Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w92 15/6 blz. 30-31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vergoeding
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Gods naam gezuiverd van blaam
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2001
  • Vergoeding
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • „Gij moogt niet stelen”
    Ontwaakt! 1971
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
w92 15/6 blz. 30-31

Vragen van lezers

Hoe bezien Jehovah’s Getuigen het kopen van gestolen goederen?

Christenen vermijden het er bewust enig aandeel aan te hebben gestolen handelswaar of materialen te kopen.

Stelen is beslist verkeerd. Gods Wet voor Israël verklaarde ondubbelzinnig: „Gij moogt niet stelen” (Exodus 20:15; Leviticus 19:11). Als een dief werd betrapt, moest hij het gestolene twee-, vier- of vijfvoudig vergoeden, afhankelijk van de omstandigheden.

Van oudsher hebben dieven geprobeerd gestolen goederen door te verkopen teneinde snel winst te maken en niet gesnapt te worden met bewijzen van hun schuld. Hiertoe verkopen zij gestolen goederen vaak tegen een zo lage prijs dat veel kopers dat welhaast onweerstaanbaar vinden. Zoiets kan betrokken zijn geweest bij wat wij in Exodus 22:1 lezen: „Ingeval een man een stier of een schaap steelt en hij die werkelijk slacht of verkoopt, dient hij vijf stuks rundvee te vergoeden voor de stier en vier stuks kleinvee voor het schaap.”

De gevolgtrekking makend dat zulke wetten meer impliceren, schrijft rabbi Abraham Chill: „Het is verboden gestolen goed te kopen of te aanvaarden, ook al wordt het niet als zodanig herkend. Men moet daarom geen geit van een herder kopen, omdat de herder het dier waarschijnlijk buiten medeweten van zijn werkgever verkoopt en van plan is het geld zelf te houden.” — The Mitzvot — The Commandments and Their Rationale.

In werkelijkheid verbiedt Gods wet echter niet ’een geit van een herder te kopen’ enkel op het vermoeden dat hij het geld van zijn werkgever zelf zou kunnen houden en aldus in feite een gestolen geit verkoopt. Maar anderzijds mogen Jehovah’s dienstknechten niet bewust deel hebben aan een verkoop (geit of wat maar ook) wanneer het duidelijk schijnt te zijn dat de verkoper er niet de eigenaar van is of dat het gestolen is. Uit Gods wet blijkt dat Hij particulier bezit erkent, maar een dief berooft een eigenaar van zijn eigendom. Iemand die iets koopt waarvan bekend is dat het gestolen is, mag dan wel geen dief zijn, maar door het te kopen vermindert hij de kans dat de eigenaar ooit zijn eigendom terugkrijgt. — Spreuken 16:19; vergelijk 1 Thessalonicenzen 4:6.

Wij begrijpen allemaal dat kopers — of het nu huisvrouwen zijn of inkopers voor een bedrijf — koopwaar voor de gunstigste prijs proberen te bemachtigen. Over de hele wereld zijn vrouwen op koopjes uit, proberen zij aankopen uit te stellen tot de tijd dat de prijzen laag zijn, of kopen zij op markten waar veel aanvoer is of in winkels die scherpe prijzen kunnen bieden, en aldus trachten zij zo voordelig mogelijk uit te zijn (Spreuken 31:14). Toch moet dit ’op een koopje uit zijn’ morele begrenzingen hebben. Loyalen in de dagen van Nehemia weigerden waren te kopen op de sabbat, ook al zouden zij op die dagen een gunstige prijs hebben kunnen bedingen (Nehemia 10:31; vergelijk Amos 8:4-6). Met christenen is het net zo. Hun afwijzen van stelen helpt hen elke eventuele verleiding te weerstaan laaggeprijsde goederen te kopen die kennelijk gestolen zijn.

Misschien is het wel algemeen bekend dat bepaalde verkopers in gestolen waar handelen. Ook kan een wat heimelijk genoemde prijs zo uitzonderlijk zijn dat ieder normaal mens tot de slotsom zou komen dat de koopwaar vermoedelijk onwettig verkregen is. Zelfs de wetten van het land erkennen wellicht de noodzaak van dit soort redelijke overwegingen. Een boek over rechtspraak merkt op:

„Voor het vereiste van ’laakbare wetenschap’ is het niet nodig dat de beschuldigde wist van wie of door wie het goed was gestolen, of wanneer of waar het was gestolen, of onder welke omstandigheden het was gestolen, maar het is voldoende dat hij weet dat het was gestolen. . . . Sommige rechtbanken stellen zich op het standpunt dat het bestaan van laakbare wetenschap gebaseerd mag worden op het feit dat de beklaagde het goed ontving onder omstandigheden die een persoon van normale intelligentie en voorzichtigheid voldoende reden zouden verschaffen om aan te nemen dat het gestolen is.”

Dit levert een christen nog een goede reden op om geen gestolen waar te willen kopen. Als hij dergelijke goederen koopt, zou dat hem tot een wetsovertreder kunnen maken. Veel mensen hebben geen gewetensbezwaren tegen het overtreden van de wet als zij dat straffeloos menen te kunnen doen. Dat is niet zo met christenen, die „onderworpen [willen zijn] aan de superieure autoriteiten”. Zich aan de wet houden beschermt hen ertegen vervolgd te worden als misdadigers, en het draagt bij tot een goed geweten tegenover Jehovah. — Romeinen 13:1, 4, 5.

Gods vriend Abraham gaf een voortreffelijk voorbeeld met betrekking tot het geweten. In zijn tijd versloegen vier heersers uit het oosten de koningen van het gebied waar Lot woonde en voerden vele waardevolle eigendommen als buit weg. Abraham achtervolgde de vijanden, overwon hen en bracht de gestolen have terug. De koning van Sodom zei Abraham: „Neem de have voor u” als een beloning. In plaats daarvan droeg Abraham alles over aan de rechtmatige eigenaar en zei: „Neen, niets van wat ook maar het uwe is zal [ik] nemen, opdat gij niet kunt zeggen: ’Ík heb Abram rijk gemaakt.’” — Genesis 14:1-24.

Christenen zijn niet geïnteresseerd in financiële voordelen die door middel van gestolen goederen te behalen zouden zijn. Jeremia schreef: „Als de patrijs die heeft vergaderd wat ze niet heeft gelegd, is degene die rijkdom verwerft, maar niet met gerechtigheid” (Jeremia 17:11). Behalve dat christenen wijsheid aan de dag leggen door niet caesars wetten betreffende gestolen goederen te overtreden, wensen zij dus ook Gods gerechtigheid hoog te houden door te weigeren op een of andere wijze betrokken te zijn bij het onrecht van stelen. David schreef terecht: „Beter is het weinige van de rechtvaardige dan de overvloed van de vele goddelozen.” — Psalm 37:16.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen