Waar geluk — Wat is de sleutel?
OORSPRONKELIJK was het de bedoeling dat mensen gelukkig zouden zijn. Hoe kunnen wij dat zo zeker weten? Welnu, kijk eens naar het begin van de mens.
Jehovah God schiep het eerste mensenpaar met het vermogen gelukkig te zijn. Adam en Eva werden in een paradijs geplaatst, een tuin van geneugte die Eden heette. De Schepper voorzag hen van alle stoffelijke dingen die nodig waren voor het leven. De tuin had „allerlei geboomte . . . begeerlijk voor het gezicht en goed tot voedsel” (Genesis 2:9). Adam en Eva waren gezond, sterk en mooi — zij waren volmaakt en werkelijk gelukkig.
Wat was echter de sleutel tot hun geluk? Hun paradijstehuis of misschien hun fysieke volmaaktheid? Deze gaven van God droegen inderdaad bij tot hun levensgenot. Maar hun geluk was niet afhankelijk van zulke tastbare dingen. De tuin van Eden was meer dan een mooi park. Het was een heiligdom, een plaats om God te aanbidden. De sleutel tot hun eeuwige geluk was hun vermogen een liefdevolle band met de Schepper te ontwikkelen en in stand te houden. Om gelukkig te zijn, moesten zij eerst geestelijk gezind zijn. — Vergelijk Mattheüs 5:3.
Geestelijke gezindheid leidt tot geluk
Aanvankelijk had Adam een geestelijke band met God. Het was een liefdevolle, tedere band zoals die tussen een zoon en een vader (Lukas 3:38). In de tuin van Eden verkeerden Adam en Eva in ideale omstandigheden die hen in staat stelden hun verlangen om aanbidding te schenken, te bevredigen. Door middel van hun bereidwillige, liefdevolle gehoorzaamheid aan Jehovah zouden zij, in veel grotere mate dan de dierlijke schepping dat kon, God eren en verheerlijken. Zij konden met hun verstand God loven wegens zijn schitterende hoedanigheden en konden zijn soevereiniteit ondersteunen. Zij konden ook Jehovah’s liefdevolle, tedere zorg blijven ontvangen.
Deze nauwe omgang met de Schepper gepaard met gehoorzaamheid aan zijn wetten maakte onze eerste ouders werkelijk gelukkig (Lukas 11:28). Adam en Eva hoefden niet vele jaren te experimenteren om de sleutel tot geluk te ontdekken. Zij waren gelukkig vanaf het ogenblik dat zij geschapen werden. Dat zij vrede met God hadden en onderworpen waren aan zijn autoriteit, maakte hen gelukkig.
Aan dit geluk kwam echter een einde zodra zij God ongehoorzaam werden. Door in opstand te komen, verbraken Adam en Eva hun geestelijke band met Jehovah. Zij waren niet langer Gods vrienden (Genesis 3:17-19). Blijkbaar heeft Jehovah vanaf de dag dat zij uit de tuin werden verdreven alle communicatie met hen beëindigd. Zij verloren hun volmaaktheid, het vooruitzicht eeuwig te leven en hun paradijstehuis (Genesis 3:23). Maar wat belangrijker was, doordat zij geen band met God meer hadden, verloren zij de sleutel tot geluk.
Ons vermogen om te kiezen
Voordat Adam en Eva stierven, gaven zij hun menselijke eigenschappen, hun ingeschapen geweten en het vermogen om geestelijke dingen te bevatten aan hun nakomelingen door. De menselijke familie werd niet tot het niveau van de dieren verlaagd. Wij kunnen met de Schepper verzoend worden (2 Korinthiërs 5:18). Als met verstand begiftigde schepselen hebben mensen nog steeds de macht om te kiezen of zij God zullen gehoorzamen of niet. Dit werd vele eeuwen later geïllustreerd toen Jehovah de pasgevormde natie Israël de keus van leven of dood gaf. Bij monde van zijn woordvoerder Mozes zei God: „Ik leg u heden waarlijk het leven en het goede, en de dood en het kwade voor.” — Deuteronomium 30:15-18.
Zelfs nu, duizenden jaren nadat het oorspronkelijke paradijs verloren is gegaan, kunnen wij mensen nog steeds de juiste keus maken. Wij hebben een functionerend geweten en een fundamenteel vermogen om Gods wetten te gehoorzamen. De bijbel spreekt over „de mens die wij innerlijk zijn” en de „innerlijke” mens (2 Korinthiërs 4:16; Romeinen 7:22). Deze uitdrukkingen hebben betrekking op het ons allen aangeboren vermogen om Gods persoonlijkheid te weerspiegelen, te denken zoals hij denkt, geestelijk gezind te zijn.
Betreffende ons zedelijkheidsbesef en ons geweten schreef de apostel Paulus: „Telkens wanneer mensen der natiën, die geen wet hebben, van nature de dingen der wet doen, zijn deze mensen, al hebben zij geen wet, zichzelf tot wet. Zij zijn juist degenen die tonen dat de inhoud van de wet in hun hart staat geschreven, terwijl hun geweten met hen getuigenis aflegt en hun eigen gedachten onderling hen beschuldigen of zelfs verontschuldigen.” — Romeinen 2:14, 15.
Goddelijke wijsheid en gehoorzaamheid — De sleutel
Iemand zou echter kunnen vragen: ’Als wij allen een natuurlijke neiging hebben om God te aanbidden en als gevolg daarvan echt gelukkig te zijn, waarom zijn dan zo veel mensen ongelukkig?’ Dat komt doordat een ieder van ons om gelukkig te zijn geestelijke gezindheid moet ontwikkelen. Hoewel de mens oorspronkelijk naar het beeld van God werd geschapen, is hij van zijn Schepper vervreemd geraakt (Efeziërs 4:17, 18). Vandaar dat een ieder van ons definitieve stappen moet doen om een geestelijke band met God te verkrijgen en in stand te houden. Zo’n band ontwikkelt zich niet vanzelf.
Jezus gaf twee belangrijke beginselen voor het ontwikkelen van geestelijke gezindheid aan. Het ene is het verwerven van nauwkeurige kennis van God en het andere is gehoorzame onderwerping aan zijn wil (Johannes 17:3). Jezus haalde het Woord van God aan toen hij zei: „Er staat geschreven: ’De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt’” (Mattheüs 4:4). Bij een andere gelegenheid verklaarde Jezus: „Mijn voedsel is, dat ik de wil doe van hem die mij heeft gezonden en zijn werk voleindig” (Johannes 4:34). Wij hoeven niet vele tientallen jaren van experimenteren te verspillen aan een speurtocht naar geluk. Ondervinding is niet de sleutel tot geluk. Nee, alleen goddelijke wijsheid en gehoorzaamheid aan onze Schepper kunnen tot ware vreugde in het leven leiden. — Psalm 19:7, 8; Prediker 12:13.
Het is duidelijk dat het geluk dat voortspruit uit het toepassen van goddelijke wijsheid en uit een voortreffelijke positie voor Gods aangezicht, niet buiten ons bereik ligt (Handelingen 17:26, 27). De kennis van Jehovah en zijn voornemen is voor iedereen beschikbaar. De bijbel blijft met zijn miljarden exemplaren in vele talen het meest verspreide boek ter wereld. De bijbel kan u helpen Gods vriend te worden en u in waar geluk te verheugen, want de Schrift zegt ons: „Gelukkig het volk dat Jehovah tot God heeft!” — Psalm 144:15.
[Kader op blz. 6]
STAPPEN DIE TOT GELUK LEIDEN
1. Waardeer en ontwikkel geestelijke gezindheid. Jezus zei: „Gelukkig zijn . . . zij die het woord van God horen en het onderhouden!” — Lukas 11:28.
2. Zie in dat Gods goedkeuring belangrijker is dan rijkdom of weelde. Paulus schreef: „Ze is ongetwijfeld een middel tot groot gewin, deze godvruchtige toewijding gepaard aan het genoegen nemen met wat men heeft. . . . Wanneer wij . . . voedsel, kleding en onderdak hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn.” — 1 Timotheüs 6:6-8.
3. Span u in om een door de bijbel geoefend geweten te ontwikkelen en ernaar te luisteren. — Romeinen 2:14, 15.
4. Neem het besluit Jehovah God te gehoorzamen, waardoor u ervoor in aanmerking komt tot zijn volk te behoren. David uit de oudheid schreef: „Gelukkig het volk dat Jehovah tot God heeft!” — Psalm 144:15.
[Illustratie op blz. 7]
„Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke nood.” — Mattheüs 5:3