Het „Goddelijk onderwijs”-congres in Ethiopië — Een tijd van bijzondere vreugde
HET was niet het eerste districtscongres dat in Ethiopië in vrijheid werd gehouden, maar het was beslist bijzonder. Sinds Jehovah’s Getuigen op 11 november 1991 wettelijke erkenning hebben verkregen, kwamen zij voor de derde keer bijeen in het grootste stadion van het land, het City Stadium, midden in het centrum van Addis Abeba. Aangezien deze arena aanvankelijk niet op zondag beschikbaar was en er geen andere faciliteit kon worden gevonden die groot genoeg was, werd het programma gecomprimeerd tot drie dagen, van donderdag 13 tot en met zaterdag 15 januari 1994.
De toehoorders genoten deze drie dagen niet alleen van het mooie zachte weer onder een blauwe hemel, maar ook van geestelijke verlichting doordat zij het „Goddelijk onderwijs” volledig op zich lieten inwerken. Tegen de achtergrond van prachtige bloemen die rond het podium gerangschikt stonden, sprong dat congresthema er in Amharisch schrift duidelijk uit.
Maar wat maakte het congres zo bijzonder? Behalve op het geestelijk opbouwende programma waren de gedachten en gevoelens van iedereen gericht op onze liefdevolle internationale broederschap en de duidelijke manifestaties van Gods zegen op zijn volk in de vorm van Koninkrijkstoename. Er waren zo’n 270 buitenlandse afgevaardigden uit zestien landen, waaronder zelfs Djibouti en Jemen. Meer dan de helft kwam uit het winterse weer in Europa en Noord-Amerika. Tot de bezoekers behoorden ook twee leden van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen, Lloyd Barry en Daniel Sydlik.
Traditionele Ethiopische gastvrijheid, gepaard aan oprechte liefde voor hun bezoekende broeders en zusters, zorgde voor een uitbundigheid die taalbarrières overwon. De begroeting bestond niet louter uit handen schudden, maar uit omhelzen en kussen, tot zesmaal toe! Veel bezoekers hadden over het Koninkrijkswerk in Ethiopië gelezen en wisten dat hun Ethiopische broeders beproefde rechtschapenheidbewaarders waren die gevangenschap en andere vormen van vervolging hadden verduurd.a Maar de bezoekende afgevaardigden waren verrast zo veel gelukkige jonge mensen te zien die blijk gaven van een beleefdheid die tegenwoordig in de meeste landen tanende is. Veel Ethiopische zusters hadden hun witte, vakkundig geborduurde klederdracht aan, wat tot een ware feeststemming bijdroeg.
De doop op vrijdag bleek een aangrijpende gebeurtenis te zijn. Een lange rij van 530 pas opgedragen personen, tussen de tien en tachtig jaar, strekte zich over de helft van het speelveld in het stadion uit. Dit was veel meer dan men had verwacht — ruim een op elke zeven Getuigen in het land. Wat een bewijs dat Jehovah’s zegen op zijn volk hier rust! Er vloeiden veel tranen van vreugde bij dit tafereel, dat werd opgeluisterd door het prachtige gezang van ruim veertig Italiaanse afgevaardigden. Velen dachten aan de profetische woorden van Jesaja 60:5: „In die tijd zult gij zien en stellig stralen, en uw hart zal werkelijk sidderen en zich verruimen, want tot u zal de rijkdom der zee zich wenden; zelfs het vermogen der natiën zal tot u komen.”
Bijzondere redenen tot vreugde
Jehovah’s zegen werd op vrijdag nog verder beklemtoond toen door middel van interviews het kleine begin van het Koninkrijkswerk in Ethiopië opnieuw werd verhaald. Er werd een groep vroege zendelingen geïnterviewd die daar in de jaren vijftig en zeventig hadden gediend. Ruim 8000 aanwezigen hoorden Ray Casson, John Kamphuis en Haywood Ward vertellen over het bijbelse onderwijzingswerk waarmee zij op 14 september 1950, toen zij in Addis Abeba aankwamen, begonnen. De keizerlijke regering van die tijd eiste dat zij zich met algemeen onderwijs zouden bezighouden. Zij stichtten dus in het centrum van de stad een school voor volwassenen, waarop verschillende vakken werden onderwezen. Maar in hun vrije tijd probeerden deze zendelingen het onderricht te bevorderen dat op goddelijk onderwijs was gericht. Zij moesten zich inspannen om Amharisch te leren, een ingewikkelde taal met een alfabet van 250 karakters. Er ging ongeveer een half jaar voorbij voordat zij erin slaagden hun eerste huisbijbelstudie te leiden. Ongeveer 43 jaar later ontmoetten zij mensen op straat die zich deze voormalige schoolonderwijzers nog herinnerden. Maar op het congres waren zij verheugd herenigd te zijn met tientallen van hun vroegere bijbelstudenten, die getrouwen in het geloof waren geworden en die hen aan hun eigen geestelijke kinderen en kleinkinderen voorstelden. — 1 Thessalonicenzen 2:19, 20.
De enthousiaste en zeer aandachtige toehoorders applaudisseerden niet alleen heel lang voor de interviews met de voormalige zendelingen maar ook voor de verslagen en groeten uit Canada, Duitsland, Engeland, Israël, Italië, Kenia, Nederland en de Verenigde Staten — gepresenteerd door de buitenlandse afgevaardigden. Opnieuw werd hierdoor de liefdevolle wereldomvattende broederschap van Gods dienstknechten onderstreept. Ook de voornaamste lezingen die door de gezalfde broeders van het Besturende Lichaam werden gehouden, en hun innige gebeden, roerden de toehoorders diep. De jonge mensen in het stadion vereenzelvigden zich met de personages in het drama over jonge mensen die hun Schepper gedenken, een drama dat op een heel natuurlijke en levendige wijze werd opgevoerd. Behalve de nieuwe vrijgaven in het Engels wekten drie nieuwe Amharische vrijgaven veel enthousiasme.b
In de pauze en op andere tijdstippen waren er schitterende gelegenheden om met vele dierbare personen kennis te maken. Op de voorste rij bijvoorbeeld zat de oudste verkondiger van Ethiopië, Tulu Mekuria, met een zelfgemaakte wandelstok. Vorig jaar werd hij op de gezegende leeftijd van 113 jaar als een getuige van Jehovah gedoopt. Op dit congres smaakte hij de vreugde zijn tachtigjarige vrouw zijn voorbeeld te zien volgen, waardoor zij tevens zijn geestelijke zuster werd. Zijn aanwezigheid tijdens het hele programma was een fijne aanmoediging voor jongeren. Een van hen was Yohanes Gorems, een zestienjarige die nog op school zit en al vier jaar als gewone pionier dient. Hij en andere schoolgaande pioniers die zelfs nog jonger zijn, hebben geleerd de gelegen tijd uit te kopen door bijvoorbeeld vroeg in de ochtend op weg naar school of in de pauzes en na schooltijd getuigenis te geven.
Wat een voorbeelden van rechtschapenheid!
Honderden toehoorders hadden onder vroegere regeringen gevangenschap en martelingen verduurd. Mandefro Yifru kijkt terug op vijf van zulke jaren in de gevangenis, maar vindt het heerlijk nu in Addis Abeba dienst te verrichten in het pasgevestigde bureau, waar wordt vertaald, gedrukt en verzonden. Een andere jonge man die met hem samenwerkt, Zecarias Eshetu, heeft niet geschipperd ten aanzien van zijn rechtschapenheid toen zijn vader acht jaar geleden werd vermoord omdat deze gedurende drie jaar gevangenschap zijn christelijke neutraliteit had bewaard. Zecarias, uit een gezin met vijf kinderen, was tien jaar toen zijn vader de gevangenis inging. Meswat Girma en zijn zus, Yoalan, die nu tegen de twintig zijn en nog op school zitten, herinneren zich hun vader alleen van foto’s, omdat zij nog heel klein waren toen hij plotseling werd terechtgesteld wegens zijn neutraliteit. Zijn loyaliteit heeft hen geïnspireerd, en beiden dienen nu, net als hun vader voor zijn dood, als gewone pioniers.
Een andere rechtschapenheidbewaarder was Tamirat Yadette, die nu als speciale pionier dient in een prachtig gebied van de Rift Valley. Wegens zijn christelijke neutraliteit heeft hij drie jaar in zeven verschillende gevangenissen doorgebracht; soms was hij geketend en werd hij afgeranseld. Maar in de gevangenis heeft hij meer dan twaalf mensen geholpen hun standpunt voor Gods koninkrijk in te nemen.
Tesfu Temelso, die nu als kringopziener dient, is in de jaren dat hij speciale pionier was, zeventien keer gevangengenomen. Hij draagt littekens van de afranselingen, maar hij is opgetogen te zien dat er in zijn vroegere toewijzingen gemeenten zijn. Hoewel tientallen broeders en zusters van de gemeente Akaki gevangenschap en wreedheden hebben verduurd, is de gemeente tot ruim 100 verkondigers gegroeid. Zij hebben de eerste Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen in Ethiopië gebouwd. Uit Dese, een stadje in een schilderachtige omgeving ongeveer 300 kilometer ten noorden van de hoofdstad, kwam een groep van vijf personen die oog in oog met de dood hebben gestaan en een plaatselijke broeder hebben zien sterven tengevolge van de marteling die hij had ondergaan. Een ouderling onder hen, Maseresha Kasa, legde uit dat hij gedurende zes jaar gevangenschap heeft kunnen volharden, niet omdat hij in enig opzicht bijzonder was, maar louter omdat hij op Jehovah heeft leren vertrouwen. — Romeinen 8:35-39; vergelijk Handelingen 8:1.
Zelfs onlangs nog hebben anderen hun getrouwheid onder beproeving getoond. Een grote groep kwam naar het congres vanuit een nabijgelegen land waar de Getuigen wegens hun neutraliteit geen politiebescherming, reispapieren, trouwakten, ziekenhuisbehandeling en werk krijgen. Toen er in de buurt van Massawa, een Eritrese havenstad aan de Rode Zee, oorlog woedde, woonde de hele gemeente van in totaal 39 mensen, met inbegrip van de kinderen, ongeveer vier maanden onder een lage brug in de woestijn, waar zij naar toe waren gevlucht toen hun huizen door de vorige regering werden gebombardeerd. In deze toestand van hitte en ontbering werden zij bijzonder gesterkt door hun dagtekstbesprekingen en andere vergaderingen en kregen zij een hechte band met Jehovah en met elkaar. Twee speciale pioniersters die vlak bij de bron van de Blauwe Nijl dienen, werden op instigatie van de Orthodoxe Kerk bedreigd en lastig gevallen door het gepeupel, maar zij hebben beiden volhard en waren er getuige van dat enkele van hun bijbelstudenten op dit congres hun opdracht door middel van de doop symboliseerden.
Eén broeder vertelde over de moeilijke tijd die hij doormaakte toen hij diep in de dorre landstreek Ogaden, niet ver van Somalië, in afzondering werkte. Hij bleef geestelijk in leven door te prediken en vervolgens vergaderingen te houden met geïnteresseerden, onder wie artsen, die profijt hebben getrokken van goddelijk onderwijs en nu anderen onderwijzen. Nog een voortreffelijk voorbeeld van iemand die zijn rechtschapenheid heeft bewaard, was een speciale pionier in Addis Abeba die in 1992 wreed werd geslagen en voor dood werd achtergelaten door een menigte die door orthodoxe priesters was opgehitst. Gelukkig is hij hersteld, en hij dient nog steeds in hetzelfde gebied. De stralende glimlach op zijn gezicht onthult geen spoor van bitterheid. Voor hem, net als voor alle andere beproefden en nieuwelingen, was dit „Goddelijk onderwijs”-congres een vreugdevol feest.
De congresorganisatie functioneerde soepel, zodat de bezoekers dachten dat de betrokken vrijwilligers vele jaren ervaring hadden. In feite hadden zij de afgelopen twee jaar snelle vorderingen gemaakt. Het driedaagse congres was veel te snel voorbij. Het hoogtepunt aan aanwezigen op zaterdag was 9556. De nationale radio en televisie en de pers gaven een positief verslag. Allen konden zien dat Jehovah zijn volk geestelijk rijk maakt. Onder de toehoorders bevonden zich duizenden geïnteresseerden die voordeel zijn gaan trekken van het „Goddelijk onderwijs”. Een uitgestrekt veld ligt open voor Jehovah’s Getuigen in dit land van ongeveer vijftig miljoen inwoners, en het congres sterkte allen in hun vastbeslotenheid de resterende tijd in dit samenstel van dingen te gebruiken om oprechte mensen te helpen eveneens profijt te trekken van goddelijk onderwijs.
[Voetnoten]
a Zie het Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1992, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
b Maak je jeugd tot een succes, Een gelukkig gezinsleven opbouwen, en Jehovah’s Getuigen — Wereldwijd verenigd in het doen van Gods wil.
[Illustraties op blz. 23]
Addis Abeba, 13–15 januari 1994
[Illustraties op blz. 24]
Pioniers in Addis Abeba (rechts); rechtschapenheidbewaarders die allemaal gevangen hebben gezeten (onder); een 113-jarige Getuige met zijn vrouw