Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w95 15/8 blz. 28-30
  • Weersta goddeloze tradities!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Weersta goddeloze tradities!
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bijgelovige begrafenisgebruiken
  • Seksuele „reiniging”
  • Miskramen en doodgeboorten
  • Vermijd confrontaties, maar blijf bij uw standpunt
  • Een christelijke kijk op begrafenisgebruiken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • Hoe respect voor de doden tonen?
    Ontwaakt! 1977
  • Pas op voor gebruiken die God niet behagen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2005
  • „Voed de mond, niet de voeten”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
w95 15/8 blz. 28-30

Weersta goddeloze tradities!

„DE WAARHEID zal u vrijmaken”, zei Jezus Christus (Johannes 8:32). Ja, het christendom maakt mensen vrij — vrij van slavernij aan bijgeloof, vrij van geloof in valse leerstellingen en verwachtingen, vrij van gebondenheid aan ontaarde praktijken.

Maar evenals in de oudheid worden ook christenen in deze tijd vaak onder druk gezet om tot vroegere tradities terug te keren (Galaten 4:9, 10). Niet dat alle populaire gebruiken schadelijk zijn. Een christen kan inderdaad besluiten plaatselijke gebruiken in acht te nemen die nuttig en goed zijn. Wanneer gebruiken echter tegen Gods Woord indruisen, zullen christenen niet schipperen. Jehovah’s Getuigen staan er dus om bekend dat zij weigeren mee te doen aan kerstvieringen, verjaardagen en andere gebruiken die in strijd zijn met Gods Woord.

Dit moedige standpunt heeft dikwijls tot veel spot en tegenstand van kennissen, buren en ongelovige familieleden geleid. Dit is vooral zo in sommige Afrikaanse landen, waar men bij begrafenissen, bruiloften en geboorten gewoonlijk een grote verscheidenheid van tradities in acht neemt. De druk om eraan mee te doen kan bijzonder groot zijn en gaat vaak gepaard met bedreigingen en geweld. Hoe kunnen christenen in die landen standvastig blijven? Is het mogelijk een confrontatie te vermijden zonder te schipperen? Laten wij als antwoord daarop eens onderzoeken hoe getrouwe christenen met sommige onschriftuurlijke tradities zijn omgegaan.

Bijgelovige begrafenisgebruiken

In zuidelijk Afrika bestaan talloze tradities die verband houden met rouwdiensten en begrafenissen. Degenen die iemand in de dood hebben verloren, brengen gewoonlijk de hele nacht — of verscheidene nachten — in het huis van rouw door, waar constant een vuur brandende wordt gehouden. Het is de nabestaanden verboden te koken, hun haar te laten knippen of zelfs maar een bad te nemen voordat de begrafenis heeft plaatsgevonden. Daarna moeten zij zich wassen in een speciaal kruidenmengsel. Zijn dergelijke gebruiken aanvaardbaar voor christenen? Nee. Ze weerspiegelen alle een geloof in de onsterfelijkheid van de ziel en een ziekelijke vrees voor de doden.

In Prediker 9:5 staat: „De levenden zijn zich ervan bewust dat zij zullen sterven; maar wat de doden betreft, zij zijn zich van helemaal niets bewust.” Kennis van deze waarheid bevrijdt iemand van vrees voor de ’geesten der doden’. Maar wat dient een christen te doen wanneer goedbedoelende familieleden eisen dat hij of zij aan zulke rituelen deelneemt?

Beschouw de ervaring eens van een Afrikaanse Getuige, Jane genaamd, wier vader stierf. Toen zij bij de rouwkamer aankwam, werd haar onmiddellijk gezegd dat zij en de rest van de familie de hele nacht rond het lijk moesten dansen om de geest van de overledene gunstig te stemmen. „Ik zei hun dat ik als een van Jehovah’s Getuigen geen aandeel aan zulke praktijken kon hebben”, vertelt Jane. „De volgende dag, na de begrafenis, zeiden de oudere familieleden echter dat zij de nabestaanden een bad zouden geven als verdere bescherming tegen de geest van de overledene. Weer weigerde ik mee te doen. Tegelijkertijd werd mijn moeder in een huis afgezonderd gehouden. Iedereen die haar wilde zien, moest eerst iets van een alcoholische drank drinken die voor dat doel was bereid.

Ik weigerde ook maar bij iets hiervan betrokken te raken. In plaats daarvan ging ik naar huis om wat eten klaar te maken, en dat bracht ik naar het huis waar Moeder zich bevond. Dit stelde mijn familie werkelijk teleur. Mijn verwanten dachten dat ik niet normaal was.” Sterker nog, zij bespotten haar en riepen kwaad over haar af door te zeggen: „Omdat je onze traditie wegens je religie hebt verworpen, zul je door de geest van je vader lastig gevallen worden. Ja, misschien zul je wel nooit meer kinderen baren.” Toch weigerde Jane zich te laten intimideren. Hoe liep het af? Zij zegt: „Destijds had ik twee kinderen. Nu heb ik er zes! Dit heeft degenen die beweerden dat ik nooit meer kinderen zou baren, beschaamd gemaakt.”

Seksuele „reiniging”

Een ander gebruik heeft te maken met ceremoniële reiniging na de dood van iemands huwelijkspartner. Als een getrouwde vrouw sterft, zal haar familie een schoonzus of een andere vrouw die nauw verwant is aan de overledene, naar de weduwnaar brengen. Hij is verplicht seksuele gemeenschap met haar te hebben. Alleen dan kan hij trouwen met wie hij maar wil. Hetzelfde vindt plaats wanneer een getrouwde man sterft. Men meent dat deze gewoonte de nog levende huwelijkspartner zuivert van de „geest” van de overledene.

Iedereen die weigert een dergelijke „reiniging” te ondergaan, loopt het risico zich de toorn van de familieleden op de hals te halen. Hij of zij wordt dan wellicht geïsoleerd en wordt het mikpunt van spot en vervloekingen. Toch weigeren christenen dit gebruik in acht te nemen. Zij weten dat seks buiten het huwelijk beslist geen soort „reiniging” is, maar in Gods ogen juist verontreinigend (1 Korinthiërs 6:18-20). Bovendien mogen christenen „alleen in de Heer” trouwen. — 1 Korinthiërs 7:39.

Een Zambiaanse christelijke vrouw, Violet genaamd, verloor haar man in de dood. Naderhand brachten familieleden een man bij haar en stonden erop dat zij seksuele gemeenschap met hem zou hebben. Violet weigerde, en voor straf mocht zij geen water meer halen bij de openbare put. Ook werd zij gewaarschuwd niet in de dorpsstraat te lopen, anders zou haar kwaad overkomen. Zij weigerde zich echter door familieleden of mededorpelingen te laten intimideren.

Later werd Violet voor een plaatselijk gerecht gedaagd. Daar zette zij onwrikbaar de schriftuurlijke redenen uiteen voor haar weigering onwettige seks te bedrijven. Het gerecht besliste ten gunste van haar, en zei dat het haar niet kon dwingen zich aan plaatselijke gebruiken en tradities te houden die tegen haar geloofsovertuiging indruisten. Het is interessant dat haar vastberaden weigering te schipperen tot gevolg had dat andere Getuigen in het dorp die later met hetzelfde probleem werden geconfronteerd, minder zwaar onder druk werden gezet.

Een Afrikaanse Getuige, Monika genaamd, heeft aan een zelfde druk weerstand geboden nadat haar man was gestorven. De familie van de man stond erop haar een andere echtgenoot te geven. Monika zegt: „Ik weigerde, vastbesloten om het gebod in 1 Korinthiërs 7:39 te gehoorzamen.” Maar zij bleven haar onder druk zetten. „Zij bedreigden mij”, vertelt Monika. „Zij zeiden: ’Als je weigert, zul je nooit meer trouwen.’ Zij beweerden zelfs dat enkele van mijn medechristenen in het geheim op deze manier ceremonieel gereinigd waren.” Niettemin bleef Monika standvastig. „Ik ben twee jaar ongehuwd gebleven, en daarna ben ik op christelijke wijze hertrouwd”, zegt zij. Monika dient nu als gewone pionierster.

Miskramen en doodgeboorten

Christenen in zuidelijk Afrika hebben ook te maken met gebruiken in verband met miskramen en doodgeboorten. Deze tragische voorvallen zijn het gevolg van menselijke onvolmaaktheid — niet van een goddelijke straf (Romeinen 3:23). Maar als een vrouw een miskraam heeft, eisen sommige Afrikaanse tradities dat zij een tijdlang als een uitgestotene wordt behandeld.

Een vrouw die pas een miskraam had gehad, was dus verrast toen zij een Getuige in de richting van haar huis zag lopen. Toen hij dichterbij kwam, riep zij naar hem: „Kom niet hierheen! Volgens ons gebruik mag een vrouw die pas een miskraam heeft gehad, niet bezocht worden.” De Getuige vertelde haar echter dat Jehovah’s Getuigen de bijbelse boodschap naar alle soorten van mensen brengen en dat zij de plaatselijke gebruiken in verband met miskramen niet in acht nemen. Vervolgens las hij haar Jesaja 65:20, 23 voor en legde uit dat er onder Gods koninkrijk geen miskramen en doodgeboorten meer zullen voorkomen. Als gevolg daarvan aanvaardde de vrouw een huisbijbelstudie.

Ook het begraven van een doodgeboren baby kan gepaard gaan met bijgelovige gebruiken. Toen een Getuige, Joseph genaamd, zo’n begrafenis bijwoonde, werd hem gezegd dat alle aanwezigen hun handen in bepaalde kruiden moesten wassen en hun borst moesten inwrijven met het geneesmiddel. Dit, zo zei men, moest de „geest” van het kind ervan weerhouden terug te komen en hun kwaad te doen. Joseph wees dit respectvol af, daar hij wist dat de bijbel leert dat de doden de levenden geen kwaad kunnen doen. Toch probeerden sommigen hem te dwingen het geneesmiddel te gebruiken. Joseph wees het opnieuw af. Toen andere aanwezigen zagen hoe deze christen onbevreesd zijn standpunt innam, weigerden ook zij de kruiden.

Vermijd confrontaties, maar blijf bij uw standpunt

Vrees voor de levenden en angst een uitgestotene te worden, kunnen een krachtige invloed uitoefenen om iemand te laten schipperen. In Spreuken 29:25 staat: „Het beven voor mensen, dat spant een strik.” De voorgaande ervaringen tonen de waarheid van het laatste gedeelte van dat vers aan: „Maar hij die op Jehovah vertrouwt, zal beschermd worden.”

Niettemin kan een confrontatie vaak vermeden worden. Als een christen bijvoorbeeld voor de begrafenis van een familielid wordt uitgenodigd, dient hij niet te wachten tot hij zich in een situatie bevindt die hem in moeilijkheden zou kunnen brengen. „De schrandere die de rampspoed heeft gezien, heeft zich verborgen; de onervarenen die zijn doorgelopen, hebben de straf ondergaan.” — Spreuken 27:12.

Het zou verstandig zijn tactvol te vragen welke gebruiken er in acht zullen worden genomen. Als deze verwerpelijk zijn, zou een christen deze gelegenheid kunnen aangrijpen om uit te leggen waarom hij er geen aandeel aan kan hebben, en dat zal hij „met zachtaardigheid en diepe achting” doen (1 Petrus 3:15). Wanneer een christen van tevoren zijn op de bijbel gebaseerde standpunt respectvol uitlegt, zullen zijn familieleden gewoonlijk meer geneigd zijn om zijn geloofsovertuiging te respecteren en minder geneigd om bedreigingen en intimidatie aan te wenden.

Hoe de familieleden ook reageren, een christen kan eenvoudig niet schipperen door godonterende tradities te volgen — wat voor bedreigingen en beschimpingen er ook over hem mogen komen. Wij zijn bevrijd van bijgelovige vrees. De apostel Paulus gaf de aansporing: „Voor zulk een vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt. Staat daarom vast en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.” — Galaten 5:1.

[Illustratie op blz. 29]

Velen geloven dat iemand die pas gestorven is, als tussenpersoon kan fungeren en boodschappen aan reeds lang gestorven verwanten kan doorgeven

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen