Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w90 15/4 blz. 22-25
  • ’Naar mensen vissen’ in Belize

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • ’Naar mensen vissen’ in Belize
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Onderkopjes
  • Het ’vissen’ begint
  • In wijder omtrek ’het net uitwerpen’
  • Het net binnenhalen
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
w90 15/4 blz. 22-25

’Naar mensen vissen’ in Belize

BELIZE is een klein subtropisch land dat tussen Mexico en Guatemala genesteld ligt. Voor zijn kustlijn is de turkooizen Caribische Zee bezaaid met atollen en koraalriffen die het langste barrièrerif van het westelijk halfrond vormen. Het grootste deel van het land langs de kust is droog en vlak. Maar meer landinwaarts, in zuidelijke richting, bereikt het Mayagebergte een hoogte van 1120 meter. Dit eens dichtbeboste bergachtige gebied wordt gekenmerkt door ravijnen, diepe rivierdalen en prachtige watervallen.

Het land werd oorspronkelijk bewoond door de Maya’s, zoals uit veel ruïnes en oude voorwerpen blijkt. In de jaren zestienhonderd vestigden zich hier voormalige zeerovers, die er campêche- en mahoniehout gingen kappen. Later werd het de kolonie Brits Honduras. In 1981 werd het gebied onafhankelijk en een zelfstandige natie.

Belize heeft thans ongeveer 175.000 inwoners. Zij vormen werkelijk een gemengd gezelschap, samengesteld uit Afro-Belizanen (creolen), mestiezen, Maya’s, Garinagus (Cariben), Aziaten, Europeanen en anderen. Wegens de Engelse achtergrond van Belize, is Engels de officiële taal, met Spaans als belangrijke tweede taal. Er wordt ook veel creools gesproken, evenals Maya, Garifuna en andere talen.

Het 280 kilometer lange barrièrerif, met zijn prachtig gekleurde koralen, op kasteeltorens gelijkende kalkskeletten en grotten, herbergt een grote verscheidenheid van zeedieren die niet alleen een lust zijn voor het oog maar ook de smaakpapillen strelen. Deze voor de kust liggende visgronden behoren tot de grootste natuurlijke hulpbronnen van het land. Met zijn grote verscheidenheid van mensen en culturen is Belize ook een produktieve ’visgrond’ gebleken voor degenen die gunstig reageren op Jezus’ uitnodiging: „Komt achter mij en ik zal u vissers van mensen maken.” — Matthéüs 4:19.

Het ’vissen’ begint

In 1923 verhuisde James Gordon, een Getuige die in 1918 op Jamaica gedoopt was, naar Belize. Hij begon als het ware zijn net uit te werpen onder zijn medemensen in en rondom het dorp Bomba in het district Belize. Zijn ’visuitrusting’ omvatte op den duur een enorme roodbruine tas met boeken, die in één hand werd gedragen, en zijn grammofoon, die hij in zijn andere hand droeg.

Omstreeks 1931 kwam Freida Johnson, een volle-tijdbedienaar uit Texas, tijdens een predikingstocht door Middenamerikaanse landen in Belize terecht. Gedurende haar zesmaandse verblijf kwam zij in contact met een bakker, Thaddius Hodgeson genaamd, die de waarheid op zijn beurt doorgaf aan een andere bakker, Arthur Randall. Broeder Hodgeson zette het werk voort totdat in 1945 de eerste op Gilead opgeleide zendelingen, Charles Heyen en Elmer Ihring, arriveerden.

In het daaropvolgende jaar, tijdens een bezoek van N. H. Knorr en F. W. Franz, destijds respectievelijk president en vice-president van het Wachttorengenootschap, werd in dit land een bijkantoor opgericht. Sindsdien is het ’net’ in delen van Belize uitgeworpen en is het werk gestadig gegroeid. In 1989 bereikte het aantal „vissers van mensen” een hoogtepunt van 844 predikers.

In wijder omtrek ’het net uitwerpen’

Thans worden Belize City en andere steden geregeld door de predikers van het goede nieuws van het Koninkrijk bewerkt, maar veel afgelegen dorpen en cays (koraaleilandjes) komen niet zo vaak aan de beurt. Dit was tot voor enkele jaren het geval met San Pedro, op Ambergris Cay.

Vele jaren achtereen hadden de inwoners van San Pedro uitsluitend contact met de waarheid wanneer Getuigen van het vasteland er een kort bezoekje brachten. De Getuigen lieten bij geïnteresseerde mensen bijbelse lectuur achter, maar zij konden de aangetroffen belangstelling niet verder behartigen omdat zij naar het vasteland moesten terugkeren. Later kwam er een gezin van vier personen naar Belize om te dienen waar de behoefte groter was. Zij waren bereid naar het eiland te verhuizen, ook al moesten zij in een soort kampeerwagen wonen totdat zij een huis konden bouwen. Maar met de ’visserij’ ging het goed. Zij richtten veel bijbelstudies op, en nu zijn er ruim twintig „vissers van mensen” op het eiland. In september 1986 hebben zij met de hulp van Getuigen uit het hele land in slechts één weekend hun eigen Koninkrijkszaal gebouwd.

In het gebied dat onder het bijkantoor ressorteert, liggen verscheidene geïsoleerde Maya-dorpen in het zuidelijke district Toledo, waar Ketchi en Maya-Mopan wordt gesproken. Een groepje Getuigen bezocht deze dorpen eens per jaar, tijdens de droge tijd, als de rivieren en bergen overgestoken kunnen worden. Terwijl zij alles wat zij nodig hadden op hun rug meedroegen, liepen zij van dorp tot dorp, gaven de inwoners getuigenis en bezochten op de terugweg iedereen die belangstelling had getoond.

Tijdens zo’n jaarlijkse ’bush-tocht’ in 1968 bezochten de broeders en zusters het dorp Crique Sarco. Een jong meisje aldaar vond een exemplaar van het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt, dat een broeder per ongeluk had laten vallen. Zij vertelt wat daaruit voortvloeide.

„Dat boek was een kostbaar bezit voor mij, maar ik keek alleen naar de paar plaatjes die erin stonden en las het nooit. Door de jaarlijkse bezoeken die de broeders aan mijn vader brachten, werd de naam Jehovah in mijn geest gegrift en kwam ik te weten dat Hij een organisatie heeft. Toen ik in de stad Punta Gorda naar de middelbare school ging, werd er op zekere dag aan de klas gevraagd: Wat is Gods naam? Toen ik antwoordde: ’Jehovah’, werd dit als zo’n slechte beurt aangerekend dat ik vijf slechte aantekeningen kreeg plus een disciplinaire werktoewijzing, zoals toiletten schoonmaken. Daarna riep de priester mij bij zich en zei dat als ik die naam nog eens zou gebruiken, ik van school gestuurd kon worden. Toen ging ik uit eigen beweging van school weg en ben er nooit meer teruggekeerd.

Mijn volgende contact met de waarheid deed zich jaren later voor, toen ik getrouwd was en in Corozal in het noorden woonde. Ik zag een stuk papier in de wind waaien, raapte het op en zag dat het de omslag was van de brochure Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie. Ik merkte tegenover een vriendin op dat dit een van de geloofsovertuigingen van de Getuigen was waarmee ik het niet eens kon zijn. Ze zei dat ik het op zekere dag misschien wel met hen eens zou zijn. De volgende dag kwam er een broeder bij mij aan de deur die zei dat hij had gehoord dat ik de bijbel met Jehovah’s Getuigen wilde bestuderen. Hoewel ik hem zei dat dit echt niet zo was, legde hij uit dat de studie niet veel tijd in beslag zou nemen, en daarom ging ik op het aanbod in. Eindelijk werd er een goed gebruik gemaakt van het Waarheid-boek, dat ik acht jaar lang zo’n kostbaar bezit had gevonden!

Al gauw drong mijn schoonfamilie er bij mijn man op aan een eind te maken aan mijn studie. Toen verhuisden wij naar een geïsoleerd dorpje en verloor ik alle contact met de Getuigen. Ten slotte bezocht een zuster mij tijdens de van-huis-tot-huisbediening en hervatte ik mijn studie. Mijn man deed wat hij kon om de studie te verstoren. Hij ging zich bedrinken, maakte veel lawaai, jaagde mij het huis uit of dreigde een andere vrouw te zullen nemen. Maar ik bleef standvastig en verliet mij sterk op Jehovah door in gebed zijn hulp te zoeken. Twee jaar geleden verhoorde Jehovah mijn gebeden ver boven mijn verwachtingen.

Mijn man kwam op zekere dag thuis met een gezicht vol blauwe plekken en ging meteen naar bed. Later op die dag zei hij: ’Ik wil ook de bijbel bestuderen!’ Die verandering heeft mij veel vreugde geschonken maar ons ook de woede van zijn familie op de hals gehaald. ’Van religie veranderen is als van ouders veranderen,’ zeiden zij tegen hem, ’dus ben je niet langer onze zoon!’ Nu mijn man en ik hetzelfde doel hadden, maakten wij snelle vorderingen. Op 5 december 1987 werden wij op onze eerste speciale dagvergadering gedoopt.”

Aldus wordt er zelfs in de afgelegen gebieden van Belize ’vis’ gevangen. De brochure Geniet voor eeuwig van het leven op aarde! is in het Ketchi vertaald, in de hoop dat nog velen meer in deze dorpen geholpen zullen worden het goede nieuws te aanvaarden. Degenen die uit de verontreinigde wateren van Satans stelsel zijn gered, genieten van de kristalheldere waarheidswateren in Jehovah’s geestelijke paradijs.

Zo leerde een jongeman in Belize City Jehovah’s reine bijbelse maatstaven kennen. Hij gaf zijn verslaving aan marihuana en andere drugs op en werd gedoopt. Kort daarna werd hij een volle-tijd-„visser van mensen”. Hij geniet ook het voorrecht om in zijn gemeente dienaar in de bediening te zijn. Honderden anderen zijn geholpen hun leven in het reine te brengen door hun huwelijk wettelijk te laten bekrachtigen door het bij de autoriteiten te laten registreren. Vele anderen hebben leren lezen en schrijven om Gods Woord zelf te kunnen bestuderen. Aldus voorziet het opvoedkundige werk van Jehovah’s Getuigen in Belize niet alleen in de geestelijke behoeften van de mensen maar is het ook anderszins tot nut van de gemeenschap.

Het net binnenhalen

Eens volgden Jezus’ discipelen zijn aanwijzingen op door hun net aan de andere zijde van hun boot uit te werpen. Als resultaat ’konden zij het, vanwege de menigte van de vissen, niet meer binnenhalen’ (Johannes 21:6). Evenzo reageren in Belize zo veel mensen gunstig op het goede nieuws dat het voor de Getuigen aldaar een uitdaging vormt zorg te dragen voor de mensenmenigte die de organisatie binnenstroomt.

Er bestaat een grote behoefte aan rijpe leidinggevende broeders. Gemiddeld zijn er in elke gemeente slechts één of twee ouderlingen. Verder is er de uitdaging om alle delen van het land op geregelde basis met het goede nieuws te bereiken. Veel gebieden zijn via wegen bereikbaar, maar wegens het gebrek aan openbaar vervoer is het voor de Getuigen moeilijk de aangetroffen belangstelling verder te ontwikkelen, of voor geïnteresseerde mensen om geregeld naar de vergaderingen te komen. Lopen of een boomstamkano gebruiken, is nog steeds de enige praktische manier om enkele geïsoleerde gebieden te bereiken.

Voor de Getuigen in Belize valt het niet mee om passende faciliteiten te vinden voor hun wekelijkse gemeentevergaderingen en jaarlijkse grote bijeenkomsten en congressen. Het totale aantal aanwezigen op de in 1987 gehouden „Vertrouw op Jehovah”-districtscongressen was ruim 2200, ongeveer driemaal het aantal verkondigers in het land. Voor die congressen bouwden de broeders tijdelijke faciliteiten op een perceel in de buurt van Ladyville. Nu zien zij uit naar de mogelijkheid daar een permanente congreshal te bouwen.

Hoewel de uitdaging groot is, nemen de Getuigen deze enthousiast aan. Zij tonen dit door hun aandeel aan de velddienst te vergroten. In 1979 besteedden de verkondigers gemiddeld 8,3 uur per maand aan de prediking. Nu besteden zij maandelijks gemiddeld 11,3 uur aan dit werk. Er is ook een goede toename in de pioniersgelederen. In 1979 waren er elke maand gemiddeld 10 hulppioniers en 12 gewone pioniers. Nu zijn er maandelijks 51 hulppioniers en 42 gewone pioniers, in de leeftijd van 14 tot 74 jaar.

De vooruitzichten voor expansie zijn groot, te oordelen naar het schitterende bezoekersaantal tijdens de op 22 maart 1989 gehouden Gedachtenisviering ter herdenking van Christus’ dood. De broeders hadden hard gewerkt om geïnteresseerde mensen uit te nodigen. Het resultaat? Een totaal aantal aanwezigen van 3834 personen — meer dan viermaal het hoogtepunt aan verkondigers! Het was opwindend vertegenwoordigers van de vele etnische groepen te zien — creolen, mestiezen, Maya’s, Europeanen, Chinezen, Libanezen en anderen — die aldus verenigd waren.

Bovendien leiden de 844 verkondigers in het land meer dan 1000 huisbijbelstudies. Terwijl zij naar het Hoofd van de gemeente, Jezus Christus, blijven opzien voor leiding, zullen zij ongetwijfeld nog velen meer in Belize gunstig zien reageren op de uitnodiging om „vissers van mensen” te worden.

[Kaarten op blz. 22]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

GOLF VAN MEXICO

MEXICO

BELIZE

Belize City

Punta Gorda

GUATEMALA

GOLF VAN HONDURAS

[Illustraties op blz. 24, 25]

Bouw van een Koninkrijkszaal in San Pedro, op Ambergris Cay

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen