Is religie werkelijk nodig?
IS RELIGIE belangrijk voor u? Bent u misschien lid van een religieuze groepering of van een kerkgenootschap? Zo ja, dan hebt u veel gemeen met mensen die in 1844 leefden, het jaar waarin de Duitse filosoof Karl Marx schreef: „Religie . . . is de opium van het volk.” In die tijd ging bijna iedereen naar de kerk en had religie in alle lagen van de maatschappij een sterke invloed. Tegenwoordig is dat drastisch veranderd en speelt religie in het leven van honderden miljoenen mensen praktisch geen rol. Als u naar de kerk gaat, bent u in uw gemeenschap waarschijnlijk een van de weinigen.
Waardoor is deze verandering veroorzaakt? Ten eerste heeft Karl Marx een antireligieuze filosofie ontwikkeld die veel invloed kreeg. Marx beschouwde religie kennelijk als een belemmering voor de vooruitgang van de mensheid. Hij beweerde dat de mensheid het best gediend zou zijn met het materialisme, een filosofie die geen ruimte overliet voor God of voor traditionele religie. Dit bracht hem ertoe te verklaren: „Een eerste vereiste voor het geluk van het volk is de afschaffing van religie.”
Marx’ filosofie van het materialisme werd verder uitgewerkt door de Duitse socialist Friedrich Engels en de Russische communistische leider Vladimir Lenin. Ze kwam bekend te staan als het marxisme-leninisme. Tot voor kort leefde meer dan een derde deel van de mensheid onder politieke regimes die deze atheïstische filosofie in meerdere of mindere mate volgden. Vele mannen en vrouwen bevinden zich nog steeds in die situatie.
De opkomst van het secularisme
Maar de verbreiding van de communistische filosofie was niet het enige waardoor de invloed van religie op de mensheid verzwakte. Ook ontwikkelingen op het gebied van de wetenschap speelden hierbij een rol. De algemene verbreiding van de evolutietheorie bracht velen er bijvoorbeeld toe het bestaan van een Schepper in twijfel te trekken. En er waren nog andere factoren.
In de Encyclopædia Britannica wordt melding gemaakt van „de ontdekking van wetenschappelijke verklaringen voor verschijnselen die voorheen aan bovennatuurlijke oorzaken werden toegeschreven” en „de uitbanning van de invloed van georganiseerde religie uit werkterreinen zoals geneeskunde, onderwijs en kunst”. Ontwikkelingen als deze hebben geleid tot de opkomst van het secularisme. Wat is secularisme? Het wordt gedefinieerd als „een opvatting over het leven . . . waarbij men uitgaat van de stelling dat religie en religieuze overwegingen genegeerd of doelbewust buitengesloten dienen te worden”. Secularisme heeft zowel in communistische als in niet-communistische landen invloed.
Maar secularisme en marxisme-leninisme stonden niet alleen in het verzwakken van de invloed van religie. De kerken van de christenheid moeten delen in de schuld. Waarom? Omdat zij eeuwenlang misbruik hadden gemaakt van hun autoriteit. En zij hadden leerstellingen onderwezen die gebaseerd waren op onschriftuurlijke tradities en menselijke filosofieën in plaats van op de bijbel. Daardoor waren velen in hun kudden geestelijk te zeer verzwakt om weerstand te kunnen bieden aan de aanval van het secularisme.
Bovendien zwichtte het overgrote deel van de kerken uiteindelijk zelf voor het secularisme. In de negentiende eeuw kwamen religieuze geleerden in de christenheid met een vorm van hogere kritiek die voor velen de geloofwaardigheid van de bijbel als het geïnspireerde Woord van God tenietdeed. De kerken, met inbegrip van de Rooms-Katholieke Kerk, aanvaardden de evolutietheorie. Ja, zij beweerden nog steeds in schepping te geloven. Maar zij hielden de mogelijkheid open dat het lichaam van de mens geëvolueerd was, terwijl alleen de ziel door God geschapen werd. Tijdens de jaren zestig introduceerde het protestantisme een theologie die de „dood van God” verkondigde. Vele protestantse geestelijken vergoelijkten een materialistische levensstijl. Zij stonden voorechtelijke seks en zelfs homoseksualiteit oogluikend toe. Enkele katholieke theologen ontwikkelden de bevrijdingstheologie, door het katholicisme te vermengen met revolutionair marxisme.
De terugtocht van het secularisme
Aldus kreeg het secularisme de overhand, vooral tijdens de jaren zestig en ongeveer tot het midden van de jaren zeventig. Toen kwam er opnieuw een verandering. Religie leek een come-back te maken, hoewel dit in de meeste gevallen niet voor de voornaamste religies gold. Aan het eind van de jaren zeventig en in de jaren tachtig kon men over de hele wereld getuige zijn van een snelle groei van nieuwe religieuze groeperingen.
Vanwaar de heropleving van religie? De Franse socioloog Gilles Kepel verklaarde dat „secularistisch onderwezen leken . . . stellen dat de secularistische cultuur hen op een dood spoor heeft gebracht en dat mensen, door zich bevrijd van God te verklaren, oogsten wat zij met hun trots en ijdelheid hebben gezaaid, namelijk criminaliteit, echtscheiding, AIDS, drugmisbruik, [en] zelfmoord”.
De terugtocht van het secularisme is sinds de recente kennelijke val van het marxisme-leninisme alleen maar versneld. Voor veel mensen was deze atheïstische filosofie een echte religie geworden. Stelt u zich dus de verbijstering voor van degenen die hun vertrouwen erop hadden gesteld! In een bericht uit Moskou in de Washington Post werd een voormalig rector van de Hogere School van de Communistische Partij aangehaald, die zei: „Een land leeft niet alleen op zijn economie en zijn gevestigde gewoonten, maar ook op zijn mythologie en zijn grondleggers. Het is voor iedere gemeenschap rampzalig te ontdekken dat hun grootste mythen niet op waarheid gebaseerd zijn maar op propaganda en fantasie. Maar dat is wat wij nu in het geval van Lenin en de revolutie meemaken.”
De Franse socioloog en filosoof Edgar Morin erkende, sprekend over zowel de communistische als de kapitalistische wereld: „Wij hebben niet alleen de ineenstorting gezien van de schitterende toekomst die het proletariaat geboden werd, maar wij hebben ook de ineenstorting gezien van de automatische en natuurlijke vooruitgang van de secularistische maatschappij, waarin wetenschap, verstand en democratie automatisch vooruit zouden moeten gaan. . . . Geen enkele vooruitgang is nu zeker. De toekomst waarop wij hadden gehoopt, is ineengestort.” Dat is het lege gevoel van velen die hun vertrouwen in menselijke inspanningen hadden gesteld om zonder God een betere wereld tot stand te brengen.
Hernieuwde belangstelling voor religie
Dit wereldomvattende gevoel van ontgoocheling brengt een aantal oprechte personen ertoe de behoefte aan een geestelijk aspect in hun leven te erkennen. Zij zijn zich bewust van de behoefte aan religie. Maar zij zijn ontevreden over de voornaamste kerken, en sommigen hebben ook twijfels over de nieuwe religies — waaronder sekten die zich bezighouden met genezingen, charismatische groeperingen, esoterische sekten met een geheimleer voor ingewijden en zelfs groeperingen van satanaanbidders. Ook het laakbare religieuze fanatisme steekt de kop weer op. Religie maakt dus inderdaad een soort come-back. Maar is zo’n terugkeer naar religie goed voor de mensheid? Ja, voldoet elke religie werkelijk aan de geestelijke behoeften van de mensheid?
[Illustratie op blz. 3]
„Religie is de zucht van het onderdrukte schepsel, het gemoed van een harteloze wereld en de geest van geesteloze toestanden. Ze is de opium van het volk”
[Verantwoording]
Foto: New York Times, Berlijn — 33225115
[Illustratie op blz. 4]
Karl Marx en Vladimir Lenin zagen religie als een belemmering voor de vooruitgang van de mensheid
[Verantwoording]
Musée d’Histoire Contemporaine — BDIC (Universités de Paris)
[Illustratie op blz. 5]
De marxistisch-leninistische ideologie had hoge verwachtingen gewekt in het hart van miljoenen mensen
[Verantwoording]
Musée d’Histoire Contemporaine — BDIC (Universités de Paris)
[Illustratieverantwoording op blz. 2]
Omslagfoto: Garo Nalbandian