Vertroosting voor een „terneergeslagen geest”
IN DEZE tijd heeft Satans wereld „elk zedelijkheidsbegrip . . . verloren” (Efeziërs 4:19; 1 Johannes 5:19). Overspel en hoererij zijn pandemisch. In veel landen loopt vijftig procent of meer van de huwelijken op een echtscheiding uit. Homoseksualiteit wordt wijd en zijd aanvaard. Seksueel geweld — verkrachting — is dikwijls in het nieuws. Pornografie is een industrie waarin miljarden dollars omgaan. — Romeinen 1:26, 27.
Tot de laaghartigste perversies behoort het seksueel misbruiken van onschuldige kinderen. Evenals de wijsheid van Satans wereld is seksueel kindermisbruik „dierlijk, demonisch” (Jakobus 3:15). Alleen al in de Verenigde Staten, zo zegt het tijdschrift Time, „worden door onderwijzers en artsen jaarlijks meer dan 400.000 gevallen van verifieerbare aanranding bij de autoriteiten aangegeven”. Wanneer slachtoffers van dit misbruik volwassen worden, hebben velen nog steeds pijnlijke wonden, en die wonden zijn echt! De bijbel zegt: „De geest [geestelijke neiging, innerlijke gevoelens en gedachten] van een man kan zijn kwaal verdragen; maar wat een terneergeslagen [gewonde, gekwelde] geest betreft, wie kan die dragen?” — Spreuken 18:14.
Het goede nieuws van Gods koninkrijk trekt mensen van allerlei aard aan, met inbegrip van „de gebrokenen van hart” en degenen die een „neerslachtige geest” hebben (Jesaja 61:1-4). Het is niet verwonderlijk dat velen die emotionele pijn lijden, gehoor geven aan de uitnodiging: „Een ieder die dorst heeft, kome; een ieder die wil, neme het water des levens om niet” (Openbaring 22:17). De christelijke gemeente kan voor zulke mensen een plaats van vertroosting zijn. Zij zijn verheugd wanneer zij leren dat lijden weldra tot het verleden zal behoren (Jesaja 65:17). Maar tot die tijd zullen zij wellicht ’vertroost’ moeten worden en moeten hun wonden ’verbonden’ worden. Terecht gaf Paulus christenen de raad: „Spreekt bemoedigend tot de terneergeslagen zielen, ondersteunt de zwakken, weest lankmoedig jegens allen.” — 1 Thessalonicenzen 5:14.
„Verdrongen herinneringen”
De laatste jaren zijn er sommigen die ’gebroken van hart’ zijn om redenen die anderen moeilijk te begrijpen vinden. Het zijn volwassenen die, op grond van wat omschreven is als „verdrongen herinneringen”, zeggen dat zij als kind seksueel misbruikt zijn.a Sommigen hebben er geen idee van dat zij gemolesteerd zijn, totdat zij onverwacht last krijgen van flash-backs en „herinneringen” betreffende een volwassene (of volwassenen) door wie zij misbruikt zijn toen zij jong waren. Zijn er in de christelijke gemeente personen die zulke verontrustende gedachten hebben? In enkele landen is dat inderdaad het geval, en deze opgedragen personen kunnen intense gevoelens van verdriet, woede, schuld, schaamte of eenzaamheid ondervinden. Net als David voelen zij zich misschien van God vervreemd en roepen zij uit: „Waarom, o Jehovah, blijft gij veraf staan? Waarom houdt gij u verborgen in tijden van nood?” — Psalm 10:1.
Veel aspecten van deze „herinneringen” worden door deskundigen op het gebied van de geestelijke gezondheid niet goed begrepen. Zulke „herinneringen” kunnen niettemin van invloed zijn op de geestelijke gezindheid van opgedragen christenen. Wij zien derhalve vol vertrouwen naar Gods Woord op voor het verschaffen van leiding met betrekking tot de manier waarop wij ermee moeten omgaan. De bijbel verschaft „onderscheidingsvermogen in alle dingen” en helpt ook alle betrokkenen geloof te stellen in Jehovah, „de Vader der tedere barmhartigheden en de God van alle vertroosting, die ons vertroost in al onze verdrukking”. — 2 Timotheüs 2:7; 3:16; 2 Korinthiërs 1:3, 4.
Is het werkelijk gebeurd?
In de wereld zijn er veel tegenstrijdige opvattingen over de aard van deze „herinneringen” en de vraag in hoeverre ze dingen vertegenwoordigen die werkelijk gebeurd zijn. Jehovah’s Getuigen zijn „geen deel van de wereld” en kiezen geen partij in deze controverse (Johannes 17:16). Volgens gepubliceerde berichten zijn „herinneringen” soms juist gebleken. Nadat bijvoorbeeld schade-expert Frank Fitzpatrick „zich herinnerde” dat hij door een zekere priester was aangerand, kwamen bijna honderd anderen met de melding dat ook zij door dezelfde priester waren misbruikt. De priester heeft naar verluidt bekend. Het is echter opmerkenswaard dat een aantal personen hun „herinneringen” niet hebben kunnen staven. Sommigen die gekweld werden door de gedachte zoiets te hebben meegemaakt, herinnerden zich levendig dat een bepaalde persoon hen misbruikte of dat het misbruik op een bepaalde plek plaatsvond. Maar later maakten erkende bewijzen van het tegendeel duidelijk dat deze in de „herinnering” opgedoken bijzonderheden niet juist konden zijn.
Een toevlucht bieden
Hoe kan niettemin vertroosting worden geboden aan degenen die wegens zulke „herinneringen” ’terneergeslagen van geest’ zijn? Denk aan Jezus’ gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Een man werd door rovers overvallen, geslagen en van zijn bezittingen beroofd. Toen de Samaritaan voorbijkwam, had hij medelijden met de gewonde man. Wat deed hij? Stond hij erop alle bijzonderheden over de toegebrachte slagen te horen? Of vroeg de Samaritaan om een beschrijving van de rovers en zette hij onmiddellijk de achtervolging in? Nee. De man was gewond! Daarom verbond de Samaritaan met zachte hand zijn wonden en bracht hem liefdevol naar een naburige herberg, waar hij veilig was en kon herstellen. — Lukas 10:30-37.
Ontegenzeglijk is er een verschil tussen fysieke verwondingen en een „terneergeslagen geest” als gevolg van werkelijk seksueel misbruik in de kinderjaren. Maar beide veroorzaken groot lijden. Wat de Samaritaan voor de gewonde jood deed, toont dan ook wat er gedaan kan worden om een lijdende medechristen te helpen. Allereerst moet er liefdevolle vertroosting worden geboden en moet hij geholpen worden te herstellen.
De Duivel sloeg de getrouwe Job met rampen, blijkbaar in het vaste vertrouwen dat hetzij emotionele of fysieke pijn zijn rechtschapenheid zou breken (Job 1:11; 2:5). Sindsdien heeft Satan dikwijls geprobeerd zich van lijden te bedienen — ongeacht of hij het al dan niet rechtstreeks veroorzaakt — om het geloof van Gods dienstknechten te verzwakken. (Vergelijk 2 Korinthiërs 12:7-9.) Kunnen wij betwijfelen dat de Duivel in zijn pogingen om het geloof van christenen te verzwakken nu inspeelt op kindermisbruik en de „neerslachtige geest” van veel volwassenen die dit hebben ondergaan (of gekweld worden door „herinneringen” daaraan)? Net als Jezus toen hij door Satan werd aangevallen, zegt een christen die lijden ondergaat maar die standvastig weigert zijn rechtschapenheid prijs te geven: „Ga weg, Satan!” — Mattheüs 4:10.
Blijf geestelijk sterk
„De getrouwe en beleidvolle slaaf” heeft inlichtingen gepubliceerd om te helpen het geestelijke en emotionele letsel dat door kindermisbruik is veroorzaakt, op te vangen (Mattheüs 24:45-47). De ervaring laat zien dat het slachtoffer geholpen wordt als hij zich kan verlaten op de ’kracht van de Heer en de macht van zijn sterkte’ door „de volledige wapenrusting van God” aan te doen (Efeziërs 6:10-17). Tot deze wapenrusting behoort de bijbelse „waarheid”, die Satan als de ultieme vijand aan de kaak stelt en de duisternis verdrijft waarin hij en zijn handlangers werken (Johannes 3:19). Dan is er „het borstharnas van rechtvaardigheid”. Het slachtoffer dient ernaar te streven aan rechtvaardige maatstaven vast te houden. Sommigen bijvoorbeeld hebben sterke neigingen om zichzelf letsel te berokkenen of om immoraliteit te bedrijven. Iedere keer dat zij aan deze neigingen weerstand bieden, behalen zij een overwinning!
Tot de geestelijke wapenrusting behoort ook „het goede nieuws van vrede”. Met anderen over Jehovah’s voornemens praten, sterkt zowel degene die spreekt als een ieder die luistert (1 Timotheüs 4:16). Als u iemand zou zijn met een „terneergeslagen geest”, waardoor het u moeilijk valt over het goede nieuws te praten, probeer dan met een andere christen mee te gaan als hij of zij dit levensbelangrijke werk verricht. En vergeet „het grote schild des geloofs” niet. Heb het geloof dat Jehovah u liefheeft en dat hij u alles wat u verloren hebt, zal teruggeven. Geloof zonder enige twijfel dat ook Jezus u liefheeft, hij heeft dat bewezen door voor u te sterven (Johannes 3:16). Satan heeft altijd ten onrechte beweerd dat Jehovah niet om zijn dienstknechten geeft. Dat is gewoon zijn zoveelste grote, boosaardige leugen. — Johannes 8:44; vergelijk Job 4:1, 15-18; 42:10-15.
Als hartepijn het u moeilijk maakt te geloven dat Jehovah zich om u bekommert, zal omgang met anderen die krachtig geloven dat hij dat wel degelijk doet, een hulp zijn (Psalm 119:107, 111; Spreuken 18:1; Hebreeën 10:23-25). Weiger u door Satan te laten beroven van de prijs des levens. Bedenk dat „de helm der redding” deel uitmaakt van de wapenrusting; hetzelfde geldt voor „het zwaard van de geest”. De bijbel is geïnspireerd door heilige geest, en daartegen is Satan niet opgewassen (2 Timotheüs 3:16; Hebreeën 4:12). De genezende woorden die erin staan kunnen emotionele pijn verzachten. — Vergelijk Psalm 107:20; 2 Korinthiërs 10:4, 5.
Bid er ten slotte voortdurend om de kracht te ontvangen te volharden (Romeinen 12:12; Efeziërs 6:18). Innig gebed schraagde Jezus tijdens intense emotionele kwelling, en het kan ook u helpen (Lukas 22:41-43). Vindt u het moeilijk om te bidden? Vraag anderen om met u en voor u te bidden (Kolossenzen 1:3; Jakobus 5:14). Heilige geest zal uw gebeden ondersteunen. (Vergelijk Romeinen 8:26, 27.) Net als met een pijnlijke fysieke kwaal, zullen sommigen met diepe emotionele wonden in dit samenstel van dingen misschien niet volledig genezen. Maar met Jehovah’s hulp kunnen wij volharden, en volharding is overwinning, zoals het in Jezus’ geval was (Johannes 16:33). „Vertrouwt te allen tijde op [Jehovah], o volk. Stort uw hart voor hem uit. God is voor ons een toevlucht.” — Psalm 62:8.
En degene die van het misbruik wordt beschuldigd?
Iemand die een kind daadwerkelijk seksueel misbruikt, is een verkrachter en dient als zodanig te worden beschouwd. Een ieder die het slachtoffer is van zo iemand, heeft het recht degene die hem heeft misbruikt te beschuldigen. Maar een beschuldiging dient niet haastig te worden ingebracht indien deze uitsluitend berust op „verdrongen herinneringen” aan misbruik. In dit geval is het belangrijkste dat het slachtoffer een mate van emotionele stabiliteit herwint. Na verloop van enige tijd kan hij de „herinneringen” misschien beter op hun waarde beoordelen en besluiten of hij er iets aan wil doen en zo ja, wat dan wel.
Neem het geval van Donna. Zij had naar verluidt eetstoornissen en zocht professionele hulp — blijkbaar van twijfelachtige kwaliteit. Weldra beschuldigde zij haar vader van incest en hij werd voor de rechter gebracht. De jury kon niet tot een uitspraak komen en daarom ging de vader niet de gevangenis in, maar moest wel de proceskosten van $100.000 betalen. Toen dat allemaal achter de rug was, vertelde Donna haar ouders dat zij niet meer geloofde dat het misbruik had plaatsgevonden!
Salomo zei wijselijk: „Trek niet uit om haastig een rechtsgeding te voeren” (Spreuken 25:8). Indien er een deugdelijke reden is om te vermoeden dat de vermeende dader nog steeds kinderen misbruikt, moet er misschien een waarschuwing worden gegeven. De gemeenteouderlingen kunnen in zo’n geval hulp bieden. Gun u anders de tijd. Uiteindelijk kunt u zich er wellicht in vinden de zaak te laten rusten. Als u echter de confrontatie met de vermeende dader wilt aangaan (na eerst te hebben ingeschat hoe u de mogelijke reacties zou ervaren), hebt u het recht dat te doen.
Gedurende de tijd dat degene die „herinneringen” heeft aan het herstellen is, kunnen zich wellicht pijnlijke situaties voordoen. Iemand kan bijvoorbeeld levendige beelden in zijn geest hebben over aanranding door iemand die hij of zij dagelijks ziet. Er zijn geen regels te geven voor de wijze hoe hiermee moet worden omgegaan. „Een ieder zal zijn eigen vracht dragen” (Galaten 6:5). Soms denkt iemand misschien dat een familie- of gezinslid erbij betrokken is. Denk aan de twijfelachtige aard van sommige „verdrongen herinneringen” als het erom gaat de vermoedelijke dader te identificeren. In zo’n situatie zou, zolang de zaak nog niet duidelijk vaststaat, contact houden met de familie — op zijn minst door hen af en toe op te zoeken, te schrijven of op te bellen — tonen dat iemand probeert een schriftuurlijke handelwijze te volgen. — Vergelijk Efeziërs 6:1-3.
Wat kunnen ouderlingen doen?
Indien de ouderlingen worden benaderd door een gemeentelid dat last heeft van flash-backs of „verdrongen herinneringen” betreffende kindermisbruik, krijgen doorgaans twee van hen de toewijzing om hulp te bieden. Deze ouderlingen dienen het slachtoffer aan te moedigen voorlopig de aandacht te richten op het verwerken van de emotionele verontrusting. De namen van eventuele in de „herinnering” opgekomen aanranders dienen strikt vertrouwelijk te worden gehouden.
De voornaamste taak van de ouderlingen is als herders op te treden (Jesaja 32:1, 2; 1 Petrus 5:2, 3). Zij moeten zich vooral „[bekleden] met de tedere genegenheden van mededogen, goedheid, ootmoedigheid des geestes, zachtaardigheid en lankmoedigheid” (Kolossenzen 3:12). Laten zij vriendelijk luisteren en vervolgens genezende woorden uit de Schrift toepassen (Spreuken 12:18). Sommigen die door pijnlijke „herinneringen” worden gekweld, hebben uiting gegeven aan waardering voor ouderlingen die geregeld bezoekjes brengen of zelfs opbellen om te zien hoe het met hen gaat. Zulke contacten hoeven niet veel tijd te kosten, maar ze tonen dat Jehovah’s organisatie zich om hen bekommert. Wanneer het slachtoffer beseft dat zijn christelijke broeders hem werkelijk liefhebben, wordt hij wellicht geholpen een aanzienlijke mate van emotioneel evenwicht te herwinnen.
Wat te doen als het slachtoffer besluit dat hij een aanklacht wil indienen?b Dan kunnen de twee ouderlingen hem de raad geven dat hij in overeenstemming met het in Mattheüs 18:15 opgetekende beginsel de beschuldigde persoonlijk over de kwestie dient aan te spreken. Indien de beschuldiger er emotioneel niet toe in staat is dit van aangezicht tot aangezicht te doen, kan het telefonisch worden gedaan of misschien door een brief te schrijven. Op deze wijze krijgt de beschuldigde de gelegenheid voor het aangezicht van Jehovah op de beschuldiging te reageren. Wellicht kan hij zelfs bewijzen overleggen dat hij zich niet aan het misbruik schuldig gemaakt kan hebben. Of misschien zal de beschuldigde bekennen en kan er een verzoening tot stand worden gebracht. Wat een zegen zou dat zijn! Als er een bekentenis is, kunnen de twee ouderlingen de zaken verder in overeenstemming met schriftuurlijke beginselen afhandelen.
Wanneer de beschuldiging wordt ontkend, dienen de ouderlingen de beschuldiger uit te leggen dat er langs rechterlijke weg niets meer gedaan kan worden. En de gemeente zal de beschuldigde als onschuldig blijven beschouwen. De bijbel zegt dat er twee of drie getuigen moeten zijn voor er rechterlijke actie kan worden ondernomen (2 Korinthiërs 13:1; 1 Timotheüs 5:19). Zelfs als meer dan één persoon zich „herinnert” door dezelfde persoon misbruikt te zijn, is de aard van deze herinneringen gewoon te onzeker om er zonder ander ondersteunend bewijsmateriaal rechterlijke beslissingen op te baseren. Dit betekent niet dat zulke „herinneringen” als onwaar (of waar) worden beschouwd. Maar voor het rechterlijk vaststellen of er een overtreding is begaan, moeten bijbelse beginselen in acht worden genomen.
En als de beschuldigde — hoewel hij het kwaaddoen ontkent — nu eens werkelijk schuldig is? „Ontspringt hij dan de dans”, om zo te zeggen? Beslist niet! De kwestie van zijn schuld of onschuld kan veilig in Jehovah’s handen worden gelaten. „De zonden van sommige mensen zijn duidelijk openbaar en leiden direct tot een oordeel, doch wat andere mensen betreft, hun zonden worden ook openbaar, maar later” (1 Timotheüs 5:24; Romeinen 12:19; 14:12). Het boek Spreuken zegt: „De verwachting van de rechtvaardigen is een verheuging, maar de hoop van de goddelozen — die zal vergaan.” „Wanneer een goddeloos mens sterft, vergaat zijn hoop” (Spreuken 10:28; 11:7). Uiteindelijk zullen Jehovah God en Christus Jezus in gerechtigheid het eeuwige oordeel vellen. — 1 Korinthiërs 4:5.
De Duivel weerstaan
Wanneer opgedragen personen in weerwil van grote fysieke of emotionele pijn volharden, wat een sterk bewijs vormt dit dan van hun innerlijke kracht en liefde voor God! En wat een getuigenis van de kracht die Jehovah’s geest heeft om hen te ondersteunen! — Vergelijk 2 Korinthiërs 4:7.
Op zulke personen zijn de woorden van Petrus van toepassing: „Neemt uw standpunt tegen [Satan] in, vast in het geloof” (1 Petrus 5:9). Dat kan wel eens niet gemakkelijk zijn. Soms kan het zelfs moeilijk zijn helder en logisch te denken. Maar vat moed! Weldra zullen de Duivel en zijn listige daden niet meer bestaan. Wij verlangen beslist naar de tijd die in Openbaring 21:3, 4 wordt beloofd: „God zelf . . . zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.”
[Voetnoten]
a „Verdrongen herinneringen” en soortgelijke uitdrukkingen worden tussen aanhalingstekens gezet om ze te onderscheiden van de meer karakteristieke herinneringen die wij allemaal hebben.
b Het kan ook noodzakelijk zijn de in deze paragraaf aangegeven stap te doen als de aangelegenheid in de gemeente algemeen bekend geraakt is.