Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit
„Gelukkig is de mens die wijsheid heeft gevonden”
DEZE spreuk is waar gebleken in Korea, waar nu ruim 71.000 gelukkige getuigen van Jehovah zijn (Spreuken 3:13). En stelt u zich eens voor: 42 procent van deze bedienaren is in de volle-tijddienst! Uit de volgende ervaringen zal blijken dat degenen die naar ware wijsheid zoeken, geluk ten deel valt.
Een vrouw in Pusan had zestien jaar lang een van de kerken van de christenheid bezocht. Zij had zo veel onschriftuurlijke praktijken gezien dat zij begon te denken dat er geen God kon bestaan. Aan de andere kant kon zij Gods bestaan niet ontkennen, dus bad zij oprecht tot God of zij de ware kerk, als die bestond, mocht vinden. Toen dacht zij plotseling aan Jehovah’s Getuigen, en zij herinnerde zich dat haar kerk hen verfoeide en de kerkgangers voor hen had gewaarschuwd omdat de Getuigen niet in een Drieëenheid, hellevuur en andere leerstellingen van de christenheid geloven. Misschien vormden zij de ware kerk? Met de hulp van een buurvrouw kwam zij erachter waar de Koninkrijkszaal was. De volgende dag al woonde zij een vergadering bij.
Zij stond versteld van de orde tijdens de vergadering. Er werd niet fanatiek geschreeuwd of emotioneel gezongen zoals in haar kerk. Zij werd aan een Getuige voorgesteld die de bijbel met haar wilde bestuderen, en de eerste studie duurde enkele uren omdat zij veel vragen had. Bij de tweede studie kondigde zij aan dat zij haar kerk zou verlaten en een Getuige zou worden. Ze zei tegen de zuster dat zij niet meer met haar hoefde te studeren omdat zij gewoon de vergaderingen kon bezoeken. Maar er werd haar uitgelegd hoe waardevol een persoonlijke bijbelstudie is naast het bezoeken van de vergaderingen. Zij nam het voorstel aan, legde zich toe op haar studie en werd te zijner tijd gedoopt.
Nu is zij heel blij dat zij de wijsheid van de ware God, Jehovah, heeft gevonden en dat zij de hoop heeft om eeuwig in Gods nieuwe wereld te leven.
Een gepensioneerde generaal leert de waarheid kennen
De vrouw van een generaal werd in 1962 gedoopt. Haar man bood haar eerst tegenstand, maar hield daar later mee op, en in de daaropvolgende 28 jaar studeerden zo nu en dan verschillende broeders met hem en probeerden hem voor de waarheid te interesseren. Hij bezocht enkele vergaderingen en congressen, maar hij was zo iemand die zich ervan weerhield de waarheid ernstig op te vatten. In 1990 ging hij met zijn vrouw naar Japan, waar zij een districtscongres bezochten. Deze keer luisterde hij aandachtig naar de lezingen — iets wat hij nog niet eerder had gedaan. Hij was geschokt door de krachtige lezingen die valse religie aan de kaak stelden, maar ze openden hem beslist de ogen voor de huichelarij van de christenheid. Hij was ervan onder de indruk hoe ordelijk en gelukkig Gods volk in Japan was, net zoals hij dat in Korea had gezien. Toen hij weer terug was in Korea, begon hij een serieuze bijbelstudie en werd uiteindelijk gedoopt.
Wat zou hij nu na zijn doop gaan doen? Hij legde zijn functie als directeur van een beroemd toeristenhotel neer en ging net als zijn vrouw de volle-tijddienst in. Hij vindt dat de gewone pioniersdienst de beste manier is om de 28 verloren jaren waarin hij terughoudend was, te compenseren.
Hij beseft nu dat de spreuk „gelukkig is de mens die wijsheid heeft gevonden” ook op hem van toepassing is!