Een ingewikkelde weg tot God
„IK BEN de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door bemiddeling van mij”, zei Jezus Christus. Hij voegde eraan toe: „Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: Indien gij de Vader om iets vraagt, zal hij het u in mijn naam geven.” — Johannes 14:6; 16:23.
Eeuwenlang hebben religies van de christenheid, in het bijzonder de Rooms-Katholieke Kerk met haar leerstellingen van hellevuur, vagevuur en Drieëenheid, echter verwarring gezaaid omtrent „de weg”. Jezus werd niet afgebeeld als de bereidwillige voorspraak voor zondige mensen, maar als een onmondige baby of als een vrees inboezemende rechter die eerder geneigd was zondaars te veroordelen en te straffen dan hen te redden. Hoe kon een zondaar dan tot God naderen?
Het boek The Glories of Mary (1750) geeft opheldering. Jezus met de fel brandende zon der gerechtigheid vergelijkend, verklaarde de dertiende-eeuwse paus Innocentius III: „Laat wie in de nacht der zonde is, zijn ogen opslaan naar de maan, laat hij zijn smeekbede richten tot Maria.” In Maria, de moeder van Jezus, werd een nieuwe voorspraak uitgedacht. Misschien zou men door haar vermeende moederlijke invloed een gunst van Jezus en van God kunnen verkrijgen. Aldus werd Maria, om het met de woorden van Laurentius Justinianus, een vijftiende-eeuwse geestelijke, te zeggen, „de ladder tot het paradijs, de poort van de hemel, de meest waarachtige middelares tussen God en de mens”.
Door alle verering die zij ontving, werd zij na verloop van tijd niet meer als slechts de „Maagd Maria” bezien, maar werd zij de „Heilige Koningin, Moeder der barmhartigheid”, en werd zij als zo zuiver en verheven afgeschilderd dat ook zij te heilig werd om rechtstreeks te benaderen. Zou er nog een andere voorspraak te vinden zijn? Hoe stond het met haar moeder?
Aangezien de bijbel over dit onderwerp zwijgt, werd het antwoord elders gezocht. Het apocriefe Proto-evangelie van Jakobus vertelt het verhaal van Anna (of Anne), de vrouw van Joachim, die na vele jaren huwelijk kinderloos was. Ten slotte verscheen haar een engel, die aankondigde dat zij een kind zou baren. Op de bestemde tijd werd zij naar verluidt de moeder van de „Maagd Maria”.
Zo ontstond er een „St.-Anna”-cultus. Er werden kapellen en kerken gebouwd te harer ere. De verering van St.-Anna verspreidde zich in de veertiende eeuw over heel Europa.
„Hoe gecompliceerd was religie geworden!”, merkt het boek The Story of the Reformation op. „Mensen baden tot Anna, die een goed woordje deed bij Maria, die een goed woordje deed bij haar Zoon, die een goed woordje deed bij God ten behoeve van zondige mensen. Het was gewoon bizar, maar met dat soort bijgelovigheden werden de zielen van mensen gevoed.” Ook in dit geval zijn Jezus’ woorden zeer goed van toepassing: „Gij [maakt] het woord van God krachteloos door uw overlevering.” — Markus 7:13.
[Illustratieverantwoording op blz. 21]
Metropolitan Museum of Art, uit de nalatenschap van Benjamin Altman, 1913. (14.40.633)