Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w92 1/2 blz. 29-30
  • ’Zijn liefderijke goedheid is machtig gebleken’

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • ’Zijn liefderijke goedheid is machtig gebleken’
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • In het leger en wat daarna gebeurde
  • Mijn leven verandert
  • De volle-tijdbediening
  • Ondanks beproevingen van harte dienst verrichten
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2001
  • Mijn doel in het leven nastreven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • God dienen in moeilijke tijden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Kun je dienen waar de behoefte aan Koninkrijksverkondigers groter is?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
w92 1/2 blz. 29-30

’Zijn liefderijke goedheid is machtig gebleken’

ZOALS VERTELD DOOR JOSÉ VERGARA OROZCO

Denkt u dat uw leven, als u 70 jaar oud bent, een nieuwe stimulans zou kunnen krijgen? In mijn geval was dat zo. En dat gebeurde meer dan 35 jaar geleden.

Door Jehovah’s liefderijke goedheid dien ik vanaf 1962 als gewone pionier en ben ik vanaf 1972 ouderling in de gemeente van Jehovah’s Getuigen in El Carrizal, in de staat Jalisco (Mexico). Maar laat ik u iets over mijn achtergrond vertellen.

IK BEN op 18 augustus 1886 in de staat Michoacán in Mexico geboren. Mijn vader was een vrijmetselaar, dus ging ons gezin niet naar de Katholieke Kerk, namen wij ook niet deel aan katholieke religieuze vieringen en hadden wij geen religieuze beelden in huis.

Toen ik zestien jaar was ging mijn vader in de Verenigde Staten werken, maar hij trof regelingen dat een man mij een vak zou leren. Twee jaar later nam de man mij echter mee naar Mexico-Stad voor een opleiding aan een militaire academie. Daarna begon ik aan een carrière in het Mexicaanse leger.

In het leger en wat daarna gebeurde

Ik vocht in de Mexicaanse Revolutie die in 1910 begon. Wij jonge mannen op de academie steunden allen Francisco I. Madero, die een revolutionist was, gekant tegen de dictatuur van Porfirio Díaz. Wij steunden Madero tot zijn dood in 1913, en daarna gaven wij onze steun aan Venustiano Carranza, die van 1915 tot 1920 president van de republiek was. Wij werden Carranzistas genoemd.

Bij vier verschillende gelegenheden probeerde ik, zonder succes, uit het leger ontslagen te worden. Ten slotte deserteerde ik en werd een vluchteling. Als gevolg hiervan werd mijn vader, die in Mexico teruggekeerd was, in de gevangenis gezet. Op een dag bezocht ik hem in de gevangenis, waarbij ik voorgaf zijn neef te zijn. Wij communiceerden door op kleine stukjes papier te schrijven, zodat de bewakers ons niet konden horen. Om te voorkomen dat iemand erachter kwam wie ik was, at ik het papier op.

Nadat mijn vader uit de gevangenis vrijgelaten was, bezocht hij mij en vroeg of ik mij aan de autoriteiten wilde overgeven. Dat deed ik, en tot mijn verbazing arresteerde de dienstdoende generaal mij niet. Hij stelde in plaats daarvan voor dat ik naar de Verenigde Staten zou verhuizen. Ik volgde zijn suggestie op en woonde daar van 1916 tot 1926.

In 1923 trouwde ik met een Mexicaanse vrouw die ook in de Verenigde Staten woonde. Ik leerde een vak in de bouw, en wij adopteerden een meisje. Toen zij zeventien maanden oud was, keerden wij naar Mexico terug en vestigden ons in Jalpa (Tabasco). Toen brak de opstand van de ’cristeros’ uit en die duurde van 1926 tot 1929.

De cristeros wilden dat ik mij bij hen aansloot. Maar mijn gezin en ik gaven er de voorkeur aan naar de staat Aguascalientes te vluchten. Nadat wij in verschillende plaatsen in de Mexicaanse republiek hadden gewoond, vestigden wij ons in 1956 in Matamoros (Tamaulipas) waar ik aan het hoofd van bouwwerkzaamheden kwam te staan.

Mijn leven verandert

In die tijd begon mijn leven te veranderen. Mijn dochter, die nu getrouwd was en over de grens in Brownsville (Texas, VS) woonde, bezocht ons vaak. Op een dag zei ze: „Pap, er komen op dit moment in het verenigingsgebouw veel gezinnen bij elkaar. Laten we erheen gaan en kijken wat er aan de hand is.” Het was een congres van Jehovah’s Getuigen. Mijn dochter, schoonzoon, kleinzoon, vrouw en ik waren alle vier de dagen van het congres aanwezig.

Vanaf dat jaar bezochten wij de christelijke vergaderingen van Jehovah’s Getuigen. Ik maakte in Mexico geestelijke vorderingen, terwijl mijn dochter dat in de Verenigde Staten deed. Al snel vertelde ik de bijbelse waarheden die ik leerde aan mijn collega’s. Ik ontving tien tijdschriften van elke uitgave van De Wachttoren en Ontwaakt!, die ik onder mijn collega’s verspreidde. Vijf van degenen die op het kantoor werkten, drie van de ingenieurs en ook nog enkele van de andere werkers werden Getuigen.

O, wat was het koud op 19 december 1959, toen ik in de rivier werd gedoopt! Iedereen die op die dag werd gedoopt, werd ziek als gevolg van het ijskoude water. Mijn dochter werd eerder dan ik gedoopt, en mijn vrouw leerde, hoewel zij nooit gedoopt werd, de bijbelse waarheid kennen en zij was erg behulpzaam.

De volle-tijdbediening

Ik voelde mij bij God in de schuld staan wegens al zijn liefderijke goedheid, dus begon ik in februari 1962, toen ik 75 jaar was, als pionier in de volle-tijdbediening. Een paar jaar later, in 1968, stierf mijn vrouw. Ik wilde toen in een ander land dienen, maar de broeders vonden dat, vanwege mijn leeftijd, niet raadzaam. In 1970 werd ik echter als pionier toegewezen aan Colotlán, in de staat Jalisco, waar een kleine gemeente was.

In september 1972 stelde de kringopziener voor dat ik naar de kleine stad El Carrizal, vlak bij Colotlán, zou verhuizen. In november van dat jaar werd daar een gemeente opgericht, en ik werd als ouderling aangesteld. Hoewel het een zeer geïsoleerde stad is, wonen soms wel 31 personen de gemeentevergaderingen bij.

Ondanks mijn leeftijd ben ik nog steeds actief in de bediening, en ik doe mijn best om mensen te helpen over hun geloof te redeneren. Oprechte katholieken herhalen bijvoorbeeld bij het bidden van de rozenkrans het weesgegroet: ’Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u.’ Het gebed voegt eraan toe: ’Heilige Maria, Moeder van God.’ Ik vraag hun: ’Hoe kan dat nu? Als God degene is die Maria redt, hoe kan Hij dan tegelijkertijd haar zoon zijn?’

Ik ben nu 105 jaar oud en dien al bijna 20 jaar als ouderling en gewone pionier in El Carrizal (Jalisco). Ik denk dat het Jehovah’s wil is geweest dat ik al zo lang leef, want daardoor kan ik de tijd die ik heb verspild toen ik Hem niet diende, goedmaken.

Eén ding dat ik heb geleerd, is dat wij altijd het vertrouwen moeten hebben dat onze Opperste Rechter ons vanaf zijn rechtvaardige troon gadeslaat en in onze behoeften voorziet. Zoals in Psalm 117:2 wordt verklaard: „Tegenover ons is zijn liefderijke goedheid machtig gebleken.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen