Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w92 1/6 blz. 31
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Vergelijkbare artikelen
  • Stier
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Stier
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Hoorn, horen
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Wilde stier
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
w92 1/6 blz. 31

Vragen van lezers

Staaft de bijbel het bestaan van eenhoorns, die in sommige vertalingen genoemd worden?

De King James, de Statenvertaling en nog andere bijbels maken melding van eenhoorns. Maar dat is niet het geval met moderne vertalingen die het Hebreeuws correct weergeven. — Psalm 22:21; 29:6; 92:10 [11, SV].

In de loop der eeuwen hebben zich vele mythische verhalen ontwikkeld over een dier met het lichaam en hoofd van een paard maar de poten van een hert en de staart van een leeuw. Misschien wel het meest kenmerkende aan dit legendarische dier is de enkele gedraaide hoorn op het voorhoofd.a

„Mensen hebben ooit geloofd dat de hoorn van de eenhoorn een stof bevatte die gif onschadelijk maakte, en gedurende de middeleeuwen werden poeders die van zulke hoorns gemaakt zouden zijn, voor extreem hoge prijzen verkocht. De meeste geleerden geloven dat het beeld van de eenhoorn ontleend was aan allerlei in Europa circulerende en doorvertelde verhalen over de neushoorn” (The World Book Encyclopedia). Bepaalde Assyrische en Babylonische monumenten gaven eenhoornige dieren te zien. Hierin herkent men nu herten, steenbokken, koeien en stieren die van opzij zijn afgebeeld, in een aanzicht dat niet twee horens te zien gaf.

Voor bijbelstudenten is het interessant dat de Schrift negenmaal een dier aanduidt met de Hebreeuwse term reʼemʹ (Numeri 23:22; 24:8; Deuteronomium 33:17; Job 39:9, 10; Psalm 22:21; 29:6; 92:10; Jesaja 34:7). Vertalers verkeerden lange tijd in het onzekere over het dier dat hiermee bedoeld werd. De Griekse Septuaginta gaf aan reʼemʹ de betekenis ’met één hoorn’, of eenhoorn. De Latijnse Vulgaat vertaalt het vaak met „neushoorn”. Andere vertalingen gebruiken ’wilde os’, ’wilde beesten’ of ’buffel’. Robert Young transcribeert het Hebreeuws eenvoudig in Engels als „Reem” en laat de lezer feitelijk in het ongewisse.

Moderne taalgeleerden hebben echter veel verwarring over reʼemʹ uit de weg geruimd. De lexicografen Ludwig Koehler en Walter Baumgartner tonen aan dat het om „wilde ossen” gaat, met de wetenschappelijke aanduiding Bos primigenius. Dit is een „onderfamilie van de grote familie van gehoornde hoefdieren”. The New Encyclopædia Britannica verklaart:

„Bepaalde poëtische passages in het Oude Testament hebben betrekking op een sterk en schitterend gehoornd dier dat reʼemʹ wordt genoemd. Dit woord is in veel bijbelvertalingen met ’eenhoorn’ of ’neushoorn’ vertaald, maar veel moderne vertalingen geven de voorkeur aan ’wilde os’ (oeros), wat de juiste betekenis van het Hebreeuwse reʼemʹ is.”

Aangezien „os” duidt op een gecastreerd mannelijk dier, geeft de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift het woord reʼemʹ consequent en correct weer met „wilde stier”. De oeros (wilde os of wilde stier) schijnt tegen de zeventiende eeuw te zijn uitgestorven, maar geleerden hebben geconcludeerd dat het dier heel anders was dan de eenhoorn uit de legenden. De oude oeros had een schofthoogte van ongeveer 1,80 meter en een lengte van zo’n 3 meter. Het dier woog iets van 900 kilo en elk van zijn beide horens kon meer dan 75 centimeter lang zijn.

Dit komt beslist goed overeen met de bijbelse vermelding van de reʼemʹ of wilde stier. Het dier stond bekend om zijn kracht en ontembare aard (Job 39:10, 11) alsook om zijn snelheid (Numeri 23:22; 24:8). Het ging duidelijk om een dier met twee horens, en niet één zoals de legendarische eenhoorn. Mozes sprak over zijn horens toen hij een illustratie gaf van de twee krachtige stammen die uit Jozefs twee zonen zouden voortkomen. — Deuteronomium 33:17.

De bijbel verleent dus geen ondersteuning aan het idee van eenhoorns zoals die in legenden een rol speelden. Hij geeft een nauwkeurig, zij het beperkt, beeld van de grote en vrees inboezemende oeros of wilde stier die in bijbelse tijden en tot in het niet zo verre verleden leefde.

[Voetnoot]

a Professor Paul Haupt verklaart: ’In middeleeuwse verzamelingen gingen hoorns van de neushoorn of stoottanden van de narwal (ook eenhoornvis of eenhoornwalvis genoemd) door voor hoorns van de eenhoorn.’

[Illustratieverantwoording op blz. 31]

Treasury of Fantastic and Mythological Creatures: 1,087 Renderings from Historic Sources, door Richard Huber/Dover Publications, Inc.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen