Malta’s gastvrijheid werpt zegeningen af
TOEN de apostel Paulus in de eerste eeuw G.T. schipbreuk leed, was hij blij op Malta aan land te kunnen gaan. De eilandbewoners ontvingen hem en zijn medereizigers „behulpzaam”. De Maltezen bewezen de reizigers zelfs „buitengewone menslievendheid”. — Handelingen 28:1, 2.
Later ontving de belangrijkste man op het eiland, Publius, Paulus en zijn metgezellen gastvrij en „was zo welwillend [hen] drie dagen onderdak te verlenen”. Toen het nieuws de ronde deed dat de apostel Publius’ vader van koorts en dysenterie had genezen, begonnen „de overige mensen op het eiland die ziekten hadden naar hem toe [te komen] en werden genezen” (Handelingen 28:7-9). Maar Paulus deed meer. Hij zaaide waarheidszaadjes in het hart van de mensen, wat vele zegeningen voor deze gastvrije eilandbewoners tot gevolg had. Thans gebeurt op Malta hetzelfde. Kom en zie hoe.
Bezoekers brengen goed nieuws
Vanuit de lucht gezien, schittert het door de zon beschenen Malta als een in de blauwe Middellandse Zee gevat juweel. Wanneer een bezoeker vervolgens het vliegveld Luqa nadert, ziet hij een zonovergoten landschap met schijnbaar weinig vegetatie. Eenmaal geland, verneemt hij dat dit elf bij zestien kilometer metende eiland het tehuis is van naar schatting 347.000 bewoners. De koepels en torenspitsen van Malta’s talrijke kerken en kathedralen verraden zijn religieuze achtergrond. Maar hoe hebben de Maltezen in deze twintigste eeuw voordeel getrokken van de bezoeken van Jehovah’s Getuigen?
Een reizend opziener, David genaamd, belde aan bij Juliana, die gunstig op de Koninkrijksboodschap reageerde. „Ik was erg ontevreden over de bemoeienissen van de kerk met de politiek”, zegt Juliana, „en daarom trachtte ik aan de hand van de bijbel de waarheid over Gods regering te weten te komen. Maar toen ik de bijbel las, kon ik verschillende dingen niet goed begrijpen. Stelt u zich mijn verbazing voor toen deze bezoeker mij vroeg of ik wist wat Gods koninkrijk inhield! Onmiddellijk vroeg ik hem deze vraag aan de hand van mijn katholieke bijbel te beantwoorden. Dat deed hij. Op die bewuste dag wist ik dat ik de waarheid had gevonden.”
Een plaatselijke Getuige trof er regelingen voor om met Juliana de bijbel te bestuderen. Wat was het voor David een aangename verrassing om een half jaar later, tijdens zijn volgende bezoek aan Malta, in de Koninkrijkszaal door Juliana begroet te worden! Het duurde niet lang of zij was zelf zover dat zij het goede nieuws van het Koninkrijk kon verkondigen.
Juliana’s man, Francis, wist ook niet goed raad met kerkelijke leringen. Toen Juliana eens in het ziekenhuis lag, trof hij haar tijdens een van zijn bezoeken aan terwijl zij naar bandjes luisterde van openbare bijbellezingen die in de Koninkrijkszaal waren gehouden. Toen Francis een lezing over het onderwerp van het gezin hoorde, merkte hij op hoe goed de bijbelse raad was, en als resultaat hiervan besloot hij de christelijke vergaderingen te gaan bezoeken. Hij werd zich al gauw bewust van een probleem dat opgelost moest worden. Welk probleem?
Ongeveer twintig jaar lang had Francis als croupier in het casino gewerkt. Hij besefte nu dat werk dat met gokken verband hield, onverenigbaar was met de christelijke beginselen die hebzucht en begerigheid veroordelen (Romeinen 13:9, 10; 1 Korinthiërs 6:9, 10). „Hoewel mijn geloof aanvankelijk niet groot genoeg was om van baan te veranderen,” geeft Francis toe, „bad ik Jehovah om hulp. Uiteindelijk vond ik ander werk dat mij in staat stelt mijn vrouw en mijn zoon, Sandro, te onderhouden.” Thans dient Francis als ouderling in de plaatselijke gemeente van Jehovah’s Getuigen.
Troost uit de Schrift
Nadat Rose zes jaar een gelukkig huwelijk met George had gehad, kwam hij bij een tragisch ongeval om het leven. Zij putte totaal geen troost uit de bewering van de priester dat God George had weggenomen omdat Hij jaloers was op de liefde die zij voor haar man koesterde. Rose werd zo neerslachtig dat zij overwoog haar drie kinderen van het leven te beroven en vervolgens zelfmoord te plegen.
Maar wat onderging Rose een verandering toen een bij haar in de buurt wonende Getuige, Helen genaamd, met haar de bijbel begon te bestuderen! Rose werd al gauw vertroost door de schriftuurlijke leer van de opstanding (Johannes 5:28, 29). Terzelfder tijd werd zij ook aangemoedigd door Peter, een andere bezoekende opziener. Zijn lezingen over de opstanding hebben haar veel goedgedaan. Door deze hoop aangespoord, sloot Rose zich bij Helen aan in het openbare getuigeniswerk, en beiden dienen nu als gewone pioniers of volle-tijd Koninkrijksverkondigers.
Aanmoediging om ijverig te zijn
Joe komt uit een groot gezin, want hij heeft twaalf broers en zusters. Aangemoedigd door een reizend opziener gaf hij ijverig getuigenis aan zijn vele familieleden. „In het begin”, zo zegt hij, „besefte mijn familie dat wat ik hun aan de hand van de bijbel uitlegde, zinvol was. Maar toen zij zagen dat ik er steeds meer belangstelling voor kreeg een Getuige te worden, veranderden zij van gedachten en keerden zij zich allemaal tegen mij — vooral mijn vader.” Werd Joe’s ijver door hun houding gedoofd?
In het geheel niet! Toen bijvoorbeeld de baby van een van zijn zusters ziek was en op sterven lag, gaf Joe haar getuigenis en sprak hij met haar over de opstandingshoop. Nu is deze zus een gedoopte getuige van Jehovah. Vervolgens toonden een oudere broer van Joe en zijn gezin belangstelling voor de waarheid. Toen namen de oudste broer en zijn gezin een standpunt voor Gods koninkrijk in. Intussen werd Joe’s vader steeds woedender. Toen Joe’s jongste zus ook de bijbel begon te studeren, zette de vader Joe de deur uit. Niet uit het veld geslagen, gebruikte Joe elke gelegenheid om zijn familieleden te bezoeken en over de bijbelse boodschap te spreken. Nog altijd reageerde zijn vader boos en zei: „Waarom praat je niet met de priester? Hij kent de bijbel het beste!” Joe antwoordde dat hij dit graag zou doen als zijn vader hem zou vergezellen. Hoe liep hun gesprek af?
„Wij spraken een dag en een tijd af,” herinnert Joe zich, „maar de priester wilde weten op welk onderwerp hij zich moest voorbereiden en legde uit dat aangezien hij zeven jaar voordien het seminarie had verlaten, hij nu wat nazoekwerk zou moeten verrichten. . . . Maar een week, een maand en zelfs twee maanden later had de priester zich nog steeds aan geen enkele afspraak gehouden. Toen mijn vader dit zag, veranderde hij van gedachten over de kerk en besefte hij geleidelijk dat wat ik uit de bijbel had geleerd, waar was.” Joe’s vader aanvaardde ten slotte de waarheid, waardoor het aantal van zijn familieleden dat in Jehovah’s dienst werkzaam is tot 29 is toegenomen.
Nuttige raad werpt zegeningen af
Een gehuwde pionierbedienaar, Ignatio genaamd, spreekt enthousiast over nog een bezoekende opziener en legt uit: „Paul en zijn vrouw logeerden bij ons. Zij hebben ons beiden zowel in onze huwelijksverhouding als in de velddienst geholpen. Hij beklemtoonde altijd de belangrijkheid van de prediking.”
Ignatio herinnert zich wat er gebeurde toen Paul tijdens zijn laatste bezoek met de gemeenteouderlingen en dienaren in de bediening bijeenkwam. „Toen ik zei dat ik die ochtend tijd van het predikingswerk moest afnemen om mij voor te bereiden op een programmaonderdeel van een vergadering,” zo zegt Ignatio, „zei Paul dat hij, zoals was afgesproken, in de velddienst zou gaan, ook als ik hem niet vergezelde. Toen besloot ik toch te gaan. Wat heeft Jehovah mijn beslissing gezegend! Die ochtend richtte ik een bijbelstudie op, en als resultaat hiervan zijn er nu zes mensen in de waarheid.” — Vergelijk 3 Johannes 4.
Een uitwisseling van aanmoediging
Elke keer als een reizend opziener mede-Getuigen op Malta bezoekt, ontvangen zij hem gastvrij en trekken zij enthousiast voordeel van zijn aanmoedigingen en vermaningen. (Vergelijk 3 Johannes 5-8.) Als gevolg hiervan nemen steeds meer Maltezen een krachtig standpunt in voor Jehovah God en zijn koninkrijk. Tegen het einde van het dienstjaar 1989 hadden 389 van deze gastvrije eilandbewoners dit gedaan. Zij zijn nu georganiseerd in vijf bloeiende gemeenten (vier op Malta en één op het nabijgelegen eiland Gozo) en maken het goede nieuws vrijmoedig bekend.
Alle reizende opzieners die in de afgelopen jaren de toewijzing hebben ontvangen Malta te bezoeken, hebben zich gevoeld als de apostel Paulus, die tot de christenen in Rome zei: „Ik verlang ernaar u te zien om u enige geestelijke gave te kunnen meedelen en u daardoor standvastig te maken.” Hun bezoeken hebben werkelijk een verkwikkende „uitwisseling van aanmoediging” tot resultaat gehad (Romeinen 1:11, 12). De activiteiten van Jehovah’s Getuigen op het gebied van de Koninkrijksprediking werpen bovendien rijke geestelijke zegeningen af voor de gastvrije bevolking van Malta.
[Kaart/Illustraties op blz. 24, 25]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
GOZO
COMINO
MALTA
Valletta
Middellandse Zee
8 km