Waarom zij relikwieën bij de aanbidding gebruiken
NAPELS (Italië). Waant u zich daar eens in de beginjaren van de achttiende eeuw van onze gewone tijdrekening. In de kathedraal van Napels staat de Ierse filosoof George Berkeley voor een beroemde religieuze relikwie. Hij bekijkt het schijnbaar vloeibaar worden van het bloed van „San Gennaro”, de katholieke „heilige” Januarius, met scepticisme.
Napels is in dit opzicht weinig veranderd. Bij één gelegenheid in de afgelopen jaren was de kerk bijvoorbeeld, ondanks het slechte weer, opnieuw vol met mensen en had er een schijnbaar wonder plaatsgevonden. De relikwie en een processie waarbij de aartsbisschop vooropging, werden met een warm applaus begroet. Ja, dit was een van de vele keren dat het bloed van „San Gennaro” vloeibaar scheen te worden. Naar verluidt hebben wonderen in verband met deze religieuze relikwie sinds de veertiende eeuw plaatsgevonden.
Volgens de katholieke traditie is een relikwie (van het Latijnse relinquere, wat „achterlaten” betekent) een overblijfsel van een persoon die als een heilige beschouwd wordt. Zoals in de Dizionario Ecclesiastico naar voren wordt gebracht, zijn relikwieën, „in de strikte zin van het woord, het lichaam of een lichaamsdeel en de as van de Heilige; en in een ruimere zin van het woord, het voorwerp dat in contact is geweest met het lichaam van de heilige en dat om die reden verering waard is”.
Pauselijke bekrachtiging
Ongetwijfeld behandelen velen religieuze relikwieën met eerbied wegens de schijnbare wonderen die ermee in verband staan. Pauselijke bekrachtiging is kennelijk nog een factor in verband met de populariteit van relikwieën.
Ten minste vier pausen hebben in de afgelopen zeventig jaar speciale aandacht geschonken aan relikwieën. Een katholieke periodiek onthult dat paus Pius XII, evenals zijn voorganger Pius XI, „relikwieën van de heilige van Lisieux bij zich droeg”. Paulus VI „bewaarde een vinger van de apostel [Thomas] op het bureau in zijn studeerkamer”, en Johannes Paulus II „bewaart in zijn eigen vertrekken delen van het . . . stoffelijk overschot” van „Sint-Benedictus” en „Sint-Andreas”. — 30 giorni, maart 1990, blz. 50.
Met het oog op zulk een pauselijke bekrachtiging is het niet verbazingwekkend dat de vraag naar relikwieën voor zowel persoonlijke als openbare verering toeneemt. Maar is God ingenomen met het vereren van religieuze relikwieën?
[Illustratie op blz. 3]
Een reliquiarium of reliekhouder, waarin religieuze relikwieën worden bewaard
[Verantwoording]
Met vriendelijke toestemming van het British Museum