Afgestudeerden van Gilead — Verlangend om het goede nieuws te verbreiden
„HET mooiste waarvan wij ooit hebben kunnen dromen.” Zo dachten Anders en Amalia Groth over hun zendelingenopleiding. Zij verwoordden de gevoelens van alle 48 afgestudeerden van de 97ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead door eraan toe te voegen: „De Gileadopleiding heeft ons gemotiveerd en voorbereid, zodat wij popelen van verlangen om naar onze nieuwe toewijzing te gaan.”
Wij kunnen ons deze vreugde voorstellen wanneer wij luisteren naar de opmerkingen van de studenten over het graduatieprogramma; op 4 september 1994 kwamen 6420 personen voor deze gelegenheid bijeen.
„Theodore Jaracz van het Besturende Lichaam opende het programma door over het thema ’Door Jehovah onderwezen’ te spreken”, zeiden David Abel en zijn vrouw, Kelli. „Wij zullen nooit het punt vergeten dat broeder Jaracz belichtte toen hij zei: ’Wij moeten erkennen hoe klein wij zijn in vergelijking met Jehovah’; hij illustreerde dit aan de hand van de krachtige les die wordt aangetroffen in hoofdstuk 38 en 39 van het bijbelboek Job. Broeder Jaracz wees erop dat hoewel onze bijbelkennis door middel van de Gileadschool is toegenomen, wij niet het antwoord weten op elke vraag. Wij moeten Gods Woord blijven bestuderen.”
Christian en Angele Coffy zeiden vervolgens: „Wij waren onder de indruk van de lezing die Max Larson hield over het thema ’Wat is de waarde van een goed fundament?’ Wij vonden het interessant dat hij ons met een gebouw vergeleek dat een diep fundament in stevige grond nodig heeft om zelfs tijdens een aardbeving te blijven staan. Door ijverig te studeren, kunnen wij een intiemere verhouding met Jehovah ontwikkelen en kunnen wij ons geloof op een diepe kennis baseren, zodat wij in tijden van moeilijkheden staande kunnen blijven.”
„De lezing door Milton Henschel, hoofd van de school, over het thema ’De velden zijn wit om geoogst te worden’ zal ons lang bijblijven”, merkten Gary en Lynn Elfers op. „De thematekst, Johannes 4:35-38, beklemtoonde het voorrecht dat wij hebben om een veld te betreden dat al door vroegere werkers is ingezaaid. Dit zal ons ertoe aansporen met een gevoel van dringendheid te werken.” Jan en Sirpa Vaahtola waren het hiermee eens en merkten op: „Broeder Henschel deed ons met grote verwachting uitzien naar de oogst die nog binnengehaald moet worden door het laatste bericht uit de Baltische staten bekend te maken. De toename in Estland was 51 procent, in Letland 106 procent en in Litouwen 51 procent. Wat opwindend! De broeders daar smeken de Meester om meer werkers uit te zenden. Vooral wij waren blij dit te horen, omdat wij aan Estland zijn toegewezen!”
„Joel Adams hield de volgende lezing over het thema ’Vertrouw op Jehovah’”, vertelden Kevin en Evelyn Cortina. „Hij gaf ons de raad om nooit te denken dat wij soms op Jehovah kunnen vertrouwen en ons soms op onze eigen wijsheid kunnen verlaten. Wij zullen in onze toewijzing aan veel uitdagingen het hoofd moeten bieden — gezondheid, voedsel, taal, gewoonten, enzovoort. In al deze gevallen zullen wij op Jehovah moeten vertrouwen.”
De volgende spreker was Gerrit Lösch, een lid van het Besturende Lichaam, die inging op het thema „Blijf over Jehovah’s barmhartigheid nadenken”. Alen en Ann Maria Gokavi zeiden: „Hij zette uiteen dat het betonen van barmhartigheid jegens onze medezendelingen en degenen met wie wij het goede nieuws delen, een indicatie voor geestelijke rijpheid vormt. Buitenlandse toewijzingen vergen offers, maar als barmhartigheid ontbreekt, zal ons offer bitter weinig waarde hebben” (Mattheüs 9:13). Peter en Fleur Hupston voegden eraan toe: „Broeder Lösch zei dat wij ook barmhartig jegens onze broeders en zusters moeten zijn en hen als het ware door een verrekijker moeten bezien die wij omgekeerd houden, zodat hun fouten worden verkleind in plaats van vergroot.”
„Jack Redford, een van onze Gileadleraren, sprak daarna over het thema ’Kun je een terechtwijzing in acht nemen?’”, herinnerden Mickey en Sherry Minsky zich. „Hij wees erop dat trots het moeilijk maakt terechtwijzing te aanvaarden en dat als wij overgevoelig zijn voor raad, wij ons van de voordelen ervan zullen beroven. Daarna gaf hij enkele praktische suggesties over het aanvaarden van terechtwijzing, gebaseerd op Klaagliederen 3:27-31.” Charles en Joan Held vielen in: „Meestal zijn wij blind voor onze eigen tekortkomingen; daarom moeten wij terechtwijzing bezien als een manier om onze ogen te openen voor dingen waarvan wij ons niet bewust waren. Terechtwijzing of raad van Jehovah is een bewijs van zijn liefde voor ons.”
