Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w90 15/8 blz. 24-28
  • Gods werk op Gods wijze doen in Nigeria

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gods werk op Gods wijze doen in Nigeria
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Onderkopjes
  • Snelle groei
  • Bouwherinneringen
  • Functionarissen tonen waardering
  • De inwijdingsdag
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
w90 15/8 blz. 24-28

Gods werk op Gods wijze doen in Nigeria

HET was een indrukwekkend gezicht. Enorme stapels stalen balken met een totaalgewicht van ruim 450 ton namen een van de aanlegsteigers in de haven van Houston (Texas, VS) in beslag. Een stuwadoor had de taak de kolossale aantallen voor verscheping te controleren. Terwijl hij daarmee bezig was, verbaasde hij zich toen hij zag dat ze allemaal gemerkt waren met „Watchtower”. Ten slotte wendde hij zich tot de man die belast was met de verzending en vroeg: „Maar hoe hoog is die wachttoren eigenlijk?”

Vervolgens vernam de stuwadoor dat het staal niet in een letterlijke wachttoren verwerkt zou worden. In plaats daarvan zou het naar Igieduma (Nigeria) worden verscheept, waar het zou worden gebruikt om er een nieuw bijkantoorcomplex voor het Wachttorengenootschap van te bouwen — feitelijk een kleine stad in het hart van de Afrikaanse jungle.

Zes jaar geleden stonden op het terrein in Igieduma hoofdzakelijk dichte struiken en rubberbomen. Thans is het land ontgonnen en biedt het een prachtige aanblik; er zijn bloemen, tuinen en zelfs een park met herten! Toch staat er op het terrein een drukkerij die meer grond beslaat dan het hele voormalige bijkantoor in Lagos. In de drukkerij draaien drie drukpersen en één daarvan is in staat om 17.000 tijdschriften per uur te produceren. De woongebouwen kunnen meer dan 400 mensen huisvesten. In het utiliteitsgebouw bevinden zich een grote eetzaal en keuken alsook een ziekenboeg en tandartskamer. Het heeft zijn eigen watervoorziening en rioleringsstelsel. Een computergestuurde centrale wekt elektriciteit op. Er is een Koninkrijkszaal, een kantoorgebouw en een brandweerpost. Ook zult u er wegen en straatlantaarns aantreffen. Geen wonder dat mensen het Bethelcomplex in Igieduma een stad noemen. En het is helemaal door onbetaalde vrijwillige werkers gebouwd en door vrijwillige bijdragen gefinancierd.

Snelle groei

Hoewel dit Bethelhuis het grootste is dat Nigeria ooit heeft gehad, is het niet het eerste. Het eerste werd opgericht door broeder William R. Brown, die met zijn vrouw en dochter in 1930 naar Lagos verhuisde. De verscheidene gehuurde kamers waar zij woonden, dienden als hoofdbureau van het Westafrikaanse bijkantoor van het Genootschap, dat destijds zorg droeg voor het Koninkrijkswerk in Nigeria, Ghana en Sierra Leone. In die tijd waren er slechts zeven actieve verkondigers van het goede nieuws in Nigeria.

„Bijbel”-Brown, zoals hij wijd en zijd bekendstond, was een dynamische en moedige prediker van het goede nieuws. Daar hij zich in een kantoorstoel nooit lang op zijn gemak voelde, trok hij met de auto en per trein het land door, hield openbare lezingen en verspreidde enorme hoeveelheden lectuur.

Naarmate de krachtige Koninkrijksboodschap in de geest en het hart van ontvankelijke personen wortel schoot, werden steeds meer mensen ijverige Koninkrijksverkondigers. Het volgende decennium kwam overeen met de eerste-eeuwse periode in Jeruzalem, toen ’het woord van God bleef groeien, en het aantal discipelen in Jeruzalem sterk bleef toenemen’ (Handelingen 6:7). Tegen 1940 was het aantal actieve lofprijzers van Jehovah in Nigeria omhooggevlogen van 7 tot 1051!

De ’kleine was tot duizend geworden’, maar dit was slechts het begin (Jesaja 60:22). In 1947 stuurde het Genootschap drie op de Gileadschool opgeleide zendelingen naar Lagos. Een van hen, Anthony Attwood, is nog steeds in zijn toewijzing werkzaam. Hij vertelt over het Bethelhuis uit die tijd: „Het was een appartement boven een schoenenzaak. Er waren drie slaapkamers, een woonkamer/kantoor en een eetkamer. Broeder en zuster Brown en hun gezin hadden twee slaapkamers, en wij drie zendelingen werden in de derde slaapkamer gepropt. Die bood slechts ruimte aan drie eenpersoonsbedden en een ingebouwde kleerkast.”

De behoefte aan meer ruimte maakte het in 1948 noodzakelijk naar een gebouw van drie verdiepingen te verhuizen. Tegen die tijd was het aantal verkondigers in Nigeria tot 6825 gestegen. Acht jaar later was dit aantal verdrievoudigd, dus verhuisde Bethel weer, nu naar Shomolu in Lagos. Daar bouwde het Genootschap voor het eerst in Nigeria zijn eigen Bethelhuis, een gebouw met acht slaapkamers op een stuk land van 0,6 ha. Het plaatselijke bestuur gaf de brede laan de naam Wachttorenstraat. In de tuin stonden veel bomen, zoals kokospalmen, alsook citrus-, brood-, advocaat- en mangobomen. Maar in de loop van de volgende 33 jaar werden er panden bijgebouwd en uitgebreid. Tegen het midden van de jaren zeventig besloegen de gebouwen bijna het gehele terrein. Er moest weer verhuisd worden.

Bouwherinneringen

Aanvankelijk werd er een stuk grond van 31 ha gevonden in Otta, ten noorden van Lagos. Maar problemen bleven verhinderen dat er schot in de zaak kwam. Uiteindelijk werd het duidelijk dat het niet Jehovah’s wil was om daarheen te verhuizen. Vervolgens werd de speurtocht naar grond tot het zuidelijke deel van het land uitgebreid, en in 1983 wist het Genootschap de hand te leggen op een stuk grond van 57 ha in Igieduma, in de deelstaat Bendel.

In de loop van de volgende zes jaar ruimden de pythons en de cobra’s het veld voor de broeders die met zwaar materieel kwamen. Een grote uitdaging met betrekking tot het werk was dat het moeilijk of bijna onmogelijk was om de meeste gereedschappen en bouwmaterialen plaatselijk aan te schaffen. Er was hulp van buiten nodig. Dus werd er een beroep gedaan op een team Getuigen in de Verenigde Staten om materialen te vinden, te kopen en te verschepen. Terry Dean, de coördinator van deze grootse onderneming, vertelt: „Wat het project zo gigantisch maakte, was dat bijna alles per schip moest worden aangevoerd. De broeders in Nigeria zeiden ons dat het enige bouwmateriaal dat zij bezaten, zand, cement en water was!”

Het was goed dat de grondstoffen voorhanden waren, aangezien er zo’n 7000 ton cement, 50.000 ton zand en ruim 30.000 ton kiezel in het gebouw werden verwerkt. Ook was er voldoende hout beschikbaar. Niettemin werd er in de loop van de volgende vijf jaar zo’n 4500 ton bouwmateriaal uit de Verenigde Staten gezonden, genoeg om er 347 goederencontainers mee te vullen, die, achter elkaar geplaatst, een rij van 3,5 km zouden vormen!

Ook andere bijkantoren hebben edelmoedig goederen bijgedragen. Engeland schonk de hele elektriciteitsinstallatie, met inbegrip van zes enorme generators om de energie op te wekken. Zweden schonk een torenkraan, tractors, een graafmachine, een vrachtwagen, gereedschappen, keukenuitrusting en een telefooncentrale. Toen een ijzerwinkel te koop werd aangeboden, kochten de Zweedse broeders die en verscheepten alles naar Nigeria. De enige artikelen uit de winkel die zij niet verzonden, waren sneeuwschoppen — in Zweden beslist nuttiger dan in Afrika!

Natuurlijk droegen ook plaatselijke Getuigen naar hun vermogen bij. Meer dan 125.000 ondersteunden het project door tijdens de bouw een kijkje te komen nemen op het terrein. Velen schonken financiële bijdragen. Eén bijdrage van 20 dollarcent was van een zevenjarige jongen afkomstig. Hoe was hij aan het geld gekomen? Zijn vader had hem een stuk yamswortel gegeven om die te koken en op te eten; in plaats daarvan bewaarde de jongen de wortel plantte hem in het juiste jaargetijde in de grond. Later oogstte hij zijn yamswortel, verkocht die en schonk het geld aan het project in Igieduma.

Andere getuigen van Jehovah stelden hun vakkennis beschikbaar en leidden anderen zelfs op om de bouwtechnieken onder de knie te krijgen. Velen, soms wel 500 tegelijk, werkten hard en zwoegden onder de brandende zon en in de tropische regens om het werk af te krijgen. Beschouw bijvoorbeeld eens hoeveel werk er nodig was om een muur om het terrein te bouwen. In de zeven maanden die het vergde om deze bijna 3 km lange muur te voltooien, vervaardigden de broeders 57.000 betonblokken en metselden die stuk voor stuk op hun plaats. Een broeder grapte: „Wat me op de been hield, was de aanblik van de gieren die boven mijn hoofd cirkelden en erop wachtten dat ik dood zou neervallen!” In feite werd hij evenals de duizenden anderen die tot het succes van Igieduma bijdroegen, door Jehovah’s heilige geest gemotiveerd en geschraagd.

Functionarissen tonen waardering

Regeringsfunctionarissen hebben het werk mede ondersteund. Het kantoor van de president deed de concessie dat alle geïmporteerde bouwbenodigdheden vrijgesteld zouden worden van invoerrechten. Plaatselijke ambtenaren zagen af van de gebruikelijke leges. Alleen moest er een symbolisch bedrag voor de bouwvergunning worden betaald. Toen er op een keer een meningsverschil rees over een stuk grond, kwam de Omo N’oba, of koning, van het hele gebied tussenbeide en gebood: „Het werk mag niet worden stopgezet, want dit is Gods werk.”

Dat dit project Gods steun had, werd zelfs erkend door anderen die geen Jehovah’s Getuigen waren. Toen een Amerikaanse maatschappij staal leverde om de garage te bouwen, stuurden zij een van hun werknemers, een katholiek, om bij de bouw ervan te helpen. Gedurende zijn tweeweekse verblijf in Igieduma voelde hij zich al gauw helemaal thuis en noemde zijn medewerkers zelfs broeder en zuster. Nadat hij naar huis was teruggekeerd, schreef hij aan ons Nigeriaanse kantoor: „Ik heb nog nooit zo van werk genoten als toen ik daar Gods werk op Gods wijze deed.”

De inwijdingsdag

Op 20 januari 1990 werd dit prachtige Bethelcomplex opgedragen aan Jehovah God, door wiens geest dit alles tot stand was gebracht. Er kwamen bezoekers uit heel Nigeria, hoewel uitnodigingen beperkt moesten worden tot degenen die ten minste 35 jaar gedoopt waren of die minimaal 20 jaar in de volle-tijddienst stonden. De zusters hadden zich getooid in lange, kleurrijke klederdrachten met bijpassende hoofdbedekking, en veel broeders droegen schitterende Afrikaanse gewaden. In totaal 4209 personen uit 29 landen woonden de inwijding bij. Onder hen bevonden zich ten minste 80 zendelingen, van wie de meeste uit andere Westafrikaanse landen waren gekomen. Tijdens het programma werd er onder meer verslag uitgebracht door vijf bezoekende bijkantoorvertegenwoordigers, die de nadruk legden op de eensgezindheid en het gevoel van saamhorigheid onder Jehovah’s volk. Er werden groeten en telegrammen voorgelezen van broeders en zusters uit 21 landen, waaronder een hartroerende boodschap van „de 400 broeders en zusters in Moskou (Sovjet-Unie)”.

Twee leden van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen in Brooklyn (New York) waren ook aanwezig. Albert Schroeder sprak over het thema „Waar het op aankomt, is getrouw bevonden te worden”, en beklemtoonde dat Gods volk getrouw moet blijven (1 Korinthiërs 4:2). De inwijdingstoespraak werd gehouden door Lyman Swingle, die over de bouw van de glorierijke tempel in de dagen van Salomo sprak. Hoewel de tempel Gods steun en goedkeuring had, maakte Jehovah duidelijk dat de loyaliteit en gehoorzaamheid van zijn opgedragen volk veel belangrijker waren dan het gebouw. Op deze wijze toonde broeder Swingle aan dat het prachtige bijkantoorcomplex in Igieduma niet een doel op zich was, maar een middel om de ware aanbidding te bevorderen.

De volgende dag werden er in drie Nigeriaanse steden speciale vergaderingen in verband met de inwijding gehouden. Meer dan 60.000 personen woonden deze bijeenkomsten bij.

In oude tijden, toen de Edosprekende bevolking van Nigeria kwam om een groot opperhoofd te eren, ging dit met veel festiviteiten en vreugdebetoon gepaard. Igieduma (oorspronkelijk ugie dunai) was het woord dat werd gebruikt om de succesvolle afsluiting van zo’n vreugdevolle bijeenkomst te beschrijven. Voor Jehovah’s volk dat op die inwijdingsdag was gekomen om het „Opperhoofd” van het Universum, Jehovah God, te eren, hadden weinig woorden passender kunnen zijn om die gelegenheid te beschrijven. Het woord „Igieduma” doet de 139.150 Koninkrijksverkondigers in Nigeria denken aan de plaats van waar uit een stroom van theocratische leiding en raad vloeit, alsook een overvloed van gedrukt materiaal dat hen zal helpen om in Nigeria Gods werk op Gods wijze te blijven doen.

[Illustraties op blz. 24, 25]

1. Woongebouwen

2. Koninkrijkszaal

3. Utiliteitsgebouw

4. Kantoren

5. Drukkerij

6. Garage

7. Elektrische centrale

[Illustraties op blz. 26]

Broeder en zuster Brown vóór het bijkantoor in de jaren ’40

Drukkerijreceptie van het nieuwe bijkantoor

Bethelkamer

[Illustraties op blz. 27]

Tweekleuren-offsetpers

Lectuur inladen

Koninkrijkszaal

Dienstafdeling

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen