingen van de Hebreeuwse Geschriften in het Oudkerkslavisch. Degenen die de bijbel in het Russisch zouden vertalen, kregen te horen dat de voornaamste beginselen van de vertaling nauwkeurigheid, duidelijkheid en zuiverheid moesten zijn. Wat is er geworden van deze vroege inspanningen om de bijbel in de Russische taal beschikbaar te stellen?
De doodsteek voor het vertalen van de bijbel?
Conservatieve elementen in zowel de kerk als de regering werden al gauw huiverig voor buitenlandse religieuze en politieke invloed. Sommige kerkleiders beweerden bovendien dat de bijbelse boodschap beter tot uitdrukking kwam in het Oudkerkslavisch — de taal van de liturgie — dan in het Russisch.
Het Russische Bijbelgenootschap werd daarom in 1826 ontbonden. Verscheidene duizenden door het bijbelgenootschap uitgebrachte exemplaren van vertalingen werden verbrand. Als gevolg daarvan raakte de bijbel ondergeschikt aan rituelen en tradities. In navolging van het voorbeeld van de Rooms-Katholieke Kerk besliste de synode in 1836: „Het is iedere vrome leek toegestaan de Schrift te horen, maar het is niemand toegestaan bepaalde delen van de Schrift, vooral het Oude Testament, zonder begeleiding te lezen.” Het vertalen van de bijbel was schijnbaar een doodsteek toegebracht.
Het werk van Pavsky
Intussen nam Gerasim Pavsky, hoogleraar Hebreeuws, de taak op zich de Hebreeuwse Geschriften in het Russisch te vertalen. In 1821 voltooide hij een vertaling van de Psalmen. De tsaar gaf er snel zijn goedkeuring aan, en tegen januari 1822 werd het boek Psalmen voor het publiek verkrijgbaar gesteld. Het vond gretig aftrek en moest twaalf keer herdrukt worden — in totaal 100.000 exemplaren!
Pavsky’s wetenschappelijk hoogstaande prestaties dwongen bij veel taalgeleerden en theologen respect af. Hij wordt beschreven als een oprecht en eerlijk man die boven de intriges stond die hem omringden. Ondanks het feit dat de kerk tegen het Russische Bijbelgenootschap gekant was en sommigen meenden dat het buitenlandse belangen vertegenwoordigde, ging professor Pavsky ermee door tijdens zijn colleges bijbelverzen in het Russisch te vertalen. Zijn bewonderende studenten schreven zijn vertalingen met de hand over en konden na verloop van tijd zijn werk tot één geheel verzamelen. In 1839 verstoutten zij zich om 150 exemplaren in de universiteitsdrukkerij te vervaardigen — zonder toestemming van de censors.
Pavsky’s vertaling maakte een enorme indruk op de lezers en de vraag ernaar bleef toenemen. Maar in 1841 werd er bij de synode een anonieme klacht ingediend in verband met het „gevaar” van deze vertaling, die naar beweerd werd van het orthodoxe dogma afweek. Twee jaar later vaardigde de synode een decreet uit: „Neem alle bestaande met de hand geschreven en gelithografeerde exemplaren van G. Pavsky’s vertaling van het Oude Testament in beslag en vernietig ze.”
De naam van God verheerlijken
Niettemin had Pavsky de belangstelling voor het vertalen van de bijbel nieuw leven ingeblazen. Hij had ook een belangrijk precedent voor toekomstige vertalers geschapen met betrekking tot een andere belangrijke kwestie — Gods naam.
De Russische onderzoeker Korsunsky legde uit: ’Dé naam van God, de heiligste van zijn namen, bestond uit de vier Hebreeuwse letters יהוה en wordt nu als Jehovah uitgesproken.’ In oude exemplaren van de bijbel komt die onderscheidende naam van God alleen al in de Hebreeuwse Geschriften duizenden malen voor. De joden gingen echter ten onrechte geloven dat de goddelijke naam te heilig was om op te schrijven of uit te spreken. In verband hiermee merkte Korsunsky op: ’Zowel in gesproken als in geschreven taal werd hij doorgaans vervangen door Adonai, een woord dat gewoonlijk met „Heer” werd vertaald.’
Dat de goddelijke naam niet meer gebruikt werd, sproot duidelijk voort uit bijgelovige angst — niet uit godvruchtige vrees. Nergens in de bijbel zelf wordt het gebruik van Gods naam ontmoedigd. God zelf zei tegen Mozes: „Dit dient gij tot de zonen van Israël te zeggen: ’Jehovah, de God van uw voorvaders, . . . heeft mij tot u gezonden.’ Dit is mijn naam tot onbepaalde tijd, en dit is de gedachtenis aan mij van geslacht tot geslacht” (Exodus 3:15). Herhaaldelijk spoort de Schrift aanbidders aan: „Dankt Jehovah! Roept zijn naam aan” (Jesaja 12:4). Niettemin hebben de meeste bijbelvertalers ervoor gekozen de joodse traditie te volgen en de goddelijke naam niet te gebruiken.
Pavsky daarentegen volgde deze tradities niet. Alleen al in zijn vertaling van de Psalmen komt de naam Jehovah meer dan 35 maal voor. Zijn vrijmoedigheid zou een belangrijke invloed op een van zijn tijdgenoten hebben.
De archimandriet Makarios
Deze tijdgenoot was de archimandriet Makarios, een Russisch-orthodoxe missionaris die over formidabele taalkundige bekwaamheden beschikte. Op de prille leeftijd van zeven jaar kon hij korte Russische teksten in het Latijn vertalen. Tegen de tijd dat hij twintig was, kende hij Hebreeuws, Duits en Frans. Een nederige houding en een diep besef van verantwoordelijkheid jegens God hielpen hem echter de strik van overmoed te vermijden. Hij won herhaaldelijk advies in van andere linguïsten en geleerden.
Makarios wilde het missiewerk in Rusland hervormen. Hij was van mening dat voordat het christendom naar de moslims en joden in Rusland gebracht kon worden, de kerk „de massa moest onderrichten door scholen te stichten en bijbels in de Russische taal te verspreiden”. In maart 1839 kwam Makarios in Sint-Petersburg aan en hoopte toestemming te krijgen om de Hebreeuwse Geschriften in het Russisch te vertalen.
Makarios had reeds de bijbelboeken Jesaja en Job vertaald. De synode weigerde hem echter toestemming te geven om de Hebreeuwse Geschriften in het Russisch te vertalen. Makarios kreeg zelfs te horen dat hij het hele idee om de Hebreeuwse Geschriften in het Russisch te vertalen, uit zijn hoofd moest zetten. De synode vaardigde een besluit uit, gedateerd 11 april 1841, waarin stond dat Makarios „drie tot zes weken penitentie moest doen in het huis van een bisschop in Tomsk om zijn geweten door gebed en kniebuigingen te reinigen”.
Makarios’ moedige standpunt
Van december 1841 tot en met januari 1842 kweet Makarios zich van zijn penitentie. Maar toen dat eenmaal was volbracht, ging hij onmiddellijk de rest van de Hebreeuwse Geschriften vertalen. Hij had een exemplaar van Pavsky’s vertaling van de Hebreeuwse Geschriften gekregen en gebruikte het om zijn eigen weergaven te controleren. Net als Pavsky weigerde hij de goddelijke naam verborgen te houden. De naam Jehovah komt zelfs meer dan 3500 maal in de Makarios-vertaling voor!
Makarios stuurde exemplaren van zijn werk naar sympathiserende vrienden. Hoewel er enkele met de hand geschreven exemplaren in omloop kwamen, bleef de kerk het uitgeven van zijn werk verhinderen. Makarios maakte plannen om zijn bijbel in het buitenland bekendheid te geven. De avond voor zijn vertrek werd hij ziek en hij stierf kort daarna, in het jaar 1847. Zijn bijbelvertaling is tijdens zijn leven nooit uitgegeven.
Eindelijk uitgegeven!
Na verloop van tijd gingen de politieke en religieuze winden uit een andere hoek waaien. Een nieuw liberalisme deed het land aan, en in 1856 gaf de synode opnieuw toestemming voor het vertalen van de bijbel in het Russisch. In dit verbeterde klimaat werd de Makarios-bijbel tussen 1860 en 1867 in gedeelten gepubliceerd in de Pravoslavnoe obozrenie, onder de titel „Een experimentele vertaling in de Russische taal”.
Aartsbisschop Filaret van Chernigov, een geleerde op het gebied van Russische religieuze literatuur, gaf zijn beoordeling van de Makarios-bijbel: „Zijn vertaling geeft de Hebreeuwse tekst getrouw weer, en de taal van de vertaling is zuiver en past bij het onderwerp.”
De Makarios-bijbel werd echter nooit voor het grote publiek verkrijgbaar gesteld. Hij was zelfs zo goed als vergeten. In 1876 werd uiteindelijk de hele bijbel, zowel de Hebreeuwse als de Griekse Geschriften, met goedkeuring van de synode in het Russisch vertaald. Deze complete bijbel wordt vaak de synodale vertaling genoemd. Ironisch genoeg diende de Makarios-vertaling, samen met die van Pavsky, als voornaamste bron voor deze „officiële” vertaling van de Russisch-Orthodoxe Kerk. Maar de goddelijke naam werd op slechts enkele van de plaatsen gebruikt waar hij in het Hebreeuws voorkomt.
De Makarios-bijbel in deze tijd
De Makarios-bijbel bleef tot 1993 onbekend. Zoals in de inleiding is opgemerkt, werd in dat jaar de tekst ervan aangetroffen in oude uitgaven van het tijdschrift Pravoslavnoe obozrenie op de afdeling zeldzame boeken in de Russische Nationale Bibliotheek. Jehovah’s Getuigen zagen er de waarde van in deze bijbel voor het publiek beschikbaar te stellen. De bibliotheek gaf de Religieuze Organisatie van Jehovah’s Getuigen in Rusland toestemming om een exemplaar van de Makarios-bijbel te laten samenstellen zodat deze voor publikatie voorbereid kon worden.
Jehovah’s Getuigen lieten vervolgens bijna 300.000 exemplaren van deze bijbel in Italië drukken om ze in heel Rusland en in de vele andere landen waar Russisch wordt gesproken, te verspreiden. Behalve Makarios’ vertaling van het grootste deel van de Hebreeuwse Geschriften bevat deze uitgave van de bijbel Pavsky’s vertaling van de Psalmen en ook de door de Orthodoxe Kerk geautoriseerde synodale vertaling van de Griekse Geschriften.
In januari van dit jaar werd deze bijbel tijdens een persconferentie in Sint-Petersburg vrijgegeven. (Zie blz. 26.) De Russische lezers zullen beslist door deze nieuwe bijbel onderricht en opgebouwd worden.
De publikatie van deze bijbel is dus een religieuze en een literaire triomf! Het is ook een geloofversterkende herinnering aan de waarheidsgetrouwheid van de woorden in Jesaja 40:8: „Het groene gras is verdord, de bloesem is verwelkt; maar wat het woord van onze God betreft, het zal tot onbepaalde tijd blijven.”
[Kader/Illustratie op blz. 26]
Bijbel oogst goede kritieken
„ER is weer een literair monument vrijgegeven: de Makarios-bijbel.” Met die inleiding kondigde de krant Komsomolskaya Pravda de vrijgave van de Makarios-bijbel aan.
Na te hebben opgemerkt dat de bijbel pas zo’n „120 jaar geleden” voor het eerst in het Russisch verscheen, verzuchtte de krant: „Jarenlang was de kerk gekant tegen het vertalen van heilige boeken in een gemakkelijk te lezen taal. De kerk, die verscheidene vertalingen had verworpen, keurde uiteindelijk in 1876 een daarvan goed, en die kwam als de synodale vertaling bekend te staan. Maar deze vertaling werd niet in de kerken toegelaten. De enige bijbel die daar tot op deze dag wordt erkend, is in het Oudkerkslavisch.”
De in Sint-Petersburg verschijnende krant Echo vestigde eveneens de aandacht op de betekenis van het uitgeven van de Makarios-bijbel, door op te merken: „Gezaghebbende geleerden van de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg, het Herzen-Pedagogisch Instituut en het Staatsmuseum van Godsdienstgeschiedenis sloegen deze nieuwe bijbeluitgave hoog aan.” Over het feit dat Makarios en Pavsky in de eerste helft van de vorige eeuw de bijbel in het Russisch vertaalden, merkte de krant op: „Tot die tijd kon de bijbel in Rusland alleen in het Oudkerkslavisch gelezen worden, een taal die slechts voor geestelijken te begrijpen was.”
De vrijgave van de Makarios-bijbel door Jehovah’s Getuigen vond eerder dit jaar tijdens een persconferentie in Sint-Petersburg plaats. Het plaatselijke dagblad Nevskoye Vremya merkte op: „Gezaghebbende geleerden . . . beklemtoonden dat de uitgave als iets van enorme betekenis in het culturele leven van Rusland en Sint-Petersburg beschouwd moet worden. Ongeacht hoe men over de activiteit van deze religieuze organisatie denkt, de publikatie van deze tot nu toe onbekende bijbelvertaling is ongetwijfeld van groot nut.”
Alle mensen die God liefhebben zijn beslist opgetogen wanneer zijn geschreven Woord in een taal beschikbaar wordt gesteld die door het gewone volk gelezen en begrepen kan worden. Overal zijn mensen die de bijbel liefhebben, opgetogen dat er opnieuw een bijbelvertaling verkrijgbaar is gesteld, een vertaling voor de miljoenen Russisch-sprekenden over de hele wereld.
[Illustratie]
De vrijgave van de Makarios-bijbel werd op deze persconferentie aangekondigd
[Illustratie op blz. 23]
De Russische Nationale Bibliotheek, waar de verborgen schat werd gevonden
[Illustratie op blz. 23]
Peter de Grote probeerde de bijbel in het Russisch te laten uitgeven
[Verantwoording]
Corbis-Bettmann
[Illustratie op blz. 24]
Gerasim Pavsky, die een bijdrage leverde aan het vertalen van de bijbel in het Russisch
[Illustratie op blz. 25]
De archimandriet Makarios, naar wie de nieuwe Russische bijbel is genoemd