Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w94 15/10 blz. 8-11
  • Vluchtelingen, maar desondanks gelukkig in hun dienst voor God

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vluchtelingen, maar desondanks gelukkig in hun dienst voor God
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
  • Onderkopjes
  • De reis naar Mboki
  • Ontmoeting met de broeders
  • Een gelukkige kleine gemeente
  • In afwachting van een vast tehuis
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
w94 15/10 blz. 8-11

Vluchtelingen, maar desondanks gelukkig in hun dienst voor God

OORLOGEN, hongersnoden, rampen en onrust. Voor sommigen zijn deze dingen slechts krantekoppen. Voor veel anderen maken ze deel uit van hun dagelijks leven. Jehovah’s Getuigen, als wereldwijde vereniging van christenen, zijn zich er terdege van bewust dat telkens wanneer er een oorlog uitbreekt of een ramp toeslaat, een deel van hun internationale broederschap daarvan te lijden kan hebben. En wanneer mensen voor hun leven moeten vluchten, kan dat ook onze broeders overkomen.

Al jarenlang hebben Getuigen in een aantal landen in Afrika dergelijke dingen te verduren. Velen van hen hebben zich gedwongen gezien alles bij elkaar te pakken wat zij konden dragen en elders hun toevlucht te zoeken. Hoewel enkelen een of ander vervoermiddel hadden, misschien een fiets, hebben de meesten moeten lopen en lopen en lopen — dagen, zelfs weken achtereen — om hun bestemming te bereiken.

Eén zo’n bestemming was Mboki, een stadje in de Centraalafrikaanse Republiek. Door de jaren heen zijn daar mannen en vrouwen, jong en oud, bij duizenden naar toe gekomen. Onder hen bevonden zich een aantal van onze christelijke broeders en zusters, in gezelschap van geïnteresseerden. Natuurlijk hadden medechristenen op het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Bangui, de hoofdstad van de Centraalafrikaanse Republiek, er grote belangstelling voor deze vluchtelingen te ontmoeten teneinde hulp te verschaffen. Vijfmaal werd er een afgevaardigde heen gestuurd met geld, voedsel, kleding en medicijnen, die edelmoedig beschikbaar waren gesteld door de Getuigen in Bangui, zo’n 1130 kilometer daarvandaan. Hoewel degenen die deze edelmoedige hulp boden zelf weinig financiële middelen bezaten, deden zij graag wat zij maar konden.

De reis naar Mboki

De broeders van het bijkantoor wilden zien wat er nog meer gedaan kon worden en hoe de vluchtelingen geestelijk geholpen konden worden. Daarom gingen mijn vrouw en ik op weg in een Land Cruiser met vierwielaandrijving, vergezeld door Symphorien, een speciale pionier, en zijn vrouw. Symphorien kende de weg goed, en hij spreekt Pa-Zande, een taal van de vluchtelingen in Mboki. Het kostte ons vier lange dagen om daar te komen.

De laatste 400 kilometer voerde ons door een prachtig glooiend landschap met reusachtige apebroodbomen. Hier en daar passeerden wij kleine dorpjes. Op deze route telde mijn vrouw precies vijftig bruggen — vele in zeer slechte staat, sommige onbegaanbaar. Wij repareerden enkele bruggen met stokken en halfvergane balken, schakelden de vierwielaandrijving in, zonden een gebed op en reden heel voorzichtig vooruit. Als er een dorpje in de buurt was, kwamen er jongelui aanrennen om te helpen — tegen een kleine vergoeding. Het verbaasde ons dat zij altijd stukken timmerhout en planken van de brug in het hoge gras en onder struiken in de omgeving wisten te vinden. Het maakte dat wij ons gingen afvragen of die soms weggehaald en daar bewaard werden voor klanten in nood.

Bij drie gelegenheden weigerden wij de hulp van die jongelui omdat de bruggen er te gevaarlijk uitzagen om over te steken. Daarom reden wij de weg af, de kreek in, over de stenen, weer omhoog en de weg op. Wat waren wij blij dat wij in het droge seizoen zaten, want anders hadden wij de tocht op geen enkele manier kunnen maken, behalve misschien per helikopter!

Hoe zou het in Mboki zijn? Dit kwam dikwijls bij ons op terwijl wij voortreden op deze eindeloze „piste”, een Frans woord dat in de Centraalafrikaanse Republiek wordt gebruikt voor een weg of een pad van zand, stenen en puin — en duizenden gaten.

Op de vierde dag, vlak na het middaguur, wees Symphorien naar een paar grashutten, omgeven door papayabomen en cassavevelden. „Voilà! Hier begint Mboki”, riep hij. Wij waren heel verrast door wat wij zagen. „Is dit Mboki? Waar is het kamp?”, vroegen wij, want wat wij zagen was geen kamp, er waren alleen verspreid staande woningen. Het waren kleine maar schone hutjes met daken van gras. Er stonden ook overal bomen en struiken. De mensen planten gewassen naast hun huis. Mboki was niet het soort kamp dat wij verwachtten te zien; het was een groot dorp, zo’n 35 kilometer lang.

Ontmoeting met de broeders

De broeders in Mboki wisten dat wij kwamen, hoewel zij hadden gedacht dat onze tocht vijf dagen in beslag zou nemen. Toen zij onze auto hoorden, holden zij op ons af. Mannen, vrouwen en kinderen kwamen uit hun hut en van hun erf aangesneld of kwamen van hun veld toegelopen om ons te begroeten. Iedereen stond met een stralend gezicht te lachen en handen te schudden, liefst verscheidene malen. Zij hielden ons hun baby’s voor. Zij wilden ons allemaal begroeten en bereidden ons een allerhartelijkst welkom.

Voor mijn vrouw en mij was er op dat moment wegens de taalbarrière niet veel te doen. Wij probeerden een beetje Frans, een beetje Sango, een beetje Engels, en Arabisch. De meesten van onze broeders spreken, lezen en schrijven Pa-Zande. Symphorien moest vertalen en het programma voor ons bezoek uitleggen.

Wij reden een paar kilometer verder en arriveerden bij de Koninkrijkszaal. Het was de eerste „kerk” in Mboki die door vluchtelingen van welke religie maar ook was gebouwd. Er verschenen nog meer broeders en zusters met hun kinderen en geïnteresseerden om handen te schudden. Zelfs veel kinderen uit de buurt kwamen met de broeders mee om ons een hand te geven.

Onze broeders hadden twee huisjes voor ons, hun bezoekers, in gereedheid gebracht. Het was er brandschoon. Er stonden emmers schoon water op ons te wachten. Wij hadden ons eigen voedsel en drinkwater meegenomen, op het ergste voorbereid, en om onze broeders niet te belasten. Terwijl wij de auto aan het uitladen waren, kwam er een jong meisje langs om te vragen hoe wij de kip die avond klaargemaakt wilden hebben, geroosterd of in saus gekookt. Dat hadden wij nooit verwacht en wij vroegen wat zij van plan waren erbij te eten. Het antwoord: cassave, of maniok. Daarom kozen wij voor de kip in een kruidensaus. Onze enorme honger werd die avond goed gestild. Maar zij gaven ons elke dag opnieuw te eten — ’s middags en ’s avonds. Wij konden het bijna niet geloven — vluchtelingen die ons te eten gaven en voor ons zorgden, hoewel zij zelf niet veel hadden.

Een gelukkige kleine gemeente

Daar zaten wij dan, op zo’n afgelegen plaats, maar met 21 van onze broeders en zusters. Slechts twee van hen waren al gedoopt toen zij hier aankwamen. De anderen waren geïnteresseerden toen zij kwamen. Zij gingen door met studeren en zijn in de afgelopen twee jaar gedoopt. Tijdens ons bezoek werden er in een rivier in de buurt nog vier gedoopt.

Eén opmerkelijk voorbeeld is Faustino. Voordat hij naar Mboki kwam, had hij van een vriend fundamentele bijbelse waarheden geleerd. Faustino waardeerde wat hem onderwezen werd. Weldra begonnen hij en zijn vriend tot anderen te prediken, maar zij stuitten op tegenstand en werden in de gevangenis gezet omdat zij met hun religie „de bevolking in opschudding brachten”. In de gevangenis gaf Faustino’s vriend het uit vrees op en werd vrijgelaten. Twee maanden later kwam Faustino voor de rechter. Het was echter duidelijk dat de beschuldigingen tegen hem ongegrond waren, dus werd hij vrijgelaten. Toen er in het gebied waar hij woonde oorlog uitbrak, vluchtte Faustino naar de Centraalafrikaanse Republiek, waar hij de broeders ontmoette en zijn bijbelstudie hervatte. Hij werd in juli 1991 gedoopt en in 1992 ging hij als gewone pionier in de volle-tijddienst.

De gelukkige en vriendelijke kleine gemeente in Mboki bestaat nu uit één speciale pionier en 21 verkondigers. Twee Engelssprekende broeders dienen als ouderling en kunnen een goed contact met het bijkantoor in Bangui onderhouden. Wij hadden verwacht dat onze gevluchte broeders en zusters er ellendig en wanhopig aan toe zouden zijn, maar dat was niet het geval. Hoewel zij in materieel opzicht arm waren, was er niemand die klaagde, tobde of mopperde. Sinds hun komst hebben de broeders hun hutten en huizen gebouwd en zijn voedsel gaan verbouwen en kippen gaan fokken. Zij hebben minder dan vroeger, maar zij leven en zij zijn samen met medechristenen.

Aangezien er in Mboki tussen de 17.000 en 20.000 vluchtelingen zijn, en er maandelijks nog meer bijkomen, hebben onze broeders een groot veld voor hun bediening. Wij gingen met hen mee in de prediking, en dat was echt heel interessant. Dikwijls gebruiken zij de bijbel in het Pa-Zande, en deze vertaling bevat Gods naam in de Hebreeuwse Geschriften en op verschillende plaatsen in de christelijke Griekse Geschriften. Voor deze mensen is God niet gewoon „Mboli” (Pa-Zande voor „God”), maar „Yekova”, zoals zij Gods persoonlijke naam uitspreken. „Mboli Yekova” is een veelgebruikte uitdrukking. Protestantse vertalingen in veel andere Afrikaanse talen volgen deze correcte weergave niet, maar vervangen „Jehovah” door „Nzapa”, „Nzambe”, of andere Afrikaanse namen voor God.

In overeenstemming met Jezus’ profetie wordt het goede nieuws van het Koninkrijk over de hele wereld gepredikt, zelfs in Mboki (Mattheüs 24:14). De gemeente is nu goed voorzien van bijbels, boeken, tijdschriften, brochures en traktaten in alle talen die zij nodig hebben. Misschien zullen er in de toekomst meer publikaties in het Pa-Zande beschikbaar zijn.

In afwachting van een vast tehuis

De eerste avond vertoonden wij het diaprogramma van het Genootschap: „Gelukkige congresgangers in Oost-Europa loven Jehovah”. De volgende avond was het programma: „Velen tot rechtvaardigheid brengen in de tijd van het einde”. De presentatie van de dia’s vond plaats in de open lucht, naast de Koninkrijkszaal, onder een heldere hemel en een zilveren maan. Wat een sfeer! Er kwamen honderden mensen naar deze diavoorstellingen kijken, en onze broeders waren gelukkig en trots dat zij de bevolking iets bijzonders konden aanbieden.

Toen het maandag werd, maakten wij ons op voor de thuisreis. Het zou weer een tocht worden van vier dagen over dezelfde wegen en dezelfde vijftig bruggen. Een zuster stond erop wat voedsel voor de reis klaar te maken — nog twee kippen, al geroosterd en met knoflook gekruid. Wat roken ze lekker toen wij ’s morgens in de Land Cruiser op weg gingen. Rond het middaguur stopten wij in de wildernis om van de geroosterde kip te genieten, met onze gedachten bij onze broeders in Mboki. Hoewel zij noodgedwongen vluchtelingen zijn, blijven zij Jehovah getrouw dienen, in afwachting van een vast vreedzaam tehuis op de nieuwe aarde die God heeft beloofd (2 Petrus 3:13). — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen