Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w93 1/1 blz. 26-30
  • God vergeet niet „de liefde die gij voor zijn naam hebt getoond”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • God vergeet niet „de liefde die gij voor zijn naam hebt getoond”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gebieden van de voormalige Sovjet-Unie
  • Roemenië
  • Gebieden van het voormalige Joegoslavië
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1987
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1987
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1975
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1975
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1988
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1988
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
w93 1/1 blz. 26-30

God vergeet niet „de liefde die gij voor zijn naam hebt getoond”

„GOD is niet onrechtvaardig, zodat hij uw werk en de liefde die gij voor zijn naam hebt getoond doordat gij de heiligen hebt gediend en blijft dienen, zou vergeten” (Hebreeën 6:10). Deze woorden van de apostel Paulus zijn waar met betrekking tot Jehovah’s Getuigen in Oost-Europa. Tientallen jaren hebben zij, terwijl zij getrouw tot eer van Gods naam dienden, lang en hard gewerkt onder verbodsbepalingen die door de voormalige Sovjet-regeringen waren opgelegd. Jehovah herinnert zich hun goede daden en stort Koninkrijkszegeningen over hen uit. Laten wij als voorbeeld eens kijken naar het bericht over het afgelopen dienstjaar van slechts drie van die gebieden.

Gebieden van de voormalige Sovjet-Unie

Uit de voormalige Sovjet-Unie komt het bericht dat het dienstjaar 1992 een toename van 35 procent in het hoogtepunt aan Koninkrijksverkondigers te zien gaf — van 49.171 naar 66.211! Maar dat is niet alles, want die verkondigers zijn heel actief geweest, zoals blijkt uit de voortreffelijke toename in de verspreiding van bijbelse lectuur, waaronder tijdschriften. Zij hebben ook een goed gebruik gemaakt van brochures, door er 1.654.559 te verspreiden. Dat is meer dan het driedubbele van de 477.235 van het jaar daarvoor! Wat is het resultaat van al die verspreiding geweest? Een verdubbeling van het aantal huisbijbelstudies. Er worden nu 38.484 bijbelstudies geleid.

Ook de deelname aan de hulppioniersdienst steeg, en wel met 94 procent. Dit heeft ongetwijfeld bijgedragen tot het indrukwekkende aantal nieuwgedoopte discipelen: 26.986, wat vergeleken met de 6570 van het voorgaande jaar een verbazingwekkende toename van 311 procent is!

Hoe raakten enkele van deze nieuwgedoopten voor het eerst in het goede nieuws geïnteresseerd? Soms was de diepe bezorgdheid van de Getuige die de studie leidde, een factor. Een presiderend opziener uit Moldavië vertelt:

„Mijn vrouw en ik bezochten een vrouw die eerder belangstelling voor de bijbelse waarheid had getoond. Er werd een bijbelstudie met haar begonnen. Maar haar man toonde helemaal geen belangstelling. Toen wij op een dag naar haar op weg waren om de studie te vervolgen, was het bitter koud en sneeuwde het. Er was bijna niemand op straat, maar het lukte ons om precies op het afgesproken tijdstip bij haar huis te komen. Ze zei tegen haar man: ’Zie je hoeveel deze mensen voor ons overhebben? Ze zijn ondanks de sneeuw precies op tijd.’ Dit voorval zette haar man aan het denken. Hij veranderde van gedachten en ging met de studie meedoen, en nu zijn hij en zijn vrouw gedoopte Getuigen.”

In andere gevallen kan de beleefdheid van de Getuige de belangstelling voor het goede nieuws aanwakkeren. Een ouderling, ook uit Moldavië, maakte het volgende mee:

„Een man die ik bezocht in mijn predikingsgebied had geen interesse voor Jehovah’s Getuigen. Hij zei dat hij orthodox was, net als zijn vader en grootvader. Dus vroeg hij mij om zijn erf te verlaten. Maar voordat ik wegging, gaf hij mij de gelegenheid hem de reden voor mijn bezoek te vertellen. Ik wees op Mattheüs 28:19, waar staat: ’Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest.’ Daarna gaf ik hem het adres van onze vergaderplaats en ging weg. Tot mijn verbazing kwam deze man één week later naar onze vergadering! Hij bleef totdat het programma was afgelopen. Hij legde uit dat hij die hele week spijt had gehad omdat hij zo onvriendelijk tegen mij was geweest. Er werd ter plekke een bijbelstudie opgericht, en nu is hij een van onze broeders.”

Nog iets opmerkelijks van het dienstjaar is de overweldigende reactie op de behoeften van onze broeders en zusters in dat gebied geweest. In de loop van de winter van 1991/92 werd er zo’n 400 ton voedingsmiddelen en een grote hoeveelheid kleding voor mannen, vrouwen en kinderen naar de behoeftigen gestuurd. Deze benodigdheden werden naar praktisch alle delen van de voormalige Sovjet-Unie verzonden, zelfs helemaal naar Irkoetsk in Siberië en naar Chabarovsk vlak bij Japan. Werkelijk een indrukwekkend bewijs dat Jehovah de liefde die onze broeders en zusters voor zijn naam hebben getoond, niet is vergeten! Dit blijk van broederlijke liefde die door Jehovah’s geest is aangewakkerd, heeft ook tot resultaat gehad dat zij met hun wereldomvattende familie verenigd werden. Een zuster in de Oekraïne schreef bijvoorbeeld aan het bijkantoor:

„Door de hulp die jullie ons hebben gegeven, zijn wij tot diep in ons hart geroerd. Wij werden tot tranen toe bewogen en hebben Jehovah God gedankt dat hij ons niet is vergeten. Het is waar dat wij het momenteel op materieel gebied zwaar te verduren hebben, maar dank zij de hulp die van onze broeders en zusters uit het Westen is gekomen, zijn wij in materieel opzicht weer op de been geholpen. Nu zal ons gezin, door jullie hulp, meer tijd aan Jehovah’s dienst kunnen besteden. Mijn dochter en ik zullen, zo Jehovah wil, in de zomermaanden in de hulppioniersdienst staan.”

Bovendien is door de hulpactie een getuigenis aan buitenstaanders gegeven, doordat toeschouwers konden zien dat de Getuigen daadwerkelijk liefde tonen. Een gezin uit een andere gemeente schreef: „Wij hebben de materiële hulp in de vorm van voedsel en kleding ontvangen. Het is zo veel! Jullie steun en aanmoediging leert ons dat ook wij anderen goed dienen te doen. Deze daad van liefde bleef bij ongelovigen alsook bij geïnteresseerden en hun gezinnen niet onopgemerkt; het is een groot getuigenis van de ware broederschap geweest.”

De vijf districtscongressen en het ene internationale congres met het thema „Lichtdragers” die afgelopen juni en juli werden gehouden, vormden nog een bewijs van Jehovah’s zegen op het harde werk van zijn Getuigen en de liefde die zij voor de bekendmaking van zijn naam hebben getoond. De congressen werden door 91.673 mensen bijgewoond, en er werden 8562 personen gedoopt. Het hoogste aantal aanwezigen was in Sint-Petersburg, waar het internationale congres werd gehouden en waar 46.214 personen — onder wie afgevaardigden uit ongeveer 30 landen over de hele wereld — in het Kirovstadion bijeenkwamen.

In Siberië kwam een man van rond de zestig alleen maar naar het congresterrein in Irkoetsk om er rond te kijken. Hij zei: „Alle aanwezigen zijn goed gekleed, hebben een lach op hun gezicht en zijn vriendelijk tegen elkaar. Deze mensen zijn net één verenigde familie. Je kunt voelen dat zij niet alleen in het stadion maar ook in het dagelijks leven vrienden zijn. Ik ontving uitstekende bijbelse lectuur en kreeg een veel beter beeld van wat voor organisatie dit is. Ik wil in contact blijven met Jehovah’s Getuigen en de bijbel met hen bestuderen.”

Op hetzelfde congres in Irkoetsk, waar 5051 aanwezigen waren, merkte een geïnteresseerde vrouw uit Jakoetië (Siberië) op: „Ik kijk naar de mensen en kan wel juichen van vreugde. Ik ben Jehovah heel dankbaar dat hij mij heeft geholpen zulke mensen te leren kennen. Ik heb hier op het congres lectuur gekregen, en ik wil er met anderen over spreken. Ik wil heel graag een aanbidder van Jehovah zijn.”

De directeur van het Centraal Stadion in Alma-Ata (Kazachstan), waar 6605 personen het congres bijwoonden, zei het volgende: „Ik ben enthousiast over jullie houding. Nu ben ik ervan overtuigd dat jullie allemaal, jong en oud, fatsoenlijke mensen zijn. Ik kan niet zeggen dat ik in God geloof, maar ik geloof wel in de heilige dingen die door jullie broederschap worden overgebracht, in jullie houding ten aanzien van geestelijke en materiële waarden.”

Een politieagent merkte op het congres in Alma-Ata op: „Ik ben twee keer met mensen van jullie in contact gekomen, elke keer op een congres. Het is buitengewoon plezierig om met Jehovah’s Getuigen te werken.”

Roemenië

Jehovah is ook de liefde die de broeders en zusters in Roemenië voor zijn naam hebben getoond, niet vergeten. In het afgelopen dienstjaar vonden er veel gelukkige gebeurtenissen voor de Getuigen plaats. Ten eerste werd er in Boekarest weer een bijkantoor geopend. Aan de laatste wettige activiteit was in 1949 een eind gekomen. In de nieuwe faciliteiten van het kantoor werken ongeveer 20 broeders en zusters. Het bijkantoor bedient 24.752 verkondigers — een nog nooit eerder behaald hoogtepunt dat een toename van 21 procent betekent over het gemiddelde van het voorgaande jaar.

De verkondigers raken, na jaren in het geheim te hebben gepredikt, beter ingesteld op het openbare getuigeniswerk van huis tot huis. Een ervaring uit het district Mureş laat zien hoe sommige Getuigen een goed gebruik maken van elke gelegenheid om tot anderen te prediken, zelfs wanneer zij reizen. Het bijkantoor schrijft:

„Een verkondiger besloot om in de trein van coupé tot coupé te prediken. De mensen reageerden over het algemeen gunstig, maar in de laatste coupé rezen wat moeilijkheden. Geen enkele reiziger wilde een exemplaar van onze tijdschriften aanvaarden. Ten slotte stond een man nogal geërgerd op en schreeuwde: ’Ik ga al uw tijdschriften het raam uit gooien! Waarom valt u ons zo lastig met uw religie?’ De verkondiger antwoordde vriendelijk dat zelfs als hij de tijdschriften het raam uit gooide, iemand anders daar voordeel van kon trekken — degenen die de tijdschriften zouden oprapen. De man, die de kalmte van de verkondiger zag, was zo onder de indruk dat hij de tijdschriften nam en ze zelf aan de andere reizigers in de coupé begon uit te delen. Verbazingwekkend genoeg namen zij allemaal een tijdschrift. Na ze te hebben uitgedeeld, had de man geen exemplaren meer voor zichzelf. Daarom vroeg de verkondiger hem: ’Meneer, wilt u zelf geen tijdschriften?’ Daarop pakte de man een van de tijdschriften van een reiziger die er twee had, en zei: ’Nu heb ik er ook een!’”

In veel landen heeft het predikingswerk van Jehovah’s Getuigen soms de tegenstand van de geestelijkheid van de christenheid opgewekt. In Roemenië worden de priesters van de Orthodoxe Kerk vaak woedend op de Getuigen. Maar dat kan niet verhinderen dat Jehovah zijn volk zegent voor de liefde die zij voor zijn naam hebben getoond. Een kringopziener schrijft:

„Samen met de plaatselijke gemeente gingen wij op het platteland prediken. Er waren 100 broeders en zusters. Wij huurden een bus waarmee wij ongeveer 50 kilometer het landgebied inreden, naar een kleine plaats. Wij nodigden velen uit voor de openbare lezing, die in het cultureel centrum gehouden zou worden. Zodra de vergadering begon, arriveerde de orthodoxe priester om onze bijeenkomst te verstoren. De politiefunctionarissen probeerden de priester tegen te houden. Maar hij liet zich niet kalmeren. Hij slaagde erin een eind aan de vergadering te maken toen hij het glas in de deur van de hoofdingang brak. Veel plaatselijke bewoners waren het echter helemaal niet eens met het gedrag van de priester. Er kon toen aan alle aanwezigen een grondig getuigenis worden gegeven en er werd heel veel lectuur verspreid.”

Jammer genoeg zijn er in sommige delen van het land erg weinig Getuigen. Toen een gewone pionier voor het eerst in het district Olt aankwam, trof hij in het hele district slechts negen broeders en zusters aan en een groot gebied om in te prediken. Na een jaar was het aantal Getuigen gegroeid tot 27, van wie vijf weer actieve verkondigers waren geworden. De pionier vond huisvesting in de stad Corabia, waar helemaal geen Getuigen waren. Toen de Getuigen er nog maar 45 dagen waren, protesteerde de plaatselijke rector over de radio van Craiova tegen hun werk. Hij zei dat zij de stad Corabia met hun leringen waren „binnengedrongen” en probeerden de mensen van religie te laten veranderen. De aanvallen duurden voort, met de bedoeling het werk te stoppen en de reputatie van de Getuigen in dat gebied te verwoesten. Dit alles bereikte een hoogtepunt toen de broeders voor het districtscongres in Boekarest waren. De orthodoxe rector van Corabia deed na zijn kerkdienst een krachtige bekendmaking: „Wij moeten allemaal een straatdemonstratie houden om de politie ertoe aan te zetten op te treden tegen de Getuigen, die het hele gebied met hun publikaties hebben besmet en de mensen hebben vergiftigd.” Maar de nacht voordat de bijeenkomst zou plaatsvinden, gebeurde er iets vreemds. Een groep vandalen vernielde de kathedraal en het cultureel centrum van de stad. Daardoor vond de protestbijeenkomst nooit plaats!

Gebieden van het voormalige Joegoslavië

Het dienstjaar 1992 is voor de broeders en zusters in het gebied van Joegoslavië een zeer moeilijk jaar geweest. Maar toch hebben zij enkele vreugdevolle dingen ervaren. Gelukkig vergeet Jehovah hun werk en de liefde die zij voor zijn naam hebben getoond niet.

De oorlog begon eerst in Slovenië, daarna in Kroatië en later in Bosnië en Hercegovina. Binnen een jaar probeerden vijf nieuwe staten, uit één republiek, hun eigen grenzen, wetten en valuta’s tot stand te brengen. Honderden Getuigen moesten hun huis ontvluchten en vonden bescherming bij hun broeders en zusters in andere plaatsen. Net als in andere landen in Oost-Europa werden er in grotere steden noodcomités opgericht, die zorg droegen voor onderdak, voedsel en kleding voor onze behoeftige broeders en zusters. Gedurende het dienstjaar werd er zo’n 55 ton voedsel onder de broeders en zusters in gemeenten binnen de geteisterde gebieden gedistribueerd. Er zijn veel dankbrieven ontvangen.

De broeders en zusters in Dubrovnik vertelden hoe dankbaar zij waren voor de hulp die zij hadden gekregen. Toen een zuster met haar voedselpakket naar huis ging, vroeg een buurvrouw waar zij de eieren had gekocht. De zuster vertelde haar dat haar geestelijke broeders in een ander gebied ze hadden gestuurd. De buurvrouw stond versteld. In een ander geval belde een onbekende man uit Slovenië een ouderling op en zei: „Ik heb gehoord dat Jehovah’s Getuigen het voedsel distribueren dat zij op eerlijke wijze van hun broeders hebben ontvangen. Ik heb mensen verschillende pakketten gestuurd; maar ze zijn nooit aangekomen. Zou ik zulke hulpgoederen naar u kunnen sturen, en zou u die dan kunnen distribueren?” Ook in kranten en op de radio is gunstig over onze hulpacties gesproken.

Een broeder die in 1991 op het internationale congres in Zagreb werd gedoopt, was zich bewust van de groeiende problemen en kocht een heel levensmiddelenbedrijf. Hij nam de levensmiddelen mee naar zijn huis, dicht bij het oorlogsgebied. Toen het voedseltekort ernstiger werd, bleek deze voorraad een ware zegen voor de broeders en zusters te zijn.

Wij konden toestemming krijgen om een grote vrachtwagen de belangrijkste voedingsmiddelen naar de belegerde broeders en zusters in Sarajevo te laten brengen. Wij zijn blij te kunnen zeggen dat de levering met succes werd uitgevoerd.

De gevechten hebben hun tol aan burgers geëist. Helaas hadden tegen het einde van het dienstjaar zes broeders en zusters van ons en twee geïnteresseerden het leven verloren, en sommigen waren gewond geraakt.

Veel ervaringen tonen echter aan dat het over het algemeen een bescherming is om een van Jehovah’s Getuigen te zijn. In één geval waren de broeders en zusters op weg naar een districtscongres in Belgrado toen de bus werd aangehouden door soldaten die vroegen of er leden van een bepaalde religie onder hen waren. De broeders antwoordden van niet. Zij moesten hun identificatiekaart laten zien, en sommigen van hen hadden een naam waaruit bleek dat zij tot die religie zouden kunnen behoren. De soldaten beschuldigden hen ervan te liegen, maar de broeders hadden hun bewijs van uitschrijving uit de kerk bij zich; hoewel zij in die religie waren geboren, verklaarden zij dat zij nu Jehovah’s Getuigen waren, op weg naar hun congres. Daarop lieten de soldaten hen verder gaan.

De pioniers zetten hun dienst met onverminderde ijver voort, en dit is een ware stimulans voor het werk gebleken. De Wachttoren wordt, met zijn aantrekkelijke vierkleurenomslag, simultaan in alle belangrijke talen van het gebied vertaald. Het tijdschrift voorziet mensen die waarheid en rechtvaardigheid liefhebben, geregeld en „te rechter tijd” van hun geestelijke „mate van voedselbenodigdheden” (Lukas 12:42). Gedurende het dienstjaar 1992 werden er 674 nieuwe broeders en zusters gedoopt.

Het staat vast dat God het werk van de broeders en zusters in Oost-Europa en de liefde die zij voor zijn naam hebben getoond, niet is vergeten. Bovendien verlangt hij dat al zijn aanbidders, waar zij ook wonen, de voortreffelijke raad opvolgen die Paulus vervolgens in Hebreeën 6:11 gaf, waar staat: „Wij begeren dat een ieder van u dezelfde naarstigheid aan de dag legt om tot het einde toe de volle verzekerdheid van de hoop te hebben.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen