Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit
’God is niet partijdig’
NEGENTIENHONDERD jaar geleden zei de geïnspireerde apostel Petrus: „God [is] niet partijdig . . ., maar in elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid beoefent, aanvaardbaar voor hem” (Handelingen 10:34, 35). Onder Jehovah’s Getuigen treft men mensen van alle rassen en religieuze achtergronden aan. Zij verlangen naar rechtvaardigheid, en zij vrezen God. Jehovah verwelkomt hen allen in de nieuwe-wereldmaatschappij, zoals blijkt uit het voorbeeld van een zekere vrouw in Tsjaad.
Deze vrouw was niet tevreden met haar religie. Jaren voordien had zij een exemplaar genomen van het boek Maak je jeugd tot een succes, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen, en zij waardeerde de voortreffelijke raad die erin stond. Er werd een bijbelstudie begonnen, en zij was er altijd voor de studie. Maar toen zij werd aangemoedigd om de vergaderingen in de Koninkrijkszaal te bezoeken, ging zij daar niet op in. Waarom niet? Hoewel haar man er geen bezwaar tegen maakte dat zij de bijbel bestudeerde, weigerde hij haar toestemming te geven om de vergaderingen in de Koninkrijkszaal te bezoeken.
Toen de vrouw de kringvergadering wilde bezoeken, liet de Getuige die de studie leidde de man het programma zien en legde de nadruk op de voortreffelijke raad die er zou worden gegeven. Hij vond het goed dat zijn vrouw „voor één keer” meeging. Zij woonde de vergadering bij en genoot met volle teugen van het programma. Nadat zij aan haar man had uitgelegd wat zij had geleerd, maakte hij er geen bezwaar tegen dat zij andere vergaderingen bezocht. Zij was ervan onder de indruk dat de gemeente uit mensen van verschillende etnische groeperingen bestond die heel veel om elkaar gaven. Later bezocht zij het districtscongres en was sprakeloos toen zij zag dat haar kinderen bij Getuigen uit andere landen op schoot zaten. Die Getuigen deelden voedsel met hen en behandelden hen als hun eigen kinderen. Dit was voor haar het keerpunt.
Maar er volgde tegenstand. Hoewel zij van nature timide was, begon zij commentaar te geven op de vergaderingen en tegen de negatieve opmerkingen van familieleden en buren in te gaan. Hoewel zij al vele jaren met haar man samenleefde, waren zij volgens de traditie alleen op grond van wederzijdse overeenkomst getrouwd. Hoe moest zij het onderwerp van een wettig huwelijk ter sprake brengen? Na oprecht tot Jehovah gebeden te hebben, sprak zij met haar man, die zei dat hij de mogelijkheid zou onderzoeken. Uiteindelijk deed hij dat, en het paar ging een wettig huwelijk aan.
Een bij hen inwonende schoonzus veroorzaakte veel problemen, maar de man nam het voor zijn vrouw op. Toen kwam de vader van de man op bezoek. Hij stond erop dat zijn zoon van zijn vrouw zou scheiden, aangezien zij van religie was veranderd. De vader zei tegen zijn zoon dat hij de bruidsprijs zou betalen voor een „veel betere vrouw”. Het antwoord van de zoon was: „Nee, dat doe ik niet. Zij is een goede vrouw. Als zíj weg wil, is dat een andere zaak, maar ik zal haar niet wegsturen.” De vrouw was heel beleefd tegen haar schoonvader, en hij schaamde zich over zijn gedrag. Maar toen hij in zijn dorp terug was, schreef hij zijn zoon en stelde hem deze keer een ultimatum. Hij zei dat als zijn zoon weigerde zijn vrouw weg te sturen, hij niet langer zijn zoon was. Weer nam de zoon het voor zijn vrouw op. Stel u de vreugde van de vrouw eens voor toen zij haar man zo’n definitief standpunt zag innemen.
Nu vinden haar twee zoontjes het heerlijk om met hun moeder naar de Koninkrijkszaal te gaan. Zij hebben hun vader zelfs om een stropdas gevraagd, omdat zij zagen dat alle broeders die een lezing hielden er een droegen. Deze vrouw is nu een gedoopte zuster.
Zij is een van de 345 gelukkige Getuigen in Tsjaad die het goede nieuws van Jehovah’s koninkrijk bekendmaken en beseffen dat ’God werkelijk onpartijdig is’.