Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w95 15/2 blz. 23-26
  • De Dominicaanse Republiek kan nog steeds worden ontdekt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De Dominicaanse Republiek kan nog steeds worden ontdekt
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
  • Onderkopjes
  • Een ander soort ontdekking
  • De inspanningen gezegend
  • Geweldige respons van de jongeren
  • „Ontdekkingsreizigers” uit andere landen
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
w95 15/2 blz. 23-26

De Dominicaanse Republiek kan nog steeds worden ontdekt

ALS jonge man begon Christophorus Columbus aan een leven op zee dat hem uiteindelijk naar de ontdekking van de eilanden leidde die nu als West-Indië bekendstaan. In december 1492 strandde zijn vlaggeschip, de Santa María, voor de noordkust van het eiland Española, dat nu als Hispaniola bekendstaat en Haïti en de Dominicaanse Republiek omvat. Daar stichtte Columbus de eerste Europese nederzetting, een haastig gebouwd fort, en noemde die La Navidad. Dit eiland werd de thuisbasis voor zijn verdere verkenningen.

Columbus ontdekte dat het eiland werd bewoond door opvallend knappe, vriendelijke en gastvrije mensen, de Taino-Indianen. Hun aantal bedroeg toentertijd naar schatting 100.000. Maar onder de wrede behandeling van de bezetters, wie het voornamelijk om het vinden van goud te doen was, slonk de inheemse bevolking snel. Tegen 1570 waren er naar verluidt slechts zo’n 500 Taino-Indianen overgebleven.

Thans wordt de Dominicaanse Republiek bevolkt door mensen van vele rassen en huidkleuren, wier voorouders hierheen zijn geëmigreerd. Toch schijnen zij veel van de goede eigenschappen van de Taino te hebben, want zij zijn van nature vriendelijke en gemoedelijke mensen. Dit, gekoppeld aan een oprecht geloof in God en eerbied voor de bijbel, heeft het predikings- en onderwijzingswerk van Jehovah’s Getuigen in dit land opmerkelijk succesvol gemaakt.

Een ander soort ontdekking

De eerste Wachttoren-zendelingen, Lennart en Virginia Johnson, kwamen in de tijd van de dictator Trujillo in de Dominicaanse Republiek aan. Zij bemerkten tot hun grote vreugde dat velen snel en gunstig op hun bijbelse boodschap reageerden. Maar dit beviel de autoriteiten en hun religieuze adviseurs niet. Er brak spoedig een golf van vervolging los en het geloof van die vroege Dominicaanse Getuigen werd zwaar beproefd. Tot op deze dag wordt er over hun loyaliteit en geloof — zelfs tot de dood — nog veel gesproken.

Jehovah’s Getuigen, nu ongeveer 16.000 in getal in dit land, zijn algemeen bekend. Enige tijd geleden zonden vijf televisiestations over heel het land de video Jehovah’s Getuigen — De organisatie achter de naam uit.a

Dit gaf niet alleen in grote maar ook in kleinere steden en in enkele plattelandsgebieden veel publiciteit aan het werk van de Getuigen. In aansluiting daarop ondernamen zij een speciale veldtocht om deze afgelegen gebieden met het goede nieuws van het Koninkrijk te bereiken.

De inspanningen gezegend

Veel jonge, energieke en ijverige Getuigen hebben vrijwillig periodes van twee maanden aan het prediken in deze afgelegen gebieden besteed. Hun krachtsinspanningen werden rijk beloond. In één gebied troffen twee Getuigen bijzonder veel belangstelling. Aangezien het de tijd was om de jaarlijkse Gedachtenisviering van Jezus’ dood te houden, troffen zij de voorbereidingen en nodigden de mensen uit om te komen. De zaal liep vol, en zij hielden de vergadering. Na afloop bemerkten zij tot hun grote verrassing dat er nog een grote groep mensen buiten de zaal stond te wachten om naar binnen te kunnen. Zij nodigden hen dus binnen en herhaalden het programma. Er is nu een gemeente in dat gebied.

De edelmoedige en vriendelijke aard van de mensen beweegt hen er vaak toe de bijbelse waarheid die zij leren, met leden van hun gezin en anderen te delen. Eén bijbelstudent liep over van vreugde toen hij er eindelijk voor in aanmerking kwam aan de van-huis-tot-huisbediening deel te nemen. Hij leidde al vijf bijbelstudies in zijn buurt, maar hij was blij dat hij een groter aandeel aan de bediening kon hebben.

Aangezien er veel gebied is dat niet geregeld door Koninkrijksverkondigers wordt bewerkt, wordt er moeite gedaan om tot busreizigers te prediken en tot mensen die naar de stad komen om zaken te doen of te winkelen. Dit heeft tot gelukkig stemmende resultaten geleid, zoals blijkt uit een ervaring in verband met een brief die het bijkantoor ontving. De brief was van twee mannen in een plattelandsgebied, die om een bijbelstudie vroegen. Toen een Getuige hen bezocht, bleken de „mannen” tien en elf jaar te zijn. Maar hoe wisten zij van de bijbelstudieregeling? Welnu, een man van dat dorp was naar de hoofdstad gegaan voor zaken. Hij had op straat een Getuige ontmoet, die hem een traktaat had gegeven en hem een gratis huisbijbelstudie had aangeboden. Toen hij in zijn dorp terug was, had de man het traktaat aan een twaalfjarig buurmeisje gegeven en haar over de bijbelstudieregeling verteld. Op haar beurt had het meisje de informatie aan de twee jongens doorverteld, die prompt de brief hadden geschreven. Er werd een bijbelstudie begonnen met de jongens, het meisje, de man en zijn twee kinderen.

Geweldige respons van de jongeren

Ja, jonge mensen, zowel degenen die in de waarheid zijn grootgebracht als anderen, schijnen hun aanbidding van God ernstig op te vatten. Tamar en haar zusje Keila bijvoorbeeld werden beiden gedoopt toen zij tien waren en gingen op elfjarige leeftijd als pionier in de volle-tijddienst. Wendy Carolina was twaalf toen zij haar opdracht door middel van de waterdoop symboliseerde, en twee jaar later, in 1985, begon zij met de gewone pioniersdienst. Nu is zij een doeltreffende onderwijzeres en is nog altijd in de volle-tijddienst. De jonge Jovanny, die op tienjarige leeftijd werd gedoopt en in de gewone pioniersdienst ging toen hij elf jaar was, leidt vier huisbijbelstudies. Toen de tienjarige Rey ontdekte dat een handelaar in tweedehands boeken een door Jehovah’s Getuigen uitgegeven brochure had, smeekte hij zijn moeder die voor hem te kopen. Hij las de brochure helemaal uit. Zijn speurtocht naar meer bijbelse lectuur bracht hem uiteindelijk in contact met het bijkantoor. Nu is hij in de volle-tijddienst, en zijn moeder dient God eveneens.

Wat heeft deze en andere jongeren geholpen de waarde van geestelijke zaken te beseffen? In veel gevallen heeft juiste ouderlijke leiding een belangrijke rol gespeeld. Dit was het geval met Josué, wiens christelijke ouders onderwijzers op school zijn. Toen een reizende opziener de ouders de suggestie deed om op z’n minst één van hun kinderen te helpen de volle-tijddienst op zich te nemen, richtten zij hun aandacht op Josué. Als briljante leerling kreeg Josué van de regering een beurs voor een technische studie. Na anderhalf jaar aan de universiteit te hebben gestudeerd, nam hij een uitnodiging aan om mee te helpen aan het bouwproject op het bijkantoorcomplex van Jehovah’s Getuigen in de Dominicaanse Republiek. Zijn ouders zeiden dat zij er diepe voldoening uit putten dat zij hun zoon voor Jehovah’s dienst hadden afgestaan.

„Ontdekkingsreizigers” uit andere landen

Jezus’ woorden, „de oogst is groot, maar er zijn weinig werkers”, kunnen werkelijk op het veld hier worden toegepast (Mattheüs 9:37). De grote behoefte en de geweldige respons hebben Getuigen uit andere landen ertoe bewogen deel te nemen aan het zoeken naar de echte hedendaagse schatten — oprechte waarheidszoekers — in het gebied.

Vanuit het buurland Porto Rico zijn Getuigen-gezinnen gekomen die er ware voldoening uit putten in verschillende gebieden van de Dominicaanse Republiek te dienen. Eén gezinshoofd zei: „Tegenover horende oren uiting te kunnen geven aan je geloof en hoop, maakt de waarheid werkelijk levend!” Toen Cecilia uit Zweden en Nia uit de Verenigde Staten van de behoefte hier hoorden, kwamen zij om met verscheidene andere jonge volle-tijdprediksters samen te werken. Zij dienen in het binnenland, waar zij zich op grotere hoogte en in een milder klimaat bevinden. Evenzo sloten twee Canadese gezinnen zich hoog in de koele, met pijnbomen bedekte bergen aan bij een Dominicaans gezin dat uit de Verenigde Staten was teruggekeerd. Zij maken deel uit van een kleine gemeente en kunnen mensen bereiken die wel tien jaar niet door Jehovah’s Getuigen zijn bezocht.

Alfredo en Lourdes en hun vijf kinderen zijn uit de stad New York teruggekomen en zijn verbonden met een kleine gemeente in een van de prachtige toeristische badplaatsen. Zij verheugen zich erover dat zij een aandeel kunnen hebben aan het zoeken naar oprechte mensen en de gemeente kunnen helpen groeien. Roland, een computeroperateur uit Oostenrijk, en zijn vrouw Yuta hebben zich in het warme, droge zuidelijke deel van het land gevestigd. Zij hebben de vreugde gesmaakt om mee te maken dat er sinds hun aankomst een nieuwe gemeente is ontstaan. In een naburig stadje berichtte een groep van drie pioniersters en een echtpaar uit Californië dat zij zo veel verzoeken om bijbelstudies kregen dat zij ze niet allemaal konden leiden. Daarom moedigden zij de geïnteresseerden aan de vergaderingen in de plaatselijke Koninkrijkszaal te bezoeken en zich op een wachtlijst voor bijbelstudie te laten plaatsen. Yuta’s jongere broer Stefan dient getrouw in een kleine gemeente in het liefelijke stadje Samaná in het noordoosten. In slechts twee jaar tijd is het aantal Koninkrijksverkondigers daar verdubbeld.

De liefde en ijver, aan de dag gelegd door deze en andere Getuigen die zijn gekomen om te helpen, is werkelijk prijzenswaardig. Zij hebben de uitdaging aangenomen om niet alleen naar een ander land met een andere cultuur en andere gebruiken te verhuizen maar ook, in de meeste gevallen, om een nieuwe taal te leren zodat zij voor de geestelijke behoeften van met schapen te vergelijken mensen kunnen zorgen. Hun krachtsinspanningen hebben tot een positieve reactie van de plaatselijke bevolking geleid.

Sommige Dominicaanse gezinnen hebben het comfort van de grote stad achter zich gelaten en zijn naar het platteland verhuisd. Allen worden rijkelijk beloond met de vreugde de echte schatten, oprechte waarheidszoekers, te ontdekken.

De vijftiende-eeuwse schatzoekers brachten de inheemse Tainobevolking geen zegeningen maar slavernij en onnoemelijk leed. Columbus heeft zelf niet eens profijt gehad van de schatten van de Nieuwe Wereld. Hij werd uiteindelijk gearresteerd en van het eiland dat hij had ontdekt, weggehaald en in ketens naar Spanje teruggevoerd.

Thans is er een ander soort ontdekkingsreis aan de gang, en er wordt een kostbaarder schat gevonden. Jehovah’s dienstknechten zijn er druk mee bezig de oprechte mensen te zoeken die gunstig op het goede nieuws van het Koninkrijk reageren. Het resultaat is dat een steeds toenemende schare de vrijheid geniet die alleen Gods Woord teweeg kan brengen (Johannes 8:32). Zij zien uit naar de tijd dat dit land van bergen, schitterende watervallen, prachtige stranden en betoverende grotten niet slechts een paradijseiland zal worden, maar een deel van een nieuwe wereld die de gehele aarde omvat. — 2 Petrus 3:13.

[Voetnoot]

a Geproduceerd door de Watch Tower Bible and Tract Society.

[Kaart op blz. 24]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

Dominicaanse Republiek

[Illustraties op blz. 24, 25]

Jongeren ontdekken de waarde van geestelijke zaken door zich aan de volle-tijddienst te wijden

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen