De uitdaging in een van de grootste havens ter wereld te prediken
ROTTERDAM, gelegen in het gebied waar de Rijn, Europa’s drukstbevaren rivier, in de Noordzee uitmondt, geniet de onderscheiding een van de grootste zeehavens ter wereld te zijn. Met schepen van zo’n 500 scheepvaartmaatschappijen die hier komen, heeft Rotterdam rechtstreekse verbindingen met meer dan 800 bestemmingen over de hele wereld. Het is werkelijk een internationale haven.
Maar deze 650 jaar oude Nederlandse haven is meer dan een trefpunt van scheepvaartmaatschappijen. De haven is ook een ontmoetingspunt van mensen. Dag en nacht arriveert er een stroom zeelieden uit alle hoeken van de wereld. Deze zeelieden zijn niet aan de aandacht van Jehovah’s Getuigen in Nederland ontsnapt. Net als Getuigen elders zoeken zij naar manieren om het beste nieuws van de wereld — dat Gods koninkrijk de aarde binnenkort in een paradijs zal veranderen — tot alle soorten van mensen, inclusief zeelieden, te prediken. — Daniël 2:44; Lukas 23:43; 1 Timotheüs 4:10.
„Een omgekeerde zendingstoewijzing”
Een aantal jaren geleden vroeg het Wachttorengenootschap in Nederland zes volle-tijdpredikers, of pioniers, om heel de haven van Rotterdam van schip tot schip te bewerken. De pioniers grepen de kans met beide handen aan. Zij verzamelden informatie bij de havenautoriteiten, bekeken de havens en beseften al snel dat hun toewijzing een uitdaging vormde.
„Het is net een omgekeerde zendingstoewijzing”, zegt Meinard, die de prediking in de havens coördineert. Wat bedoelt hij daarmee? „Gewoonlijk maakt een zendeling een lange reis om naar de mensen te gaan, maar in ons geval maken de mensen een lange reis om naar ons te komen.” Hij voegt eraan toe: „Ons predikingsgebied is misschien wel het meest internationale gebied dat je kunt hebben.” In het Rotterdam Europoort jaarboek van 1985 werd verklaard dat er in 1983, het jaar waarin de pioniers met dit speciale werk begonnen, 30.820 zeeschepen uit 71 verschillende landen in de haven van Rotterdam aankwamen. Dat is beslist internationaal!
Het is toepasselijk dat ook de „havenzendelingen” — zoals de zeelieden de pioniers al snel begonnen te noemen — een internationaal tintje hebben. Geert, Peter en zijn vrouw Karin zijn Nederlands; Daniël en Meinard komen uit Indonesië; en Solomon is Ethiopisch. Hun Europese, Aziatische en Afrikaanse wortels doorbreken acht taalbarrières, maar om in dit werk succes te boeken, moesten zij nog andere barrières overwinnen.
„De fietsende kerk”
„Je kunt niet gewoon een kade oplopen, een loopplank opgaan en aan boord gaan van een schip”, zegt de 32-jarige Peter, een voormalig zeeman. „Je hebt terreinvergunningen nodig.” Dit betekent dat men toestemming moet hebben om kaden op te gaan en toestemming om aan boord van schepen te gaan. „Het was een hele administratieve rompslomp”, vertelt Peter, „maar toen wij acht vergunningen hadden, compleet met onze foto’s en met officiële stempels, waren wij klaar om ons volledig in te zetten.” Zij verdeelden de 37 kilometer havenkade in drie stukken, en ieder stuk zou door twee pioniers verzorgd worden.
Maar hoe vind je een oplossing voor het grote aantal talen dat door zeelieden uit zo veel landen gesproken wordt? Ook al hadden de pioniers bijbelse lectuur in dertig talen in voorraad en namen zij zoveel mogelijk op hun fiets mee, er scheen nooit genoeg te zijn. „Je weet nooit zeker welke talen je nodig zult hebben”, vertelt de 30-jarige Solomon lachend. „Het gebeurt vaak dat zeelieden boeken willen hebben in juist die taal die je niet meegenomen hebt, en dan vertellen ze je dat hun schip over ongeveer drie uur vertrekt.” Omdat zij de zeelieden niet willen teleurstellen, snelt een van de pioniers dan weg, haalt de goede boeken, haast zich terug en geeft ze aan de gretige zeelieden. „Toen hetzelfde probleem zich voordeed terwijl wij in delen van de haven werkten die op een afstand lagen van drie uur fietsen,” zegt Peter, „was het duidelijk dat we het anders moesten gaan aanpakken.”
Op een dag verrasten een paar Getuigen die in het havengebied wonen de pioniers met twee fiets-aanhangwagentjes, allebei zo groot als een wastobbe. De pioniers propten de aanhangwagentjes vol met lectuur in alle beschikbare talen, haakten ze aan hun fiets en zetten koers naar de haven. Al snel werden de aanhangwagentjes een vertrouwd beeld. „Ze zijn onze visitekaartjes geworden”, zegt een van de pioniers. „Als een portier ons ziet komen, opent hij de poort, gebaart ons verder te komen en roept: ’Daar gaat de fietsende kerk!’” Andere keren gebeurt het dat een bewaker, als hij „de fietsende kerk” zijn kant op ziet komen, de poort opent en uitroept: „Twee Polen en één Chinees!” Door zulke behulpzame wenken kunnen de pioniers aan boord gaan met de lectuur in de juiste taal. Maar zij moeten ook op de juiste tijd gaan. Hoe dat zo?
Bezoekjes te rechter tijd met een boodschap te rechter tijd
De pioniers kunnen alleen tijdens de koffiepauzes ’s morgens en ’s middags of tijdens de lunchpauze van de bemanning met hen spreken. Maar de kok heeft andere werktijden, en de kapitein en andere officieren kunnen gedurende de hele dag aangetroffen worden. Bovendien kwamen de pioniers erachter dat Engelse schepen die in Rotterdam aan de kade liggen, vasthouden aan de Engelse tijd (een uur verschillend van de Nederlandse tijd), zodat de bemanning van die schepen naar de messroom gaat als niet-Engelse bemanningsleden naar hun werk terugkeren. Het is duidelijk dat een betrouwbaar horloge voor een havenpionier een noodzaak is.
Maar zijn zeelieden bereid hun pauzes voor bijbelse besprekingen te gebruiken? „In de regel bemerk ik dat zij openstaan voor de Koninkrijksboodschap”, zegt de 31-jarige Geert. „Misschien komt dat doordat zij uit de eerste hand het falen van menselijke regeringen zien.” Enkele zeelieden vertelden Geert bijvoorbeeld dat de bergen graan die zij voor de honger lijdende Ethiopiërs hadden gelost er maanden later, toen zij er weer kwamen, nog steeds lagen, alleen was het graan toen verrot en vergeven van de ratten. „Geen wonder dat veel zeelieden hun vertrouwen in de politiek hebben verloren”, merkt Geert op. „Daardoor spreekt de bijbelse belofte van één regering voor de hele mensheid hen aan.”
Peter stemt hiermee in. „Een Duitse kapitein zei dat zijn bemanning mij tien jaar geleden van het schip gestuurd zou hebben, maar door de huidige veranderende wereldtoestanden is hun belangstelling voor de bijbelse boodschap, een boodschap te rechter tijd, gewekt.” Een Koreaanse scheepskok vertelde dat de supertanker waarop hij werkte, tijdens de oorlog tussen Iran en Irak in de Perzische Golf door een raket werd geraakt en in brand vloog. Hij zwoer dat hij, als hij in leven bleef, naar God zou gaan zoeken. Hij overleefde het inderdaad. Toen de pioniers hem later in Rotterdam ontmoetten, wilde hij al de Koreaanse lectuur hebben die zij hem konden brengen.
De meeste schepen blijven verscheidene dagen in de haven. Daardoor kunnen de pioniers twee, drie of meer malen terugkeren om hun bijbelse besprekingen na werktijd voort te zetten. Maar als een schip motorische problemen heeft, blijft het misschien wel drie weken liggen. „Dat is slecht voor het bedrijf,” merkt een grijnzende pionier op, „maar goed voor ons werk.” Dan treffen de pioniers, naast het voortzetten van de bijbelse besprekingen, er ook regelingen voor dat een van de diapresentaties van het Genootschap, „De bijbel — een boek voor dit geslacht”, in de messroom wordt vertoond. Sommige zeelieden komen ook naar de vergaderingen van de vele anderstalige groepen van Jehovah’s Getuigen in Rotterdam. Dit duurt totdat de motor weer loopt. Dan moeten de bijbels worden gesloten. De trossen worden losgegooid en het schip verdwijnt uit de haven — maar niet uit de gedachten van de pioniers.
Aanmoedigende zeemansverhalen
Door middel van scheepvaartberichten in de kranten of door middel van het openbare computersysteem van de havenautoriteiten blijven de havenpioniers op de hoogte van de aankomst en het vertrek van schepen die zij bezocht hebben. Zodra een van die schepen weer binnenkomt, staan de pioniers te popelen om bij de zeelieden langs te gaan en te weten te komen wat er sinds hun laatste bezoek is gebeurd. Wat een aanmoedigende verhalen vertellen de zeelieden!
Eén zeeman gaf, nadat zijn schip zee had gekozen, aan vijf scheepsmaten van hem een exemplaar van het boek U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven, en zij hielden met hun zessen een bijbelstudie. Ook nam hij het hoofdstuk over het gezinsleven op een geluidscassette op en draaide die in de messroom voor de hele bemanning af. Aan boord van een ander schip hing een zeeman die in de nabijgelegen haven van Antwerpen een Koninkrijkszaal had bezocht, een spandoek aan de muur van de messroom met in grote letters de woorden „Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen” erop. Toen nodigde hij de bemanningsleden uit daarheen te komen terwijl hij een bijbelse vergadering leidde. Voordat hij het spandoek weghaalde, nodigde hij de bemanning uit voor de volgende vergadering. De week daarna waren het spandoek en de bemanning weer op dezelfde plaats aanwezig.
De pioniers merkten ook dat sommige zeelieden hun boeken nooit opborgen. „Toen wij de hut van Isaac, een Westafrikaanse radiotelegrafist, binnenkwamen, was het moeilijk een zitplaats te vinden”, vertelt Meinard. „De tijdschriften, boeken en concordanties van het Genootschap lagen overal verspreid — en geopend.” Ook had Isaac een lijst met bijbelse vragen klaarliggen, omdat hij op het nabezoek van de pioniers had gewacht.
Sommige zeelieden wachten echter niet totdat de pioniers bij hen langskomen. Op een keer ging ’s nachts bij Geert de telefoon toen hij al sliep.
„Wie ter wereld zou dat kunnen zijn?”, mompelde Geert terwijl hij naar de hoorn tastte.
„Hallo, je spreekt met je vriend!”, kondigde een opgewekte stem aan.
Geert probeerde na te denken.
„Je vriend van het schip”, zei de stem weer.
„Het is drie uur in de ochtend!”, zei Geert.
„Ja, maar je hebt gezegd dat ik je meteen moest bellen als mijn schip weer in Rotterdam zou komen. Nou, ik ben er!” Kort daarna was Geert op weg om deze vriend die in Gods Woord geïnteresseerd was, te ontmoeten.
„Zend uw brood uit”
Waardering voor bijbelse lectuur wordt ook tot uitdrukking gebracht in brieven van zeelieden aan de pioniers. Hier volgen enkele fragmenten:
’Ik ben begonnen met het lezen van het boek U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven . . . Nu begrijp ik veel dingen die ik eerst niet begreep. Ik hoop dat ons schip in Rotterdam terug zal komen.’ — Angelo.
’Ik heb het boek gelezen en ik stuur je hierbij vragen die je in je brieven kunt beantwoorden.’ — Alberta.
’Ik lees nu elke dag in de bijbel. Ik ben blij je vriend te zijn. Dat ik vrienden heb gevonden die me tot God leiden, is het beste dat mij in mijn leven is overkomen.’ — Nickey.
Zulke hartverwarmende brieven herinneren de pioniers aan wat de bijbel in Prediker 11:1 zegt: „Zend uw brood uit op de oppervlakte van de wateren, want na verloop van vele dagen zult gij het terugvinden.” Zij verheugen zich vooral wanneer zij vernemen dat enkele zeelieden hun standpunt voor Jehovah hebben ingenomen.
De Poolse zeeman Stanislav bijvoorbeeld was opgetogen over wat hij uit de boeken van het Genootschap leerde. Hij schafte zich snel een kleine bibliotheek van bijbelse lectuur aan en bestudeerde, terwijl hij op zee was, elk boek ervan. „Toen wij weer iets van hem hoorden,” zegt Meinard, „schreef hij dat hij was gedoopt.”
Folkert, een binnenschipper, hoorde de Koninkrijksboodschap voor het eerst in Rotterdam. Elke twee maanden was hij gedurende een week terug in de haven en bestudeerde hij de bijbel zeven dagen achtereen. Dan gaven de pioniers hem, voordat hij weer voor een reis van twee maanden vertrok, een lijst met adressen van Koninkrijkszalen langs zijn vaarroute. Folkert bezocht de zalen en werd bewogen door het hartelijke welkom dat hij ontving. Het duurde niet lang of deze schipper werd gedoopt, en nu dient hij Jehovah ijverig.
Mike, een Engelse marineofficier, had al eerder enig contact met Getuigen gehad en had de bijbel bestudeerd terwijl hij op zee was. Op een keer, toen het fregat waarop hij werkte in Rotterdam lag, ging hij op zijn vouwfiets naar een Koninkrijkszaal. Hij was onder de indruk van de liefde en eenheid die hij zag en hij vertelde de broeders en zusters dat hij had besloten zijn baan op te geven. Hoewel het nog maar vier jaar zou duren voordat hij een aanzienlijk pensioen zou krijgen, bleef hij bij zijn beslissing en werd later gedoopt.
Meinard zegt: „Het enthousiasme van Mike, Stanislav, Folkert en anderen om Jehovah te dienen, beweegt ons ertoe in de haven te blijven zoeken naar zeelieden zoals zij.”
Kunt u er een aandeel aan hebben?
Als de zes „havenzendelingen” terugkijken op bijna een decennium prediken in een van de grootste havens ter wereld, zijn zij het er van harte over eens: de toewijzing vormde een uitdaging, maar was beslist lonend. „Na elke dag van prediken,” vat Meinard samen, „fietsen wij naar huis met het gevoel dat sommige van die zeelieden op ons bezoek hadden zitten wachten.”
Zouden er zeelieden kunnen zijn die in een haven bij u in de buurt op een bezoek zitten te wachten? Misschien kunnen de ouderlingen in uw gemeente er regelingen voor treffen dat u een aandeel kunt hebben aan dit werk, dat een uitdaging vormt maar ook lonend is.
[Kader op blz. 20]
GEBIEDEN BEREIKEN WAAR ONS WERK VERBODEN IS
In een recent jaar liepen meer dan 2500 schepen uit landen waar de activiteiten van Jehovah’s Getuigen onder verbodsbepalingen stonden, de haven van Rotterdam binnen. En de havenpioniers zagen dat als een gelegenheid om deze gebieden met de bijbelse boodschap te bereiken.
Op een van de eerste Aziatische schepen die zij bezochten, verspreidden de pioniers hun hele voorraad van 23 boeken, waarbij zij enkele bemanningsleden bedroefd achterlieten omdat zij geen exemplaar hadden kunnen krijgen. Een koksmaatje op een ander Aziatisch schip was voorzichtiger. Nadat hij een boek van een pionier aangenomen had, gaf hij het in papier verpakt en met een adres erop geschreven terug. De pionier begreep het. Het was voor de jongen te gevaarlijk het boek zelf mee te nemen. Diezelfde dag was het al op de post naar het Verre Oosten.
Aan boord van een schip uit Afrika kwam een zeeman met een lijst van boeken die de Getuigen in zijn vaderland wilden hebben. Vanaf dat moment is de koffer van die zeeman telkens wanneer hij thuiskomt, volgepropt met lectuur. Een zeeman uit een ander Afrikaans land was heel erg teleurgesteld toen de pionier die met hem studeerde slechts drie exemplaren van het boek Een gelukkig gezinsleven opbouwen kon aanbieden. „Dat is niets!”, riep de zeeman uit, terwijl hij zijn armen in wanhoop ophief. „De broeders thuis hebben er 1000 nodig!” Voor zijn eigen veiligheid overreedden de pioniers hem om slechts twintig exemplaren tegelijk mee te nemen.
Het meest ontroerend was misschien wel de keer dat de pioniers te weten kwamen dat er een schip was binnengekomen uit een land waar de Getuigen wegens hun geloofsovertuigingen werden vervolgd en waar velen hun baan en bezittingen hadden verloren. Toen zij ontdekten dat de steward aan boord een Getuige was, gingen zij naar de kapitein en vroegen toestemming om aan boord van zijn schip hulpgoederen mee te sturen. De kapitein stemde toe en een paar dagen later waren honderd grote zakken met kleren, schoenen en andere goederen op weg naar de Getuigen in dat land.
[Kader op blz. 21]
VAN SCHIP TOT SCHIP PREDIKEN — DE ZIENSWIJZE VAN EEN VROUW
„In het begin aarzelde ik met Peter mee te gaan”, vertelt Karin, de enige vrouw onder de pioniers, „omdat ik verhalen had gehoord dat zeelieden vaak grof en dronken zijn. Maar ik heb bemerkt dat de meesten beleefd zijn. Vaak haalt een zeeman, nadat hij te weten is gekomen dat wij een echtpaar zijn, een foto van zijn vrouw en kinderen te voorschijn en begint over zijn gezin te praten. Op die manier hebben wij veel exemplaren verspreid van het boek Een gelukkig gezinsleven opbouwen.”
Door als man en vrouw schepen te bezoeken, wordt het ook gemakkelijker contact te leggen met de vrouwen van bemanningsleden en andere vrouwen die soms als verpleegster werken. „Gewoonlijk zijn zij gereserveerd tegenover vreemdelingen,” zegt Karin, „maar wanneer zij mij opmerken, voelen zij zich meer geneigd aan het gesprek deel te nemen.”
Wat was de grootste uitdaging in haar toewijzing? „Touwladders”, antwoordt Karin. „Ik haatte die slappe dingen.” Heeft zij haar angst overwonnen? „Ja. Toen ik een keer aarzelde er een te beklimmen, keek een groep zeelieden uit Paraguay toe en zij riepen: ’Het lukt je wel. Vertrouw gewoon op God.’ Natuurlijk”, zegt Karin lachend, „had ik na die opmerking geen andere keus dan omhoog te gaan.” Haar echtgenoot zegt vol bewondering: „Nu, vier jaar en heel veel touwladders later, beklimt zij ze als een zeeman.”
Karin en haar echtgenoot Peter woonden de 89ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead in de Verenigde Staten bij. Op 28 september 1990 vertrokken zij naar hun nieuwe toewijzing, Ecuador, een land met een haven. Zij voelen zich daar vast thuis.
[Kader op blz. 22]
BENT U EEN ZEEMAN?
Wilt u een Engelstalige vergadering van Jehovah’s Getuigen bijwonen terwijl uw schip in een van de grotere havens van de wereld ligt? Houd dan deze lijst met huidige adressen van Koninkrijkszalen en vergadertijden bij de hand:
Hamburg: Schellingstr. 7-9; zaterdag, 16.00 uur; telefoon: 040-4208413
Hong Kong: 26 Leighton Road; zondag, 9.00 uur; telefoon: 5774159
Marseille: 5 Bis, rue Antoine Maille; zondag, 10.00 uur; telefoon: 91 79 27 89
Napels: Castel Volturno (40 km ten noorden van Napels), Via Napoli, hoek Via Salerno, Parco Campania; zondag, 14.45 uur; telefoon: 081/5097292
New York: 512 W. 20 Street; zondag, 10.00 uur; telefoon: 212-627-2873
Rotterdam: Putsestraat 20; zondag, 10.00 uur; telefoon: 010-416 56 53
Tokio: 5-5-8 Mita, Minato-koe; zondag, 16.00 uur; telefoon: 03-3453-0404
Vancouver: 1526 Robson Street; zondag, 10.00 uur; telefoon: 604-689-9796