Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w94 1/8 blz. 2-5
  • De nucleaire dreiging — Eindelijk voorbij?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De nucleaire dreiging — Eindelijk voorbij?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De gevaren van proliferatie
  • Bommen te koop
  • Vreedzame „tijdbommen” en „levensgevaarlijke dingen”
  • Waar moeten ze het afval laten?
  • Kernoorlog — Wie vormen de dreiging?
    Ontwaakt! 2004
  • De nucleaire dreiging — Allesbehalve voorbij
    Ontwaakt! 1999
  • Is kernenergie de oplossing?
    Ontwaakt! 1973
  • Wat zegt de Bijbel over nucleaire oorlogvoering?
    Meer onderwerpen
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
w94 1/8 blz. 2-5

De nucleaire dreiging — Eindelijk voorbij?

„VREDE op aarde schijnt nu meer dan op enig ander tijdstip sinds de Tweede Wereldoorlog mogelijk te zijn.” Deze optimistische uitspraak die een verslaggever tegen het einde van de jaren tachtig deed, was gebaseerd op het feit dat belangrijke ontwapeningsovereenkomsten en onverwachte politieke omwentelingen ten slotte een eind hadden gemaakt aan de Koude Oorlog. Maar was de nucleaire dreiging, die zo kenmerkend was voor de vroegere confrontatie tussen de supermachten, ook voorbij? Lag blijvende vrede en zekerheid werkelijk binnen bereik?

De gevaren van proliferatie

Tijdens de Koude Oorlog kwamen de supermachten, terwijl ze erop vertrouwden dat de vrede door een angstevenwicht bewaard zou blijven, overeen de ontwikkeling van nucleaire know-how voor vreedzame doeleinden toe te staan, maar het gebruik ervan voor het maken van kernwapens aan banden te leggen. In 1970 trad het Non-proliferatieverdrag in werking; later werd het door zo’n 140 landen geratificeerd. Toch hebben potentiële kernmachten, zoals Argentinië, Brazilië, India en Israël, zelfs tot op de dag van vandaag geweigerd het verdrag te ondertekenen.

In 1985 tekende echter wel een andere potentiële kernmacht, Noord-Korea. Dus toen dat land op 12 maart 1993 bekendmaakte dat het zich uit het verdrag terugtrok, reageerde de wereld logischerwijs bezorgd. In het Duitse weekblad Der Spiegel werd opgemerkt: „De opzegging van het Non-proliferatieverdrag schept een precedent: Er dreigt nu, allereerst in Azië, een kernwapenwedloop, die gevaarlijker kan worden dan de bommenrivaliteit tussen de supermachten.”

Nu het nationalisme in een verbazingwekkend tempo nieuwe natiën doet ontstaan, zal het aantal kernmachten waarschijnlijk toenemen. (Zie kader.) De journalist Charles Krauthammer waarschuwt: „Het einde van de sovjetdreiging betekent niet het einde van nucleair gevaar. Het werkelijke gevaar is proliferatie, en de proliferatie is nog maar net begonnen.”

Bommen te koop

Potentiële kernmachten willen graag het aanzien en de macht verwerven die deze wapens bieden. Eén land heeft naar verluidt minstens twee kernkoppen van Kazachstan gekocht. Deze voormalige sovjetrepubliek geeft de kernkoppen officieel als „vermist” op.

In oktober 1992 werden in Frankfurt (Duitsland) enkele mannen gearresteerd die 200 gram zeer radioactief cesium hadden, genoeg om de hele watervoorraad van een stad te vergiftigen. Een week later werden in München zeven smokkelaars gepakt met 2,2 kilogram uranium. De ontdekking van twee nucleaire smokkelbenden binnen twee weken alarmeerde de autoriteiten, aangezien in het hele voorgaande jaar wereldwijd slechts vijf van zulke gevallen waren gerapporteerd.

Of deze personen van plan waren aan terroristische groeperingen of aan nationale regeringen te verkopen, is niet bekend. Niettemin wordt de mogelijkheid van nucleair terrorisme groter. Dr. David Lowry, verbonden aan het European Proliferation Information Centre, licht het gevaar toe: „Een terrorist hoeft slechts een monster hoog verrijkt uranium voor onderzoek naar een deskundige van naam te sturen en te zeggen: we hebben zo veel, en hier is het bewijs. Het is net als een kidnapper die het oor van een slachtoffer opstuurt.”

Vreedzame „tijdbommen” en „levensgevaarlijke dingen”

Toen 1992 aanbrak, waren er 420 kerncentrales in gebruik voor een vreedzaam doel: het produceren van elektriciteit; nog eens 76 waren in aanbouw. Maar door de jaren heen hebben ongelukken met kernreactors tot berichten van toegenomen ziektegevallen, miskramen en aangeboren afwijkingen geleid. In één bericht wordt gezegd dat tegen 1967 bij storingen in een plutoniumproduktiereactor in de Sovjet-Unie driemaal zoveel radioactiviteit was vrijgekomen als bij de ramp in Tsjernobyl.

Natuurlijk was het dit latere incident in april 1986 in Tsjernobyl (Oekraïne) dat de krantekoppen haalde. Grigori Medvedev, in de jaren zeventig adjunct-hoofdingenieur in de centrale in Tsjernobyl, legt uit dat de „gigantische hoeveelheid langdurig radioactief materiaal” die in de atmosfeer werd geslingerd, „wat de gevolgen op lange termijn betreft, vergelijkbaar is met tien Hiroshima-bommen”.

In zijn boek Tschernobylskaja chronika noemt Medvedev elf ernstige storingen in kernreactors die zich tegen het midden van de jaren tachtig in de voormalige Sovjet-Unie hadden voorgedaan, en nog eens twaalf in de Verenigde Staten. Onder de laatstgenoemde valt ook het vreselijke ongeluk in 1979 op Three Mile Island. Over die gebeurtenis merkt Medvedev op: „Dit bracht kernenergie de eerste ernstige slag toe en deed de illusies omtrent de veiligheid van kerncentrales uit de geest van velen verdwijnen — maar niet uit de geest van iedereen.”

Dit verklaart hoe het komt dat er nog steeds ongelukken gebeuren. In 1992 namen ze in Rusland met bijna twintig procent toe. Na een van deze incidenten, in maart van dat jaar in de krachtcentrale van Sosnovy Bor in Sint Petersburg (Rusland), steeg het stralingsniveau in het noordoosten van Engeland met vijftig procent en werd het in Estland en het zuiden van Finland tweemaal zo hoog als het maximum toelaatbare niveau. Professor John Urquhart, verbonden aan de Newcastle University, erkent: „Ik kan niet bewijzen dat het Sosnovy Bor was waardoor de stijging werd veroorzaakt — maar als het niet Sosnovy Bor was, wat was het dan wel?”

Sommige deskundigen beweren dat het ontwerp van reactors van het Tsjernobyl-type niet deugt, en dat het gewoon te gevaarlijk is om ze te laten functioneren. Toch worden er meer dan een dozijn nog steeds gebruikt om aan de grote vraag naar elektriciteit te voldoen. Sommige operators van reactors zijn er zelfs van beschuldigd veiligheidssystemen te hebben uitgeschakeld om de energieproduktie op te voeren. Zulke berichten beangstigen landen zoals Frankrijk, waar zeventig procent van de elektriciteit door kerncentrales wordt opgewekt. Nog een „Tsjernobyl” en veel centrales in Frankrijk zullen misschien gedwongen zijn definitief te sluiten.

Zelfs „veilige” reactors worden blijkbaar onveilig naarmate ze ouder worden. Begin 1993 werden er tijdens een routinematige veiligheidscontrole meer dan honderd scheurtjes aangetroffen in stalen pijpleidingen in de reactor bij Brunsbüttel, een van de oudste reactors in Duitsland. Soortgelijke scheurtjes zijn aangetroffen in reactors in Frankrijk en Zwitserland. Het eerste ernstige ongeluk in een Japanse centrale vond in 1991 plaats, en ouderdom heeft hier mogelijk toe bijgedragen. Dit voorspelt niet veel goeds voor de Verenigde Staten, waar ongeveer twee derde van de commerciële reactors meer dan tien jaar oud is.

Ongelukken met kernreactors kunnen overal en op elk moment plaatsvinden. Hoe meer reactors, hoe groter de dreiging; hoe ouder de reactor, hoe groter het gevaar. In een krant werden ze dus niet voor niets tikkende tijdbommen en levensgevaarlijke dingen genoemd.

Waar moeten ze het afval laten?

Onlangs zagen mensen tot hun verbazing dat een picknickplaats aan een rivier in de Franse Alpen afgesloten was en bewaakt werd door de politie. In het nieuwsblad The European werd uitgelegd: „Bij routinecontroles waartoe opdracht was gegeven nadat een buurtbewoonster twee maanden geleden aan berylliumvergiftiging was gestorven, werden op de picknickplaats niveaus van radioactiviteit gemeten die honderdmaal hoger waren dan die in de omgeving.”

Beryllium, een opmerkelijk licht metaal dat door middel van verschillende processen wordt geproduceerd, wordt in de vliegtuigindustrie gebruikt en, wanneer het is bestraald, in kerncentrales. Blijkbaar had een fabriek die beryllium produceert, afval van het gevaarlijke bestralingsproces op of in de buurt van de picknickplaats gedumpt. „Zelfs bij niet-bestraald beryllium worden de stofdeeltjes”, zo werd in The European opgemerkt, „gevreesd als een van de giftigste vormen van industrieafval die wij kennen.”

Ondertussen werden er naar verluidt in een periode van dertig jaar zo’n 17.000 containers met radioactief afval gedumpt in de wateren voor de kust van Nova Zembla, dat in het begin van de jaren vijftig door de Sovjets als nucleaire testbasis werd gebruikt. Bovendien werden radioactieve delen van atoomonderzeeërs en onderdelen van minstens twaalf reactors in deze handige vuilnisbak gedumpt.

Nucleaire vervuiling is gevaarlijk, of die nu wel of niet opzettelijk wordt veroorzaakt. In verband met een onderzeeër die in 1989 voor de kust van Noorwegen verging, waarschuwde Time: „Het wrak lekt al cesium-137, een kankerverwekkend isotoop. Tot nu toe wordt het lek als te klein beschouwd om het leven in de zee of de menselijke gezondheid aan te tasten. Maar de Komsomolets had ook twee nucleaire torpedo’s aan boord die 13 kilogram plutonium bevatten, dat een halveringstijd van 24.000 jaar heeft en zo giftig is dat een uiterst kleine hoeveelheid ervan al dodelijk kan zijn. Russische deskundigen hebben gewaarschuwd dat het plutonium in het water terecht kan komen en al in 1994 enorme delen van de oceaan kan vervuilen.”

Natuurlijk is het opruimen van radioactief afval niet een probleem waar alleen Frankrijk en Rusland mee te maken hebben. De Verenigde Staten zitten met „grote hoeveelheden radioactief afval, en [hebben] geen permanente plek om het op te slaan”, wordt in Time bericht. Het tijdschrift zegt dat er een miljoen vaten met dodelijke stoffen tijdelijk zijn opgeslagen, met het altijd aanwezige „gevaar dat ze zoek raken, gestolen worden en door een verkeerde behandeling schade aan het milieu aanrichten”.

Alsof dit gevaar geïllustreerd moest worden, ontplofte er in april 1993 bij een vroegere wapenfabriek in Tomsk (Siberië) een tank met kernafval, waardoor het spookbeeld van een tweede Tsjernobyl opdoemde.

Het is duidelijk dat alle uitroepen over vrede en zekerheid die gebaseerd zijn op een vermeend einde van de nucleaire dreiging, niet goed gefundeerd zijn. En toch is vrede en zekerheid nabij. Hoe weten wij dat?

[Kader op blz. 4]

KERNMACHTEN

12 en nog steeds in aantal toenemend

OPENLIJK of DE FACTO: China, Frankrijk, Groot-Brittannië, India, Israël, Kazachstan, Pakistan, Oekraïne, Rusland, Verenigde Staten, Wit-Rusland, Zuid-Afrika

POTENTIEEL: Algerije, Argentinië, Brazilië, Irak, Iran, Libië, Noord-Korea, Syrië, Taiwan, Zuid-Korea

[Illustratie op blz. 5]

Zelfs het vreedzame gebruik van kernenergie kan gevaarlijk zijn

[Verantwoording]

Achtergrond: U.S. National Archives photo

[Illustratieverantwoording op blz. 2]

Omslag: Stockman/International Stock

[Illustratieverantwoording op blz. 3]

U.S. National Archives photo

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen