Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w90 15/11 blz. 29-31
  • Een rijke oogst schenkt vreugde op Taiwan

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een rijke oogst schenkt vreugde op Taiwan
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Onderkopjes
  • Een geringe eerste aanplant
  • Een vriendelijke reactie tegenover oprechte belangstelling
  • Een stimulans voor groei
  • De oogst onder de verschillende stammen
  • De oogst gaat door
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
w90 15/11 blz. 29-31

Een rijke oogst schenkt vreugde op Taiwan

TAIWAN is een eiland dat 390 kilometer lang en 140 kilometer breed is. Met een bevolking van ruim 20.000.000 is het een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld. De meeste bewoners spreken Chinees, of Mandarijn-Chinees, zoals westerlingen het noemen. Maar er worden hier ook verscheidene dialecten en ongeveer dertien stamtalen gesproken.

Gelegen op de kreeftskeerkring is Taiwan een zeer vruchtbaar eiland, dat zulke rijke oogsten aan rijst en andere gewassen voortbrengt dat het een voedselexporteur geworden is. Een ander soort van oogst echter schenkt degenen die eraan deelnemen grote vreugde. Het is een geestelijke oogst aan mensen die gunstig reageren op het „goede nieuws van het koninkrijk”. — Mattheüs 24:14.

Een geringe eerste aanplant

Het zaaien van zaden van bijbelse waarheid op Taiwan begon ongeveer zestig jaar geleden, toen er een vertegenwoordiger van het Wachttorengenootschap uit Japan kwam en in Taipei, de hoofdstad, enkele bijbelse lezingen hield. Een jonge Japanner, Saboero Ochiai genaamd, reageerde gunstig op de Koninkrijksboodschap en begon er al gauw met anderen over te spreken. Later reisden twee volle-tijddienaren uit Japan het eiland rond, terwijl zij zaden van het goede nieuws zaaiden. Ten slotte werden zij door de Japanse militaire machthebbers gevangengezet en gaven zij hun leven voor de zaak van Gods koninkrijk. Veel van de zaden die zij hadden gezaaid, ontsproten snel onder de leden van de Ami-stam, maar er werd weinig belangstelling aangetroffen onder de talrijke Chinezen die aan de westkust van het eiland woonden en die overwegend boeddhist of tauïst zijn.

Het geestelijke oogstwerk op Taiwan heeft vanaf dat kleine begin voortgang gevonden, zodat het eiland thans een produktief veld is geworden. Gedurende de afgelopen vijf jaar werden er bijvoorbeeld 529 personen gedoopt, merendeels afkomstig uit de Chinese bevolking. Hierdoor werd in 1989 een hoogtepunt van 1552 Koninkrijksverkondigers op het eiland bereikt. Ja, tauïsten, boeddhisten en naamchristenen reageren gunstig op het goede nieuws en leren meer over Jehovah God! Maar hoe is het om tot mensen met zulke verschillende achtergronden over de bijbel te spreken? En welke resultaten zijn er geboekt?

Een vriendelijke reactie tegenover oprechte belangstelling

Het predikingswerk op Taiwan is lonend, maar vormt tevens een uitdaging, omdat de Chinezen van nature vriendelijk zijn. Over het algemeen luisteren zij beleefd naar bezoekers. Wanneer er bijbelse lectuur wordt aangeboden, wordt deze dikwijls uit beleefdheid genomen. Daarom hebben sommige volle-tijddienaren in één maand wel 300 tijdschriften verspreid of 100 abonnementen op onze tijdschriften afgesloten. In de loop der jaren zijn er veel bijbels, boeken, tijdschriften en traktaten bij de mensen achtergelaten. Waarom is de toename in Koninkrijksverkondigers dan verhoudingsgewijs gering geweest?

Eén reden houdt verband met de confucianistische ideeën die eeuwenlang de denkwijze van de mensen hebben gevormd. Volgens Confucius kan hij die „de Geesten uit respect voor hen op een afstand houdt, als wijs worden betiteld”.a De gedachte is dat een wijze niet al te zeer betrokken raakt bij de aanbidding van geesten of goden. Derhalve zijn velen wellicht nieuwsgierig naar de Koninkrijksboodschap, maar willen weinigen zich echt met bijbelstudie bezighouden. Daar komt bij dat hoewel de Chinezen in vele geesten en goden geloven, het denkbeeld van een oppermachtige Schepper de meesten van hen vreemd is. Bovendien kan het zijn dat zelfs bekende bijbelse personages als Abraham en David hun weinig zeggen. Het is dan ook niet moeilijk te begrijpen waarom het veel tijd en geduld vergt om mensen hier te helpen de bijbel als Gods geïnspireerde Woord te aanvaarden en een persoonlijke verhouding met de Schepper, Jehovah God, op te bouwen. Met Jehovah’s zegen worden zulke krachtsinspanningen echter beloond.

Een stimulans voor groei

Jarenlang hebben de gemeenten van Jehovah’s volk op Taiwan zalen voor hun vergaderingen gehuurd. De noodzaak voor een geschiktere vergaderplaats werd de ouderlingen in één gemeente onder de aandacht gebracht toen een geïnteresseerde opmerkte: „Als jullie de waarheid hebben, wat doen jullie dan in een zaal als deze? Waarom hebben jullie geen vaste vergaderplaats?” Met vertrouwen in Jehovah begon die gemeente dus uit te zien naar een geschikte plaats voor een Koninkrijkszaal. Ten slotte kochten zij twee aangrenzende appartementen in een groot gebouw, en nu hebben zij een prachtige Koninkrijkszaal.

De laatste zes jaar zijn er op Taiwan elf Koninkrijkszalen gebouwd of gekocht. In alle gevallen heeft dit tot een grotere oogst en een groot bezoekersaantal op de vergaderingen geleid. Eén voorbeeld was de gemeente in de zuidelijke stad Tainan. In 1981 had deze grote stad met 600.000 inwoners slechts één kleine gemeente van 44 Koninkrijksverkondigers. Uit pure noodzaak besloot deze groep hun eigen Koninkrijkszaal te bouwen. In het vertrouwen dat Jehovah hen zou zegenen, gingen de broeders en zusters aan de slag, ook al zou de zaal ongeveer $200.000 gaan kosten. Sommigen schonken het goud van hun bruidsschat; anderen stelden reizen naar het buitenland uit. Iedereen in de gemeente gaf zijn volledige steun. Toen de broeders op het bijkantoor van het Wachttorengenootschap van dit project hoorden, besloten zij om boven de Koninkrijkszaal een zendelingenhuis te bouwen, waarmee zij de helft van de kosten voor hun rekening namen. De zaal werd binnen twee jaar voltooid. Het resultaat? Tegen de tijd dat de Koninkrijkszaal klaar was, bedroeg het totale aantal verkondigers 74! Tegenwoordig gebruiken twee gemeenten, met een totaal van 160 verkondigers, die zaal, en het gemiddelde aantal aanwezigen op de wekelijkse vergaderingen ligt rond de 250. De twee gemeenten maken nu plannen om een tweede Koninkrijkszaal te bouwen.

De oogst onder de verschillende stammen

De oogst onder de verschillende stammen aan de oostkust van Taiwan vindt al vanaf het allereerste begin van het Koninkrijkswerk op het eiland voortgang. Enkele leden van de Ami-stam die de waarheid ruim vijftig jaar geleden leerden kennen, zijn nog steeds actief. Door de jaren heen hebben zij aan vele uitdagingen het hoofd moeten bieden. Tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog moesten zij Japans leren. Toen het eiland na de oorlog weer onder Chinees bestuur kwam, moesten zij Chinees leren. In het begin van de jaren ’60 zagen zij zich voor een andere beproeving gesteld. Rond die tijd verlieten veel vooraanstaande leden van de Ami-stam Jehovah’s reine organisatie of bleken ongeschikt om ermee verbonden te zijn. Ondanks al deze moeilijkheden is een kern van getrouwe Getuigen Jehovah blijven dienen. Veel van de kleinkinderen van deze loyale oudere broeders en zusters nemen nu de leiding in het predikingswerk.

Mensen van andere stammen hebben ook geestelijke vorderingen gemaakt. Zo is er een getrouwe groep Koninkrijksverkondigers onder de leden van de Boenoen-stam. Enkele van hun voorvaders waren nog niet zo lang geleden koppensnellers. Nu prediken deze mensen de vredige boodschap van Gods koninkrijk. De Loekai- en de Paiwan-stam hebben eveneens een voortreffelijk getuigenis ontvangen, en velen van hen hebben grote veranderingen in hun leven aangebracht. Ba Choe Foe vertelt zijn ervaring:

„Ik ben in het bergland van Pingtoeng geboren. Aangezien mijn vader een hoofd van de Loekai-stam was, gaven de mensen ons voedsel ten geschenke, zodat wij in het geheel geen zwaar werk hoefden te doen. Doordat ik in deze atmosfeer opgroeide, ontwikkelde ik een zeer trotse geest. Ik werd het ’hoofd’ van een bende jonge vandalen, die mensen onder bedreiging geld afpersten. Ik werd een gevreesde figuur in mijn dorp. Toen ik 22 was, nam ik een van mijn vele vriendinnen tot vrouw. Maar een immoreel leven en zwaar drinken waren zozeer een deel van mij geworden dat het leven als getrouwd man mij zwaar viel. Al gauw viel ons huwelijk uiteen en keerde ik terug tot mijn oude levensstijl.

Omstreeks deze tijd begon mijn vrouw de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen te bezoeken. Ik was niet geïnteresseerd en beschouwde mijzelf als een atheïst. Als gevolg van de oprechte en ijverige krachtsinspanningen van mijn vrouw stemde ik er in 1973 echter in toe met haar mee te gaan naar een internationaal congres in Taipei. Wij logeerden bij een gezin van Getuigen. De vriendelijkheid en onbevooroordeelde houding van de Chinese zuster maakten een onuitwisbare indruk op me. Eenmaal thuis, begon ik de bijbel te bestuderen en deed ik oprecht moeite te veranderen. In 1974 werd ik gedoopt.

Sindsdien zijn er veel beproevingen geweest. Onder andere Chinees te leren lezen. Isolement vormde ook een beproeving. Omdat er geen rijpe broeders waren met wie ik kon omgaan of bij wie ik hulp kon zoeken, werd ik aangemoedigd mij op Jehovah te verlaten. Ik leerde nederig te zijn en dicht bij Jehovah’s organisatie te blijven. Het resultaat? Alle leden van mijn gezin zijn momenteel actief in de waarheid. Ik heb het voorrecht dienaar in de bediening te zijn in de gemeente, die nu zestig ijverige verkondigers telt. Hoewel ik geen enkel bijzonder talent heb, heeft Jehovah mijn krachtsinspanningen in het oogstwerk gezegend en gesteund.”

De oogst gaat door

Taiwan is slechts een klein deel van het wereldomvattende veld. Toch gaan Jezus’ woorden: „De oogst is groot, maar er zijn weinig werkers”, ook hier op (Mattheüs 9:37). Verleden jaar woonden 4534 personen de Gedachtenisviering van Christus’ dood bij. En terwijl de inzameling zich naar een climax spoedt, wordt er door de harde werkers op Taiwan met vreugdegeroep geoogst. — Vergelijk Psalm 126:5, 6.

[Voetnoten]

a The Analects, vii 20, naar een vertaling door Arthur Waley in The Analects of Confucius, 1938, Vintage Books, New York.

[Kaart/Illustraties op blz. 31]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

JAPAN

CHINA

TAIWAN

FILIPPIJNEN

[Illustraties]

Een onlangs gebouwde Koninkrijkszaal aan de oostkust van Taiwan

Koninkrijksverkondigers brengen velen in dit met groen bedekte land vreugde

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen