„Alle soorten van mensen” bereiken in België
DE apostel Paulus herinnerde zijn gezalfde medechristenen eraan dat het Gods wil is dat „alle soorten van mensen worden gered en tot een nauwkeurige kennis van de waarheid komen”. Om die reden moesten zij bidden dat hun „een kalm en rustig leven” werd vergund opdat zij aan allen die een horend oor hadden, het goede nieuws van het Koninkrijk konden verkondigen. — 1 Timotheüs 2:1-4.
In deze tijd krijgt het bereiken van „alle soorten van mensen” met het goede nieuws een speciale betekenis voor Jehovah’s Getuigen in België. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft dit kleine land, dat gemakkelijk in het Tanganyikameer of de helft van het Michiganmeer zou passen, ingrijpende veranderingen in zijn etnische en culturele samenstelling ondergaan. Naast de drie traditionele bevolkingsgroepen — Vlamingen (Nederlandstalig), Fransen en Duitsers — is er nu in België een verscheidenheid van taal- en cultuurgroepen. Er is een Arabische, Turkse, Indiase, Chinese, Filippijnse, Afrikaanse en Amerikaanse bevolkingsgroep, om er slechts enkele te noemen. Men schat dat een op de tien mensen in België van buitenlandse afkomst is.
De Getuigen in België staan dus, net als hun medechristenen over de hele wereld, voor de uitdaging „alle soorten van mensen” met het goede nieuws te bereiken. Hoe is het om onder zo’n verscheidenheid van nationaliteiten te prediken? Hoe benadert men mensen die een totaal andere cultuur en religieuze achtergrond hebben? En hoe reageren zij op de bijbelse boodschap?
Initiatief werpt resultaten af
Het is een gelukkige en opwindende ervaring om met „alle soorten van mensen” over het goede nieuws van het Koninkrijk te spreken. Op de drukke straten, op de marktplaatsen, in het openbaar vervoer en van huis tot huis treft men mensen uit alle werelddelen aan. Met een klein beetje initiatief kan een Koninkrijksverkondiger gemakkelijk een gesprek aanknopen, en vaak leidt dit tot lonende resultaten.
Bij een bushalte begon een Getuige gewoon met een warme glimlach een gesprek met een Afrikaanse dame. De dame liet al snel merken dat zij blij was over Gods koninkrijk te horen, en zij wilde meer over de bijbel weten. Zij nam de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! en gaf haar adres aan de Getuige. Toen deze zei dat zij haar snel zou bezoeken, maakte de dame bezwaar. „Nee! Nee! Laten we een definitieve afspraak maken zodat ik thuis ben wanneer u komt.”
Drie dagen later, toen de Getuige het bezoek moest brengen, kwam zij erachter dat zij het adres van de dame kwijt was. Maar zij herinnerde zich de straatnaam, ging erheen en keek bij elk huis of zij een Afrikaanse naam kon vinden. Zij kwam aan het eind van de straat zonder te vinden wat zij zocht. Wat een grote teleurstelling! Toen zij op het punt stond te vertrekken, stond plotseling, als uit het niets verschenen, de dame die zij zocht voor haar, en het was precies de tijd die zij voor het bezoek hadden afgesproken! Er werd een huisbijbelstudie opgericht.
Hoe staat het met de verschillende gewoonten, geloofsovertuigingen en tradities? Hoe staat het bijvoorbeeld met hindoeïstische geloofsovertuigingen? Welnu, een pionierster herinnerde zich wat zij in het boek Redeneren aan de hand van de Schrift had gelezen. Daarin staat: „Doe geen moeite om in te gaan op de ingewikkeldheden van de hindoefilosofie, maar zet de bevredigende waarheden uiteen die in de Heilige Schrift te vinden zijn. . . . De duidelijke waarheden in zijn Woord zullen het hart bereiken van hen die hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid.”
Dat was precies wat de pionierster deed toen zij Kasji ontmoette, een vrouw uit India die een bijbelstudie aanvaardde. Kasji maakte gestage vorderingen, en zij sprak al snel met al haar vrienden over datgene wat zij leerde. Op een dag ontmoette de pionierster de vrouw van een ambassadeur, die vroeg: „Bent u degene die Kasji de bijbel onderwijst?” Wat was de pionierster verbaasd toen de dame zei: „Wat is zij een goede onderwijzer! Zij heeft mij op veel punten kunnen overtuigen. Stelt u zich eens voor, zij, een hindoe, onderwijst mij, een katholiek, de bijbel!”
Wanneer u de Filippino’s tegenkomt, beseft u onmiddellijk dat de meesten van hen van de bijbel houden. Zij zijn hartelijk en gastvrij, en het is heel gemakkelijk om een gesprek met hen aan te knopen. Een Filippijnse dame aanvaardde vlot twee tijdschriften, maar omdat zij katholiek was, gooide zij ze weg. Een paar weken later nam zij weer twee tijdschriften, die zij in haar handtas liet zitten. Op een avond had zij zin om iets te lezen. Nadat zij naar iets interessants had gezocht, vond zij de tijdschriften. Aarzelend begon zij te lezen, en haar interesse nam toe. Kort daarna kwam er een Getuige bij haar aan de deur, en de dame stelde veel vragen. Dit was de eerste keer dat zij haar katholieke geloofsovertuigingen had vergeleken met wat de bijbel zegt. De logische, schriftuurlijke presentatie overtuigde haar ervan dat zij eindelijk de waarheid had gevonden.
„Zend uw brood uit”
Veel buitenlandse inwoners zijn om zakelijke redenen in België of omdat zij bij een van de 150 officieel erkende ambassades of bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen werken. De meesten van hen blijven slechts een paar jaar. Het zou op het eerste gezicht vergeefs kunnen lijken om hun getuigenis te geven en de bijbel met hen te bestuderen. Maar de bijbel herinnert ons: „Zend uw brood uit op de oppervlakte van de wateren, want na verloop van vele dagen zult gij het terugvinden” (Prediker 11:1). Vaak zijn de resultaten verrassend lonend.
Dat was het geval met een Amerikaanse vrouw die geregeld de tijdschriften van een Getuige kreeg. Na een tijdje wees de Getuige op de voordelen die het heeft de bijbel geregeld te bestuderen, en zij bood aan met haar te studeren. De vrouw ging op het aanbod in en maakte snel vorderingen. Al gauw zag zij het verschil tussen de ware en valse religie. Daarom verwijderde zij alle religieuze beelden uit haar huis. Toen kwam de tijd dat zij terug moest naar de Verenigde Staten. Betekende dat het einde van haar geestelijke vorderingen? Stelt u zich de vreugde en verrassing van de Getuige eens voor toen zij een telefoontje van een Getuige uit de Verenigde Staten kreeg die haar vertelde dat de dame haar studie had voortgezet, haar leven aan Jehovah God had opgedragen en gedoopt was! Zij diende zelfs al als hulppionierbedienaar.
Hetzelfde gold voor Kasji, de Indiase vrouw, en voor de eerder genoemde Filippijnse dame. Toen Kasji naar India terugkeerde, zetten zij en haar man hun bijbelstudie voort. Uiteindelijk droegen zij zich allebei aan Jehovah op en namen deel aan het predikingswerk. Aangezien zij in een gebied woonden waar geen andere Getuigen waren, stelden zij hun huis open voor een gemeenteboekstudie. Kasji heeft zo vaak als haar gezondheid dat toeliet als hulppionierster gediend, en zij heeft zes huisbijbelstudies geleid, met in totaal 31 mensen. Zo verhuisde de Filippijnse vrouw na verloop van tijd naar de Verenigde Staten, maakte vorderingen tot de opdracht en doop en werd gewone pionierster. Dit zijn slechts enkele van de vele vreugdevolle resultaten waarover de Koninkrijkspredikers in België zich verheugen terwijl zij tot de mensen in hun gebied blijven prediken.
De uitdaging van talen
Om de taak tot „alle soorten van mensen” te prediken, te volbrengen, moet het bijkantoor bijbelse lectuur in meer dan 100 talen beschikbaar hebben. Er zijn nu Belgische gemeenten in 10 talen. Van de 341 gemeenten zijn er 61 in een buitenlandse taal, en 5000 van de 26.000 Koninkrijksverkondigers hebben een buitenlandse nationaliteit. In één gemeente zitten mannen en vrouwen uit 25 verschillende landen. Stelt u zich de kleur en verscheidenheid op hun vergaderingen eens voor! Toch vormen de liefde en eenheid onder de broeders en zusters een krachtig getuigenis dat zij ware discipelen van Christus zijn. — Johannes 13:34, 35.
Aangezien er zo veel mensen in België wonen die het goede nieuws in een buitenlandse taal moeten horen, hebben sommige verkondigers de uitdaging aanvaard een moeilijke taal te leren, zoals Turks, Arabisch en Chinees. Hun inspanningen zijn rijkelijk beloond.
Zij die onder de Arabische bevolking werken, bemerken dat zij vaak belangstelling voor de bijbel kunnen opwekken door de praktische waarde ervan te beklemtonen. Een Koninkrijksverkondiger had een interessant gesprek met een Arabische professor maar kon de professor daarna drie jaar lang niet meer thuis treffen. De verkondiger, die zich niet snel liet ontmoedigen, besloot een briefje met wat bijbelse vragen voor de professor achter te laten. Dit maakte hem zo nieuwsgierig dat hij bereid was de bijbel objectief te onderzoeken. Hij was zo verbaasd over hetgeen hij leerde dat hij en zijn vrouw, allebei moslim, bepaalde avonden reserveerden om samen de bijbel te lezen.
Degenen die de omvangrijke Chinese bevolking in de grote steden proberen te helpen, hebben naast de taalbarrière nog een hindernis die overwonnen moet worden. De meeste Chinezen geloven niet in God als de Schepper of in de bijbel als Gods Woord. Toch zijn zij nieuwsgierig en willen zij weten waar het allemaal over gaat. Zij zijn ook gretige lezers. Het is niet ongewoon dat zij de bijbelse lectuur die bij hen is achtergelaten, of zelfs een groot deel van de bijbel, in slechts enkele dagen uitlezen. Als zij oprecht van hart zijn, worden zij geraakt door de kracht van Gods Woord.
Een Chinese dame vond het erg moeilijk het idee van een Schepper te aanvaarden. Maar tijdens de tweede studie kwamen er tranen in haar ogen toen ze zei: „Nu geloof ik wel in Jehovah God, want als de bijbel over een periode van 1600 jaar door 40 verschillende mannen werd geschreven en toch volkomen in harmonie is met één thema, dan moet het zo zijn dat Jehovah God het schrijven heeft geleid. Dat is zo logisch!”
Een andere Chinese dame werd in de tram door een Getuige benaderd. „Bent u een christen?”, vroeg zij de Getuige. Toen zei ze dat zij erg teleurgesteld was zoveel tegenstrijdigheid te zien onder degenen die beweren christenen te zijn. De Getuige stemde in met wat ze zei maar legde uit dat de bijbel zichzelf niet tegenspreekt. Op dat moment moest de dame uitstappen. Zij gaf de Getuige haar adres, en toen de Getuige haar bezocht, riep de dame uit: „Had ik dit maar geweten, dan zou ik de tram een jaar eerder hebben genomen!” Nadat de dame gevraagd was wat zij bedoelde, legde zij uit: „Dit was de eerste keer dat ik met de tram naar de universiteit ging. Kunt u zich dat indenken? Ik heb een jaar verspild!” Zij was heel blij zelfs nog maar een paar maanden voordat zij naar China terugging, de bijbel te kunnen bestuderen.
Ervaringen als deze hebben de Belgische Getuigen een les geleerd. „Zaai in de morgen uw zaad en laat tot de avond uw hand niet rusten”, zegt de bijbel, „want gij weet niet waar dit succes zal hebben, hetzij hier of daar, of dat beide even goed zullen zijn” (Prediker 11:6). De inspanningen die gedaan worden om barrières zoals taal, gewoonten en tradities te overwinnen, zijn gezien de resultaten beslist de moeite waard. De hartverwarmende reacties bewijzen bovenal dat God inderdaad „niet partijdig is, maar in elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid beoefent, aanvaardbaar voor hem”. — Handelingen 10:34, 35.