Gileadafgestudeerden vinden het „gelukkiger te geven”
OP ZONDAG 6 maart 1994 kwam de Bethelfamilie van het hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen samen met genodigden bijeen voor een feestelijke gelegenheid — de graduatie van de 96ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. De voorzitter van het programma, Karl F. Klein, die al bijna twintig jaar dienst verricht in het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen, zei in zijn inleiding tot de 46 studenten: „Jezus heeft gezegd dat het gelukkiger is te geven dan te ontvangen. Zo zal het ook in jullie zendingstoewijzing zijn — hoe meer je geeft, hoe gelukkiger je zult zijn.” — Handelingen 20:35.
Vermanende afscheidswoorden
Daarop volgde een serie lezingen voor de studenten. Leon Weaver, een lid van het Dienstafdelingcomité, sprak over het thema „Volharding verheerlijkt Jehovah”. Wij allen hebben met beproevingen te maken (2 Korinthiërs 6:3-5). „Wanneer wij onder druk staan,” merkte broeder Weaver op, „is het heel gemakkelijk om op onszelf te gaan vertrouwen.” Maar hij bracht de studenten in herinnering: „Waar je ook voor komt te staan wat menselijke beproevingen betreft, Jehovah stelt er belang in. Hij zal nooit toelaten dat je wordt verzocht boven hetgeen je kunt dragen.” — 1 Korinthiërs 10:13.
„Acht je toewijzing altijd kostbaar” was de titel van de volgende lezing, die werd gehouden door Lyman Swingle van het Besturende Lichaam. De Israëlieten konden niet altijd kiezen waar zij wilden wonen of wat zij wilden doen. Elke stam kreeg een stuk land toegewezen, en de levieten kregen specifieke taken te verrichten. Zo kiezen ook in deze tijd velen die in de speciale volle-tijddienst zijn — zoals zendelingen en leden van de Bethelfamilie — niet zelf waar zij willen wonen en wat voor werk zij willen doen. Maar als iemand nu gevoelens van twijfel heeft met betrekking tot zijn toewijzing? „Als je oplettend het oog gericht houdt op de Voornaamste Bewerker van ons geloof, Jezus, en nauwkeurig op zijn voorbeeld let, zul je niet bezwijken”, zei broeder Swingle. — Hebreeën 12:2, 3.
Leonard Pearson van het Wachttoren-boerderijencomité volgde met het onderwerp „Blijf scherp ingesteld”. Hij zei: „Je kunt de beste camera hebben, het mooiste onderwerp, een ideale achtergrond, en toch een slecht resultaat boeken — als je camera niet scherp ingesteld is.” Net als een groothoeklens moeten wij het wereldomvattende predikingswerk dat wordt gedaan, in beeld hebben. Wij dienen nooit het grote geheel uit het oog te verliezen. „Zij die op zichzelf ingesteld zijn, zullen ongelukkig zijn in hun toewijzing”, zei broeder Pearson. „Zij die ingesteld zijn op Jehovah en op het werk dat hij hun te doen heeft gegeven, zullen succes hebben.”
„Heel veel om dankbaar voor te zijn” was de titel van de volgende lezing, die werd uitgesproken door John E. Barr, nog een lid van het Besturende Lichaam. „Verlies nooit je gevoel van dankbaarheid jegens Jehovah”, vermaande broeder Barr de studenten. „Het is een van de grootste bronnen van tevredenheid, ongeacht welke toewijzing je hebt.” Een dankbare houding bracht David ertoe te schrijven: „De meetsnoeren zijn voor mij in aangename plaatsen gevallen. Werkelijk, mijn eigen bezitting is mij goed bevallen” (Psalm 16:6). „Je hebt zo’n kostbare bezitting, namelijk dat je je in je dagelijkse leven dicht bij Jehovah voelt”, zei broeder Barr. „Jehovah zal die verhouding nooit van je wegnemen zolang jij die blijft bezien als iets zeer aangenaams waarvoor je dankbaar bent.”
Gileadleraar Jack Redford was de volgende spreker, en hij had als thema „Hoe zul jij je tong gebruiken?” Wat een schade kan onnadenkende spraak aanrichten! (Spreuken 18:21) Hoe kan de tong onder controle worden gebracht? „Je moet eerst je geest oefenen”, antwoordde broeder Redford, „want de tong geeft weer wat zich in de geest en het hart bevindt” (Mattheüs 12:34-37). Jezus gaf een uitmuntend voorbeeld; hij gebruikte zijn tong om Jehovah’s naam groot te maken. „In deze tijd is er een hongersnood naar het horen van de woorden van Jehovah”, zei broeder Redford tot de klas. „Jullie kennen die woorden. Jullie hebben ’de tong der onderwezenen’. Laat je tong dus altijd geleid worden door een geest en een hart die Jehovah volledig toegewijd zijn.” — Jesaja 50:4.
De belangrijkheid van gebed werd beklemtoond in de lezing „Wandel jij als in Jehovah’s tegenwoordigheid?” Ulysses Glass, administratief hoofd van de school, merkte op: „Als een vader hard werkt om in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien, maar nooit met hen spreekt en nooit zijn genegenheid uit, zou zijn gezin heel goed kunnen concluderen dat zijn beweegreden het vervullen van een onaangename plicht is in plaats van liefde. Zo is het ook met ons. Wij zijn wellicht druk bezig in Gods dienst. Maar als wij niet bidden, zijn wij alleen een werk toegewijd in plaats van een liefdevolle hemelse Vader.”
Theodore Jaracz van het Besturende Lichaam sprak over het thema „Waarom menigten zich bij Gods volk aansluiten”. Elk jaar stromen honderdduizenden mensen naar Jehovah’s organisatie (Zacharia 8:23). Waardoor worden Jehovah’s Getuigen als Gods volk geïdentificeerd? Ten eerste: zij aanvaarden de hele bijbel als Gods Woord (2 Timotheüs 3:16). Ten tweede: zij zijn politiek neutraal (Johannes 17:16). Ten derde: zij leggen getuigenis af van Gods naam (Johannes 17:26). Ten vierde: zij spreiden zelfopofferende liefde tentoon (Johannes 13:35; 15:13). Met deze geloofsbrieven kunnen wij vrijmoedig ’alom de voortreffelijkheden bekendmaken van degene die ons uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht’. — 1 Petrus 2:9.
Na deze aanmoedigende lezingen ontvingen alle 46 studenten hun diploma. Zij zijn toegewezen aan zestien landen over de hele aarde.
Een gevarieerd middagprogramma
’s Middags werd er een verkorte Wachttoren-studie geleid door Donald Krebs van het Bethelcomité. Vervolgens brachten de afgestudeerden een programma getiteld „Wijsheid blijft op de stráát luidkeels roepen” (Spreuken 1:20). Zij speelden opbouwende ervaringen na die zij hadden meegemaakt bij het getuigenisgeven op straat en in zakengebied. Ja, Jehovah zegent hen die de moed verzamelen om informeel te prediken. „Ik vergelijk ons graag met sikkels in de hand van de engelen die oogsten”, zei één afgestudeerde. „Hoe scherper onze vaardigheden zijn, hoe meer werk die engelen met ons kunnen doen.” (Vergelijk Openbaring 14:6.) Het programma van de studenten bevatte ook een diapresentatie die het publiek meenam op een leerzame reis naar Bolivia, Malta en Taiwan — drie van de landen waarnaar de afgestudeerden van deze klas zijn uitgezonden.
Daarna werden Wallace en Jane Liverance — al zeventien jaar in de zendingsdienst — geïnterviewd. In oktober 1993 werden zij uitgenodigd om op de Wachttoren-boerderijen te komen werken, waar broeder Liverance nu als een van de Gileadleraren dient.
Vervolgens werd er een toneelstuk in vier scènes opgevoerd met als titel „Waardevolle personen in hun ouderdom eren”. Wanneer mensen ouder worden, kan de angst om nutteloos en in de steek gelaten te worden, aan hun zelfvertrouwen knagen (Psalm 71:9). Dit ontroerende toneelstuk liet zien hoe allen in de gemeente zulke getrouwe bejaarden kunnen ondersteunen.
Na een slotlied en -gebed voelden alle 6220 aanwezigen in de congreshal in Jersey City en in de faciliteiten die via telefoonlijnen met de congreshal verbonden waren, zich verkwikt. Wij gedenken de afgestudeerden in hun nieuwe toewijzing in onze gebeden. Mogen zij het grotere geluk dat uit geven voortspruit, blijven ervaren.
[Kader op blz. 26]
Statistiek van de klas
Aantal vertegenwoordigde landen: 9
Aantal landen waaraan toegewezen: 16
Aantal studenten: 46
Gemiddelde leeftijd: 33,8
Gemiddelde jaren in de waarheid: 16,6
Gemiddelde jaren in de volle-tijddienst: 12,2
[Kader op blz. 27]
Spotlight op Malta
DE CHRISTENHEID heeft de bijbelse waarheid op Malta vele jaren onderdrukt. De laatste Gileadzendelingen die erheen werden gezonden, Frederick Smedley en Peter Bridle, waren afgestudeerden van de achtste klas, in 1947. Kort na hun aankomst werden zij echter gearresteerd en van Malta weggestuurd. Het 1948 Yearbook of Jehovah’s Witnesses meldt: „Deze twee zendelingen hebben evenveel tijd in de rechtszaal en bij de functionarissen van het land doorgebracht als in hun bediening, en dat alleen door de tegenstand van de rooms-katholieke hiërarchie. De priesters zeggen dat Malta van de katholieken is en dat verder iedereen moet verdwijnen.” Nu, zo’n 45 jaar later, zijn vier zendelingen van de 96ste klas van Gilead aan Malta toegewezen.
[Illustratie op blz. 26]
96ste afstuderende klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead
In onderstaande lijst zijn de rijen genummerd van voor naar achter en staan de namen per rij van links naar rechts vermeld.
(1) P. Ehlers; M. Giese; S. Sellman; J. Zusperregui; S. Rowe; K. Jackson; T. Scott (2) T. Liehr; I. Garcia; J. Garcia; A. Fernández; L. Davidson; P. Liidemann; L. Gibson; C. Juárez (3) C. Fouts; G. Pastrana; D. Claeson; L. Fernández; M. Walls; M. Dressen; F. Pastrana; J. Burks (4) D. Burks; S. Scott; M. Jackson; H. Mauray; L. Juárez; A. Zusperregui; C. Brorsson; C. Rowe (5) K. Sellman; P. Liidemann; C. Davidson; S. Mauray; D. Walls; D. Dressen; G. Schaafsma; S. Liehr (6) T. Claeson; T. Gibson; C. Giese; D. Ehlers; R. Fouts; S. Schaafsma; L. Brorsson