De sluier oplichten in de verste uithoek van Alaska
AL TWEE dagen zitten wij met z’n vieren opeengepakt in een kamertje in het beroemde goldrush-stadje Nome (Alaska). In 1898 verzamelden zich hier meer dan 40.000 mensen, op zoek naar één ding — goud! Wij daarentegen zoeken een andere schat.
Onze belangstelling gaat op dit ogenblik uit naar „de begeerlijke dingen” die wellicht te vinden zijn in de geïsoleerde dorpen Gambell en Savoonga op Saint Lawrence Island, dat 300 kilometer naar het westen in de Beringstraat ligt (Haggaï 2:7). Daar trotseren de Inuit de ijzige arctische wateren en jagen slechts een paar kilometer van de voormalige Sovjet-Unie op walvissen. Maar stuifsneeuw en een dichte, grijze deken van mist houden ons gevangen. Ons vliegtuig moet aan de grond blijven.
Terwijl wij wachten, overdenk ik de gebeurtenissen van de afgelopen paar jaar en dank Jehovah God voor zijn zegen op het getuigeniswerk in het binnenland. In Alaska — door sommigen de verste uithoek van de bewoonde wereld genoemd — wonen meer dan 60.000 autochtonen in ruim 150 afgelegen gemeenschappen, verspreid over bijna 1.600.000 vierkante kilometer wildernis waarin zich geen enkele weg bevindt. Met het vliegtuig van het Wachttorengenootschap hebben wij al bijna een derde van deze geïsoleerde dorpen bereikt en er het goede nieuws van Gods koninkrijk gebracht. — Mattheüs 24:14.
Om deze afgelegen nederzettingen te bereiken, moet het vliegtuig tijdens de landing vaak door wolken en mist heen die het land dagenlang kunnen bedekken. Eenmaal op de grond moet men door een ander soort mist heen dringen, een mist die als een sluier over de geest en het hart van deze vriendelijke en vreedzame mensen ligt. — Vergelijk 2 Korinthiërs 3:15, 16.
Een pijnlijke overgang
Het binnenland van Alaska wordt bewoond door de Inuit, de Aleut en de Indianen. Zij hebben elk hun eigen gewoonten en eigenschappen die typerend zijn voor hun specifieke erfenis. Om de arctische winter te overleven, hebben zij geleerd met en van de hulpbronnen van het land te leven door te vissen en te jagen, ook op walvissen.
In het midden van de achttiende eeuw werden zij met buitenlandse invloeden geconfronteerd. Russische pelshandelaars troffen een volk aan dat in dierehuiden gekleed was en naar zeehondevet rook, en dat niet in van sneeuwblokken gebouwde iglo’s woonde, maar in half onder de grond gelegen plaggenhutten met een dak van gras en een ondergrondse ingang. De handelaars bezorgden deze vriendelijke, zachtaardige en toch geharde mensen veel ernstige problemen, waaronder nieuwe culturen en nieuwe ziekten, die de bevolking van sommige stammen wel tot de helft terugbrachten. Alcohol werd al gauw een vloek voor het volk. De nieuwe economie dwong tot een verandering van een levenswijze die erop gericht was in het allernoodzakelijkste te voorzien, naar een op geld gebaseerde levenswijze. Tot op deze dag ervaren sommigen dit als een pijnlijke overgang.
Toen de zendelingen van de christenheid arriveerden, werd de inheemse bevolking van Alaska nog een verandering opgedrongen. Terwijl sommigen onwillig hun traditionele religieuze praktijken — aanbidding van de geesten van de wind, het ijs, de beer, de arend, enzovoort — opgaven, ontwikkelden anderen een mengelmoes van denkbeelden dat tot een vermenging, of verwarring, van religies leidde. Dit alles had vaak argwaan en wantrouwen tegenover vreemdelingen tot gevolg. In sommige dorpen zijn bezoekers niet altijd welkom.
De uitdaging waar wij voor staan, is dus: Hoe zullen wij alle inheemse bewoners bereiken die over heel dit immense gebied verspreid wonen? Hoe kunnen wij hun argwaan wegnemen? Wat kunnen wij doen om de sluier op te lichten?
Vroege inspanningen om getuigenis te geven
In het begin van de jaren zestig trotseerden verscheidene stoere Getuigen in Alaska de elementen — hevige winden, temperaturen onder nul, weersomstandigheden die sneeuwblindheid kunnen veroorzaken — en vlogen in hun eigen eenmotorige vliegtuigen op predikingstochten naar de in het noorden verspreid liggende dorpen. Achteraf gezien stelden deze moedige broeders zich echt aan een groot risico bloot. Een motorstoring zou vrijwel zeker een ramp tot gevolg hebben gehad. Zelfs als een veilige landing mogelijk was, zouden zij mijlenver van hulp verwijderd zijn bij temperaturen onder nul en zonder vervoer. Overleving zou afhangen van het vinden van voedsel en onderdak, wat niet gemakkelijk zou zijn. Gelukkig hebben zich geen ernstige voorvallen voorgedaan, maar zulke gevaren konden niet genegeerd worden. Daarom heeft het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Alaska deze aanpak afgeraden.
Om met het werk door te kunnen gaan, concentreerden getrouwe broeders in de gemeenten Fairbanks en North Pole hun krachtsinspanningen op de grotere dorpen, zoals Nome, Barrow en Kotzebue, waar commerciële luchtvaartmaatschappijen op vliegen. Zij reisden op eigen kosten naar deze gebieden, ruim 720 kilometer naar het noorden en het westen. Enkelen bleven verscheidene maanden in Nome om bijbelstudies bij geïnteresseerden te leiden. In Barrow werd een flat gehuurd die als een wijkplaats moest dienen voor de extreem lage temperatuur van –45 °C. In de loop van verscheidene jaren is er meer dan $15.000 uitgegeven door degenen die Jezus’ opdracht ter harte nemen om het goede nieuws tot de einden der aarde te prediken. — Markus 13:10.
Er komt onverwachte hulp
Men bleef zoeken naar een manier om de meer geïsoleerde gemeenschappen te bereiken, en Jehovah opende de weg. Er kwam een tweemotorig vliegtuig beschikbaar — precies wat nodig was om de ruige Alaska Range veilig over te steken. Er zijn in Alaska talrijke bergen die meer dan 4200 meter hoog zijn, en de top van de beroemde Mount MacKinley (Denali) bevindt zich 6193 meter boven de zeespiegel.
Eindelijk kwam het vliegtuig. Stel u onze teleurstelling eens voor toen een versleten, aftands, veelkleurig opgelapt stuk vliegmachine op de landingsbaan landde. Zou het wel luchtwaardig zijn? Konden wij er het leven van onze broeders aan toevertrouwen? Opnieuw was Jehovah’s hand niet te kort. Onder leiding van bevoegde mecaniciens werkten meer dan 200 broeders als vrijwilligers aan het vliegtuig, en zij besteedden er een paar duizend uur aan om het helemaal op te knappen.
Wat een prachtig gezicht! Een glanzend vliegtuig dat er als nieuw uitzag, met het registratienummer 710WT op de staart geschilderd, verhief zich in de lucht boven Alaska! Aangezien zowel het getal zeven als het getal tien in de bijbel als symbool van volledigheid wordt gebruikt, zou het getal 710 zo opgevat kunnen worden dat het de ondersteuning beklemtoont die door Jehovah’s organisatie is verschaft om de sluier op te lichten van harten die in duisternis gehuld zijn.
Afzakken naar de keten van de Aleoeten
Sinds wij het vliegtuig hebben gekregen, hebben wij 80.000 kilometer wildernis bewerkt en het goede nieuws van het Koninkrijk en bijbelse lectuur naar ruim 54 dorpen gebracht. Dit komt neer op 19 maal het vasteland van de Verenigde Staten doorkruisen!
Wij hebben de 1600 kilometer lange keten van de Aleoeten, die de Grote Oceaan van de Beringzee scheidt, drie keer helemaal bewerkt. De meer dan 200 vrijwel boomloze eilanden waaruit de keten bestaat, vormen niet alleen de woonplaats van de inheemse Aleut maar ook van duizenden zeevogels, Amerikaanse zeearenden, en keizerganzen met hun sneeuwwitte kop en karakteristieke zwart-witgestreepte veren.
De aanlokkelijke pracht van het gebied is echter niet zonder gevaren. Terwijl wij boven de zee vlogen, konden wij drie tot vijf meter hoge witgekuifde golven op het schuimende ijzige water zien, dat zo koud is dat iemand het er zelfs in de zomer slechts tien tot vijftien minuten in kan uithouden. Als een piloot gedwongen is te landen, kan hij alleen maar kiezen tussen een woest, met klippen omsloten eiland of de ijskoude, dodelijke zee. Wat zijn wij onze bekwame broeders dankbaar, die als gediplomeerde mecaniciens hebben aangeboden het vliegtuig in topconditie te houden!
Op een van onze tochten gingen wij naar Dutch Harbor en het vissersdorp Unalaska. Het gebied staat bekend om zijn windsnelheden van 130 tot 190 kilometer per uur. Gelukkig was het weer die dag veel rustiger, maar het was toch nog turbulent genoeg om ons verschillende keren een misselijk gevoel te geven. Wat een verrassing toen de landingsbaan in zicht kwam — gewoon uitgehouwen in een rotsachtige berghelling! Aan de ene zijde van de landingsbaan bevond zich een steile rotswand, aan de andere kant het ijskoude water van de Beringzee! Wij landden op een natte landingsbaan. Het regent daar meer dan 200 dagen per jaar.
Wat was het heerlijk om met de bewoners van dat gebied over Gods Woord en voornemen te spreken! Verscheidene ouderen uitten hun waardering voor de hoop op een wereld zonder oorlog. Zij konden zich nog levendig herinneren hoe de Japanners in de Tweede Wereldoorlog Dutch Harbor hadden gebombardeerd. Onze herinneringen aan zulke getuigenistochten zijn evenzeer onvergetelijk.
Langzaam opwarmen
Wanneer wij opnieuw kijken hoe het weer is, bemerken wij dat de temperatuur langzaam is gestegen. Dat doet mij denken aan ons werk in het binnenland. Langzaam maar zeker hebben wij de harten van de mensen zien opwarmen.
Het heeft tijd gekost om de sluier van argwaan en achterdocht die de mensen tegenover buitenstaanders hebben, weg te nemen. Bij onze eerste pogingen kwam het vaak voor dat de kerkleiders van het dorp naar het vliegtuig kwamen, informeerden naar het doel van ons bezoek en ons vervolgens kortaf verzochten te vertrekken. Zulke ontvangsten waren natuurlijk een teleurstelling. Maar wij herinnerden ons Jezus’ raad in Mattheüs 10:16: „Geeft er . . . blijk van zo omzichtig als slangen en toch zo onschuldig als duiven te zijn.” Daarom kwamen wij terug met een vliegtuig vol verse sla, tomaten, kanteloepen en andere artikelen die daar niet gemakkelijk verkrijgbaar zijn. De voorheen vijandige bewoners waren nu verrukt bij het zien van onze lading.
Terwijl één broeder de „winkel” beheerde en bijdragen voor de verse goederen aannam, gingen verscheidene anderen van huis tot huis en stelden de huisbewoners op de hoogte van de verse lading die was gearriveerd. Aan de deur vroegen zij ook: „O, tussen haakjes, leest u de bijbel? Ik weet zeker dat u zult genieten van dit bijbelstudiehulpmiddel waaruit blijkt dat God ons een paradijs heeft beloofd.” Wie kon zo’n verleidelijk aanbod weerstaan? Iedereen waardeerde zowel het letterlijke als het geestelijke voedsel. De ontvangst was hartelijk, er werd veel lectuur verspreid en er werden enkele harten verwarmd.
De grens oversteken
Van de gemeente Whitehorse in Yukon Territory kregen wij de „Macedonische” uitnodiging om naar Canada ’over te komen’ en enkele van de gebieden in de afgelegen Northwest Territories te bezoeken (Handelingen 16:9). Wij waren met z’n vijven aan boord toen wij naar Tuktoyaktuk gingen, een dorp vlak bij de Mackenzie Bay aan de Beaufortzee, ten noorden van de poolcirkel.
’Hoe wordt deze vreemde naam uitgesproken?’, vroegen wij ons af toen wij geland waren.
„Tuk”, antwoordde een jongeman met een brede glimlach.
„Waarom zijn wij daar niet opgekomen?”, vroegen wij ons af.
Wij waren verrast toen wij bemerkten dat de bewoners van Tuktoyaktuk goed thuis waren in de Schrift. Daardoor hadden wij veel vriendelijke gesprekken, en er werd veel lectuur verspreid. Een van onze jonge pioniers had een verhelderend gesprek met een huisbewoner.
„Ik ben anglicaan!”, zei de huisbewoner.
„Wist u dat de Anglicaanse Kerk homoseksualiteit goedkeurt?”, vroeg onze pionier.
„O ja?”, aarzelde de man. „Nou, dan ben ik geen anglicaan meer.” Hopelijk betekende dit dat weer iemand zijn hart voor het goede nieuws uit de bijbel opende. — Efeziërs 1:18.
Een oudere bewoner was onder de indruk van onze vastbeslotenheid om elk huis in het gebied te bereiken. Normaal gesproken zouden wij al ons werk te voet moeten doen. Gewoonlijk zouden wij een kilometer of wat vanaf de landingsstrook naar het dorp moeten lopen. Vervolgens moesten wij om elk huis te bereiken over grind- en modderpaden ploeteren. De man leende ons zijn bestelwagen, en wat was dat een zegen! De grens oversteken en in Canadees gebied helpen, was een geweldig voorrecht.
Is het de moeite waard?
Wanneer het slecht weer is en wij niet verder kunnen of voor onbepaalde tijd vertraging hebben, zoals nu het geval is, of wanneer een lange dag van getuigenis geven schijnbaar niets dan onverschilligheid of zelfs vijandigheid heeft opgeleverd, beginnen wij ons af te vragen of het al de tijd, de energie en de kosten waard is. Wij denken wellicht aan mensen die belangstelling schijnen te hebben en beloven te corresponderen maar dat niet doen. Dan bedenken wij dat veel inheemse bewoners niet gewend zijn brieven te schrijven, en vriendelijkheid kan gemakkelijk ten onrechte als belangstelling voor de bijbelse boodschap worden opgevat. Soms lijkt het heel moeilijk om succes te peilen.
Deze negatieve gedachten verdwijnen snel wanneer wij aan de goede ervaringen van andere Koninkrijksverkondigers denken. Een Getuige uit Fairbanks bijvoorbeeld predikte in het dorp Barrow in het verre noorden. Daar ontmoette zij een tiener, een studente aan een Californische hogeschool, die de vakantie thuis doorbracht. De zuster hield de belangstelling warm door te corresponderen en bleef het meisje aanmoedigen, zelfs nadat zij weer naar Californië was teruggekeerd. Nu is de jongedame een gelukkige, gedoopte getuige van Jehovah.
Een klop op de deur doet mij uit mijn mijmeringen opschrikken en bewijst nog eens dat het allemaal de moeite waard is. Daar in de deuropening staat Elmer, tot nu toe de enige opgedragen, gedoopte Inuit-Getuige in Nome.
„Als jullie er op uit trekken, mag ik dan met jullie mee?”, vraagt hij. Omdat hij in een geïsoleerd gebied woont, ruim 800 kilometer van de dichtstbijzijnde gemeente, wil hij met zijn broeders deelnemen aan de bediening nu hij de gelegenheid heeft.
De zon begint door de wolken te breken, en wij weten dat wij spoedig toestemming zullen krijgen om te vertrekken. Als Elmer in het vliegtuig klimt, wordt ons hart verwarmd door zijn gelukkige, stralende gezicht. Dit is een bijzondere dag voor Elmer. Hij gaat met ons mee naar de dorpen die wij van plan zijn te bezoeken om tot zijn eigen volk, de Inuit, te prediken, en hij sluit zich bij ons aan in onze poging om de sluier te verwijderen van de harten van deze mensen in de verste uithoek van de bewoonde wereld. — Ingezonden.
[Kaart op blz. 23]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
1. Gambell
2. Savoonga
3. Nome
4. Kotzebue
5. Barrow
6. Tuktoyaktuk
7. Fairbanks
8. Anchorage
9. Unalaska
10. Dutch Harbor
[Illustratie op blz. 24]
Om geïsoleerde gemeenschappen te bereiken, is het vaak noodzakelijk een van de vele bergketens van Alaska over te steken
[Illustratie op blz. 25]
Betty Haws, Sophie Mezak en Carrie Teeples zijn samen meer dan 30 jaar in de volle-tijddienst