Afgestudeerden van Gilead aangespoord goede communicatievaardigheden aan te kweken
OP ZONDAG, 4 maart 1990, vulden meer dan 4100 personen de Congreshal van Jehovah’s Getuigen in Jersey City voor het graduatieprogramma van de 88ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. De 24 afgestudeerden waren uit 6 landen afkomstig en werden nu naar in totaal 13 landen gezonden.
Het programma begon om 10.00 uur v.m. Nadat er een lied was gezongen, opende George Gangas, nu meer dan 90 jaar oud en een lid van het Besturende Lichaam, de vergadering met een vurig gebed tot Jehovah. Hierna besprak de voorzitter, C. W. Barber, ook een lid van het Besturende Lichaam en zelf een afgestudeerde van de 26ste klas van Gilead, kort enkele van de snelle veranderingen op het wereldtoneel. Tot besluit zei hij: „Nooit is er een schitterender gelegenheid geweest om getuigen te zijn van Jehovah’s oppermacht en rechtvaardigheid.” Toen ging hij ertoe over de verschillende broeders in te leiden die tijdens het ochtendprogramma zouden spreken.
Vernon Wisegarver, een lid van het drukkerijcomité in Brooklyn, koos als thema: „Wees vaardig in je werk”. Hij maakte gebruik van de illustratie van een dorpssmid die een sterke ketting had gesmeed welke, aan een anker vastgemaakt, tijdens een storm alle opvarenden het leven redde, en hij vergeleek de afgestudeerden van Gilead met de smid. Door bijbels onderricht te geven, en hierbij de vaardigheden toe te passen die zij tijdens hun opleiding hebben ontwikkeld, zullen zij de mensen helpen een levenreddende ketting van godvruchtige hoedanigheden te smeden. Hij moedigde de afgestudeerden aan hun onderwijsbekwaamheden te blijven vergroten en als „vaardige werkers” voor het aangezicht van de Grootste aller koningen te staan.
Vervolgens sprak John Barr, een lid van het Besturende Lichaam, over het onderwerp: „Proeft en ziet dat Jehovah goed is”. Zijn opmerkingen waren gebaseerd op Psalm 34:8, waar staat: „Proeft en ziet dat Jehovah goed is; gelukkig is de fysiek sterke man die tot hem zijn toevlucht neemt.” Hij moedigde de zendelingen aan: „Proef alles in jullie zendingstoewijzing. Probeer het allemaal. Wees er niet bang voor. Dan zullen jullie Jehovah’s goedheid kunnen ervaren zoals jullie dit nog nooit eerder hebben meegemaakt. Wees nooit kieskeurig. Zeg nooit: ’Ik houd hier niet van.’ Proef het.”
Charles Woody, een lid van het dienstafdelingcomité, sprak over het door hem uitgekozen onderwerp: „Een evenwichtige kijk op onszelf hebben”. Hij zei: „Wij vinden het prettig met mensen om te gaan die een evenwichtige kijk op zichzelf hebben, die niet altijd hun zin hoeven te hebben, die er snel toe overgaan anderen te prijzen en op te bouwen en die, hoewel zij kennis bezitten, anderen niet het gevoel geven dat zij die kennis niet bezitten.” Hij voegde hieraan toe: „Als zendelingen moeten jullie de mensen tot de waarheid aantrekken, en hen niet afleiden. Jullie nederige manier van doen zal hierbij van onschatbare waarde zijn.”
Lyman Swingle, een lid van het Besturende Lichaam, sprak vervolgens over het thema: „Wat zullen de volgende hoofdstukken ons te vertellen hebben?” Hij begon met te zeggen: „Vandaag beginnen jullie aan een nieuw hoofdstuk in je leven. Wat zullen jullie in de nieuwe hoofdstukken schrijven, van nu af aan tot in de toekomst?” Hij vermaande hen: „Alles wat jullie doen, dient tot eer en heerlijkheid van Jehovah te zijn”, en voegde eraan toe: „Zorg ervoor dat jullie beslissingen op Gods Woord gebaseerd zijn. Denk aan Spreuken 3:7, waar staat: ’Word niet wijs in uw eigen ogen.’ Geef er blijk van getrouw te zijn in het ten uitvoer brengen van de aan jullie toegewezen taak.” Hij besloot met de woorden: „Wij hebben het vertrouwen dat jullie nooit zullen ophouden je biografie te schrijven, ja, dat jullie eeuwig zullen leven.”
Vervolgens spoorde Jack Redford, een van de leraren van de school, de afgestudeerden aan: „Wees een levend offer”. Hij begon met te zeggen: „Het zendelingenleven is een leven van opoffering. . . . Wij hebben jullie lief wegens jullie zelfopofferende geest.” Na Filippenzen 2:17 aangehaald te hebben, waar de apostel Paulus zei dat hij als een drankoffer was uitgegoten, wat betekent dat hij bereid was zich als een levend offer weg te cijferen, vroeg hij: „Maar hoe zijn zendelingen vaak als een drankoffer?” Hij vertelde toen twee ervaringen over zendelingen die zich bovenmatig hebben weggecijferd. Eén had eigenhandig 16.000 stenen gemaakt en de eerste Koninkrijkszaal gebouwd in het land waaraan hij was toegewezen. De andere ervaring ging over een zuster die haar man vergezelde in de rimboe, waar de levensomstandigheden uitermate primitief zijn. De plaatselijke zusters hadden allen waardering voor haar omdat zij beseften dat zij zich als een ’levend offer’ uitgoot. Maar toen bracht de spreker de studenten in herinnering dat offers geen waarde hebben als ze niet met gehoorzaamheid gepaard gaan. Naar aanleiding van het verslag van koning Saul en de Amalekieten, spoorde hij aan: „Houd altijd in gedachte dat gehoorzaamheid beter is dan slachtoffer. Probeer nooit met Jehovah te marchanderen. Doe altijd wat hij jullie opdraagt.”
De voorzitter leidde toen de andere leraar van de school, Ulysses Glass, in. Broeder Glass begon met te zeggen: „De 88ste klas was en is een gelukkige klas. Andere klassen waren ook gelukkig. Waarom is jullie geluk dan zo bijzonder?” Hij toonde aan dat geluk „geen doel is, maar een resultaat van juiste werken. Juist het proces dat ernaartoe leidt, schenkt de beloning.” Hij citeerde een schrijver wiens leven veranderde toen hij het gezegde onder de ogen kreeg: „Succes is een reis, niet een bestemming.” De schrijver zwoer dat hij geluk niet langer zou beoordelen naar het bereikt hebben van bestemmingen, maar in plaats daarvan zijn hele leven als een voortdurende reis zou beschouwen. „Er is geen weg naar het geluk”, zei hij. „Geluk is de weg.” Broeder Glass merkte toen op dat deze klas de essentie van die woorden had begrepen. Tot besluit moedigde hij alle studenten aan: „Blijf wandelen in waterrijke plaatsen. Aan welke problemen jullie ook het hoofd moeten bieden, moge het geluk dat degenen ten deel valt die Jehovah liefhebben en vrezen, jullie deel blijven.”
Toen kwam de thematoespraak tijdens het ochtendprogramma, uitgesproken door nog een lid van het Besturende Lichaam, Karl Klein, die als thema koos: „Werk aan christelijke communicatie”. Hij begon met allen eraan te herinneren dat Jehovah van allen van wie communicatie uitgaat, de grootste is. Zijn eniggeboren Zoon, de Logos, werd als Jehovah’s belangrijkste Woordvoerder gebruikt en gaf Gods wil en instructies aan de aardse schepping door. Toen Jezus op aarde was, waren de scharen verbaasd over zijn manier van onderwijzen. Nog nooit hadden zij iemand als hij horen spreken. In Matthéüs 28:19, 20 moedigde Jezus zijn discipelen aan voor goede communicatie te zorgen door de wereld in te gaan, zijn geboden aan anderen te onderwijzen en ook hen tot discipelen te maken.
Daarna richtte broeder Klein zich rechtstreeks tot de toekomstige zendelingen en zei dat er vier richtingen van communicatie zijn in verband waarmee zendelingen goede communicatievaardigheden moeten ontwikkelen: tussen man en vrouw, met anderen in het zendelingenhuis, met degenen op het bijkantoor waaraan zij zijn toegewezen en met degenen die zij in de velddienst treffen. „Je begint al te communiceren voordat je je mond hebt opengedaan”, zei broeder Klein. „Je houding en uiterlijke verzorging dragen indrukken over op de huisbewoner.” Hij gaf toen verschillende illustraties om zijn punt te verduidelijken en besloot met de volgende aansporingen: „Wees nederig van geest. Houd de communicatiemogelijkheden open. Streef ernaar beter te communiceren.”
Nadat er groeten waren voorgelezen, gaf de voorzitter alle afgestudeerden een diploma. Daarna bood de klas een resolutie aan die was geadresseerd aan het Besturende Lichaam en de Bethelfamilie en werd voorgelezen door Paul Angerville uit Guadeloupe.
Het middagprogramma begon met een Wachttoren-studie. Daarna verzorgden de studenten een programma dat de aanwezigen in de gelegenheid stelde iets van de sfeer in hun klas te proeven, hun informele gezellige bijeenkomsten op hun kamers gade te slaan en verscheidene velddienstervaringen te horen die zij hadden opgedaan in de vijf maanden die zij op Gilead waren. Tot slot werd er een prachtig drama opgevoerd met als thema: Doen wat juist is in Jehovah’s ogen. Het drama werd uitgebeeld door verkondigers uit de gemeente Lyndhurst in New Jersey. De dag eindigde met een slotlied, gevolgd door een gebed dat werd uitgesproken door Fred Franz, de 96-jarige president van het Genootschap.
[Kader op blz. 27]
STATISTIEK VAN DE KLAS
Aantal vertegenwoordigde landen: 6
Aantal landen waaraan toegewezen: 13
Aantal ongehuwde broeders: 2
Aantal echtparen: 11
Aantal studenten: 24
Gemiddelde leeftijd: 32,7
Gemiddelde jaren in de waarheid: 14
Gemiddelde jaren in de volle-tijddienst: 9
[Illustratie op blz. 26]
88ste afstuderende klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead
In onderstaande lijst zijn de rijen genummerd van voor naar achter en staan de namen per rij van links naar rechts vermeld.
(1) D. Magney; L. Rogers; S. Foster; R. Foley; L. Untch; G. Jonasson (2) H. Buri; B. Buri; M. Krammer; D. Hudson; J. Underkoffler (3) P. Angerville; M. Olsson; A. Jones; R. Untch; A. Krammer; C. Hudson (4) L. Foley; J. Magney; A. Jones; H. Jonasson; M. Foster; M. Rogers; R. Underkoffler