Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w89 15/6 blz. 21-24
  • Venezolanen leren op Jehovah te vertrouwen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Venezolanen leren op Jehovah te vertrouwen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Onderkopjes
  • De groei van de eerste Koninkrijkszaadjes
  • Een gevarieerd maar vruchtbaar veld
  • Grote vergaderingen brengen lof aan Jehovah
  • De weg banen voor verdere expansie
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
w89 15/6 blz. 21-24

Venezolanen leren op Jehovah te vertrouwen

„JAREN van overvloed” — zo herinneren de meeste Venezolanen zich de periode na 1976. In dat jaar nationaliseerde de regering alle buitenlandse oliemaatschappijen in Venezuela en nam de economie van het land een hoge vlucht. Als bewijs van de zojuist ontdekte materiële overvloed, werden er overal in de natie talloze bouwprojecten op touw gezet. De hoogste gebouwen in het land, Parque Central-​torenflats, verrezen in de hoofdstad Caracas. De mensen schenen alle reden te hebben om hun vertrouwen in de welvaart te stellen.

Op het ogenblik schijnen de vooruitzichten echter minder rooskleurig te zijn. Hoewel Venezuela nog steeds een welvarende natie is, heeft het zijn portie economische problemen gehad. Allen hier herinneren zich ’zwarte vrijdag’, zoals 28 februari 1983 gewoonlijk wordt genoemd, toen de nationale munteenheid, de bolívar, devalueerde. Als gevolg hiervan kelderde de waarde van het geld en begon de buitenlandse schuld op te lopen. Plotseling veranderden de „jaren van overvloed” in „jaren van bezuiniging”. Velen zijn als gevolg van hun misplaatste vertrouwen ernstig gedesillusioneerd. In tegenstelling hiermee hebben Jehovah’s Getuigen geleerd hun vertrouwen te stellen op de ware God, Jehovah. Zij hebben zich in de loop der jaren in voortdurende groei en uitbreiding verheugd.

De groei van de eerste Koninkrijkszaadjes

In 1936 brachten twee pioniers, of volle-tijdbedienaren, uit Texas (VS) de eerste zaadjes van het goede nieuws van het Koninkrijk naar Venezuela (Matthéüs 24:14). Tien jaar later arriveerden twee zendelingen — afgestudeerden van de vijfde klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. En in september van dat jaar werd er in Venezuela een bijkantoor van het Wachttorengenootschap geopend. Volgens het bericht voor dat jaar waren er in totaal negentien Koninkrijksverkondigers in Venezuela.

In november 1953 deden N. H. Knorr, destijds president van het Genootschap, en zijn secretaris, M. G. Henschel, op hun reis door Zuid-Amerika Venezuela aan. Negenhonderd tweeënveertig personen kwamen naar een congres dat in Caracas werd gehouden. In 1977 was het aantal Koninkrijksverkondigers in Venezuela tot een hoogtepunt van ruim 13.800 gestegen. Dat maakte het noodzakelijk om in La Victoria, 85 kilometer buiten de hoofdstad, een nieuw bijkantoor te bouwen. In 1985 werd er een nieuw gedeelte toegevoegd en ingewijd. Op het ogenblik zijn er ruim 42.900 verkondigers in ongeveer 500 gemeenten en groepen in Venezuela. En nog veel meer mensen in Venezuela leren hun vertrouwen op Jehovah te stellen, zoals blijkt uit het schitterende bezoekersaantal van 154.881 in 1988 tijdens de Gedachtenisviering ter herdenking van Christus’ dood.

Een gevarieerd maar vruchtbaar veld

Venezuela is een land van tegenstellingen, hetgeen wordt weerspiegeld in degenen die hebben geleerd hun vertrouwen op Jehovah te stellen. In de eerste plaats staat dit land bekend om zijn vele immigranten. Vandaar dat er ook onder Jehovah’s Getuigen velen afkomstig zijn uit Italië, Portugal, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Haïti, Trinidad, Cuba, de Dominicaanse Republiek, Ecuador en andere landen. Toch zijn zij met hun Venezolaanse mede-Getuigen verenigd in hun vertrouwen op en dienst voor de ware God, Jehovah.

Er zijn ook veel regionale verschillen. Een visser uit de oostelijke landstreken verschilt aanmerkelijk van een vee-fokkende llanero uit de zuidelijke vlakten. Een gehaaste Caraqueño uit de hoofdstad of een vlotte werker bij de oliemaatschappij in Maracaibo, de op één na grootste stad van het land, verschilt aanmerkelijk van de tragere Andino-boer uit het zuidwesten, waar het Andesgebergte begint. Ieder heeft zijn eigen gewoonten en accent. Gevoegd bij de karakteristieke kenmerken van de immigranten, bestaat er dus een kleurrijke variëteit onder de mensen.

Ondanks al deze verschillende achtergronden hebben mensen uit alle lagen van de bevolking Jehovah leren kennen. María Luisa is een van hen. Vanaf haar zevende jaar was zij bij spiritisme betrokken geweest. Toen zij opgroeide, raakte zij verslaafd aan alcohol en drugs, leidde een immoreel leven en was een fervent aanbidster van de Venezolaanse godin María Lionza.a Na een afkeer gekregen te hebben van haar levenswijze begon zij vanuit een katholieke zendingspost onder de Indianen in het westelijke deel van het land te werken. Zij kwam al gauw tot de conclusie dat zij hiermee noch de Indianen noch zichzelf hielp. Toen begon zij te liefhebberen in metafysica en reïncarnatie, maar dit haalde niets uit. Toen kreeg María Luisa bezoek van Jehovah’s Getuigen. De bijbelkennis die zij verwierf, schonk haar de kracht die zij nodig had om tegen de goddeloze geesten te strijden. Nu stelt zij haar vertrouwen op Jehovah en is een actieve verkondigster van het goede nieuws van het Koninkrijk.

Ook gehandicapten leren hun vertrouwen op Jehovah te stellen, zoals in het geval van Juan en Carlos, twee broers. Op negenjarige leeftijd kreeg Carlos meningitis en verloor zijn gezichtsvermogen. Hoewel hij later betrokken raakte bij de katholieke charismatische beweging, begon hij met Jehovah’s Getuigen de bijbel te bestuderen. Hij werd in 1982 gedoopt, en sinds december 1983 is hij een volle-tijdbedienaar. Als blinde pionier loopt hij naar alle uithoeken van zijn gebied, zo nodig alleen. De geschiedenis van zijn broer Juan is een verhaal apart.

Juan is ruim 1,80 meter lang en was een echte straatvechter. Op zekere dag werd hij tweemaal in de rug geschoten. Hoewel hij dit overleefde, bleef hij vanaf het middel verlamd en werd hij totaal bedlegerig. Toen de Getuigen hem bezochten, ging hij met tegenzin in op hun aanbod de bijbel met hem te bestuderen. Door de studies kreeg hij weer respect voor de bijbel. De hoop op volmaakt leven in het Paradijs raakte hem. Toen hij ophield met roken en drinken en geen gemene taal meer uitsloeg, lieten al zijn vroegere vrienden hem in de steek omdat, zoals zij zeiden, Juan een „heilige” was geworden. Toch bleef hij op Jehovah vertrouwen en uiteindelijk werd hij gedoopt.

„Dat ik aan mijn bed gekluisterd ben, belemmert mij niet Jehovah’s wil te doen,” zegt Juan, „omdat op zijn minst mijn handen en hersenen nog goed functioneren.” Hoe dient hij Jehovah in zijn situatie? „Ik gebruik mijn bandrecorder om mij te kwijten van mijn verantwoordelijkheden, zoals toespraakjes op de theocratische bedieningsschool, aandelen op de dienstvergadering en lezen tijdens de wekelijkse Wachttoren-studie. Ik heb het voorrecht een van de plaatselijke gemeenteboekstudies te leiden, die bij mij thuis wordt gehouden. Ik ben ook in staat als een gewone pionier te dienen.” Hoe denkt hij over dit alles? „Ik ben mijn familieleden en geestelijke broeders en zusters, die mij zo fijn helpen, erg dankbaar. Ik hoop en bid dat wij allen erin volharden ons vertrouwen op Jehovah te stellen, zodat wij de dag kunnen beleven dat ’de kreupele zal klimmen net als een hert’.” — Jesaja 35:6.

Grote vergaderingen brengen lof aan Jehovah

Om het werk ten uitvoer te brengen waardoor zovelen worden geholpen hun vertrouwen op Jehovah te stellen, hebben de Getuigen in Venezuela onlangs twee congreshallen gebouwd. Een hiervan bevindt zich in Campo Elias, in de deelstaat Yaracuy, in het westcentrale deel van het land. De andere, ongeveer zestig kilometer ten zuiden van Caracas gelegen, is volledig uitgerust met een doopgelegenheid, airconditioning, keuken en cafetariavoorzieningen.

Deze hallen hebben grote indruk gemaakt op buitenstaanders en belangstelling opgewekt bij mensen die de zalen kwamen bezichtigen. Een groep Getuigen had een buschauffeur gehuurd om hen naar hun kringvergadering te vervoeren. Toen hij bij aankomst de ruime parkeergelegenheid en de prachtige omgeving zag, besloot hij naar binnen te gaan om ook daar een kijkje te nemen. „Wat ik in die congreshal zag, was een andere wereld, een andere dimensie”, zei hij later. Hij was zo onder de indruk van de orde en eenheid dat hij met aandacht naar het hele programma luisterde. Later vroeg hij om een bijbelstudie en nu is hij een gedoopte broeder.

Eens zou er een kringvergadering gehouden worden in El Tigre, een stad in het zuidoostelijke deel van het land. Aangezien er in dat gebied geen congreshal was, werd er een plaatselijke vergadergelegenheid gehuurd. Maar de broeders wisten niet dat er in die stad op dezelfde dagen carnaval gevierd zou worden. Toen de plaatselijke autoriteiten vlak naast de zaal waar de kringvergadering gehouden zou worden, een muziektent gingen opbouwen, verzochten de Getuigen de carnavalsorganisatoren dringend de muziektent ergens anders neer te zetten, maar dit haalde niets uit. In een laatste poging zei een Getuige tot de organisatoren: „Maar weet wel dat u problemen krijgt met Jehovah.” Toen een van de leidinggevende personen dit hoorde, antwoordde hij: „O nee, ik wil geen problemen hebben met Jehovah!” De carnavalsviering werd toen verplaatst naar een terrein dat ver verwijderd was van de plaats waar de kringvergadering gehouden zou worden.

Op een andere kringvergadering kwam de man van een zuster, iemand die actief was in de politiek, om te kijken of zijn vrouw een verhouding had met iemand van de aanwezigen. Hij was verbaasd over de kwaliteit van de lezingen die daar werden gehouden. „Als ik zoals die man zou kunnen spreken, zou ik het ver schoppen in de politiek”, zei hij tegen zijn vrouw. Na het programma stapte hij op een van de ouderlingen af en vroeg of hem geleerd kon worden hoe hij een betere openbare spreker kon worden — niets meer dan dat. „Verwacht niet van mij dat ik met een aktentas van huis tot huis zal gaan”, waarschuwde hij. Er werd een bijbelstudie begonnen en al gauw veranderde de man van gedachten — hij wilde met een aktentas van huis tot huis gaan om het goede nieuws te prediken! Hij trok zich terug uit de politiek en werd gedoopt, en nu stellen zowel hij als zijn gezin hun vertrouwen op Jehovah.

De weg banen voor verdere expansie

Tijdens een bezoek van L. A. Swingle, een lid van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen, kwam een menigte van 63.580 personen bijeen in de Plaza Monumental-​arena in Valencia. Velen van hen hadden de hele nacht per bus gereisd. Alle aanwezigen voelden zich erg aangemoedigd toen zij broeder Swingle tot hen hoorden zeggen: „Jullie zijn niet langer een klein bijkantoor. Nu zijn jullie een middelgroot bijkantoor. En zoals het er op het ogenblik uitziet, zullen jullie gauw bij de ’club van 100.000 verkondigers’ horen!”

Er worden plannen gemaakt om het bijkantoor in La Victoria uit te breiden teneinde de wonderbaarlijke groei te kunnen behartigen. Ja, met duizenden tegelijk leren mensen in Venezuela op Jehovah te vertrouwen.

[Voetnoten]

a Zie Ontwaakt! van 8 januari 1968, blz. 24-26.

[Kaarten/Illustratie op blz. 21]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

CARIBISCHE ZEE

VENEZUELA

Maracaibo

ANDESGEBERGTE

Campo Elias

Valencia

La Victoria

Caracas

El Tigre

COLOMBIA

BRAZILIË

GUYANA

600 km

400 mijl

[Illustraties op blz. 24]

Buiten- en binnenopname van de congreshal in Cúa

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen