„Voed de mond, niet de voeten”
Een blik op traditionele Afrikaanse begrafenisgebruiken
„ZIJ begraven hun doden niet!” Dit wordt in West-Afrika vaak over Jehovah’s Getuigen gezegd. Maar het is algemeen bekend dat de Getuigen wel degelijk hun doden begraven.
Waarom zeggen mensen dat Jehovah’s Getuigen hun doden niet begraven? Omdat de Getuigen veel van de populaire plaatselijke begrafenisgebruiken niet in acht nemen.
Traditionele begrafenisgebruiken
Aliu woont in een dorpje in Midden-Nigeria. Toen zijn moeder overleed, stelde hij zijn familieleden ervan op de hoogte en trof vervolgens regelingen dat er een schriftuurlijke lezing in haar huis zou worden gehouden. De lezing, die door een ouderling in de plaatselijke gemeente van Jehovah’s Getuigen werd uitgesproken, vestigde de aandacht op de toestand van de doden en de hartverwarmende opstandingshoop waarover de bijbel spreekt. Na de lezing werd Aliu’s moeder begraven.
De familieleden waren zeer verontwaardigd. Voor hen was een begrafenis niet compleet zonder een dodenwake, die gewoonlijk de nacht nadat iemand gestorven is, wordt gehouden. In de gemeenschap waar Aliu deel van uitmaakt, is een dodenwake een tijd van feestvieren, niet van rouwen. Het lijk wordt gewassen, in het wit gekleed en op een bed gelegd. De nabestaanden laten muzikanten komen, kopen kratten bier en kruiken palmwijn en regelen dat er een stier of een geit wordt geofferd. Daarna komen de familieleden en vrienden om te zingen, te dansen, te eten en te drinken totdat de dageraad aanbreekt.
Tijdens deze festiviteiten wordt er aan de voeten van het lijk voedsel neergelegd. Er worden stukjes van het haar en van de vinger- en teennagels van de dode geknipt en apart gehouden voor de „tweede begrafenis”, die dagen, weken of zelfs jaren later plaatsvindt.
Op de dag na de dodenwake wordt het lijk begraven, hoewel de begrafenisceremoniën nog een week of langer voortduren. Later vindt de tweede begrafenis plaats. De stukjes haar en de vinger- en teennagels worden in een witte doek gewikkeld, die op een houten plank van 1,5 tot 1,8 meter wordt bevestigd. De plank wordt in een processie met zang en dans naar het graf gedragen en dicht bij de persoon begraven die erdoor wordt vertegenwoordigd. Opnieuw is er veel muziek en wordt er veel gedronken en gefeest. Om de begrafenis te beëindigen, schiet men eenmaal met een geweer in de lucht.
Aangezien Aliu niets hiervan toeliet, werd hij ervan beschuldigd geen respect te hebben voor de doden of voor de tradities ter ere van hen. Maar waarom weigerde Aliu, een getuige van Jehovah, de traditie te volgen? Omdat hij het niet met zijn geweten kon overeenkomen de religieuze denkbeelden te aanvaarden waarop deze tradities zijn gebaseerd.
Traditionele geloofsovertuigingen in Afrika
In heel Afrika gelooft men dat alle mensen uit het geestenrijk zijn gekomen en er terug zullen keren. De Joruba van Nigeria zeggen: „De aarde is een markt, terwijl de hemel ons thuis is.” En de Ibo zeggen: „Iedereen die in deze wereld komt, zal, hoe lang hij ook op aarde verblijft, naar huis terug moeten.”
Beschouw de gebruiken eens die eerder werden genoemd. Het doel van de dodenwake is de geest op een fatsoenlijke wijze uitgeleide te doen. Witte kleding wordt voor het geestenrijk geschikt geacht. Het plaatsen van voedsel aan de voeten houdt verband met de gedachte dat het lijk via de benen eet en gevoed moet worden zodat het geen honger krijgt op zijn reis naar het land van de voorvaders.
Bovendien geloven de mensen over het algemeen dat wanneer de geest het lichaam verlaat, hij zich bij de levenden ophoudt en niet naar de voorvaders terugkeert totdat hij uiteindelijk door de tweede begrafenis wordt bevrijd. Als de tweede begrafenis niet wordt gehouden, is men bang dat de geest kwaad zal worden en de levenden met ziekte of de dood zal kwellen. Het afvuren van het geweer heeft ten doel ’de geest naar de hemel te sturen’.
Hoewel begrafenisgebruiken in Afrika van plaats tot plaats zeer verschillen, is de kerngedachte gewoonlijk dat de geest na de dood van het lichaam voortleeft. Het voornaamste doel van de rituelen is de geest erbij te helpen te reageren op de „roep om naar huis te komen”.
Deze geloofsovertuigingen en gebruiken zijn in de hand gewerkt door de in de christenheid onderwezen leerstelling van de onsterfelijkheid van de menselijke ziel en door haar verering van „heiligen”. Typerend is het commentaar van een aalmoezenier in Swaziland die zei dat Jezus niet was gekomen om de traditionele geloofsovertuigingen teniet te doen, maar om ze te vervullen of te bevestigen. Aangezien geestelijken gewoonlijk de begrafenissen leiden, denken veel mensen dat zowel de traditionele geloofsovertuigingen als de gebruiken die eruit voortspruiten, in de bijbel ondersteuning vinden.
Wat de bijbel zegt
Onderschrijft de bijbel deze geloofsovertuigingen? Over de toestand van de doden zegt Prediker 3:20: „Allen [zowel mensen als dieren] gaan naar één plaats. Zij zijn allen uit het stof ontstaan, en zij keren allen tot het stof terug.” De Schrift zegt verder: „De levenden zijn zich ervan bewust dat zij zullen sterven; maar wat de doden betreft, zij zijn zich van helemaal niets bewust . . . Hun liefde en hun haat en hun jaloezie zijn reeds vergaan . . . Er is geen werk noch overleg noch kennis noch wijsheid in Sjeool [het graf], de plaats waarheen gij gaat.” — Prediker 9:5, 6, 10.
Deze en andere schriftplaatsen maken duidelijk dat de doden ons niet kunnen zien, horen of helpen en ons evenmin schade kunnen berokkenen. Is dit niet in overeenstemming met wat u hebt waargenomen? U kent misschien wel een rijk en invloedrijk man die gestorven is en wiens familie daarna lijden te verduren heeft gehad, hoewel zij al de gebruikelijke begrafenisceremoniën volledig hebben uitgevoerd. Als die man nog in leven is in het geestenrijk, waarom helpt hij zijn familie dan niet? Dat kan hij niet omdat wat de bijbel zegt waar is — de doden zijn inderdaad levenloos, „machteloos in de dood”, en daarom niet in staat ook maar iemand te helpen. — Jesaja 26:14.
De Zoon van God, Jezus Christus, wist dat dit waar is. Sta eens stil bij wat er na de dood van Lazarus gebeurde. De bijbel zegt: „Hij [Jezus] [zei] tot hen [zijn discipelen]: ’Lazarus, onze vriend, is gaan rusten, maar ik ga erheen om hem uit de slaap te wekken.’ Daarom zeiden de discipelen tot hem: ’Heer, indien hij is gaan rusten, zal hij beter worden.’ Jezus had echter van zijn dood gesproken.” — Johannes 11:11-13.
Merk op dat Jezus de dood met een slaap, met rust, vergeleek. Bij zijn aankomst in Bethanië troostte hij Lazarus’ zusters Maria en Martha. Door medelijden bewogen liet Jezus zijn tranen de vrije loop. Maar hij zei of deed beslist niets wat erop zou duiden dat Lazarus een geest had die nog in leven was en die geholpen wilde worden om het land van zijn voorvaders te bereiken. In plaats daarvan deed Jezus wat hij had gezegd. Hij wekte Lazarus uit de doodsslaap door een opstanding. Hierdoor werd bewezen dat God uiteindelijk Jezus zou gebruiken om allen die in de herinneringsgraven zijn, op te wekken. — Johannes 11:17-44; 5:28, 29.
Waarom zo anders zijn?
Is het verkeerd om met begrafenisgebruiken mee te doen die op onschriftuurlijke geloofsovertuigingen gebaseerd zijn? Aliu en miljoenen andere getuigen van Jehovah geloven van wel. Zij weten dat het verkeerd — zelfs huichelachtig — zou zijn als zij hun steun zouden geven aan een praktijk die duidelijk gebaseerd is op valse en misleidende leerstellingen. Zij willen niet als de schriftgeleerden en Farizeeën zijn, die door Jezus om hun religieuze huichelarij werden veroordeeld. — Mattheüs 23:1-36.
De apostel Paulus waarschuwde zijn medewerker Timotheüs: „De geïnspireerde uitspraak zegt . . . uitdrukkelijk dat in latere tijdsperiodes sommigen zullen afvallen van het geloof, omdat zij aandacht schenken aan misleidende geïnspireerde uitspraken en leringen van demonen, door de huichelarij van mensen die leugens spreken” (1 Timotheüs 4:1, 2). Is het denkbeeld dat de doden van de mensheid nog in leven zijn in het geestenrijk, een lering van demonen?
Jazeker. Satan de Duivel, „de vader van de leugen”, zei tegen Eva dat zij niet zou sterven, waarmee hij bedoelde dat zij in het vlees zou voortleven (Johannes 8:44; Genesis 3:3, 4). Dat was niet hetzelfde als te zeggen dat een onsterfelijke ziel na de dood van het lichaam voortleeft. Maar Satan en zijn demonen spannen zich in om mensen van de waarheid van Gods Woord af te keren door het denkbeeld te propageren dat het leven voortduurt na de dood. Omdat Jehovah’s Getuigen geloven wat God in de bijbel zegt, stemmen zij niet in met zienswijzen en praktijken die Satans leugens ondersteunen. — 2 Korinthiërs 6:14-18.
Door onschriftuurlijke begrafenisgebruiken te vermijden, hebben Jehovah’s dienstknechten zich het misnoegen op de hals gehaald van sommigen die hun zienswijzen niet delen. Sommige Getuigen zijn onterfd. Anderen zijn door hun familie verstoten. Maar als ware christenen beseffen zij dat getrouwe gehoorzaamheid aan God het misnoegen van de wereld met zich brengt. Net als de loyale apostelen van Jezus Christus zijn zij vastbesloten „God als regeerder meer [te] gehoorzamen dan mensen”. — Handelingen 5:29; Johannes 17:14.
Hoewel de herinnering aan hun geliefden die in de dood zijn ontslapen, hun dierbaar is, streven ware christenen ernaar liefde voor de levenden aan de dag te leggen. Aliu bijvoorbeeld had zijn moeder na de dood van zijn vader in huis genomen en haar de rest van haar leven verzorgd. Wanneer anderen zeggen dat Aliu weinig om zijn moeder gaf omdat hij haar niet volgens de volksgewoonte heeft begraven, vestigt hij de aandacht op dit vaak gebruikte gezegde onder zijn volk: „Voed mijn mond voordat je mijn voeten voedt.” De mond voeden, of voor iemand zorgen terwijl hij of zij nog leeft, is veel belangrijker dan de voeten voeden, de reeds eerder beschreven praktijk in verband met de dodenwake nadat de persoon gestorven is. Het voeden van de voeten heeft in feite geen enkel nut voor de gestorvene.
Aliu vraagt degenen die kritiek op hem hebben: ’Wat zou je liever willen — dat je familie op je oude dag voor je zorgt of dat zij na je dood een groot feest organiseren?’ De meesten verkiezen dat er tijdens hun leven voor hen wordt gezorgd. Zij zijn ook blij te weten dat zij, wanneer zij komen te sterven, een waardige, op de bijbel gebaseerde begrafenisdienst en een fatsoenlijke begrafenis zullen krijgen.
Dat proberen Jehovah’s Getuigen voor hun geliefden te doen. Zij voeden de mond, niet de voeten.