Als lichtgevers in de wereld schijnen
IN EEN wereld die ontaard is door morele verdorvenheid en perversiteit moeten ware christenen over de hele aarde bronnen van licht zijn. Zij moeten lichtgevers zijn in een donkere wereld (Filippenzen 2:15). Vele duizenden zijn bereid dit als pionier, of volle-tijdprediker, te doen. Een groot aantal van hen heeft vele jaren in deze dienst doorgebracht, en zij zijn beloond doordat zij allerlei soorten mensen veranderingen in hun leven hebben zien aanbrengen om ware discipelen van Jezus Christus te worden. — Mattheüs 28:19.
Om deze pioniers ertoe aan te moedigen met deze heilige dienst door te gaan en hun onderwijsbekwaamheden te verbeteren, hebben Jehovah’s Getuigen de pioniersschool georganiseerd. Het is een tiendaagse op de bijbel gebaseerde cursus die bedoeld is om pioniers op drie terreinen te helpen: als volgelingen van Jezus Christus met Jehovah wandelen; overvloedig zijn in liefde voor de gehele gemeenschap van broeders; als lichtgevers in de wereld schijnen.
Pioniersschool in de Centraalafrikaanse Republiek
In Bangui, de hoofdstad van de Centraalafrikaanse Republiek, kwamen in augustus 1991 48 leerlingen en 2 leraren bijeen. De leerlingen zouden aanwijzingen en praktische suggesties voor hun werk krijgen. Wat was er zo bijzonder aan de klas in Bangui?
Ten eerste gingen 21 van de leerlingen nog steeds naar een wereldse school. Terwijl zij op school zaten, konden zij plaats maken voor de gewone pioniersdienst. Zij gebruikten hun vakantiemaanden, hun vrije weekeinden, en de namiddagen om te prediken en te onderwijzen.
Deze jonge mensen hebben ingezien hoe belangrijk het is hun Schepper nu te dienen (Prediker 12:1; vergelijk 1 Korinthiërs 7:29). Opmerkelijk was het feit dat twaalf van hen ongelovige ouders hadden. Zij waren thuis alleen in de waarheid. Twee jonge jongens, vleselijke broers, werden vanwege hun geloof door hun vader gedwongen het huis uit te gaan. Een jong echtpaar in de gemeente stelde hun huis voor deze twee jongens open.
Voor Michée en Sulamithe Kaleb lag de zaak anders. Zij pionieren allebei en zitten ook nog op school, maar hun ouders zijn wel Jehovah’s Getuigen. Hun vader was zelfs een leerling in dezelfde klas!
De gemeenten in Bangui hadden ook een aandeel aan de school, alleen op een andere manier. Zij zorgden voor de materiële behoeften, zoals het eten. Men gaf geld, maar ook kippen, suiker, rijst en maniok om de klas van voedsel te voorzien.
Er werden door de naburige gemeenten keukenploegen georganiseerd om eenvoudige maar heerlijke maaltijden te bereiden. De Centraalafrikaanse Republiek staat bekend om ngunza, een gerecht dat iedereen lekker vindt. Het recept? Maniokbladeren, palmolie, uien, heel veel knoflook, grote hoeveelheden pindakaas, en geduld om het goed te laten doorkoken. Elke ploeg had haar eigen speciale manier om het klaar te maken. Het was een groot succes; niemand kon ervan afblijven.
Buiten Bangui werden nog twee cursussen gehouden, een in Bouar en een in Bambari, waardoor het totale aantal leerlingen op 68 kwam. Gedurende de afgelopen twee jaar is er in de Centraalafrikaanse Republiek een toename te zien geweest in het aantal pioniers. In januari 1992 waren er 149 gewone pioniers en 17 speciale pioniers, samen met 78 hulppioniers. Dat heeft een toegenomen activiteit in het hele land tot gevolg gehad, met nieuwe hoogtepunten in het aantal verkondigers, uren, nabezoeken en bijbelstudies. Wanneer er meer werkers zijn, neemt de oogst toe. — Jesaja 60:21, 22; Mattheüs 9:37, 38.
Onze dank gaat uit naar Jehovah God voor deze voorzieningen en naar zijn aardse organisatie voor het organiseren van deze cursussen. Hierdoor worden leerlingen en ook leraren geholpen als lichtgevers in deze donkere wereld te schijnen.
[Illustratie op blz. 24]
Eenentwintig leerlingen van de pioniersschool die nog op de middelbare school zitten
[Illustratie op blz. 25]
Deze twee jongens moesten vanwege de waarheid het huis uit