Eer Jehovah — Waarom en hoe?
„Wie mij eren, zal ik eren, en wie mij verachten, zullen geringgeacht worden.” — 1 SAMUËL 2:30.
1. Aan wie worden Nobelprijzen toegekend, en hoe beschouwen velen deze prijzen?
ELK jaar kennen vier Scandinavische instituten Nobelprijzen toe aan hen die ’in het afgelopen jaar aan de mensheid het grootste nut hebben verschaft’. De prijzen worden gegeven voor prestaties op zes verschillende terreinen van inspanning. Een Nobelprijs wordt door velen beschouwd als de hoogste eer die een mens ten deel kan vallen.
2. Wie wordt door de verleners van Nobelprijzen over het hoofd gezien, en waarom verdient juist Hij in het bijzonder eer?
2 Hoewel er niets op tegen is verdienstelijke mensen eer te bewijzen, is de vraag gerechtvaardigd of zij die deze eerbewijzen verlenen, er ooit aan denken de grootste Weldoener van de mensheid te eren. Die Weldoener is degene die vanaf het ogenblik dat hij zo’n zesduizend jaar geleden de eerste man en vrouw schiep, de mensheid op talloze wijzen nut heeft verschaft. Dat zo dikwijls wordt verzuimd hem te eren, doet ons misschien denken aan de woorden van Elihu, Jobs vriend in de oudheid, die opmerkte: „Toch heeft niemand gezegd: ’Waar is God, mijn Grote Maker, die melodieën geeft in de nacht?’” (Job 35:10) Onze grote Weldoener blijft nog steeds ’goeddoen, door regens vanuit de hemel en vruchtbare tijden te geven, door harten overvloedig met voedsel en vrolijkheid te vervullen’ (Handelingen 14:16, 17; Mattheüs 5:45). Jehovah is waarlijk de Gever van „elke goede gave en elk volmaakt geschenk”. — Jakobus 1:17.
Wat het betekent eer te geven
3. Wat zijn de voornaamste Hebreeuwse en Griekse woorden die met „eer” worden vertaald, en welke betekenissen hebben ze?
3 Het voornaamste Hebreeuwse woord voor eer, ka·vōdhʹ, betekent letterlijk „zwaarte”. Iemand die wordt geëerd, wordt dus beschouwd als gewichtig, indrukwekkend, iemand die iets te betekenen heeft. Het is veelzeggend dat dit Hebreeuwse woord ka·vōdhʹ in de bijbel dikwijls ook wordt vertaald als „heerlijkheid”, waaruit eens te meer blijkt hoe indrukwekkend of hoe belangrijk de persoon die men eert wordt geacht. Een ander Hebreeuws woord, jeqarʹ, dat in de bijbel met „eer” wordt vertaald, wordt ook weergegeven als „kostbaar” en „kostbaarheden”. In de Hebreeuwse Geschriften houdt het woord „eer” dus verband met heerlijkheid en kostbaarheid. Het Griekse woord dat in de bijbel met „eer” wordt vertaald, is tiʹme, en ook dit draagt de betekenis van achting, waarde, kostbaarheid over.
4, 5. (a) Wat betekent het iemand eer te bewijzen? (b) Welke situatie die in Esther 6:1-9 wordt verhaald, illustreert wat er bij het bewijzen van eer betrokken is?
4 Men eert een ander dus door die persoon diepe eerbied en achting te betonen. Beschouw bij wijze van illustratie eens de in de bijbel verhaalde situatie ten aanzien van de getrouwe jood Mordechai. Bij een zekere gelegenheid had Mordechai een samenzwering tegen het leven van koning Ahasveros van het oude Perzië aan het licht gebracht. Later, toen de koning op een nacht de slaap niet kon vatten, werd hem onder de aandacht gebracht wat Mordechai had gedaan. Daarom vroeg hij aan zijn bedienden: „Welke eer en grootheid is Mordechai hiervoor bewezen?” Zij antwoordden: „Hem is niets bewezen.” Wat een beschamende gedachte! Mordechai had het leven van de koning gered en toch had de koning verzuimd waardering te tonen. — Esther 6:1-3.
5 Daarom vroeg Ahasveros op een geschikt ogenblik aan zijn eerste minister, Haman, hoe degene in wie de koning een welbehagen had gevonden het best kon worden geëerd. Onmiddellijk overlegde Haman in zijn hart: „Wie zou het de koning meer behagen eer te bewijzen dan mij?” Daarom zei Haman dat die persoon gekleed moest worden in „een koninklijk gewaad” en „een paard waarop de koning werkelijk rijdt” moest berijden. Hij besloot: „Men moet hem op het paard laten rijden over het openbare stadsplein, en men moet vóór hem uit roepen: ’Zo wordt gedaan met de man in wiens eer de koning zelf een welbehagen heeft gevonden’” (Esther 6:4-9). Voor iemand die zo werd geëerd, zou het hele volk diepe achting koesteren.
Waarom Jehovah eer waardig is
6. (a) Wie verdient boven ieder ander onze eer? (b) Waarom zijn de woorden „groot” en „groots” passend als omschrijving voor Jehovah?
6 Door de hele geschiedenis heen is aan mensen eer bewezen, dikwijls onverdiend (Handelingen 12:21-23). Maar wie is boven ieder ander eer waardig? Niemand minder dan Jehovah God natuurlijk! Hij verdient onze eer omdat hij absoluut groots is. De woorden „groot” en „groots” worden dikwijls op hem toegepast. Hij is de Grootse Uitspanner van de hemelen, de Voortreffelijke Maker, de Grootse Schepper, de grote Koning, de Grootse Onderwijzer, de grote Meester (Psalm 48:2; Prediker 12:1; Jesaja 30:20; 42:5; 54:5; Hosea 12:14). Hij die groots is, is majestueus, waardig, verheven, edel, luisterrijk en ontzag inboezemend. Jehovah is onvergelijkelijk, hij heeft zijns gelijke niet, hij overtreft alles en iedereen. Hijzelf getuigt van dat feit, wanneer hij zegt: „Met wie wilt gijlieden mij vergelijken of gelijkstellen of mij doen overeenkomen, dat wij op elkaar zouden lijken?” — Jesaja 46:5.
7. In ten minste hoeveel verschillende opzichten kan er gezegd worden dat Jehovah God uniek is, en waarom kan er worden gezegd dat hij onvergelijkelijk is in autoriteit?
7 Jehovah God is onvergelijkelijk in ten minste zeven verschillende opzichten die ons specifieke redenen geven om hem te eren. In de allereerste plaats verdient Jehovah God de hoogste eer omdat hij ongeëvenaard is in autoriteit. De Heer Jehovah is de Universele Soeverein — hij is oppermachtig. Hij is onze Rechter, Wetgever en Koning. Alle personen in de hemel en op aarde zijn Hem rekenschap verschuldigd; hij is echter aan niemand rekenschap verschuldigd. Hij wordt treffend omschreven als ’groot, sterk en vrees inboezemend’. — Deuteronomium 10:17; Jesaja 33:22; Daniël 4:35.
8. Waarom kan er gezegd worden dat Jehovah zijns gelijke niet heeft (a) wat zijn positie betreft? (b) wat zijn eeuwige bestaan betreft?
8 In de tweede plaats verdient Jehovah God de hoogste eer omdat hij weergaloos is wat zijn positie betreft. Hij is „de Hoge en Verhevene”, de Allerhoogste. Hij troont onvoorstelbaar hoog boven al zijn aardse schepselen! (Jesaja 40:15; 57:15; Psalm 83:18) Ten derde moet Jehovah God boven ieder ander geëerd worden omdat niemand hem gelijk is in zijn eeuwige bestaan. Hij alleen heeft nooit een begin gehad en is van eeuwigheid tot eeuwigheid. — Psalm 90:2; 1 Timotheüs 1:17.
9. In welke zin is Jehovah onvergelijkelijk (a) in heerlijkheid? (b) in zijn fundamentele hoedanigheden?
9 In de vierde plaats verdient Jehovah God de hoogste eer wegens de luister van zijn persoonlijke heerlijkheid. Hij is „de Vader der hemelse lichten”. Zijn persoon is zo stralend dat geen mens hem kan zien en toch in leven blijven. Hij is waarlijk ontzag inboezemend (Jakobus 1:17; Exodus 33:22; Psalm 24:10). In de vijfde plaats zijn wij Jehovah God de hoogste eer verschuldigd wegens zijn schitterende hoedanigheden. Hij is almachtig, oneindig in kracht; hij is alwetend, oneindig in wijsheid; hij is absoluut volmaakt in gerechtigheid; en hij is de belichaming van liefde. — Job 37:23; Spreuken 3:19; Daniël 4:37; 1 Johannes 4:8.
10. In welke zin is Jehovah weergaloos (a) wat scheppingswerken en bezittingen betreft? (b) wat zijn naam en faam betreft?
10 Ten zesde verdient Jehovah God de grootst mogelijke eer wegens zijn grootse scheppingswerken. Als de Schepper van alle dingen in de hemel en op de aarde, is hij tegelijkertijd de Grote Eigenaar van alle dingen. Wij lezen in Psalm 89:11: „De hemel is van u, ook de aarde is van u.” In de zevende plaats verdient Jehovah onze God boven ieder ander eer omdat hij onvergelijkelijk, ongeëvenaard is in naam en faam. Hij alleen draagt de naam Jehovah, die betekent: „Hij veroorzaakt te worden.” — Zie Genesis 2:4, voetnoot.
Hoe Jehovah te eren
11. (a) Wat zijn enkele manieren waarop wij Jehovah kunnen eren? (b) Hoe kunnen wij tonen dat wij Jehovah werkelijk eren door op hem te vertrouwen?
11 Hoe kunnen wij Jehovah, met het oog op al zijn eigenschappen, eren? Zoals wij zullen zien, kunnen wij hem eren door vrees en eerbied jegens hem te tonen, door hem te gehoorzamen, door hem in al onze wegen te erkennen, door gaven te schenken, door hem na te volgen, en door smekingen tot hem te richten. Wij kunnen hem ook eren door geloof in hem te stellen, door op hem te vertrouwen, wat er ook gebeurt. „Vertrouw op Jehovah met heel uw hart”, zo luidt de dringende aansporing. Wij eren Jehovah God dus door vertrouwen te stellen in zijn woorden. Hij zegt bijvoorbeeld: „Wees niet bevreesd, want ik ben met u. Blik niet [angstig] rond, want ik ben uw God. Ik wil u sterken. Ik wil u werkelijk helpen” (Spreuken 3:5; Jesaja 41:10). Door niet volledig op hem te vertrouwen, zouden wij hem onteren.
12. Welke rol spelen gehoorzaamheid en vrees bij het eren van Jehovah?
12 Een hiermee nauw verband houdende wijze waarop wij Jehovah God eren, is door hem te gehoorzamen. En voor gehoorzaamheid is godvruchtige vrees, ja, vrees om God te mishagen, van essentieel belang. De woorden van Jehovah tot Abraham, nadat Abraham gehoorzaam had geprobeerd zijn zoon Isaäk te offeren, tonen het verband tussen vrezen en gehoorzamen: „Nu weet ik werkelijk dat gij godvrezend zijt”, zei Jehovah (Genesis 22:12). Ook de apostel Paulus toonde, toen hij besprak wat kinderen hun ouders verschuldigd zijn, dat gehoorzaamheid en eer hand in hand gaan (Efeziërs 6:1-3). Door gehoorzaamheid aan Gods geboden, die geen drukkende last zijn, eren wij dus Jehovah. Er is geen twijfel aan: Jehovah God ongehoorzaam te zijn, zou betekenen hem te onteren. — 1 Johannes 5:3.
13. Welke geesteshouding zullen wij ten aanzien van onze activiteiten en plannen hebben als wij God eren?
13 Verder kunnen wij Jehovah God de verschuldigde eer bewijzen door de woorden van Spreuken 3:6 ter harte te nemen: „Sla in al uw wegen acht op hem [ja, erken hem], en híj zal uw paden recht maken.” De discipel Jakobus geeft ons goede raad in deze geest. In plaats van zelfverzekerd van dag tot dag te werk te gaan en op onze eigen vermogens te vertrouwen, behoren wij te zeggen: „Indien Jehovah wil, zullen wij leven en ook dit of dat doen” (Jakobus 4:15). Jaren geleden hadden de Internationale Bijbelonderzoekers de gewoonte om aan iedere uitspraak betreffende de toekomst de afkorting D.V. toe te voegen, wat Deo volente betekent, dat wil zeggen „als God wil”.
14. (a) Welke houding betaamt ons ten aanzien van onze krachtsinspanningen als wij God willen eren? (b) Welke houding wordt aan de dag gelegd in verband met de publikatie van lectuur van het Wachttorengenootschap?
14 Wij eren Jehovah God ook door een nederige houding aan de dag te leggen, door elk succes dat ons ten deel valt aan God toe te schrijven. De apostel Paulus merkte ten aanzien van zijn bediening terecht op: „Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God bleef het wasdom geven, zodat noch hij die plant iets is, noch hij die begiet, maar God, die het wasdom geeft” (1 Korinthiërs 3:6, 7). Ja beslist, Paulus was erop bedacht God de verschuldigde eer toe te kennen, en niet zichzelf of enig ander mens. Daarom vermelden de publikaties van het Wachttorengenootschap tegenwoordig ook niet de namen van de schrijvers, en schrijvers vermijden het anderen te laten weten wat zij hebben bijgedragen. Zo wordt de aandacht geconcentreerd op de inhoud, die bedoeld is om Jehovah te eren, en niet op enig mens.
15. Welke ervaring illustreert dat sommigen er moeite mee hebben de bescheidenheid van Jehovah’s Getuigen te begrijpen?
15 Dit beleid om de aandacht op Jehovah te concentreren en hem aldus te eren, verbaast sommigen. Toen de Getuigen enkele jaren geleden bezig waren een geluidsinstallatie voor een openbare toespraak in het Central Park van de stad New York op te zetten, draaiden zij een van de bandjes met Koninkrijksmelodieën om de installatie te testen. Een goedgekleed echtpaar vroeg een van de Getuigen wat voor muziek dat was. Denkend dat het Getuigen waren, antwoordde hij het echtpaar: „Dat is Koninkrijksmelodieën nummer 4.” „Ja, maar wie heeft die muziek gecomponeerd?” vroegen zij. De Getuige antwoordde: „O, de componist is anoniem.” Het echtpaar merkte op: „Mensen die zulke muziek componeren, doen dat niet anoniem.” De Getuige antwoordde: „Maar Jehovah’s Getuigen wel hoor.” Ja, zij doen dat opdat alle eer naar Jehovah God gaat!
16. Op welke verschillende manieren kunnen wij onze stem gebruiken om Jehovah God eer te betonen?
16 Nog een manier om Jehovah te eren, is door onze lippen te gebruiken om van hem te getuigen. Als wij ons er werkelijk om bekommeren hem eer te bewijzen, zullen wij gewetensvol het goede nieuws van het Koninkrijk verbreiden. Wij kunnen dit doen door van huis tot huis te gaan en op alle andere manieren die ons ten dienste staan, en wij zullen daarbij gelegenheden om informeel te getuigen niet veronachtzamen (Johannes 4:6-26; Handelingen 5:42; 20:20). Bovendien hebben wij gelegenheden om onze God op onze gemeentevergaderingen met onze stem te eren, zowel door commentaar te geven als door vanuit het hart onze Koninkrijksliederen mee te zingen (Hebreeën 2:12; 10:24, 25). In onze dagelijkse gesprekken kunnen wij Jehovah God eveneens met onze lippen eren. Met een beetje moeite kunnen wij het gesprek in opbouwende geestelijke banen leiden, en dit zal tot gevolg hebben dat Jehovah God eer bewezen wordt. — Psalm 145:2.
17. (a) Wat heeft een juist gedrag te maken met ons eren van Jehovah? (b) Wat is de uitwerking van verkeerd gedrag?
17 Hoe voortreffelijk het ook is Jehovah God met onze lippen te eren, het is ook noodzakelijk hem door ons gedrag te eren. Jezus veroordeelde degenen die, hoewel zij God met hun lippen eerden, een hart hadden dat ver van Hem verwijderd was (Markus 7:6). Verkeerd gedrag zal onherroepelijk Jehovah God onteren. In Romeinen 2:23, 24 lezen wij bijvoorbeeld: „Gij die u beroemt op de wet, onteert gij God door uw overtreden van de Wet? Want ’de naam van God wordt wegens ulieden onder de natiën gelasterd’.” In de afgelopen jaren zijn vele duizenden uit de gemeenten van Jehovah’s volk uitgesloten. Vermoedelijk zijn nog grotere aantallen die zich inlieten met oneervol gedrag, niet uitgesloten omdat zij een oprecht berouwvolle houding aan de dag legden. Al deze personen hadden Jehovah met hun lippen geëerd, maar zij lieten na het door hun gedrag te doen.
18. (a) Waar moeten zekere zeer begunstigde personen zich om bekommeren als zij Jehovah de verschuldigde eer willen betonen? (b) Hoe illustreert de situatie die in de dagen van Maleachi in verband met sommige priesters bestond, de noodzaak hier terdege aandacht aan te besteden?
18 Zij die druk bezig zijn in verschillende takken van volle-tijddienst — hetzij op Bethel, in de reizende dienst, als zendelingen of als pioniers — zijn zeer begunstigd in hun mogelijkheden om bij te dragen tot de eer die Jehovah wordt betoond. Zij hebben de verplichting hun uiterste best te doen in ieder werk dat hun wordt toegewezen, en daarbij ’zowel in het geringste als in veel getrouw’ te zijn (Lukas 16:10). In bepaalde opzichten werd hun eervolle positie geïllustreerd, hoewel niet voorschaduwd, door die van de priesters en levieten in het oude Israël. Maar wegens de nalatigheid van sommige priesters in de dagen van Maleachi zei Jehovah tot hen: „Indien ik dan een vader ben, waar is de eer jegens mij? En indien ik een voortreffelijk meester ben, waar is de vrees voor mij?” (Maleachi 1:6) Die priesters verachtten Gods naam door blinde, kreupele en zieke dieren als slachtoffers aan te bieden. Als degenen die thans speciale dienstvoorrechten genieten niet hun uiterste best doen, kan het gebeuren dat zij in het bijzonder de terechtwijzing verdienen die Jehovah God die priesters gaf. Zij zouden te kort schieten in het eren van God.
19. (a) Wat is, zoals in Spreuken 3:9 wordt opgemerkt, nog een manier om Jehovah te eren? (b) Wat is een andere essentiële manier om Jehovah te eren?
19 Nog een manier waarop wij Jehovah God kunnen eren, is door geldelijke bijdragen te schenken voor het wereldwijde predikingswerk waartoe hij bevel heeft gegeven. „Eer Jehovah met uw waardevolle dingen en met de eerstelingen van heel uw opbrengst”, is de dringende raad die wij krijgen (Spreuken 3:9). Het voorrecht zulke bijdragen te schenken, is een gelegenheid om Jehovah God te eren die door niemand over het hoofd dient te worden gezien. Wij kunnen Jehovah God ook in onze gebeden eren, door hem te loven en te danken (1 Kronieken 29:10-13). Ja, omdat wij nederig en met diepe eerbied tot hem naderen, betekent God in gebed naderen op zich al een eerbetoon aan hem.
20. (a) Wie worden gewoonlijk door mensen van de wereld geëerd, en hoe? (b) Door acht te slaan op welk gebod kunnen wij Jehovah nog meer eren?
20 In deze tijd vereren veel mensen, jongeren in het bijzonder, personen die zij bewonderen door hen na te volgen — door te praten zoals zij en door te handelen zoals zij. Vaak zijn degenen die zij nadoen, sporthelden of sterren in de amusementswereld. In tegenstelling daarmee dienen wij als christenen Jehovah God te eren door te trachten hem na te volgen. De apostel Paulus drukte ons op het hart dat te doen toen hij schreef: „Wordt . . . navolgers van God, als geliefde kinderen, en blijft in liefde wandelen” (Efeziërs 5:1, 2). Ja, door ernaar te streven Jehovah na te volgen, eren wij hem.
21. (a) Wat zal ons toerusten om Jehovah roem en eer te schenken? (b) Wat zijn de beloningen die Jehovah schenkt aan hen die hem eren?
21 Er zijn werkelijk veel manieren waarop wij God roem en eer kunnen en moeten geven. Laten wij nooit vergeten dat wij door ons geregeld te voeden met zijn Woord en door hem steeds beter te leren kennen, beter in staat zullen zijn hem te eren. Wat zijn de beloningen daarvoor? „Wie mij eren,” zegt Jehovah, „zal ik eren” (1 Samuël 2:30). Uiteindelijk zal Jehovah zijn aanbidders eren door hun eeuwig leven in geluk te schenken, hetzij in de hemel als mederegeerders met zijn Zoon, Jezus Christus, of op de Paradijsaarde.
Kunt u zich dit herinneren?
◻ Wie worden over het algemeen door mensen geëerd, en wie verzuimen zij gewoonlijk te eren?
◻ Wat betekent het iemand te eren, en op welke manieren kan dat gedaan worden?
◻ Wat zijn enkele fundamentele redenen waarom Jehovah God eer waardig is?
◻ Wat zijn enkele manieren waarop wij Jehovah kunnen eren?
◻ Op welke wijzen beloont Jehovah hen die hem eren?