„Ulysses Glass, ook een van de leraren, sprak over het thema ’Verwerf de praktische wijsheid die tot leven leidt’. Hij vroeg: ’Wat gaan jullie met het geleerde doen?’”, zeiden Kenneth en Lisbeth Ardkäll. „Toen gaf hij een illustratie die was gebaseerd op Spreuken 30:24-26 over de kleine klipdas en hoe Jehovah hem volledig voor overleving heeft toegerust. Wij daarentegen zijn niet instinctief wijs, dus moeten wij ons inspannen om wijsheid te verwerven. Jehovah heeft ons toegerust met alles wat wij hiervoor nodig hebben. Zolang wij in liefde dicht tot Jehovah en tot elkaar naderen, zullen wij veel tot stand kunnen brengen.”
De hoofdlezing
„Broeder Karl F. Klein, een lid van het Besturende Lichaam, behandelde in zijn lezing ’Een juweel onder de juwelen’ op warme wijze de 19de psalm met ons”, zeiden Jay en Gwen Abraczinskas. „Hij beklemtoonde de diepe waardering die de psalmist David voor Jehovah koesterde en de grote genegenheid die hij voor Gods Woord had.” „Broeder Klein verdeelde de psalm in drie delen”, merkten Keith en Donna Hornback op. „Deel 1 (vers 1-6) toont Davids waardering voor Gods schepping, deel 2 (vers 7-10) brengt zijn waardering voor Gods wetten tot uitdrukking en deel 3 (vers 11-14) herinnert ons eraan dat wij, net als David, het verlangen moeten hebben in een goede verhouding tot Jehovah te staan.”
„Wij genoten van het door hem belichte punt dat vrees voor Jehovah van het grootste belang is om het slechte te vermijden. Dit brengt ons ertoe te doen wat zuiver is in zijn ogen”, zeiden David en Raylene Long. Frank en Vibeke Madsen stemden hiermee in. „Broeder Kleins opmerkingen over het nut van Jehovah’s vermaningen, wetten en geboden vormden een prachtige samenvatting van wat wij op Gilead hebben geleerd”, zeiden zij. „Het maakte ons nog vastbeslotener om ons in de toekomst aan Gods Woord te houden en het als een kistje met juwelen te behandelen.”
Na de hoofdlezing ontvingen de studenten hun diploma en werden hun buitenlandse toewijzingen bekendgemaakt. Er volgde een korte onderbreking voor verfrissingen, waarna allen weer bijeenkwamen voor het middagprogramma. De afgestudeerden namen deel aan het beantwoorden van de vragen die tijdens een verkorte Wachttoren-studie werden gesteld.
„Toen volgde het door de studenten verzorgde programma ’Opgeleid tot Koninkrijksverkondigers op de hele aarde’”, vertelden Bob en Shannon Lakatos. „Het eerste gedeelte van het programma bestond uit ervaringen die studenten tijdens onze vijfmaandse cursus in de velddienst hadden opgedaan. De nadruk werd gelegd op het vaardige gebruik van vragen in onze bediening. Een onderdeel met interviews toonde positieve manieren om het hoofd te bieden aan de uitdagingen en veranderende omstandigheden van het zendelingenleven. De drie diapresentaties, over Costa Rica, India en Malawi, gaven ons een indruk van Jehovah’s wereldomvattende organisatie.”
„Het hierop volgende drama, Wees theocratisch, niet wereldsgezind, illustreerde de slechte invloed die van sommige wereldse, onafhankelijk denkende familieleden kan uitgaan”, merkten Jesse en Michelle Duncan op. „Het toonde aan dat christenen de richtlijnen en aanwijzingen van de Theocratie als noodzakelijk en heilzaam moeten erkennen”, voegden Wenzel en Kelly Koula eraan toe.
Het schitterende programma werd met een slotlied en een gebed beëindigd. Toen de afgestudeerden weggingen, in afwachting van hun vertrek naar buitenlandse toewijzingen in achttien landen, werden hun gedachten goed onder woorden gebracht door de volgende opmerking van Tommi en Jael Kauko: „Wij popelen van verlangen om naar onze toewijzing te gaan en het geleerde in praktijk te brengen. We hebben zo veel ontvangen — nu is het onze beurt om te geven.”
[Illustratie op blz. 26]
97ste afstuderende klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead
In onderstaande lijst zijn de rijen genummerd van voor naar achter en staan de namen per rij van links naar rechts vermeld.
(1) J. Hong; D. Hong; A. Groth; E. Cortina; S. Lakatos; D. Hornback; L. Acevedo; A. Coffy (2) L. Elfers; A. Gokavi; L. Ardkäll; G. Abraczinskas; K. Knott; T. Lizer; K. Abel; D. Abel (3) M. Duncan; A. Gokavi; J. Held; F. Hupston; B. Lakatos; R. Long; S. Minsky; E. Acevedo (4) K. Ardkäll; J. Kauko; S. Vaahtola; K. Cortina; N. Carson; M. Minsky; G. Lizer; K. Koula (5) J. Duncan; J. Abraczinskas; J. Vaahtola; F. Madsen; V. Madsen; D. Long; C. Carson; G. Elfers (6) T. Kauko; P. Hupston; C. Held; A. Groth; K. Hornback; W. Koula; D. Knott; C. Coffy