Ouderlingen — Delegeer!
HIJ was een geduldige, nederige man, met een sterk rechtvaardigheidsgevoel dat door zijn levenservaring werd getemperd. Bijgevolg keken meer dan drie miljoen mannen, vrouwen en kinderen vol vertrouwen naar hem op voor raad. Hij probeerde hen niet teleur te stellen. Van ’s morgens tot ’s avonds luisterde hij naar hun problemen en hielp hij hen geduldig in te zien hoe Gods wetten op hun situatie van toepassing waren. Ja, gedurende een korte tijd, ongeveer 3500 jaar geleden, trad één man — Mozes — helemaal alleen als rechter op over de twaalf stammen van Israël.
Maar Jethro, Mozes’ schoonvader, was bezorgd. Hoe dacht Mozes dit zo vol te kunnen houden? Daarom zei Jethro: „Het is niet goed zoals gij doet. Gij zult beslist uitgeput raken, zowel gij als dit volk dat met u is, want deze zaak is een te grote last voor u. Gij kunt het niet alleen doen” (Exodus 18:17, 18). De oplossing? Jethro gaf Mozes de raad enkele van zijn verantwoordelijkheden aan anderen te delegeren (Exodus 18:19-23). Dat was goede raad!
Binnen de christelijke gemeente in deze tijd zijn er veel ouderlingen die, net als Mozes, proberen voor meer dingen te zorgen dan zij alleen aankunnen. Zij organiseren vergaderingen, bereiden programmaonderdelen voor en behartigen ze vervolgens, en doen dit alles op een ordelijke, doeltreffende manier (1 Korinthiërs 14:26, 33, 40; 1 Timotheüs 4:13). Ouderlingen dragen ook zorg voor de behoeften van individuele leden van de gemeente (Galaten 6:1; 1 Thessalonicenzen 5:14; Jakobus 5:14). Zij nemen de leiding in het allerbelangrijkste werk dat bestaat in het prediken van het goede nieuws van het Koninkrijk (Mattheüs 24:14; Hebreeën 13:7). Ook treffen zij er regelingen voor dat er lectuurvoorraden voor de gemeente beschikbaar zijn die aan het publiek verspreid kunnen worden.
Bovendien krijgen sommige ouderlingen programmaonderdelen op kringvergaderingen en congressen toegewezen. Zij dienen in kringvergaderingorganisaties en in ziekenhuiscontactcomités. Sommigen helpen bij de bouw van Koninkrijkszalen. En dit alles komt nog bij hun gezinsverantwoordelijkheden en de noodzaak zichzelf geestelijk te voeden. (Vergelijk Jozua 1:8; Psalm 110:3; 1 Timotheüs 3:4, 5; 4:15, 16.) Hoe krijgen zulke christelijke mannen dit allemaal gedaan? Net als Mozes moeten zij hulp hebben. Zij moeten leren delegeren. Ja, iemand die niet delegeert is een slechte organisator.
De waarde van het opleiden van anderen
Er zijn nog meer redenen om verantwoordelijkheden te delegeren. In Jezus’ illustratie van de talenten riep de meester, voordat hij voor een lange reis vertrok, zijn slaven bij zich en delegeerde verschillende graden van verantwoordelijkheid aan hen (Mattheüs 25:14, 15). Door dit te doen kon de meester verscheidene doeleinden bereiken. Ten eerste zouden zijn slaven, terwijl hij weg was, hem vervangen en zou het noodzakelijke werk tijdens zijn afwezigheid niet tot stilstand komen. Ten tweede kon de meester, aangezien daden meer zeggen dan woorden, de bekwaamheden en de trouw van zijn slaven waarnemen. Ten derde gaf de meester zijn slaven een kans de o zo nodige ervaring op te doen.
Deze illustratie is van belang voor ons in deze tijd. Toen Jezus de aarde verliet, vertrouwde hij zijn gezalfde discipelen verantwoordelijkheid toe. De overgeblevenen van hen zijn nog steeds verantwoordelijk voor de wereldomvattende belangen van het Koninkrijk (Lukas 12:42). Gedurende het hedendaagse beheer van de gezalfden heeft Jehovah’s zegen duidelijk op zijn organisatie gerust. Als gevolg hiervan is ze opzienbarend toegenomen. Alleen al de laatste vijf jaar hebben ruim een miljoen nieuwelingen hun opdracht door de waterdoop gesymboliseerd! Dit heeft geresulteerd in duizenden nieuwe gemeenten en honderden nieuwe kringen.
Net zoals Jezus Christus verantwoordelijkheden delegeerde aan „de getrouwe en beleidvolle slaaf”, heeft die slaaf op zijn beurt gemeentelijke verantwoordelijkheden toegewezen aan ouderlingen en dienaren in de bediening die tot de „andere schapen” behoren (Mattheüs 24:45-47; Johannes 10:16). Niettemin zijn er meer toegewijde mannen nodig om voor de enorme groei zorg te dragen. Waar zullen zij vandaan komen? Ouderlingen moeten hen opleiden. Maar hoe kunnen ouderlingen zulke mannen opleiden als zij geen geschikte verantwoordelijkheden aan veelbelovende personen delegeren? Hoe krijgen de ouderlingen anders de gelegenheid om de bekwaamheden en de trouw van jongere mannen waar te nemen?
Wat betekent het te delegeren?
Voor sommigen betekent „delegeren” hun verantwoordelijkheden van zich afschuiven, uit de weg gaan, veronachtzamen of afstoten. Maar „delegeren” is, wanneer het op juiste wijze wordt gedaan, in werkelijkheid een manier om zich van zijn verantwoordelijkheden te kwijten. Het werkwoord „delegeren” kan gedefinieerd worden als „aan iemand anders toevertrouwen; als iemands afgevaardigde aanstellen; verantwoordelijkheid of autoriteit toewijzen”. Niettemin blijft degene die delegeert de uiteindelijke verantwoording dragen voor wat er gedaan wordt.
Sommigen aarzelen wellicht te delegeren omdat zij bang zijn dat zij de leiding zullen verliezen. Toch betekent delegeren dat niet. Hoewel Jezus Christus onzichtbaar is en vanuit de hemel regeert, heeft hij wel degelijk de leiding over de christelijke gemeente. Hij vertrouwt op zijn beurt de gemeente toe aan de zorg van ervaren mannen. — Efeziërs 5:23-27; Kolossenzen 1:13.
Anderen delegeren misschien liever niet omdat zij vinden dat zij het werk zelf sneller kunnen doen. Maar Jezus zag de waarde in van het opleiden van anderen. Niemand op aarde gaf doeltreffender onderwijs dan Jezus (Johannes 7:46). Toch zond Jezus zeventig van zijn discipelen, na hun instructies te hebben gegeven, uit om te prediken. Hoewel zij Jezus in onderwijsbekwaamheid niet konden evenaren, keerden zij dolblij over hun succes terug. Jezus verheugde zich met hen en prees hen, want hij wist dat zij nog lang na zijn heengaan het werk zouden voortzetten en uiteindelijk meer tot stand zouden brengen dan hij ooit alleen had kunnen doen. — Lukas 10:1-24; Johannes 14:12.
Delegeren betekent ook hulp vragen bij noodzakelijke details. De dag voordat Jezus zou sterven, gaf hij Petrus en Johannes de opdracht de noodzakelijke voorbereidingen voor zijn laatste paschamaal te treffen (Lukas 22:7-13). Jezus hoefde zich geen zorgen te maken over het aanschaffen van een lam, wijn, ongezuurd brood en bittere kruiden; evenmin hoefde hij gerei, hout voor het vuur en dergelijke te verzamelen. Petrus en Johannes zorgden voor die details.
Ouderlingen in deze tijd kunnen net zulke voordelen genieten indien zij Jezus’ voorbeeld navolgen. Degene die voor de lectuur zorgt, zou bijvoorbeeld gevraagd kunnen worden om voorraad voor een komende veldtocht te bestellen. Hij kan geïnstrueerd worden om zijn administratie na te gaan teneinde vast te stellen hoe soortgelijke artikelen in voorgaande veldtochten werden gebruikt. Ook zou hij rekening kunnen houden met de specifieke kenmerken van het gemeentegebied voordat hij het juiste bestelformulier invult. Daarna zal hij het formulier voor controle aan de secretaris van de gemeente voorleggen. Wanneer de lectuurdienaar zijn taak eenmaal heeft geleerd, zal het niet nodig te zijn dat de secretaris de bestelling nogmaals aan de hand van de oude administratie controleert, zolang de totalen op het bestelformulier redelijk zijn. Het is duidelijk dat dit eenvoudige geval van delegeren het voor alle betrokkenen gemakkelijker en eenvoudiger maakt lectuur te bestellen.
Hoe kan iemand, met het oog op zulke mogelijke voordelen, doeltreffend delegeren?
Hoe te delegeren
Omschrijf de taak. Maak om te beginnen duidelijk welke resultaten verwacht worden. „Doet er zaken mee totdat ik kom”, zei de „mens van edele geboorte” in Jezus’ illustratie van de minen tegen zijn tien slaven (Lukas 19:12, 13). De meester verwachtte dat de slaven met zijn minen winst maakten en dat zij bij zijn terugkeer verslag uitbrachten over wat zij hadden verworven. Zij wisten wat zij moesten doen. Hoe zou dit beginsel van toepassing zijn op een hedendaags Koninkrijkszaalproject? Om een voorbeeld te noemen: gewoonlijk zal er aan de broeder die de toewijzing heeft het dak te repareren, verteld worden welke materialen hij moet gebruiken, waar hij ze kan vinden en wanneer hij met het werk moet beginnen, indien de weersomstandigheden dat toelaten. Zulke specifieke richtlijnen zijn bevorderlijk voor een goede organisatie.
Het is belangrijk niet alleen de taak te omschrijven maar ook welke beslissingen iemand mag nemen en welke aangelegenheden naar iemand anders verwezen moeten worden. Mozes zei tegen de mannen die hij had aangesteld dat zij kleine zaken zelf als rechters moesten behandelen, maar dat moeilijke zaken bij hem moesten komen. — Exodus 18:22.
Zorg ervoor dat bij het toewijzen van verantwoordelijkheden wordt vermeden dat twee personen dezelfde taak krijgen. Als dat gebeurt, is verwarring het gevolg. Stelt u zich eens voor wat er zou kunnen gebeuren als op een groot congres van Jehovah’s Getuigen zowel de afdeling Reiniging als de Voedseldienst de verantwoordelijkheid heeft gekregen om de voedselstands schoon te maken, of als zowel de afdeling Dienstverlening als de afdeling Onderdompeling de toewijzing heeft om tijdens de doop de toeschouwers aanwijzingen te geven.
Kies bekwame mannen. Jethro gaf Mozes de raad: „Gijzelf dient onder heel het volk te zoeken naar bekwame mannen die God vrezen, eerlijke en onomkoopbare mannen, en hen over het volk aan te stellen” (Exodus 18:21, The New English Bible). Het is duidelijk dat een man eerst aan de geestelijke vereisten moet voldoen. Om te bepalen of iemand ’bekwaam’ is voor het betreffende werk, moeten factoren zoals persoonlijkheidstrekken, ervaring, opleiding en talenten in aanmerking worden genomen. Een christen die bijzonder liefdevol, vriendelijk en hulpvaardig van aard is, zou dus waarschijnlijk goed kunnen werken bij de tijdschriftenbalie of als dienstverlener. In dezelfde gedachtengang zou, wanneer er iemand gekozen wordt om de secretaris van de gemeente te assisteren, logischerwijs de vraag in aanmerking worden genomen hoe ordelijk hij is. Let hij op details, is hij betrouwbaar en kan hij iets vertrouwelijk houden? (Lukas 16:10) Wanneer naast de noodzakelijke geestelijke vereisten zulke factoren in aanmerking worden genomen, zal dit een hulp zijn om de juiste man voor het werk te vinden.
Wijs voldoende middelen toe. Degene die dienst verricht, zal bepaalde hulpmiddelen tot zijn beschikking moeten hebben om een toegewezen taak af te maken. Misschien zal hij uitrustingsstukken, geld of assistentie nodig hebben. Wijs voldoende middelen toe. Een broeder kan bijvoorbeeld gevraagd worden wat noodzakelijke reparaties aan de Koninkrijkszaal te verrichten. Het ligt voor de hand dat hem verteld wordt wat er gedaan moet worden, maar wellicht heeft hij ook wat geld nodig voor onvoorziene uitgaven aan materialen. Misschien heeft hij hulp nodig. Ouderlingen zouden anderen dus kunnen vragen hem te assisteren of een mededeling aan de gemeente kunnen doen in de trant van: ’Broeder die-en-die zal dat-en-dat werk aan de zaal gaan doen en wellicht zal hij enkelen van jullie om hulp vragen.’ Zulk overleg vooraf zal voorkomen dat iemand een taak toewijst zonder in voldoende middelen te voorzien. „Delegeer niet half”, zo brengt een organisatiedeskundige het onder woorden.
Wanneer u iemand verantwoordelijkheid toewijst, licht anderen er dan over in dat die persoon in uw plaats handelt. De autoriteit om in uw plaats iets te doen, behoort ook tot de hulpmiddelen om een taak te volbrengen. Jozua werd voor „de gehele vergadering” tot de nieuwe leider van Israël benoemd. Mozes kreeg de opdracht „iets van [zijn] waardigheid op hem [te] leggen” (Numeri 27:18-23). In gemeenteverband kan hetzelfde worden bereikt door eenvoudig een lijst met personen aan wie taken zijn toegewezen, aan het mededelingenbord te hangen.
Ondersteun hun beslissingen. Nu kan de aangestelde persoon met het betreffende werk beginnen. Maar bedenk dat u voor hem een werkelijke bron van aanmoediging kunt zijn als u de goede beslissingen die hij neemt, ondersteunt. U zou als ouderling bijvoorbeeld uw persoonlijke voorkeur kunnen hebben omtrent de manier waarop microfoons en meubilair op het podium van de Koninkrijkszaal worden neergezet, een manier die misschien wat verschilt van de manier waarop de toegewezen broeder dit doet. Indien de broeder die voor het podium zorgt echter enige vrijheid in zijn werk wordt gegeven, zal hij waarschijnlijk zelfvertrouwen en ervaring krijgen. Bovendien zou hij zelfs dingen kunnen verbeteren. Een bedrijfsadviseur verklaarde: „Delegeer de taak, niet de manier waarop die wordt verricht. . . . Vaak komt er dan creatief talent los.”
Bovendien staat de broeder die bij het karwei zogezegd de hand aan de ploeg heeft geslagen, vaak dichter bij een bepaalde situatie en heeft daarom wellicht een beter begrip van de problemen die ermee verband houden. Hij zal waarschijnlijk op problemen reageren met oplossingen die echt werken. Wellicht heeft hij ook met omstandigheden te maken die voor toeschouwers niet zo duidelijk te zien zijn. Daarom zei een christelijke opziener over een ervaren assistent: „Als hij zegt dat er problemen zijn, geloof ik hem.”
Ja, een zeer waardevolle bron van hulp voor christelijke ouderlingen wordt gevormd door opgedragen mannen en vrouwen die bereid en in staat zijn om op alle mogelijke manieren te helpen. Ouderlingen, maak gebruik van deze voortreffelijke hulpbron! Delegeren is een teken van bescheidenheid en kan spanning en frustratie tot een minimum beperken. Daardoor zult u niet alleen in staat zijn meer te doen, maar ook zult u anderen de kans geven de nodige ervaring te krijgen.